Overheid houdt grootste stikstofbron buiten stikstofbeleid

Natuur krijgt stikstof aangevoerd vanuit de lucht (afkomstig vanuit landbouw, industrie, logistiek). De omvang van deze bron wordt tot op de gram becijferd, elk jaar opnieuw. Maar natuur krijgt óók stikstof aangevoerd vanuit de eigen bodemvoorraad. Verstoring van de natuurbodem, zoals wateronttrekking en ontbossing, jaagt de vrijgave van stikstof uit de bodemvoorraad aan. De omvang van deze substantiële stikstofbron wordt niet in beeld gebracht, maar juist buiten beeld gehouden. Dit is merkwaardig, aangezien deze stikstof net zo goed van invloed is op stikstofgevoelige natuur (foto: Shutterstock).

Farmers Defence Force wist in april een grote hoeveelheid metingen in Drentse natuurgebieden in de openbaarheid te krijgen, middels een WOB-procedure. Uit deze metingen blijkt dat niet stikstofdepositie, maar de aanvoer van stikstof uit de eigen bodemvoorraad de grootste stikstofbron is.

Waar komt stikstof die natuur vermest en verzuurt vandaan?

Natuur stapelt zelf heel veel stikstof

  • De totale stikstofdepositie in de afgelopen 100 jaar bedraagt 2.400 kilo/ha.
  • Uit metingen in 286 natuurbodems in de Provincie Drenthe blijkt dat er alleen al in de bovenste 10 cm van de grond duizenden kilo’s stikstof liggen opgeslagen: 3.000 kg/ha (droog bos, droge heide), 4.000 kg/ha (vochtig bos, vochtige heide) tot 10.000 kg/ha (hoogveen, moeras). In de laag eronder zit nog veel meer stikstof, volgens literatuur. Veel meer dus dan er in 100 jaar is neergeslagen.
  • Uit literatuur van de vorige generatie stikstofonderzoekers blijkt dat natuur heel veel stikstof (N2) uit de lucht bindt. In stikstofarme grond kan het gaan om wel 60 tot 80 kg/ha/jaar. Dit doen bodemorganismen. Zolang deze stikstof wordt opgeslagen is er niks aan de hand. Dat wordt anders als die vrijkomt. Dat gebeurt bij bodemverstoringen, meestal het gevolg van beleidskeuzes van overheid en/of natuurbeheerder.

Wanneer komt de stikstof vrij uit de bodemvoorraad?

De bodemvoorraad stikstof ligt in principe veilig opgeslagen (vastgelegd in organische stof). En is bijna niet beschikbaar voor planten en kan dus geen kwaad voor stikstofgevoelige natuur. Door verstoringen van de bodem (in het verleden en heden), komt die stikstof vrij. De organische stof wordt dan versneld afgebroken. Het gaat in de provincie Drenthe jaarlijks om hoeveelheden stikstof van naar schatting 30—250 kg/ha*), die vrijkomen uit de bodemvoorraad. Dit is (veel) meer stikstof dan wordt aangevoerd vanuit de emissies van landbouw, industrie en logistiek (tezamen 22,5 kg/ha/jaar). Activiteiten die de stikstofvrijgave langjarig (of permanent?) aanjagen:

  • wijzigen waterhuishouding
  • waterwinning, wateronttrekking
  • kappen van bos
  • omvormen van natuur

Overheid houdt grootste stikstofbron buiten beeld

  • De grootste stikstofbron wordt niet gekwantificeerd en niet meegewogen in het stikstofbeleid, terwijl de omvang van deze bron relatief gemakkelijk is te meten en te monitoren.
  • Het doel van het natuurbeleid is een goede staat van instandhouding. Als naar de invloed van stikstof wordt gekeken, zouden alle stikstofbronnen die van invloed zijn, moeten worden meegeteld. Het is niet terecht een substantiële stikstofbron buiten beeld te houden.
  • Het miljarden kostende maatregelenpakket om de deposities vanuit landbouw, industrie en logistiek terug te dringen, zal nooit tot een meetbaar resultaat kunnen leiden, als winsten worden tenietgedaan door grotere verliezen. De stikstofwinst van de 100-kilometermaatregel voor het verkeer bedraagt ca. 0,3 kg/ha/jaar. Deze winst wordt tenietgedaan door verlies van stikstof uit de bodemvoorraad van 30—250 kg/ha/jaar.
  • Beleidsondersteunende instituten, NGO’s en natuurorganisaties hebben buitengewoon veel haast met maatregelen die 0,3 tot 5 kg stikstofwinst opleveren, en schreeuwen hierover moord en brand. Maar houden zich stil over de veel grotere stikstofbron (afbraak bodemvoorraad). Het verschil in aandacht correleert met het beschikbare budget. 
  • Transparantie op het stikstofdossier is ver te zoeken. Onze ervaring is dat veel gegevens achter worden gehouden. Ook Provincie Drenthe had de metingen in 286 natuurbodems, die de aanvoer van stikstof uit de bodem zelf in beeld brachten, niet openbaar gemaakt. Er moest een WOB-procedure aan te pas komen om de data beschikbaar te krijgen.

Meer informatie:

Deel via:

Minister Schouten komt met hilarisch antwoord op Kamervragen over kritische depositiewaarden

“Minister Schouten begrijpt niets van de kritische depositiewaarden stikstof. Dat blijkt uit de antwoorden die zij op 13 april heeft gegeven op Kamervragen van de PVV, naar aanleiding van ons artikel.” Dit concludeert onderzoeker Jaap Hanekamp na het lezen van de antwoorden die de minister gaf. Samen met statisticus Matt Briggs publiceerde Hanekamp een eerste voorlopige analyse over hun onderzoek naar de onzekerheden in de kritische depositiewaarden stikstof. 

“Als vertrekpunt kozen wij voor het artikel Banin en anderen uit 2014”, stelt Hanekamp. “Dit is een recent review artikel waarin een onzekerheidsanalyse van KDW wordt gepresenteerd. Deze review is voorzien van een uitgebreide literatuurlijst met tal van relevante publicaties over de kritische depositiewaarden in Nederland, Europa en de rest van de wereld. Minister Schouten stelt dat Nederland geen gebruik maakt van ‘Banin’ maar de literatuur gebruikt die in 2011 Europees en in 2012 in Nederland is gepubliceerd. De minister heeft niet in de gaten dat zowel Bobbink en Hettelingh (2011) als Banin (2014) met dezelfde wetenschappelijke kennisbasis werken.” Bij ‘Banin’ en de literatuur uit 2011 en 2012 waarnaar minister Schouten verwijst, gaat het dus om hetzelfde. Hanekamp noemt dit “ironisch”. Het toont volgens hem aan dat de minister geen idee heeft waarover het feitelijk gaat. 

Deel via:

Creatief met stikstof en wetenschap

Toetsing van het WNF-rapport ‘Onderzoek naar een ecologisch noodzakelijke reductiedoelstelling van stikstof’

Op 9 april verscheen het rapport ‘Onderzoek naar een ecologisch noodzakelijke reductiedoelstelling van stikstof’. Dit rapport van het Wereld Natuurfonds vormt een belangrijke pijler onder het recente advies van ABDTopconsult (adviesbureau van de Rijksoverheid) aan het Kabinet: de stikstofuitstoot moet met 50-70% worden teruggedrongen. STAF toetste de bevinding dat een toename van de berekende stikstofdepositie van 1.000 mol/ha/jaar (begin jaren ’50) naar 3.000 mol (jaren ’70 en ’80) de soortendiversiteit met 40 – 50 procent heeft verminderd. Dit zou blijken uit het 60-jarige soortenonderzoek in de blauwgraslanden in het Wageningse Binnenveld. Tijdens de toetsing stuitte STAF op de creatieve wijze waarop wordt omgegaan met wetenschap.

Naar de oorzaken van het verdwijnen van plantensoorten in de blauwgraslanden bij Wageningen wordt al zestig jaar onderzoek gedaan. Belangrijkste oorzaak bleek de verdroging door ontwatering en waterwinning. Het ‘Onderzoek naar een ecologisch noodzakelijke reductiedoelstelling van stikstof’ werkt alleen nog met het stikstofrekenmodel Aerius en komt – niet verrassend –  tot de conclusie dat toename van de stikstofdepositie de belangrijkste oorzaak is. De toename van grofweg 1.000 naar 3.000 mol per hectare heeft de diversiteit aan soorten in deze blauwgraslanden met 40 – 50 procent verminderd, aldus het onderzoek.

Met creatieve wetenschap worden alle ballen op stikstof gemanoeuvreerd. Veel lijkt daarbij geoorloofd: terzijde schuiven van eerder onderzoek, achterwege laten van informatie die niet past, geen transparantie geven, creëren van beeldvorming met suggestieve grafieken.

Deel via:

Provincie Flevoland verwijdert steunbetuiging ‘Week zonder Vlees’ op Twitter

Provincie Flevoland zegt de steunbetuiging aan de Week Zonder Vlees op Twitter te hebben verwijderd. De Week Zonder Vlees bracht cijfers naar buiten over de milieuwinst die met een vleesloze week worden geboekt. De Provincie zegt deze cijfers zonder meer te hebben overgenomen in haar steunbetuiging, ervan uitgaande dat deze juist zouden zijn. Maar deze cijfers blijken niet te kloppen.

Volgens Provincie Flevoland besparen mensen die een jaar lang, één dag per week geen vlees eten: 6 kilo vlees, zo’n 587 kilometer autorijden en 750 liter water. “Wij hebben de besparingen overgenomen die de Week Zonder Vlees communiceert”, aldus de woordvoerder van Provincie Flevoland. STAF attendeerde de provincie erop dat de Week Zonder Vlees cijfers communiceert, waarin het vlees wordt weggelaten uit het menu, zonder dat dit gecompenseerd wordt door een vegetarisch alternatief. De deelnemers gaan in feite op dieet. De Provincie bevestigt dat dit niet de realiteit zal zijn, en dat deelnemers het vlees in de praktijk wél zullen vervangen door een vegetarisch alternatief. De milieuwinst staat in dat geval gelijk aan 450 km auto rijden. Bovendien is er geen sprake van een besparing op water maar van een toename van het waterverbruik van 1.100 liter.

In mei 2020 publiceerde STAF het artikel Nationale Week Zonder Vlees misleidt het publiek. De organisatie gaf aan de milieu-voetafdruk van de vegetarische alternatieven niet mee te rekenen, omdat het gekozen alternatief voor iedere deelnemer verschillend zal zijn. De organisatie verzuimt echter om de deelnemers hierop te wijzen en gaat door met het communiceren van overdreven besparingen.

Provincie Flevoland heeft de steunbetuiging met overdreven besparingen verwijderd omdat deze cijfers niet kloppen.

Provincie Flevoland plaatste op 15 maart een steunbetuiging op Twitter. Deze is inmiddels verwijderd.
Deel via:

Ook het KDW-model rammelt

Jawel, ook de kritische depositiewaarden (KDW) voor stikstof zijn destijds bepaald met een rekenmodel. Dit model bleef tot nu toe buiten schot en werd nooit meegenomen in opdrachten voor toetsingscommissies. De Amerikaanse statisticus Matt Briggs en de Nederlandse onderzoeker Jaap Hanekamp keren het KDW-model momenteel binnenstebuiten en stuitten al meteen op de eerste onvolkomenheden.

De kritische depositiewaarden – hoeveel stikstof een bepaald type natuur kan verdragen zonder risico op wegkwijnen – zijn in feite de kurk waarop de stikstofwetgeving drijft. Veel kritische depositiewaarden werden decennia geleden al bepaald en zijn sindsdien ongewijzigd gebleven.

Matt Briggs en Jaap Hanekamp verzamelden de onderliggende literatuur op basis waarvan de KDW’s voor de verschillende habitattypen zijn berekend. Als uitgangspunt namen zij het overzichtsartikel Quantifying uncertainty in critical loads – CEH Report to SEPA, van onder meer de Britse stikstofprofessor Mark Sutton. In 2015 leidde Sutton de internationale reviewcommissie, die in opdracht van de Nederlandse overheid een deel van de onderbouwing van het stikstofbeleid toetste. Briggs en Hanekamp hebben contact opgenomen met Sutton en zijn team, en enkele onderdelen van de KDW’s besproken.

Kritiek op KDW-model

Bij het bestuderen van het KDW-model zijn Briggs en Hanekamp al meteen op de eerste onvolkomenheden gestuit.

1. Het KDW-model blijkt te zijn gebouwd op 19 metingen. Dat zijn er te weinig om het model op te kunnen laten draaien, daarom zijn maar liefst 90 fictieve metingen toegevoegd. Het toevoegen van fictieve metingen komt de betrouwbaarheid van de KDW’s zacht gezegd niet ten goede.

2. Het KDW-model komt tot onmogelijke uitkomsten, wanneer er geen enkele stikstofdepositie is (achtergronddepositie van nul). In dat geval berekent het KDW-model namelijk een kans van 20 procent dat stikstof een schadelijk effect heeft op de natuur. Geen enkele depositie, maar wel een schadelijk effect, dat is praktisch onmogelijk. Er gaat dus wat goed mis in het model.

3. Ten slotte blijkt dat de schaarse veldproeven die er zijn, werden uitgevoerd op plots van één vierkante meter. Die worden vervolgens klakkeloos vermenigvuldigd met 10.000 om tot mol per hectare te komen. De variabiliteit in natuurgebieden is te groot voor een dergelijke lineaire extrapolatie. Dit zorgt ook voor een zeer grote onnauwkeurigheid in de uitkomsten.

Eerste resultaten online

Briggs en Hanekamp hebben een eerste analyse van de kritische depositiewaarden online gezet en werken ondertussen volop verder aan dit belangrijke onderwerp.

(Foto: Shutterstock/Andis Rea)

Deel via:

Rijksoverheid komt met stikstofvisie mede op basis niet beschikbare ecologische studies

Op 19 maart 2021 bracht de Rijksoverheid breed in de media dat de stikstofemissies met 50 tot 70 procent moeten dalen, om verdere verslechtering van de natuur tot stilstand te brengen. Deze alarmerende percentages komen uit het rapport ‘Stikstofruimte voor de toekomst’ van adviesgroep ABD Topconsult, die zegt zich onder meer te baseren op enkele ecologische studies. STAF wilde deze ecologische studies checken, maar die blijken niet beschikbaar. De getrokken conclusie is derhalve niet controleerbaar. De adviesgroep bevestigt dat deze studies nog niet beschikbaar zijn.

De Rijksoverheid bracht op 19 maart een aantal verkenningen naar buiten, die het nieuwe Kabinet handvatten moeten bieden om op de langere termijn invulling te geven aan de stikstofopgave. Een forse afname van de stikstofemissies en onvermijdelijke krimp van de veestapel zijn belangrijke conclusies. Deze bevindingen werden breed opgepakt in de pers, met name die omtrent de krimp van de veestapel. De lange termijn stikstofverkenning is uitgevoerd door ABD Topconsult, een kleine adviesgroep van ervaren topambtenaren binnen de Rijksoverheid, zoals ze zichzelf omschrijven.

Onderbouwing niet beschikbaar

ABD Topconsult concludeert dat een generieke reductie van stikstofemissies van tenminste 50 procent nodig is, om ernstige overbelasting in de stikstofgevoelige gebieden zo snel mogelijk terug te brengen. Bij het ontbreken van aanvullende specifieke gebiedsmaatregelen wordt een generiek reductieniveau van de emissies oplopend tot 70 procent aanbevolen. Twee ecologische studies worden aangehaald, die deze percentages tot uitkomst hebben. Deze studies blijken niet beschikbaar. Derhalve is het niet controleerbaar.

Niemand kan het controleren

ABD Topconsult maakt gebruik van twee ecologische studies, die niet beschikbaar zijn, maar wel ecologische onderbouwing leveren voor de stikstofvisie. STAF kaart dit gebrek aan transparantie aan bij ABD Topconsult. De adviesgroep bevestigt de bevinding van STAF dat de informatie niet beschikbaar is en stuurt “informatie voor eigen gebruik” met uitleg. Personen die met de onderzoeken bezig zijn, zouden de onderbouwing hebben aangedragen. Op grond van welke informatie, is echter niet duidelijk. In tweede instantie laat de onderzoeksgroep weten de studies nagenoeg niet te hebben gebruikt voor de stikstofvisie en de conclusie over de mate van emissieafname. STAF bestrijdt dit, in het rapport staat vermeld ‘dat de duidelijkste conclusies konden worden getrokken op basis van empirische studies… ‘ (welke dus niet beschikbaar zijn). Bovendien is het niet correct studies te gebruiken die niet beschikbaar zijn.

Gezien de grote impact die het rapport van ABD Topconsult heeft gekregen in de media, binnen de landbouw en bij politici, heeft STAF besloten de “Informatie voor eigen gebruik” van de adviesgroep te publiceren (te downloaden onderaan dit artikel).

Onderzoek naar kritische depositiewaarden

Wetenschappers Matt Briggs en Jaap Hanekamp analyseren momenteel de wetenschappelijke onderbouwing van de kritische depositiewaarden. Zij kijken naar de dosis-effect-relatie van stikstof op de kwaliteit van stikstofgevoelige natuur. Hierover binnenkort meer. De overheid laat hiernaar nu ook zelf een studie uitvoeren. Deze wordt alvast opgevoerd door ABD Topconsult, dit is een van de studies die niet beschikbaar is. 

Deel via:

Aerius tikt er 15.000 ha niet bestaande stikstofgevoelige natuur bij op

De afgelopen jaren werd relatief veel stikstofgevoelige natuur bijgetekend in Natura 2000-gebieden. Hierover berichtte STAF in november. Nu blijkt dat rekenmodel Aerius daarbovenop nog eens meer hectares aanziet voor stikstofgevoelige natuur, dan daadwerkelijk staan ingetekend. Provincies tekenden samen 173.878 hectare in (Aerius-versie oktober 2020). Het rekenmodel zelf merkt 189.600 hectares aan als stikstofgevoelige natuur. Dit is bijna tien procent meer dan is ingetekend. Deze bijtelling ontstaat doordat Aerius niet goed overweg kan met de zeer gedetailleerde natuurkaarten van de provincies.

Provincies: Praktijk moet zich aanpassen aan Aerius-model
Met name bij natuurgebieden waar de afgelopen jaren veel stikstofgevoelige natuur is bijgeplust op de uiterste grens van het Natura 2000-gebied, zoals bij Veluwe, De Rijntakken, De Wieden, Weerribben en Drents-Friese Wold, is er sprake van een relatief grote bijtelling van stroken ‘stikstofgevoelige’ landbouwgrond en/of woonwijken. Op 12 februari kaartte STAF deze modelfout aan bij de Provincie Gelderland. Op 23 februari bracht BIJ12, een uitvoeringsorganisatie van de 12 provincies, een ‘Handreiking Voortoets Stikstof’ naar buiten voor provincies. Hierin wordt melding gemaakt van de bijtelling van stroken grond buiten Natura 2000, door Aerius. Opvallend is dat de provincies niet vragen om een correctie van het model, maar ondernemers in voorkomende gevallen verzoeken tot extra maatregelen (extra berekeningen laten opstellen, passende beoordeling).

Deel via:

Ferme uitspraken in persbericht Universiteit Twente over intensieve veehouderij en zoönosen niet te linken aan een deugdelijke wetenschappelijke onderbouwing

Op 8 januari bracht Universiteit Twente een persbericht uit met als titel: Meer risico op zoönose in Nederland dan we denken. In het persbericht luiden wetenschappers van de vakgroep Psychologie van Risico, Conflict en Veiligheid van de universiteit de noodklok; Nederlanders zouden zich niet voldoende bewust zijn van het risico op het ontstaan van zoönosen vanuit de intensieve veehouderij. Bij navraag van STAF bleek het onderliggende onderzoek niet gepubliceerd en is er zelfs nog geen artikel geschreven. Dit betekent, dat de aanpak en kwaliteit van het werk niet beoordeeld en goedgekeurd is door onafhankelijke referenten. Bovendien was de universiteit pas na lang doorvragen bereid beschikbare achterliggende informatie vrij te geven.

Professor Toonen, betrokken decaan van de Universiteit Twente, vindt het niet bezwaarlijk, dat het persbericht niet transparant is en de wetenschappelijke onderbouwing niet toegankelijk. Naar zijn idee kan een persbericht van een universiteit prima een mening zijn en gekleurd van karakter. Dit tegen de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit in, die duidelijke richtlijnen geeft voor communicatie aan het algemene publiek.

Onderbouwing volstrekt onvoldoende

In het persbericht stelt de universiteit dat een grote groep Nederlanders is ondervraagd. Uit de na lang aandringen vrijgegeven informatie blijkt dit te gaan om een zeer kleine en ook nog eens niet representatieve groep van 122 mensen, in hoofdzaak vrouwen en jongeren. Het ‘gegeven’ dat zoönosen vooral gerelateerd moeten worden aan de intensieve veehouderij, ook in Nederland, komt van andere deskundige wetenschappers, aldus de onderzoekers. Een deugdelijke onderbouwing van dit verband wordt niet aangeleverd, er wordt verwezen naar een vogelpestuitbraak in Thailand in 2004. Verder wordt biologische veehouderij zonder nadere onderbouwing als positief naar voren gebracht met betrekking tot zoönosen, terwijl uit de literatuur blijkt dat daar de risico’s juist groter zijn dan in de gangbare veehouderij. STAF is daarmee van mening, dat een deugdelijke wetenschappelijke onderbouwing van de conclusies in het persbericht ontbreekt. Op grond waarvan de onderzoekers de noodklok menen te moeten luiden, is dan ook volstrekt onduidelijk.  

STAF wil dat de Universiteit Twente het algemene publiek alsnog correct informeert

STAF is van mening dat de Universiteit Twente het algemene publiek op het verkeerde been heeft gezet. Omdat het een persbericht betreft van een universiteit wordt de suggestie gewekt, dat de conclusies zijn gebaseerd op deugdelijk en gepubliceerd onderzoek. Daarvan is geen sprake. In tegendeel. Het persbericht kent eerder een activistisch karakter. Saillant detail, is dat de in het persbericht genoemde onderzoeker (dr. Marielle Stel) voor de gemeente Hengelo actief lid is van de Partij voor de Dieren en die partij al enige tijd – op weg naar de verkiezingen – actief in de media optreedt over intensieve veehouderij en zoönosen. STAF verzoekt de Universiteit het persbericht aan te passen en het algemene publiek op een correcte wijze te informeren. Mocht de universiteit hier geen gehoor aan geven, dan overweegt STAF een klacht in te dienen bij de VSNU, de handhaver van de integriteitscode voor universiteiten.

Foto bij dit bericht: Shutterstock, Kristof Lauwers.

Deel via:

LNV legt aardappeltelers maatregelen op, waarvan effectiviteit niet is bewezen

Het ministerie van Landbouw legt akkerbouwers drie maatregelen op, waaruit zij een keuze moeten maken, zonder dat de effectiviteit van die maatregelen is bewezen. Het gaat om maatregelen die moeten voorkomen dat meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen van aardappelruggen afspoelen naar het slootwater, door een regenbui.  

Op 29 december 2020 publiceerde het ministerie van Landbouw het wijzigingsbesluit voor het gebruik van meststoffen. Aanleiding is het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn, dat moet voorkómen dat er met een flinke regenbui meststof en gewasbeschermingsmiddel wegspoelt naar het oppervlaktewater. Voor aardappeltelers geldt sinds 2021 de volgende wetgeving:   

“…Indien een perceel bouwland gelegen op klei- of lössgrond dat grenst aan een watergang wordt gebruikt voor een ruggenteelt gaat dit gepaard met één of meer van onderstaande maatregelen:

a. er zijn drempels tussen de ruggen van minimaal 5 centimeter hoog, op gelijke afstand van ten hoogste 2 meter van elkaar over het gehele perceel aangebracht, uitgezonderd de tijdelijke situatie dat de afwezigheid van drempels wordt gerechtvaardigd door dreigende gewasschade vanwege extreme weersomstandigheden;

b. er zijn greppels aangebracht die in niet-extreme weersomstandigheden het water tegenhouden van het gehele perceel en bij deze omstandigheden niet op een watergang afwateren; of

c. langs de watergang grenzend aan het desbetreffende perceel is een onbeteelde en onbemeste zone aangelegd van minimaal 3 meter breed….”

Effectiviteit maatregelen niet bewezen

De maatregelen die het ministerie heeft voorgeschreven, komen van de zogenaamde BOOT-lijst (BOOT staat voor Bestuurlijk Overleg Open Teelten) van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Wageningen Plant Research, Louis Bolk Instituut, Nutriënten Management Instituut, Wageningen Environmental Research en Deltares onderzochten de effectiviteit van de maatregelen op de BOOT-lijst. Daaruit blijkt dat de effectiviteit van het keuzemenu dat de overheid nu bij wet oplegt aan aardappeltelers, niet bewezen is. Het aanleggen van drempels tussen aardappelruggen (optie a) is alleen onderzocht voor hellende, erosiegevoelige gebieden. Voor andere gebieden, zoals klei, is het effect niet bekend. Optie 2, het aanleggen van greppels (natte bufferstroken) is alleen onderzocht op een locatie in Noord-Brabant en een locatie in Overijssel. Het effect is locatie-specifiek, voor de meeste gebieden is niet bekend wat de maatregel kan opleveren. En de effectiviteit van optie c (droge bufferstrook) hangt af van een reeks van omstandigheden en als de gebruiksnormen gelijk blijven, dan is het effect minimaal voor nitraat en voor fosfaat is het effect meestal zeer klein.

Kwestie voorgelegd aan LNV

STAF heeft deze kwestie op 11 januari onder de aandacht gebracht van het ministerie van LNV. Met de vraag waarom het ministerie kiest voor maatregelen waarvan de effectiviteit niet vaststaat. Ondanks herhaald verzoek, is tot nu toe geen antwoord ontvangen van het ministerie van LNV.

(Foto: Shutterstock).

Deel via:

10 tekortkomingen in het Nederlandse stikstofbeleid

1. Het stikstofbeleid stuurt op een middel (rekenmodel Aerius) in plaats van op het doel: goede staat van instandhouding van de natuur.

2. De overheid heeft niet onderzocht of de investering van 5 miljard euro voor stikstofmaatregelen leidt tot een verbetering van de natuurkwaliteit. Het is goed denkbaar dat deze investering niet leidt tot een betere natuurkwaliteit.

3. De natuurwetgeving in Nederland is zodanig complex gemaakt, dat de overheid al jaren niet in staat blijkt te zorgen voor een deugdelijk juridisch kader. Bedrijven worden daar keer op keer de dupe van, doordat wetgeving en vergunningen juridisch niet houdbaar blijken. 

4. Stikstofmodel Aerius is nooit gevalideerd met metingen in de praktijk over de neerslag (depositie) van stikstof op natuurgebieden. Dit heeft als gevolg dat de onzekerheden groot zijn, en het model voortdurend wordt bijgesteld. Met telkens andere uitkomsten als gevolg.

5. De Commissie Meten en Berekenen Stikstof oordeelde in juni 2020 dat rekenmodel Aerius niet doelgeschikt is voor het stikstofbeleid. Aerius rekent op hexagoon-niveau, dat geeft onzekerheden die zodanig groot zijn, dat de uitkomsten per definitie onbetrouwbaar zijn.

6. Doordat Aerius ongeschikt is voor berekeningen op hexagoon-niveau, zijn de effecten van maatregelen die hier tóch gebruik van maken, onbetrouwbaar. Het gaat dan met name om de vergunningverlening en extern salderen.  

7. Het stikstofbeleid is niet controleerbaar. De natuurkaarten waar het stikstofbeleid mee werkt, zijn niet inzichtelijk. De onderbouwing van de natuurmonitoring (natuurkwaliteit) is niet beschikbaar en derhalve niet controleerbaar. Met name provincies laten hier steken vallen. 

8. De Kritische Depositie Waarden die toegekend zijn aan habitats, staan al decennia ter discussie. Maar worden door de overheid steeds buiten reviews van onderzoekscommissies gehouden.

9. De stikstofdoelen die Nederland stelt aan natuurgebieden, zijn voor een derde van de gebieden per definitie niet haalbaar. Ook bij een leeg Nederland worden deze doelen nog niet gehaald. Een overheid mag geen onhaalbare doelen stellen.

10. Europa onderscheidt 14 factoren die de staat van de natuur kunnen aantasten: landbouw, mensen/toeristen, waterwinning, natuurlijke processen, ziekten en plagen, etc. Nederland kent geen gewicht toe aan de invloed van de individuele factoren op de verschillende gebieden. Daardoor is onbekend hoe groot de rol van stikstof is in het hele palet van factoren.

Foto: Herstellende hoogvenen en actief hoogveen in Korenburgerveen (Gld).

.

Deel via:

Gelderland creëert piekbelasters door nieuwe natuur tegen bedrijven aan te plussen

In Gelderland is een serie piekbelasters ontstaan, doordat de Provincie nieuwe natuurontwikkeling tegen bedrijven aan, heeft ingetekend. De Provincie heeft bovendien gekozen voor de ontwikkeling van stikstofgevoelige natuur en deze ook al ingetekend op de habitatkaart in Aerius, waardoor deze natuur meetelt voor het stikstofbeleid. Gevolg is dat betreffende bedrijven nu als forse piekbelaster uit de Aerius Aankoopcalculator rollen. De Rijksoverheid gebruikt de Aankoopcalculator om te bepalen welke bedrijven piekbelaster zijn en voor opkoop in aanmerking komen.

Op 13 september 2017 stellen Provinciale Staten Gelderland het actualisatieplan voor nieuw te realiseren natuur vast. Er worden zoekgebieden aangewezen van in totaal 7.300 hectare, voor de realisatie van 5.300 hectare nieuwe natuur (bron: Provincie Gelderland). De provincie heeft gekozen voor de ontwikkeling van stikstofgevoelige natuur en de locaties van de beoogde gebieden (zoekgebieden) alvast ingetekend op de habitatkaart in Aerius. Deze tellen dus al mee voor het stikstofbeleid. Opvallend is dat deze gebieden niet zijn in te zien met Aerius Monitor, de tool die de overheid beschikbaar heeft gesteld voor het publiek en waarmee per regio kan worden bekeken waar stikstofgevoelige natuur staat ingetekend.  

Met name in de Rijntakken (uiterwaarden van de grote rivieren) zijn talrijke zoekgebiedjes voor stikstofgevoelige natuur ingetekend, bij elkaar naar schatting 5000 hectare. Deze gebiedjes zijn geregeld zowat tegen bedrijven aan, ingetekend: de stikstofgevoelige natuur en een deel van het bedrijf liggen in hetzelfde hexagoon. Aerius Aankoopcalculator berekent voor deze bedrijven een enorme piekbelasting. Wanneer de Provincie voor haar natuurontwikkeling een afstand van 100 meter had aangehouden tot deze bedrijven, dan was de piekbelasting de helft minder. Bij 250 meter is dat 65 procent.

(Foto bij dit bericht: Shutterstock)

Deel via:

STAF start onderzoek naar relatie uitkomsten stikstofrekenmodel en natuurkwaliteit

Het doel van het Europese natuurbeleid is een goede staat van instandhouding. In Nederland voert, zoals we allemaal weten, stikstof de boventoon. De overheid voert haar natuurbeleid in belangrijke mate op de uitkomsten van stikstofmodel Aerius. Maar halen we hiermee wel de instandhoudingsdoelen? En hoe werken vergelijkbare buitenlandse regio’s als Nederland aan de instandhoudingsdoelstellingen? Vragen die STAF de komende tijd geïntegreerd wil beantwoorden. Aan het onderzoek werken interne en externe onderzoekers mee.

Nederland stelde in december nieuwe natuurdoelen vast: In 2025 moet de stikstofdepositie in 40 procent van de natuurgebieden onder de kritische depositiewaarde liggen. In 2030 moet dat in 50 procent van de natuurgebieden zo zijn. Een opmerkelijke doelstelling, aangezien deze theoretische berekeningen los lijken te staan van de werkelijke natuurkwaliteit. Het onderzoek Stikstof & Natuurkwaliteit behelst drie vragen.

Onderzoeksvragen

  1. Wat is de kritische depositiewaarde voor stikstof voor stikstofgevoelige habitats, onder Nederlandse praktijkomstandigheden? En is die KDW per habitattype voor alle gebieden gelijk, of verschilt die van gebied tot gebied?
  2. In hoeverre geven de uitkomsten van de Aerius-berekeningen een juist beeld van de werkelijke staat van instandhouding van de natuur? M.a.w. is Aerius een geschikt instrument om mee te sturen op de Europese instandhoudingsdoelstellingen?
  3. Welke maatschappelijke kosten moeten worden gemaakt, voor welke baten t.a.v. de instandhoudingsdoelstellingen?

De eerste bevindingen zijn te lezen in de nieuwsbrief Onderzoek Stikstof & Natuurkwaliteit, december 2020.

Foto: Natura 2000 gebied Korenburgerveen (hoogveen) in Gelderland.

Deel via:

Albert Heijn gaat foute namen vega-producten aanpassen

Albert Heijn zegt toe de benamingen ‘plantaardige kaas’ en ‘havermelk’ uit haar communicatie te verwijderen. Het is namelijk wettelijk niet toegestaan om vega-producten waarin geen zuivel is verwerkt, te duiden als ‘kaas’ of ‘melk’. STAF attendeerde de grootgrutter hierop.

Fabrikanten van vega-producten geven hun product nogal eens de naam van een dierlijke tegenhanger. STAF zocht uit welke namen wel en niet mogen voor vega-producten. Het gebruik van zuivelnamen voor vega-producten is verboden. De benamingen room, kaas, yoghurt en boter zijn exclusief voor producten waarin zuivel is verwerkt. Vleesnamen mogen doorgaans wel gegeven worden aan vega-producten, het is echter mogelijk om dit via nationale wetgeving te verbieden. Dat is bijvoorbeeld in Frankrijk het geval.

Albert Heijn laat in antwoord op de brief van STAF het volgende weten: “Wij hebben de noemer ‘plantaardige kaas’ inmiddels aangepast. Ook het gebruik van ‘havermelk’ in plaats van haverdrink is uiteraard niet de bedoeling. Ook deze term op de betreffende Allerhande pagina zal worden aangepast naar ‘haverdrink’.”

STAF sprak in de afgelopen weken meer fabrikanten van vega-producten aan op het gebruik van zuivelnamen voor hun product.

Bronnen

De regelgeving voor productnamen is te vinden in het Warenwetbesluit Zuivel BWBR0006982 (wetten.overheid.nl/BWBR0006982/2016-12-22). De uitspraak van het Europese Hof van Justitie over de naamgeving (2017) is hier na te lezen: eurowet.nl/nieuws/zuivelbenamingen-mogen-niet-op-plantaardige-producten-staan.html

Deel via:

Boeren verbijsterd: ‘ons land blijkt ingetekend als stikstofgevoelige natuur’

Deze week bracht STAF naar buiten dat sinds 1 september 2017 in totaal zo’n 80.000 ha stikstofgevoelige natuur werd toegevoegd in Aerius. Dit gebeurde buiten het zicht van belanghebbenden. Verschillende boeren checkten voor de zekerheid de habitatkaart in Aerius en zagen soms tot hun verbijstering dat het eigen land is ingekleurd als ‘stikstofgevoelige natuur’.

Zowel bij STAF als bij Stikstofclaim komen sinds de publicatie mails en telefoontjes binnen van boeren die zagen dat hun eigen land in Aerius is ingetekend als ‘stikstofgevoelige natuur’. Het gaat om boeren met landerijen in Vogelrichtlijngebieden, zoals in de uiterwaarden en in gebieden met een ‘weidevogelpakket’. Doordat de eigen landerijen zijn ingetekend als stikstofgevoelig, zijn sommige boerderijen opeens piekbelaster geworden voor de stikstofregelgeving. Alle boeren meldden dat het bijtekenen van stikstofgevoelige natuur op hun grond, buiten hun medeweten is gebeurd.

Gevoelige natuur schuift op naar bedrijven

Verder is een aantal berichten binnengekomen van boeren die hebben gezien dat veel stikstofgevoelige hexagonen zijn ingetekend in Aerius, vlakbij hun bedrijf. Omdat de afstand tussen stikstofgevoelige natuur en bedrijf hierdoor kleiner is geworden, neemt de impact van de stikstofregelgeving voor deze bedrijven toe. Ook hier zijn piekbelasters ontstaan. Alle boeren geven aan door niemand op de hoogte te zijn gebracht van het ‘bijplussen’ van stikstofgevoelige natuur nabij hun bedrijf.

Deel via:

IPO en Provincie Gelderland draaien om hete stikstofbrij heen

Vandaag kwam het Interprovinciaal Overleg (IPO) met een reactie op de STAF-analyse ‘Veel stikstofgevoelige natuur bijgetekend in rekenmodel Aerius‘. Volgens IPO wordt er geen stikstofgevoelig habitat ‘bijgeplust’ maar gaat het om ‘aanpassingen’.

Feit is dat tussen 2017 en 2020 in totaal 80.000 hectare stikstofgevoelige natuur is toegevoegd aan de habitatkaart in Aerius. Volgens het IPO is er juist sprake van een afname, het IPO beschouwt dan ook niet de afgelopen vijf jaar, zoals STAF. Maar kiest slechts één jaar. Terwijl ook in dit jaar duizenden hectares stikstofgevoelige natuur werden bijgetekend in de provincie Gelderland.

Het bijtekenen van zoveel stikstofgevoelige natuur heeft direct consequenties voor belanghebbenden. Ook Provincie Gelderland kwam met een reactie. IPO en Provincie Gelderland gaan voorbij aan het punt dat STAF maakt. Nog steeds zijn er geen stukken overlegd aan STAF, waaruit blijkt dat er sprake is van een democratische procedure, met inspraak voor belanghebbenden.

Verder is er wel degelijk sprake van het aanwijzen van nieuwe stikstofgevoelige gebieden. En wel zoveel hectares, waardoor het areaal stikstofgevoelige natuur in vijf jaar tijd bijna verdubbelde. De Provincie Gelderland heeft tot nu toe geen stuk kunnen overleggen waaruit een impactanalyse blijkt voor de omgeving. Ook werd nog geen stuk overlegd waaruit een democratische besluitvorming blijkt, met inspraakmogelijkheid voor belanghebbenden.

Lees hier de reactie van IPO.

Deel via:

Veel stikstofgevoelige natuur bijgetekend in rekenmodel Aerius

In de afgelopen vijf jaar werd veel stikstofgevoelige natuur bijgetekend op de natuurkaart in rekenmodel Aerius. Tijdens de zoektocht naar antwoorden werd duidelijk dat transparantie ontbreekt, en er een werkwijze wordt gehanteerd waarbij inspraak door belanghebbenden niet mogelijk is.

Op de zogenaamde habitatkaart van stikstofmodel Aerius blijken in de afgelopen vijf jaar zo’n 80.000 hectares met stikstofgevoelige natuur te zijn bijgetekend in de Natura 2000 gebieden. Dit gebeurde buiten het zicht van belanghebbenden rondom die natuurgebieden. Het totale areaal aan stikstofgevoelige natuur in Aerius komt daarmee op zo’n 200.000 hectare. Het bijtekenen van extra hectares met stikstofgevoelige natuur vond vooral plaats in de provincie Gelderland, maar ook in Overijssel, Drenthe, Noord-Brabant en Limburg.

Lees ook de column van STAF-voorzitter Jaap Haanstra op Boerenbusiness.

Deel via:

Jan Cees Vogelaar legt adviseursrol STAF neer

Jan Cees Vogelaar heeft vanavond zijn adviseursrol bij STAF neergelegd. Dit nadat bekend is geworden dat hij plek 9 heeft gekregen op de kieslijst van Forum voor Democratie, voor de Tweede Kamerverkiezingen 2021. Zijn verklaring kunt u hieronder downloaden.

Voorzitter Jaap Haanstra spreekt van een aderlating. Vogelaar is een van de initiatiefnemers van STAF en zijn bijdrage aan de realisatie van deze organisatie is groot. Namens het voltallige team wenst hij Vogelaar alle succes toe in de aanloop naar de verkiezingen en daarna wellicht in de Tweede Kamer.

Deel via:

Minister Schouten blijft stikstofbeleid ophangen aan één rekenmodel

Gebruik meer modellen naast elkaar, in plaats van één model. Het stikstofbeleid is te complex en de onzekerheden in de individuele modellen zijn te groot, om het beleid op te hangen aan één model.’ Dit is samengevat een belangrijk advies van de Adviescommissie Meten en Berekenen Stikstof (Commissie Hordijk, juni 2020). Deze Adviescommissie toetste in opdracht van minister Schouten het stikstofmodel, waarop Nederland haar stikstofbeleid baseert. Gisteren presenteerde minister Schouten de uitwerking van de stikstofmaatregelen van het kabinet, waarbij alle doorrekeningen wederom plaatsvonden met één model: Aerius (OPS).

Het Europese stikstofbeleid wordt gebaseerd op een combinatie van de modellen Lotos-Euros en Emep. Schouten kreeg van de Commissie Hordijk het advies haar beleid ook met deze modellen door te rekenen. De maatregelen tot 2030 blijken echter uitsluitend te zijn doorgerekend met Aerius/OPS, een model dat alleen in Nederland wordt gebruikt.

Ander model, andere uitkomsten

Alle stikstofmodellen kennen relatief grote onzekerheden. En ieder model heeft zijn eigen sterke, maar ook zwakke punten. Door meerdere modellen naast elkaar te gebruiken, komen de onzekerheden in beeld en kunnen de effecten van stikstofmaatregelen beter worden voorspeld. Ter vergelijking: voor het voorspellen van het weer worden meerdere modellen tegelijkertijd gebruikt. Het ene model is bijvoorbeeld goed in het voorspellen van regen, het andere model in het voorspellen van de temperatuur.

STAF heeft al meermalen aan het ministerie van Landbouw gevraagd of de beleidsmaatregelen ook doorgerekend gaan worden met het Europese beleidsmodel (Lotos-Euros / Emep), zoals de Commissie Hordijk adviseert. Een antwoord blijft tot nu toe uit.

Om te laten zien tot welke verschillen individuele modellen leiden, heeft STAF een vergelijking gemaakt tussen de uitkomsten van Aerius/OPS (Nederland) en Lotos-Euros/Emep (Europees beleidsmodel). Met dank aan TNO voor het aanreiken van gegevens. Wanneer LNV enkel het Europese model Lotos-Euros/Emep zou gebruiken, dan is de doelstelling voor 2030 voor de landbouw al behaald.

Deel via:

Zeeuws Statenlid heeft geen onderbouwing voor ‘vissterfte door landbouw’

Het Zeeuwse Statenlid Gerwi Temmink (Groen Links) stelde op 1 oktober Statenvragen over de acute vissterfte in het Veerse Meer, afgelopen zomer. Met een vingerwijzing naar de overbemesting door de landbouw. STAF vraagt Temmink om een onderbouwing voor zijn vingerwijzing. Die blijkt hij niet te kunnen geven.

Sinds medio augustus was/is een aanzienlijk deel van het Veerse Meer zuurstofloos. Er was sprake van acute sterfte van vissen, planten, …. De zuurstofloosheid zou veroorzaakt worden door o.a. overbemesting in de landbouw waardoor de bodem (over)verrijkt wordt met nitraten, fosfaten etc…..’, begint Temmink zijn vragen aan GS Zeeland. STAF vraagt Temmink eerst per mail om een onderbouwing voor zijn vingerwijzing, en belt hem een dag later op. Tot verrassing van STAF heeft het Groen Links-Statenlid de onderbouwing niet paraat. “Ik beschik niet over een onderbouwing. Een deskundige met veel kennis van zaken heeft de vragen voor mij opgesteld”,  aldus Temmink. Hij wil niet zeggen wie deze deskundige is.

Historisch ‘bewijs’

Temmink laat weten niet met STAF in discussie te willen over zijn vragen. “Vanuit de fractie zijn wij als Statenleden degenen die de vragen stellen aan GS. Van hen verwachten wij antwoorden; discussie met derden gaan we daarover niet aan voor alle helderheid.” Wel zet hij de mail van zijn deskundige door (geanonimiseerd). Er zijn drie stukken als bewijs toegevoegd. Een artikel uit 1990 over de waterkwaliteit in het Veerse Meer, een nieuwsbericht uit 2007 over een waterverbeterproject en een Deltares-rapport over de waterkwaliteit in het Veerse Meer over de periode 2000 – 2013. Geen van de historische documenten levert de gevraagde onderbouwing voor de vissterfte in 2020 door de landbouw. Het Deltares-rapport vermeldt echter wel een andere reden voor de zuurstofloosheid: waterlagen met verschillende zoutconcentraties mengen zich in sommige delen van het Veerse Meer slecht, waardoor de onderste laag zuurstofarm wordt.

Onderzoek Rijkswaterstaat

Het Veerse Meer valt onder Rijkswaterstaat. Deze dienst heeft een onderzoek ingesteld naar de vissterfte. STAF vraagt Rijkswaterstaat naar zijn bevindingen. “Wij zouden ook graag weten wat de oorzaak is, maar weten dat nog niet. Wij monitoren de waterkwaliteit over een langere periode in de hoop daarmee de oorzaak te vinden”, aldus de woordvoerder.

Foto: Veerse Meer (Zeeland). Bron: Shutterstock/Ciwoa

Deel via:

STAF-organisatie versterkt met vier nieuwe mensen

Mr. Gerard Snijders is afgelopen zomer toegetreden tot de Wetenschappelijke Raad van Advies van STAF. Snijders is oud-advocaat in Utrecht en oud-hoogleraar Agrarisch recht aan Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij vormt nu samen met dr. Aalt Dijkhuizen de Wetenschappelijke Raad van Advies van STAF.

Het bestuur van STAF werd afgelopen zomer versterkt met Wim Blijdorp, akkerbouwer in Middenmeer; Tom van der Meer, fruitteler en akkerbouwer in Kapelle en Hans Puttenstein, melkveehouder en roodbontfokker in Kamperveen. STAF streeft naar een evenredige vertegenwoordiging over sectoren en over het land. Later dit jaar zal nog een nieuw bestuurslid toetreden.

Mr. Gerard Snijders, Wetenschappelijke Raad van Advies.
Het bestuur van STAF, met v.l.n.r. Wim Blijdorp, Hans Puttenstein, Leonie Bosch-Chapel, Tom van der Meer en Jaap Haanstra.

Studies door externe onderzoekers

Dit jaar heeft STAF budget beschikbaar gesteld voor meerdere externe studies van onafhankelijke onderzoeksjournalisten en wetenschappers. Onderzoek vindt momenteel plaats op de volgende thema’s: omvang en herkomst groene geldstromen; wetenschappelijke onderbouwing van de kritische depositiewaarden onder het stikstofbeleid; herkomst vervuiling in grond- en oppervlaktewater; green deal.

Onderzoeker dr. Piet van der Aar en onderzoeksjournalist Geesje Rotgers vormen het vaste onderzoeksteam van STAF.

Deel via:

Friesland betaalt € 155.545 aan MOB voor behoud afvalverbrander

Een juridische strijd aanbieden tegen een bedrijf om dat tot sluiten te dwingen, om vervolgens betaalde adviesdiensten te verrichten voor hetzelfde bedrijf om het overeind te houden? Voor milieuorganisatie MOB is dat een normale gang van zaken. De Friese overheid betaalde 155.545 euro aan MOB voor advies, en wist daarmee zijn afvalverbrandingsoven voor sluiting te behoeden. STAF dook in de zaak.

Een tipgever stuurde STAF een factuur van milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB), gericht aan de GGD van de Friese gemeenten, voor geleverd advies. STAF neemt contact op met deze Friese overheid, die laat weten dat MOB hier voor in totaal 155.545 euro aan facturen indiende, in de periode 2015 – 2017, voor geleverde diensten. Voor verdere informatie wordt doorverwezen naar de gemeente Harlingen. Die is opdrachtgever en heeft MOB ingehuurd. In deze gemeente staat de afvalverbrandingsoven.

STAF vindt het opmerkelijk dat een actievoerder tegen overheidsbeleid zich laat betalen door de overheid. En dat de overheid een actievoerder inhuurt voor het bereiken van haar doel.

Download het artikel om het te lezen.

Deel via:

Dieetbedrijf serveert naast Bodyhappiness portie onjuistheden over veehouderij

STAF heeft dieetbedrijf Jasper Alblas verzocht een aantal onjuistheden in zijn dieetprogramma recht te zetten. In het afslankprogramma ‘September Challenge’ geeft Alblas adviezen voor het stimuleren van de vetverbranding. Een van de adviezen is om wekelijks een vegan-dag in te lassen. Naast adviezen over voeding en voedingsstoffen, voorziet Alblas zijn klanten tevens van een portie onjuistheden over de veehouderij. Alblas beweert onder meer dat ‘de bio-industrie’ groeihormonen gebruikt en preventief antibiotica. Een klant die hiervan niet was gediend, stuurde haar klacht naar STAF.

Deel via:

Gesprek LNV en STAF/SSC over voermaatregel struikelt over voorwaarden

STAF en Stikstofclaim (SSC) lazen tot hun verrassing in de stukken die minister Schouten op 11 augustus naar de Tweede Kamer zond, dat zij op 12 augustus in Den Haag werden verwacht voor een gesprek met het ministerie van LNV. Verrassend omdat LNV en STAF/Stikstofclaim niet tot overeenstemming waren gekomen over de gespreksvoorwaarden. Tijdens het kort geding dat beide stichtingen aanspanden op 30 juli, was de uitkomst dat LNV de ontbrekende berekeningen van de eiwitlimieten in de voermaatregel mondeling uiteen zou zetten. Tot een afspraak kwam het (nog) niet, omdat beide stichtingen niet instemden met de voorwaarden die LNV verbond aan dat gesprek (zie passage onderaan dit bericht).

Die voorwaarden komen er in het kort op neer dat LNV een technische toelichting geeft, zonder dat vertegenwoordigers van de stichtingen daarover het gesprek mogen aangaan. Het wordt letterlijk een hoorcollege van het ministerie van LNV. Over wat er ten gehore wordt gebracht, mag vervolgens niet worden gecommuniceerd door de stichtingen. LNV wil zaken vastleggen in een verslag en alleen dat verslag mag worden gedeeld. Beide stichtingen zien niets in een gesprek waarbij zij in feite monddood worden gemaakt. Wel hebben zij LNV laten weten bereid te zijn beperkingen in acht te nemen ten aanzien van de ambtenaren, door hen niet te citeren en niet met naam en positie te noemen.

STAF en Stikstofclaim hebben vanaf het kort geding op 30 juli tot en met 11 augustus veel moeite gedaan om het gesprek te laten slagen, waarbij communicatie over de inhoud van het gesprek (dus niet over de ambtenaren en hun posities) voor beide stichtingen een voorwaarde was. Het verzoek om ruimere communicatiemogelijkheden werd niet gehonoreerd. LNV hield voet bij stuk: alleen het verslag dat wordt gemaakt van het gesprek mag worden gebruikt in de communicatie. Staf en Stikstofclaim achten het gesprek onder deze restrictie weinig zinvol.

Betreft: Passage uit mail landsadvocaat, namens LNV op 11 augustus 2020, aan advocaat STAF/Stikstofclaim, over wijze waarop gecommuniceerd mocht worden over inhoud gesprek. Alleen hetgeen was vastgelegd in het verslag kon in de communicatie worden gebruikt.
Deel via:

Onderbouwing voermaatregel blijkt niet gedocumenteerd

De onderbouwing van de voermaatregel is niet gedocumenteerd, maar zit in het hoofd van één ambtenaar. Het ministerie van LNV kon vanochtend tijdens het kort geding dan ook niet aangeven welke gegevens de ambtenaar precies had gebruikt, en hoe deze tot de door de Minister voorgestelde voernormen was gekomen. De onderbouwing waarom de stichtingen AgriFacts (STAF) en Stikstofclaim vanochtend verzochten in een kort geding, kwam daarom niet op tafel. Wat er niet is, kun je niet opvragen. De eis kwam daarmee te vervallen.

Beide stichtingen spanden een kort geding aan tegen het ministerie van LNV omdat zij willen weten waarop de voorgestelde voernormen zijn gebaseerd.

Stikstofclaim en STAF zijn blij met de uitkomsten van het kort geding. Dat geeft tenminste duidelijkheid. Beide partijen hadden al het vermoeden dat de onderbouwing van de voermaatregel tekort schoot, maar dat het ministerie de onderbouwing niet heeft gedocumenteerd, zien beide stichtingen als een forse tekortkoming. Eén ambtenaar blijkt de nieuwe voedernormen voor melkvee te hebben berekend, maar het is onbekend of deze ambtenaar zijn berekeningen kan reproduceren. De berekeningen zitten in het hoofd van deze ambtenaar, die momenteel op vakantie is.
Vanaf 1 september gelden nieuwe normen voor veevoer, met als doel de stikstofuitstoot met 0,2 kiloton te verminderen. Hiermee moet de woning- en wegenbouw worden vlot getrokken.

Vervolgstappen

Met tussenkomst van de rechter werd vanochtend afgesproken dat Stikstofclaim, STAF en het ministerie van LNV in gesprek gaan met de betreffende ambtenaar, over de berekening en de gebruikte data.

Omdat de invoerdatum van de voermaatregel (1 september) snel dichterbij komt, willen Stikstofclaim en STAF er niet op gokken dat het de ambtenaar tijdig lukt de onderbouwing te reproduceren. De besturen van Stikstofclaim en STAF zullen de voorzieningenrechter vragen de ingangsdatum van de veevoermaatregel op te schorten, zolang de onderbouwing niet transparant en controleerbaar is.

Deel via:

STAF en Stikstofclaim willen dat LNV onderbouwing voermaatregel openbaar maakt

De stichtingen Stikstofclaim en Agrifacts (STAF) starten een kort geding, als het ministerie van LNV blijft weigeren de onderbouwing van de voermaatregel openbaar te maken. Beide organisaties hebben LNV tot vrijdag 12.00 uur de tijd gegeven om de informatie op te leveren. Het ministerie van LNV wil per 1 september limieten stellen aan de eiwitgehalten in krachtvoer voor koeien, gedifferentieerd naar grondsoort (zand, klei, veen) en bedrijfsintensiteit (<14.000, 14.000-20.000 en >20.000 kg melk/ha). LNV heeft de eiwitlimieten voor de 9 grondsoort-intensiteit-combinaties zelf ‘afgeleid’ op basis van steekproeven van melkveebedrijven in het BIN-meetnet. Maar de LNV-berekeningen stroken niet overal met praktijkcijfers.

Op 28 april vraagt het ministerie van LNV de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) om de effectiviteit en de gevolgen van de voermaatregel die de minister voornemens is in te voeren, te toetsen. Op 11 mei 2020 komt de CDM met een uitgebreid advies, dat niet ter beschikking wordt gesteld aan de Tweede Kamer. Als STAF vraagt of het CDM-advies gedeeld is met de Tweede Kamer, verwijst het ministerie van LNV naar een ‘spelonk’ op de website van Wageningen UR, waar het online staat. Het CDM-advies is haast onvindbaar. Beide stichtingen vinden het raar dat LNV gebruik maakt van een WUR-website, voor een advies dat in opdracht van LNV is opgesteld en ook aan LNV is gericht.

Steekproeven LNV onverantwoord klein

Uit het CDM-advies blijkt dat het ministerie zelf de eiwitlimieten voor krachtvoeders heeft berekend, op basis van melkveebedrijven in het Bedrijven Informatie Netwerk (BIN). STAF vraagt die gegevens op, om de LNV-berekeningen te kunnen controleren, maar LNV geeft die tot nu toe niet.

Uit het CDM-advies blijkt verder dat LNV werkte met wel hele kleine steekproeven voor haar berekeningen. De steekproefgroottes voor intensieve en extensieve bedrijven op veen en klei bedragen slechts enkele bedrijven. Gezien de grote spreiding tussen bedrijven, lijkt het vaststellen van voerlimieten op basis van dergelijke minieme steekproeven onverantwoord. Ook CDM heeft te weinig zicht op het rekenwerk van LNV en zegt: ‘het is niet bekend hoe nauwkeurig deze gegevens zijn en hoe groot de variatie is per grondsoort-intensiteit-combinatie’.

Een aantal LNV-limieten wijken af van praktijkcijfers, waarin STAF inzage had. LNV laat daarop weten dat zij niet beschikt over praktijkcijfers en derhalve niet met praktijkcijfers heeft kunnen werken.  CDM stelt het jammer te vinden dat LNV niet met praktijkcijfers heeft gewerkt, hierdoor is de onzekerheid groter dan nodig zou zijn.

Stikstofclaim en STAF hopen dat het ministerie van LNV deze week de gegevens aanlevert, die zij heeft gebruikt voor haar berekeningen van de eiwitlimieten. Zodat deze gecontroleerd kunnen worden en vergeleken met de praktijkcijfers. Als de gegevens niet worden overlegd, dan zullen beide stichtingen samen een kort geding starten.

Deel via:

Voermaatregel vanwege stikstof niet transparant

Stichting Agrifacts wil de onderbouwing van de ‘stikstofreductie voermaatregel’ toetsen, maar het lukt tot nu toe niet om de gebruikte brondata op tafel te krijgen. Zowel het ministerie van LNV als haar adviescommissie CDM willen (nog) geen inzage geven in de gebruikte data. Het ministerie van LNV stelt de maximale limieten aan ruw-eiwitgehalten in krachtvoeders te hebben gebaseerd op onder meer cijfers uit het Bedrijven Informatie Meetnet (BIN). STAF wil die cijfers hebben, maar ving tot nu toe bot.

Vanaf 1 september 2020 stelt het ministerie van LNV een limiet aan het ruw eiwitgehalte in aangekochte krachtvoeders, als functie van de grondsoort en melkproductie per hectare. Het ministerie heeft de limieten AFGELEID van cijfers uit met name het Bedrijven Informatie Meetnet (BIN) van Wageningen Universiteit. Stichting AgriFacts (STAF) wil weten welke BIN-cijfers/afgeleiden (specifiek de ruw eiwitgehalten in de krachtvoeders) zijn gebruikt, om zo de voorgestelde limieten te kunnen toetsen. STAF ontvangt namelijk signalen dat de berekende limieten niet overeenstemmen met cijfers uit de praktijk.

Het ministerie laat weten de BIN-cijfers niet te hebben gebruikt voor het bepalen van de maximale eiwitgehalten van krachtvoeders. “Wij kennen noch het krachtvoer, noch de eiwitgehalten van de BIN-bedrijven”, aldus een LNV-woordvoerder. De Commissie Deskundigen Meststoffenwet, die de limieten toetste in opdracht van LNV, stelt dat het ministerie van LNV zelf de limieten heeft afgeleid. En dat er wel gewerkt is met eiwitcijfers uit het BIN-meetnet. In een CDM-memo van 11 mei staat hierover: ‘De berekende gemiddelde eiwitgehalten van het krachtvoer dat in 2018 is gebruikt per grondsoortintensiteit-combinatie, zijn afgeleid van gegevens van het Bedrijveninformatie Netwerk (BIN), van de Kringloopwijzer voor die bedrijven, en van de Werkgroep Uniformering Mestcijfers (WUM).’ Bovendien zouden de gegevens over het krachtvoer bekend moeten zijn, die moeten melkveehouders aanleveren bij RVO via de voersector.

STAF vindt dat de onderbouwing van overheidsnormen altijd transparant en herleidbaar moet zijn. Dat is hier niet het geval.

Deel via:

‘Natuurmonumenten schuift verantwoordelijkheid voor zijn rapport over vondst bestrijdingsmiddelen af’

Wie verantwoordelijk is voor de inhoud van het rapport over de vondst van bestrijdingsmiddelen in Drentse natuurgebieden, is nog altijd niet duidelijk. Het rapport zorgt inmiddels voor commotie vanwege de eenzijdige beschuldiging aan het adres van de landbouw als veroorzaker van de problematiek. De onderzoekers verwijzen nu naar Natuurmonumenten, ‘het is hun rapport’. Natuurmonumenten verwijt in Akkerwijzer de burgeractiegroep Meten=Weten en dagblad Trouw eenzijdige berichtgeving. STAF concludeert dat het rapport van Natuurmonumenten te eenzijdig is opgesteld, en aanleiding geeft tot stigmatisering van boeren.

STAF concludeerde op 7 juni dat in het rapport over de vondst van bestrijdingsmiddelen in Drentse natuurgebieden, dat in opdracht van Natuurmonumenten is opgesteld, een deugdelijke bronnenanalyse ontbreekt. Alleen de landbouw wordt voortdurend nadrukkelijk genoemd als mogelijke bron, andere bronnen worden niet genoemd of summier genoemd. STAF bracht de hoofdonderzoeker op de hoogte van de bevinding, dat het aannemelijk is dat sommige veel gevonden stoffen verbrandingsemissies (uitlaatgassen) betreffen en geen residuen van bestrijdingsmiddelen. De hoofdonderzoeker onderschreef die bevinding van STAF.

Volgens directeur Marc van den Tweel, directeur van Natuurmonumenten, ontkent de hoofdonderzoeker het eens te zijn met de bevindingen van STAF. Dit schrijft Van den Tweel op 10 juni aan STAF. STAF heeft daarop besloten de correspondentie openbaar te maken (zie brief van 13 juni). Ook zegt Van den Tweel in zijn persbericht niet opzettelijk te hebben verwezen naar de landbouw. STAF concludeert dat het rapport van Natuurmonumenten daartoe wèl aanleiding geeft. Ook stelt Van den Tweel het in ecologische zin onjuist te vinden dat STAF uitgaat van ‘het percentage stoffen als totaal’. STAF heeft Van den Tweel erop gewezen dat niet STAF, maar Natuurmonumenten zelf deze benadering hanteert in zijn rapport.

Deel via:

Natuurmonumenten ziet uitlaatgassen aan voor pesticiden landbouw

Natuurmonumenten liet onderzoek doen naar bestrijdingsmiddelen in Natura 2000 gebieden in Drenthe. Daarbij werden verontrustende hoeveelheden bestrijdingsmiddelen aangetroffen, de natuurorganisatie linkte de vondst aan de landbouw. Uit onderzoek van STAF blijkt nu dat Natuurmonumenten emissies uit verbrandingsprocessen (verkeer, energie) heeft aangezien voor bestrijdingsmiddelen.

De monsters werden genomen door het burgerinitiatief Meten=Weten in Westerveld (Dr), dat zich fel verzet tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Volgens de actiegroep ligt er een deken van gif over Drenthe, veroorzaakt door de industriële landbouw.

STAF heeft contact gezocht met de hoofdonderzoeker, Jelmer Buijs van Buijs Agro Service, die het rapport heeft samengesteld voor Natuurmonumenten. Deze bevestigt de bevinding van STAF, dat een aantal veel gemeten stoffen die zijn gevonden in de Drentse natuur, waarschijnlijk uit verbrandingsprocessen afkomstig zijn. Opvallend is dat de onderzoekers dit wel wisten, maar hierover niets hebben vermeld in het rapport voor Natuurmonumenten.

Actie door STAF

Het bestuur van STAF heeft Natuurmonumenten verzocht deze belangrijke bevinding toe te voegen op haar website. Ook is de onderzoekers die in opdracht van Natuurmonumenten het onderzoek uitvoerden, verzocht voor alle aangetroffen stoffen de meest waarschijnlijke herkomst te vermelden. Deze informatie ontbreekt in het rapport. Er wordt daarentegen gesuggereerd dat er een mogelijke relatie ligt met landbouw. Dit is geen correcte wijze van rapporteren. Het STAF-bestuur kaart de kwestie ook aan bij de Tweede Kamer. Het bestuur wil dat er meer toezicht komt op onderzoek bij organisaties die voor een aanzienlijk deel door de overheid worden gefinancierd.

Deel via:

Medialogica beschuldigt wel, maar bewijst niet

Op 26 mei zond de Publieke Omroep de Medialogica-reportage ‘Boerenprotest’ uit. Hierin was een centrale rol weggelegd voor Geesje Rotgers en haar onderzoek op het stikstofdossier (Rotgers werkt tegenwoordig voor STAF). Medialogica bracht naar buiten dat er belangrijke nuanceringen en wederhoor ontbreken in publicaties van Rotgers. Deze beschuldigingen worden echter niet voorzien van bewijs, er wordt geen enkele publicatie van Rotgers overlegd, waar dit het geval zou zijn.

In de uitzending wordt wel aandacht besteed aan de documentaire ‘De Trukendoos van het RIVM’.  Deze documentaire van journalisten Huib Schoonhoven en Karen Kuiper ging viraal tijdens de boerenprotesten, in het najaar van 2019. Beide documentairemakers wonnen al eens een Tegel voor hun filmwerk op het stikstofdossier. In een deel van de film volgen de makers Rotgers bij een bezoek aan meetstation Wekerom.

In de journalistiek geldt dat de auteur/maker verantwoordelijk is voor het werk, niet de bronnen die worden opgevoerd. Immers, de maker stelt de vragen en bepaalt welke elementen hij opneemt en weglaat. Medialogica heeft kritiek op ‘De Trukendoos’, hierin zou naar mening van de onderzoeksredactie belangrijke informatie zijn weggelaten. Opvallend is dat Medialogica geen contact opneemt met Schoonhoven en Kuiper voor wederhoor.

Bron: Printscreen website Medialogica

Medialogica beschuldigt Nederlands Dagblad

Medialogica uit voorafgaande aan de uitzending stevige kritiek op de publicaties van Rotgers in de media, waaronder het Nederlands Dagblad. Omdat Medialogica nergens aangeeft om welke publicaties het gaat, dient Rotgers een klacht in. Ook vraagt Rotgers aan Medialogica de kritiek in het Nederlands Dagblad te bevestigen. Het antwoord is verrassend: Medialogica stelt verkeerd te zijn geciteerd door de krant, en er zou nog een fout in het artikel staan. Opnieuw wordt geen bewijs geleverd bij de aantijging. Het Nederlands Dagblad houdt echter voet bij stuk: Medialogica heeft het artikel zoals gepubliceerd, schriftelijk geaccordeerd en levert de correspondentie aan als bewijs.

Medialogica vergist zich

De correspondentie tussen het Nederlands Dagblad en Medialogica legt de vergissing bloot. Medialogica is er zonder meer vanuit gegaan dat ‘De Trukendoos van het RIVM’ een publicatie van Rotgers zou betreffen. De ‘waakhond van de media’ heeft verzuimd te controleren wie deze video heeft gemaakt.

Bewijs ontbreekt

‘Beschuldigen zonder onderbouwing’ komt vaker voor in artikelen en producties op landbouwdossiers. Dit was destijds een van de redenen voor de oprichting van STAF.

Update 23 juli 2020: Begin juli is ervoor gekozen de zaak voor te leggen aan de rechtbank (en niet aan de Raad voor de Journalistiek). De procedure loopt.

Deel via:

STAF versterkt team en start donateursblad

Piet van der Aar en Frans van de Lindeloof zijn onlangs toegetreden tot de STAF-organisatie. Van der Aar gaat zich inzetten voor de research-activiteiten en Van de Lindeloof zal leiding gaan geven aan de verdere uitbouw van de activiteiten. Verder zal begin mei de eerste editie van het STAF-donateursblad verschijnen. Via deze uitgave worden donateurs (vanaf 150 euro) ieder kwartaal op de hoogte gehouden van de uitkomsten van de onderzoeken en de gevoerde procedures.

STAF heeft recent twee nieuwe mensen toegevoegd aan haar team. Dr. Piet van der Aar, voormalig directeur van Schothorst Feed Research, gaat de researchactiviteiten van STAF versterken. Van der Aar zal zich met name bezighouden met ‘fact checking’ voor onderwerpen op het gebied van diervoer en veehouderij. Frans van de Lindeloof wordt directeur van STAF.  Van de Lindeloof was jarenlang verbonden aan LTO Noord, als secretaris van besturen en vakgroepen en tot zijn pensionering als coördinator LTO Noord Fondsen. De functie van directeur werd tijdelijk waargenomen door Jan Cees Vogelaar. Vogelaar is vanaf het begin verbonden aan STAF, als adviseur van het bestuur. Deze rol blijft hij vervullen. Bestuurs-, adviseurs- en directiefuncties zijn onbezoldigd.

Uitbouw van de organisatie

Dit jaar wil STAF haar organisatie verder uitbreiden. “Amper een jaar geleden wisten wij niet hoe een initiatief als STAF zou uitpakken. Wij wisten wel dat er binnen de landbouw veel behoefte is aan een organisatie die feiten checkt en actie onderneemt om onjuistheden recht te laten zetten. Maar zo’n organisatie opzetten vergt wel het nodige, zoals: het vinden van deskundigen om informatie te checken, het aantrekken van juridische ondersteuning om in voorkomende gevallen rectificatieprocedures te voeren, en het op orde krijgen van de financiële boekhouding”, blikt voorzitter Jaap Haanstra terug op het eerste jaar. “Wij zijn blij met alle steun en donaties. Dat geeft voldoende vertrouwen voor een verdere opschaling van onze activiteiten.”

STAF-donateursblad

Donateurs van STAF (vanaf 150 euro per jaar) zullen voortaan ieder kwartaal op de hoogte worden gehouden van de ‘facts’ en ‘checks’ en procedures middels het STAF-donateursblad. Hierin wordt op journalistieke wijze verslag gedaan van de uitkomsten van alle onderzoek en de gevoerde procedures. In de eerste week van mei verschijnt de eerste editie. De eerste uitgave zal breed worden verspreid en ook via de website van STAF beschikbaar komen. Daarna zal het blad alleen beschikbaar zijn voor donateurs. De inhoud wordt samengesteld door het STAF-team, de realisatie is in handen van AgriPers.

Hier kunt u abonnee worden op het blad.

Deel via: