STAF verzoekt Planbureau nogmaals misleidende berichtgeving aan te passen

Stichting AgriFacts heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) nogmaals verzocht zijn misleidende berichtgeving over de ‘Tussenevaluatie Gewasbescherming’ aan te passen (zie: eerdere brief van 15 augustus). Het PBL houdt vol dat er feitelijk correct is gerapporteerd. STAF bestrijdt dit: het PBL heeft zoveel informatie weggelaten en/of verstopt in onderliggende stukken, dat vrijwel niemand de juiste conclusie uit het rapport heeft getrokken. Het publiek is massaal op het verkeerde been gezet. In dat geval is van een correcte rapportage geen sprake. Het PBL heeft de landbouw hiermee onnodig veel imagoschade bezorgd. STAF wil dat het PBL zaken voor 10 september rechtzet.

Het PBL bracht in juni zijn ‘Tussenevaluatie Gewasbescherming’ naar buiten. Met als belangrijkste conclusie dat de land- en tuinbouw zijn doelstelling niet haalt. Het aantal normoverschrijdingen met gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater had tussen 2013 en 2018 met de helft moeten afnemen. Het PBL rapporteert een afname van 15%. Het PBL verzuimt echter deze 15% te duiden, waardoor hier door media, politiek en stakeholders massaal verkeerde conclusies aan zijn verbonden.

Doelstelling wel gehaald, beeld genuanceerder

Het RIVM en de Universiteit van Leiden hadden het PBL meer dan 10 verschillende methoden aangereikt, voor het in beeld brengen van de voortgang: steekproef van de meest vervuilde meetpunten, volledige dataset, jaarlijks en driejaarlijks gemiddelde, losse metingen, vervuilende stoffen, meetpunten. Op enkele fronten haalt de landbouw ruimschoots haar doelen of liggen deze binnen handbereik. Op andere fronten worden de doelen niet gehaald. In plaats van het genuanceerde beeld te brengen, en het volledige palet aan verbetering te laten zien, beperkt het PBL zich tot het pontificaal op de voorgrond zetten van een ‘kale’ 15% verbetering, zonder context. Een percentage dat door vrijwel niemand goed is geïnterpreteerd, blijkt uit de berichtgeving over het rapport.

Met ‘de kunst van het weglaten’ onthoudt het PBL politici, beleidsmakers en media het volledige beeld. Dit zorgt voor sturing in het publieke debat en brengt onnodig schade toe aan de landbouw. Dat valt het PBL aan te rekenen.

STAF wil dat het PBL op wetenschappelijke wijze gaat rapporteren (volledig, transparant en niet op grote schaal leidend tot verkeerde interpretaties).

Deel via:

Planbureau levert ontbrekende hoofdstuk ‘rapport bestrijdingsmiddelen’ alsnog op

Stichting AgriFacts (STAF) sprak het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) aan op het op het verkeerde been zetten van media, politici en stakeholders, door essentiële informatie niet in zijn rapport te vermelden. Het PBL verzuimde in zijn ‘Tussenevaluatie Gewasbescherming’ (juni 2019) expliciet te vermelden dat gekozen is voor een steekproef, waarin alleen de meetpunten met de hoogste normoverschrijdingen zijn meegenomen. Ook was niet opgenomen hoe het PBL tot zijn conclusies was gekomen. Die informatie moest worden gehaald uit onderliggende stukken. Zie voor de brief deze link. Tot verrassing van STAF, leverde het PBL de missende informatie alsnog op.

STAF ontving vandaag reactie van het PBL op haar brief. Tot haar grote verrassing ontving STAF van het PBL ook een nagezonden hoofdstuk: ‘Berekening normoverschrijdingen gewasbeschermingsmiddelen – Achtergrond bij het rapport Geïntegreerde gewasbescherming nader beschouwd’. In dit hoofdstuk beschrijft het PBL hoe te zijn gekomen tot zijn conclusies. STAF vindt het absurd dat een dergelijk belangrijk hoofdstuk, dat beschrijft hoe de conclusies tot stand zijn gekomen, niet in het rapport is opgenomen. Maar pas werd opgesteld, nadat er vragen werden gesteld over de beoordelingssystematiek. Dit is precies het punt dat STAF richting het PBL maakte in haar brief: essentiële informatie ontbreekt in de rapporten, waardoor Jan en allemaal op het verkeerde been worden gezet.

Strengere beoordelingssystematiek dan Europa

STAF is blij dat het PBL het ontbrekende hoofdstuk alsnog heeft opgeleverd en gaat dit bestuderen. De eerste conclusie is dat dit hoofdstuk bevestigt dat het PBL op meerdere onderdelen een afwijkende en strengere beoordelingssystematiek toepast, dan de Europese KRW-systematiek.

Deel via:

Planbureau zet publiek op verkeerde been met ‘rapport bestrijdingsmiddelen’

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft wederom Jan en alleman op het verkeerde been gezet, door essentiële informatie te verstoppen in zijn rapport. Het betreft deze keer de ‘Tussenevaluatie Gewasbescherming’ (juni 2019). Media brachten massaal naar buiten dat boeren en tuinders hun doelstellingen op gebied van gewasbeschermingsmiddelen niet haalden. De normoverschrijdingen in oppervlaktewater hadden tussen 2013 en 2018 met 50% moeten afnemen, het werd 15%. Media en politici die alleen de (publieks)samenvatting hadden gelezen, meenden van doen te hebben met een landelijk beeld. Een grote misvatting, het ging namelijk over de 15% meest vervuilde meetpunten. En zeker niet om het landelijke beeld. Voor dit essentiële detail had men moeten doorlezen in rapport en onderliggende stukken. Zoveel leestijd gunde vrijwel niemand zich.

Wanneer gekeken wordt naar alle meetpunten en de Europese beoordelingssystematiek, dan hebben boeren en tuinders de doelstelling van 50% minder normoverschrijdingen wel gehaald, blijkt na toetsing van de volledige dataset.

Eerder ook al raak

Eerder was het ook al raak, toen het PBL een klimaatwinst van 25–40% broeikasgasreductie had toegeschreven aan halvering van de vleesconsumptie. Hier waren de woorden ‘van de 9% landbouwgerelateerde emissies’ weggelaten – die moesten lezers zelf opdiepen uit de onderliggende Engelstalige literatuur. STAF maakte hier afgelopen winter een punt van, waarop het PBL de ontbrekende informatie alsnog toevoegde. Die onjuiste 25-40% is echter nog altijd terug te vinden in publicaties van gerenommeerde organisaties, zoals de Consumentenbond. Wat duidelijk maakt dat zelfs vooraanstaande stakeholders de onderliggende literatuur niet lezen.

“Wij zijn inmiddels op meerdere publicaties gestuit, waarin het PBL essentiële informatie tussen de regels en/of in voetnoten heeft verstopt. En waar media, politici en stakeholders massaal de verkeerde conclusies hebben getrokken. Wie zit er dan fout? De lezer of het PBL? Het PBL is hier vaker op aangesproken. Toen werd gezegd dat ‘de literatuurlijst niet voor niks wordt vermeld’. De lezer wordt dus geacht niet alleen het lijvige rapport tot de laatste letter te lezen, maar ook de publicaties in de voetnoten”, aldus Jan Cees Vogelaar, directeur a.i. van STAF. STAF vindt een dergelijke wijze van communiceren niet passend voor een overheidsorganisatie.

PBL verzocht zaken recht te zetten

Het PBL hanteert ‘de kunst van het weglaten’, waardoor anderen in de fout gaan. STAF wil dat het PBL zijn communicatie zodanig inricht dat partijen die alleen de (publieks)samenvatting lezen, niet meteen op het verkeerde been staan. Ook wil STAF dat het PBL de communicatie over zijn Evaluatie Gewasbescherming overnieuw doet.

Deel via:

Milieu Centraal in de fout met milieu-impact dranken

Milieu Centraal zoekt in deze zomerse week de media met haar poster over de impact van drinken op het klimaat. ‘Genoeg drinken tijdens de hitte is belangrijk. Welke dorstlesser je kiest scheelt daarbij een slok op een borrel voor het klimaat’, aldus de milieuvoorlichter. Volgens Milieu Centraal is koffie verkeerd ‘de biefstuk onder de drankjes’.

STAF heeft de poster van Milieu Centraal nagewerkt en komt tot de conclusie dat er niets van klopt. Volgens STAF had er bij Milieu Centraal onmiddellijk een lichtje moeten gaan branden, toen bleek dat alle dranken op de poster samen een wekelijkse footprint hebben van nog geen 2 kilo CO2 (zie afbeelding). Eén week eten en drinken gaat namelijk gepaard met een footprint van zo’n 25 – 30 kilo CO2 per persoon, waarin drinken een aandeel heeft van zo’n 20 procent (5 tot 6 kilo CO2).

Bij Milieu Centraal is navraag gedaan naar de bronnen, waarop de organisatie zich heeft gebaseerd. Op basis van diezelfde bronnen heeft STAF de informatie op de poster nagewerkt. Daarbij is het beeld ontstaan dat Milieu Centraal de CO2 die veroorzaakt is in het buitenland (bij geïmporteerde producten, zoals koffie en wijn) buiten beschouwing heeft gelaten. Ook lijkt het erop dat Milieu Centraal is uitgegaan van een dagelijkse consumptie van 1 liter aan dranken, in plaats van 2 liter.

STAF heeft Milieu Centraal een rapportage gestuurd waarin de bevindingen en berekeningen van STAF inzichtelijk zijn gemaakt. Daarbij is de organisatie verzocht de foutieve informatie openlijk te rectificeren.

Update 25 juli 2019: Milieu Centraal bevestigt dat de vermelde footprints op de poster onjuist zijn berekend. De footprints zullen worden aangepast. Volgens de milieuorganisatie verandert de boodschap echter niet. STAF heeft Milieu Centraal laten weten dat dit onmogelijk is, gezien de databron die deze organisatie heeft gebruikt. Dan zou er sprake zijn van selectief shoppen in deze databron om een boodschap te construeren.

De poster met informatie die onmogelijk kan kloppen.

Deel via:

Juffen en meesters ervaren ook fouten in schoolboeken

Niet alleen boeren, tuinders en vissers constateren dat er fouten in lesboeken zitten, ook de leerkrachten van het basisonderwijs lopen hier tegenaan. Ruim 90 procent van de leerkrachten zegt af en toe of vaker onjuiste informatie tegen te komen in het lesmateriaal. Geregeld gaat het om verouderde informatie. Dat blijkt uit een enquête onder leerkrachten, die door STAF wordt uitgevoerd.

STAF wil vooral weten in welke mate leerkrachten de lesstof volgen, of dat zij ruimte nemen voor een eigen invulling. De eerste uitkomsten van de enquête onder leerkrachten zullen op zaterdag 29 juni bekend worden gemaakt.

Jury toetst bijna 200 lesboeken op 29 juni

Momenteel buigt een jury zich over de passages over landbouw, tuinbouw en visserij in bijna 200 schoolboeken voor het basisonderwijs. Op zaterdag 29 juni zal een jury onder leiding van prof.dr. Aalt Dijkhuizen zich uitspreken over de juistheid en neutraliteit van het lesmateriaal over de voedselproductie in Nederland. Meer informatie over deze bijeenkomst, de lesboekentoetsing en de samenstelling van de jury, vindt u hier.

Deel via:

Uitkomsten toetsing schoolboeken basisonderwijs op 29 juni bekend gemaakt

Een deskundigenjury onder leiding van prof.dr. Aalt Dijkhuizen, zal op zaterdag 29 juni bekend maken hoe het gesteld is met de kwaliteit van de lesstof over landbouw en visserij in het basisonderwijs. Stichting Agri Facts en visserijorganisatie Eendracht Maakt Kracht (EMK) lieten bijna 200 les- en werkboeken die momenteel worden gebruikt in het basisonderwijs, toetsen op juistheid van de informatie. Dit vanwege de voortdurende klachten die beide organisaties ontvangen over fouten in de lesstof. Op 15 juni werden alle passages over de landbouw, tuinbouw en visserij in de lesboeken uitgeselecteerd door een leesteam van 20 mensen. De jury zal zich over de passages uitspreken.

Tijdens de voorscreening op 15 juni werd duidelijk dat in het merendeel van de lesboeken minimaal één en soms talrijke bedenkelijke passages over de landbouw en visserij staan vermeld. De al lang verboden legbatterij voor legkippen duikt links en rechts weer op, net als de voerligbox voor varkens. De besluiten om beide leefkooien te verbieden, dateren uit 1999 respectievelijk 1998.  Ook vermeldt een aantal boeken dat boeren in ons land veel bos kappen voor akkers. En dat naarmate de stallen groter zijn, er minder ruimte is per dier.

In een van de boeken staat een wel erg vreemde constatering. Het zou steeds moeilijker worden om schoon drinkwater te winnen uit de bodem doordat vaten met gif in de grond zijn weggewerkt; deze zijn gaan lekken en vervuilen het grondwater.  Op de bijbehorende illustratie is te zien hoe de gifvaten zijn weggestopt in een landbouwakker.

Alle passages over landbouw, tuinbouw en visserij die in de boeken werden aangetroffen, zijn ingescand en afgeleverd bij de juryleden.

Over de jury

Op 29 juni gaat de jury in beraad over de kwaliteit van de lesstof. Dit betreft een besloten zitting. Direct na de zitting zal de jury zich uitspreken over de kwaliteit van de lesstof. De jury staat onder leiding van prof.dr. Aalt Dijkhuizen, voormalig voorzitter van de Raad van Bestuur van Wageningen UR en thans voorzitter van de Topsector Agri&Food. Hij wordt bijgestaan door mensen vanuit het (basis)onderwijs, de landbouw en visserij. De samenstelling van de hoofd- en vakjury vindt u hier:

Prijs voor het beste schoolboek

De jury kijkt niet alleen naar onjuiste informatie en framing in lesboeken, maar ook naar correcte, eerlijke informatie. Er wordt een geldprijs beschikbaar gesteld voor de auteurs van het beste schoolboek.

Persconferentie 29 juni in Bunnik

Datum: zaterdag 29 juni 2019, aanvang 15.15 uur (ontvangst vanaf 14.45 uur). Locatie: De Landgoederij, Camminghalaan 30, 3981 GH Bunnik. Aanmelden wordt op prijs gesteld (info@stichtingagrifacts.nl).

Deel via:

Nationale toetsing lesmateriaal basisonderwijs

Stichting Agri Facts ontvangt veel klachten over fouten in lesboeken van schoolkinderen. Deze maand zullen bijna 200 les- en werkboeken die gebruikt worden in het basisonderwijs, worden getoetst op correcte informatie over de landbouw en visserij. Geïnteresseerden kunnen meedoen aan de voorscreening op zaterdag 15 juni.

Aanmelden voorscreening op zaterdag 15 juni

Op zaterdag 15 juni zullen vrijwilligers bijna 200 schoolboeken die in omloop zijn, screenen op informatie over landbouw, tuinbouw en visserij. Deze voorscreening vindt plaats in vergader- en congrescentrum De Schakel, Oranjelaan 10 in Nijkerk, van 9.30 – 15.00 uur. Eten, drinken en reiskostenvergoeding zijn inbegrepen.

STAF zoekt nog een aantal deelnemers aan deze voorscreening. Aanmelden kan door een mail te sturen naar info@stichtingagrifacts.nl. Wij nemen dan contact met u op.

Oordeel over kwaliteit lesmateriaal op 29 juni

Op zaterdag 29 juni zal een deskundige jury onder leiding van prof. dr. Aalt Dijkhuizen, voorzitter Topteam Agri & Food, zich uitspreken over de kwaliteit van de informatie over landbouw en visserij in het lesmateriaal van het basisonderwijs. SP-Tweede Kamerlid Frank Futselaar (portefeuilles onderwijs en landbouw) maakt ook deel uit van de jury. De namen van de andere juryleden volgen. De uitkomsten van de toetsing zullen aan het einde van de dag worden gedeeld met het publiek en de media. Deelnemers aan de voorscreening worden van harte uitgenodigd hierbij te zijn.

Meer informatie over 29 juni en de samenstelling van de jury volgt spoedig op deze website.

Deel via:

Bijen op het boerenland doen het beter

Op 4 juni 2019 bood Jaap Haanstra, vice-voorzitter STAF, leden van de vaste Kamercommissie Landbouw een petitie aan en een bijenkorf. Haanstra vroeg aandacht voor eerlijke feiten in de discussie over neonics en Nederlandse bijen- en hommelsoorten. Daarbij hoopt hij dat Kamerleden niet alleen praten over bijen, maar zelf ook zorgen voor extra aanwas van de bijenpopulatie.

V.l.n.r. Jaap Haanstra (STAF), Helma Lodders (VVD), Maurits von Martels (CDA), Frank Futselaar (SP), Attje Kuiken (voorzitter), Arne Weverling (VVD), Roelof Bisschop (SGP) en William Moorlag (PvdA).

380 bijensoorten onder de loep

Stichting Agri Facts bestudeerde alle bijen en hommels op de Nederlandse soortenlijst, het gaat om 380 verschillende soorten. De feiten over 380 soorten bijen en hommels zijn op 4 juni 2019 in de vorm van een petitie aangeboden aan leden van de Tweede Kamer. Hieronder de conlusies en aanbevelingen:

  • Van de 380 beschreven Nederlandse bijen- en hommelsoorten, hebben 112 soorten een toenemende trend in de afgelopen 15 jaar (2003 – 2018). En 75 soorten een sterk afnemende trend (afname van 50% of meer).
  • Het idee dat bijen- en hommelsoorten zijn verdwenen als gevolg van neonicotinoïden klopt niet. De datum waarop de laatste exemplaren van de soort werden gezien in Nederland, ligt voor bijna alle verdwenen soorten vóór de marktintroductie van de neonicotinoïden (1995). Voor twee soorten vlak erna.
  • Het idee dat bijen- en hommelsoorten in landbouwgebieden een afnemende trend zouden hebben, vanwege het gebruik van bestrijdingsmiddelen, klopt niet. Het zijn juist de bijensoorten van het platteland die de afgelopen decennia een toenemende trend laten zien. Dit geldt ook voor soorten in stedelijke gebieden.
  • Bijen- en hommelsoorten met een afnemende trend hebben veelal ‘natuur’ en ‘natuurgraslanden’ als leefgebied. In deze gebieden worden weinig bestrijdingsmiddelen toegepast.
  • Geen van de Nederlandse soorten bijen en hommels nestelt in bodems die in gebruik zijn bij de landbouw. Directe aanraking met neonicotinoïden moet dan ook worden uitgesloten.
  • Wilde bijen en hommels zijn (zeer) kieskeurig wat betreft de bloemen die zij bevliegen. Bloemrijke akkerranden en graskruidenmengsels die de biodiversiteit moeten stimuleren, kunnen van meerwaarde zijn als de samenstelling aansluit op de bloemvoorkeuren van de plaatselijke bijen- en hommelpopulaties. 
Deel via:

STAF biedt Tweede Kamer petitie aan over bijensterfte

Bijen en hommels doen het slecht in Nederland. Neonicotinoïden (nieuwe generatie gewasbeschermingsmiddelen tegen insectenvraat) worden gezien als een van de oorzaken. Klopt dat wel? Stichting Agri Facts ging op zoek naar de feiten en zal deze op 4 juni in de vorm van een petitie aanbieden aan landbouwwoordvoerders van de Tweede Kamerfracties. Op 6 juni staat een debat over gewasbeschermingsmiddelen op de Kameragenda.  

“Als het over bijensterfte gaat, worden alle bijen en hommels gemakshalve op één hoop geveegd. Terwijl het om 380 verschillende soorten gaat. Met 112 van die soorten blijkt het wél goed te gaan in Nederland”, stelt Jaap Haanstra, vice voorzitter van feitencheckorganisatie Stichting Agri Facts. STAF ging voor alle soorten stuk voor stuk na of er een relatie zou kunnen zijn tussen de trend en het gebruik van neonicotinoïden.

“De minister vergeet dat er in Nederland sprake is van Nederlandse bijen- en hommelsoorten, die leven onder Nederlandse omstandigheden (o.a. in landbouwgebied). Zij veegt deze op één hoop om die vervolgens te toetsen aan de internationale omstandigheden. En komt dan tot onjuiste conclusies.”

Aanbieden petitie en presentatie resultaten in Nieuwspoort

De petitie wordt op dinsdag 4 juni rond 13.45 uur aangeboden in de Statenpassage van de Tweede Kamer (perskaart vereist). Om 14.15 uur presenteert STAF het onderzoek aan geïnteresseerden in Nieuwspoort (naast de Tweede Kamer). De bijeenkomst is vrij toegankelijk en zal ongeveer een uur duren. Aanmelden wordt op prijs gesteld, dit kan via info@stichtingagrifacts.nl.

Deel via:

John Spithoven stopt met STAF

John Spithoven heeft het bestuur en de betrokkenen bij STAF gisteren laten weten zijn functie als voorzitter neer te leggen. John gaf al langer aan dat de toenemende hoeveelheid werk voor de feitencheckorganisatie nog maar moeilijk te combineren viel met zijn gezin, het melkveebedrijf en de diverse andere functies die hij heeft. Doordat STAF won aan bekendheid, ging de organisatie steeds meer van zijn tijd en inzet vragen. Het bestuur, de adviseurs en medewerkers vinden het bijzonder jammer dat John dit besluit heeft moeten nemen, maar respecteren het uiteraard. Het STAF-team dankt hem voor zijn grote en belangrijke bijdrage aan het oprichten en vormgeven van STAF.

Deel via:

Bijensterfte.nl duldt geen kritiek

De webmaster van Bijensterfte.nl, een website van de Universiteit Utrecht, duldt geen kritiek. Op kritiek van STAF wordt niet ingegaan, deze wordt weggezet als ‘karikaturaal’ en ‘stropopredenering’. Verder haalt de webmaster verschillende zaken erbij, maar het punt van kritiek van STAF blijft buiten beschouwing.

De wetenschappers achter Bijensterfte.nl geven aan nog nooit de stelling te hebben ingenomen dat wilde bijensoorten in Nederland zijn verdwenen door neonicotinoïden. STAF constateert dat die relatie op zijn minst wordt gesuggereerd bij het lezerspubliek van de website, door de wijze waarop Bijensterfte.nl de informatie presenteert. Het alarmbericht over o.a. het verdwijnen van wilde soorten wordt letterlijk geframed met twee links naar het probleem: neonicotinoïden en neonicotinoïden. Nu de webmaster van Bijensterfte.nl stelt dat nooit de stelling is ingenomen dat er een relatie ligt tussen de verdwenen wilde soorten en de neonicotinoïden, moet worden geconcludeerd dat het lezerspubliek hier op het verkeerde been wordt gezet.

Update 14 april 2019: De Universiteit Utrecht heeft STAF laten weten de website Bijensterfte.nl te hebben aangepast. In het frame over de alarmerende bijensterfte en het in hoog tempo verdwijnen van wilde bijensoorten, zijn de twee links naar de oorzaken, respectievelijk de neonicotinoïden en de neonicotinoïden, verwijderd. De Universiteit geeft als verklaring dat de links naar de oorzaken in het ‘bijenalarm’ voorheen periodiek wisselden. Sinds Bijensterfte.nl werkt met Twitter (2011), is dat niet meer gebeurd.

Deel via:

Verdwenen soorten al weg vóórdat beschuldigde middelen op markt kwamen

Volgens de Universiteit van Utrecht verdwijnen bijensoorten en hommels in hoog tempo als gevolg van de nieuwe generatie gewasbeschermingsmiddelen, de neonicotinoïden, die halverwege de jaren ’90 op de markt kwamen. Dit staat op de website Bijensterfte.nl. STAF Research heeft van alle soorten bijen en hommels die verdwenen zijn na het jaar 1900, de monitoringsdata bestudeerd. In totaal ging het om 46 soorten bijen en hommels. Op twee na, werden alle soorten voor het laatst gezien voordat de beschuldigde gewasbeschermingsmiddelen op de markt kwamen.

Het is onmogelijk dat gewasbeschermingsmiddelen al schade veroorzaken, voordat deze worden gebruikt. STAF heeft de Universiteit Utrecht verzocht de tekst op haar website te rectificeren.

Afgelopen week ondernam STAF ook al actie inzake het door de Provincie Gelderland gefinancierde onderzoek[1], waarbij bestrijdingsmiddelen in de landbouw in verband werd gebracht met de afname van weidevogels. In dit onderzoek lukte het onderzoekers Jelmer Buijs en Margriet Mantingh niet om een verband tussen bestrijdingsmiddelen en weidevogels hard te maken.

Te snelle conclusies op basis te weinig gegevens

Buijs en Mantingh stellen dat er een significant verband is tussen het aantal kevers in verse mest van koeien en de hoeveelheid insecticiden in het krachtvoer. Zij concluderen dat bij een dagelijkse consumptie van minder dan 25 microgram insecticide per koe per dag er een substantieel aantal Coleoptera-kevers in de mest werd gevonden. De steekproef (n = 20) is veel te klein, en de verschillen tussen de bedrijven te groot, voor het trekken van dergelijke conclusies. Op slechts één bedrijf werden relatief veel kevers aangetroffen (ruim 40% van alle kevers in dit onderzoek werd aangetroffen in mest uit één weiland). STAF verzoekt Buijs en Mantingh hun conclusies op dit punt te herzien.


[1] Een onderzoek naar mogelijke relaties tussen de afname van weidevogels en de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen op veehouderijbedrijven in Gelderland;  Jelmer Buijs, Buijs Agro-Services
Margriet Mantingh, WECF (Women Engage for a Common Future)

Deel via:

Voer en mest barsten helemaal niet van de bestrijdingsmiddelen

Onderzoekers Jelmer Buijs en Margriet Mantingh brachten enkele weken geleden al bevindingen van hun onderzoek naar buiten: voer en mest barsten van de bestrijdingsmiddelen, dat leidt tot minder mestkevers en insecten, en indirect tot minder weidevogels. STAF Research heeft het onderzoeksrapport[1], dat eind deze week officieel naar buiten komt, getoetst. STAF concludeert dat de hoeveelheden insectendodende middelen die Buijs en Mantingh aangetroffen in veevoeders ver onder de Europees vastgestelde limieten blijven. Verder toont het onderzoek geen causaal verband aan tussen bestrijdingsmiddelen en weidevogels. En het significante verband tussen insecticiden in krachtvoer en kevers in de mest, blijkt niet uit de toetsing van STAF.  

STAF liet de onderzoekers weten de gedane uitspraken te willen toetsen, maar het rapport was niet beschikbaar. STAF vindt een handelwijze waarbij bevindingen in overheidsgefinancierd onderzoek wel in de media worden gebracht, maar niet gecontroleerd mogen worden, verwerpelijk. STAF heeft hierover inmiddels vragen gesteld aan de Provincie Gelderland, financier van het onderzoek.

Buijs en Mantingh stellen dat ‘de lading bestrijdingsmiddelen vooral via krachtvoer de bedrijven binnenkomt…’ Uit toetsing van STAF blijkt dat de hoeveelheden insecticiden die de onderzoekers hebben aangetroffen, nergens de normen overschrijden. De meetwaarden blijven ver onder de maximale residu-limieten (MRL’s) zoals die door de Europese Commissie zijn vastgesteld. De MRL’s voor humane voeding en veevoer zijn identiek. De MRL’s van de Europese Commissie worden beschouwd als streng en goed wetenschappelijk onderbouwd, waarbij ook de milieu-impact is meegewogen.

Landbouwhuisdieren die veel bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen met het voer, zouden mest leveren waar kevers niet in kunnen (over)leven. De onderzoekers stellen dat in mest van landbouwhuisdieren die geen of schoon krachtvoer krijgen, significant meer mestkevers voorkomen. Getoetst is of er inderdaad sprake is van een significant verschil. Dit blijkt niet het geval.


[1] Een onderzoek naar mogelijke relaties tussen de afname van weidevogels en de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen op veehouderijbedrijven in Gelderland; Jelmer Buijs (Buijs Agro-Services) en Margriet Mantingh (Women Engage for a Common Future, WECF). Gefinancierd door: Provincie Gelderland, Buijs Agro-Services, Henk Tennekes ETS-Netherlands, WECF.

Toevoeging 8 april. Het rapport van Buijs en Mantingh is te downloaden van de website van WECF.

Deel via:

Nieuwe coalitie True Food Price grossiert in rekenfouten over vlees

De organisatie True Food Price Coalition, waarin onder meer Triodos Foundation, de Vegetariërsbond en Kipster participeren, grossiert in rekenfouten. Stichting Agri Facts constateert dat vrijwel alle cijfers op hun ‘true price poster’ voor vlees niet kloppen. STAF verzoekt de organisatie de fouten publiekelijk te corrigeren.

Volgens de organisatie levert het duurder maken van vlees met 2 euro per kilo veel milieuvoordeel op. Er zal in dat geval 130 miljoen kilo vlees minder gegeten worden, wat 2000 miljoen kilo broeikasgassen bespaart, evenals 8000 olympische zwembaden met water en er is 1400 vierkante kilometer minder landbouwgrond nodig. Bron afbeelding: True Food Price Coalition.

STAF kan de berekeningen van de organisatie reproduceren met de milieu-impactcijfers van Blonk Consultants. Echter True Food Price Coalition past deze cijfers foutief toe. Waar Blonk Consultants uitkomt op een vleesconsumptie van ruim 40 kilo per volwassen Nederlander, slaat deze coalitie alle Nederlanders aan voor deze vleesconsumptie, ook babies, kinderen, vegetariërs en hoog bejaarden.

Ook gaat True Food Price Coalition ervan uit dat consumenten 18% van hun vlees laten staan, maar dit niet compenseren door andere producten. Met andere woorden: True Food Price Coalition zet heel Nederland massaal op dieet. Dit acht STAF niet realistisch en bezijden de praktijk. Als consumenten het vlees op hun menu compenseren met andere producten, daalt de milieu’winst’ in behoorlijke mate, qua waterverbruik is er zelfs sprake van milieu’verlies’. STAF verzoekt de coalitie zijn cijfers publiekelijk te corrigeren.

Deel via:

Jumbo Supermarkten maakt het te bont met aanprijzen vegetarische producten

Om zijn vleesvervangers te promoten, maakt Jumbo het wel erg bont. Vlees wordt door de supermarkt op Facebook weggezet als een product met een overdreven milieu-impact. Volgens Jumbo zou één dag geen vlees eten hetzelfde effect hebben als 1.250 km minder auto rijden. En één dag geen rundvlees eten zou evenveel water besparen als een maand lang niet douchen. Twee vergelijkingen die volledig mank gaan. Stichting Agri Facts komt in actie.

Eén dag vlees eten zou volgens Jumbo qua CO2-uitstoot gelijk staan aan een autorit van Amsterdam naar Zuid-Frankrijk (1.250 km). De wijze waarop Jumbo de veehouderij vergelijkt met het autoverkeer gaat echter volledig mank. In zijn berekening van de CO2-uitstoot van de autorit, telt Jumbo alleen de verbranding van de brandstof mee. Voor vlees beperkt Jumbo zich echter niet tot de directe uitstoot door het vee, maar hier wordt ook de uitstoot van de aanpalende bedrijvigheid meegeteld: de productie en verwerking van het veevoer, de verwerking van het product, het transport van grondstoffen en producten, de verwerking van de mest.

Volgens Jumbo zouden consumenten met één dag in de week geen rundvlees eten evenveel water besparen als met een maand lang niet douchen. Jumbo stelt tot deze conclusie te komen ‘na een grondige check van de NRC’. STAF constateert dat Jumbo de NRC niet gelezen of niet begrepen heeft. Het gaat vooral om regenwater dat op de landerijen valt. Het gaat hier ‘voor slechts een paar procent om drinkwater’, aldus NRC. Stichting Agri Facts onderschrijft het NRC-artikel. Eerder gingen waterbedrijf Vitens en de provincie Zuid-Holland hier ook al in de fout. Beide gingen over tot rectificatie.

Deel via:

Provincie Zuid-Holland rectificeert waterbesparing door ‘maandje vegetarisch’

De provincie Zuid-Holland heeft haar uiting over de drinkwaterbesparing die een ‘maandje vegetarisch’ zou opleveren, openlijk gerectificeerd. Via een mail aan STAF en een tweet op Twitter erkende de provincie haar fout. Volgens de provincie zouden bezoekers met een ‘maandje vegetarisch’ maar liefst 45.636 liter water besparen. Een bezoekster aan het provinciehuis in Den Haag trof op het toilet een poster aan, waarop de provincie adviezen gaf voor het besparen op drinkwater. De foto werd gedeeld met STAF.

Stichting Agri Facts verzocht de provincie Zuid-Holland deze fout in het openbaar te rectificeren, aangezien het waterverbruik in hoofdzaak regenwater betreft dat op de akkers en weilanden valt. Op regenwater kunnen burgers helemaal niet besparen. Vorige maand maakte waterbedrijf Vitens dezelfde fout. Ook Vitens ging over tot rectificatie.

De provincie was afgegaan op de zogenaamde ‘water footprint’-berekeningen voor landbouwproducten, zonder zich te realiseren dat deze ‘water footprint’ voor landbouwproducten in hoofdzaak regenwater betreft dat op de landerijen valt. En dus geen drinkwater waarop burgers kunnen besparen. De provincie gaf aan dat de poster inmiddels is verwijderd. Deze heeft kortdurend op het toilet van het provinciehuis gehangen.

Gevoel voor landbouwrealiteit ontbreekt

Stichting Agri Facts vindt het bijzonder zorgelijk dat vooraanstaande organisaties, zoals een overheid, niet in staat blijken te zijn om landbouwrapporten te lezen en daaruit correcte conclusies te trekken. De voedselproductie staat kennelijk zo ver af van organisaties, dat zij niet opmerken dat een zwembad vol water (ruim 45 duizend liter) besparen door een paar gehaktballen minder te nuttigen, een onrealistisch grote hoeveelheid is. Bij dit soort absurde getallen zou je verwachten dat er een belletje gaat rinkelen, maar dat doet het niet. “De Provincie Zuid-Holland wordt door de maatschappij beschouwd als een autoriteit; wanneer de overheid informatie publiekelijk maakt, wordt daar dan ook veel waarde aan gehecht. Wanneer het om foutieve informatie gaat, is dat schadelijk voor de landbouw”, aldus John Spithoven, voorzitter van STAF.

Deel via:

Waterbedrijf Vitens in de fout ‘dankzij’ Stichting Natuur & Milieu

Waterbedrijf Vitens heeft onmiddellijk het bericht ‘eet eens geen vlees’ van zijn publiekswebsite met waterbespaartips gehaald. Het waterbedrijf suggereerde dat de productie van rundvlees een echte waterverspiller is, de productie van één kilo rundvlees zou 15.000 liter water kosten. Vitens stelt dat de inhoud van de tekst op zijn website afkomstig was van de Stichting Natuur & Milieu.

Stichting Agri Facts verzocht waterbedrijf Vitens de misser recht te zetten. De opgevoerde 15.000 liter betreft de zogenaamde ‘water footprint’, waarin het regenwater dat op de weilanden en veldgewassen valt, een aandeel heeft van zo’n 85 tot 90 procent. Vitens suggereerde richting het publiek dat het om leidingwater zou gaan waarop burgers kunnen besparen. Op regenwater kunnen burgers natuurlijk helemaal niet besparen. Vitens kwam vandaag met een antwoord aan STAF: “Uw opmerking is terecht, lezers kunnen de conclusie trekken dat door het ‘niet eten van vlees’ drinkwater wordt bespaard. Hierop heeft Vitens, zoals wij in onze eerdere contacten al aangaven, direct actie ondernomen en deze tip van de website verwijderd.”

Vitens heeft zijn brief aan STAF openbaar gemaakt op zijn website.

Hoe is deze misleidende tekst in de Vitens-berichtgeving terecht gekomen? Zowel op schrift maar ook telefonisch geeft Vitens aan dat de inhoud van de tekst op zijn website afkomstig was van de Stichting Natuur & Milieu.

Deel via:

PBL geeft eindelijk toe dat halvering vleesconsumptie, leidt tot paar procent minder broeikasgassen

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is er eindelijk toe overgegaan om de werkelijke klimaatwinst die gepaard gaat met halvering van de consumptie van vlees, zuivel en eieren, op zijn website te benoemen. Halvering van de consumptie van dierlijke producten in heel Europa leidt tot een vermindering van broeikasgassen van 2 tot 4 procent, afhankelijk van de producten die men laat staan (kip, varken of rund). Aanvankelijk hield het PBL het publiek voor dat de klimaatwinst 25 tot 40 procent zou bedragen. Vorige maand stelde het PBL dit al enigszins bij, na actie van Stichting Agri Facts, maar noemde nog altijd niet het werkelijke klimaatvoordeel van het eten van minder vlees. Tot vandaag, nadat STAF deze week opnieuw in actie kwam.

Samenleving jarenlang op verkeerde been

Stichting Agri Facts is enerzijds blij met het bereikte resultaat en de relatief vlotte aanpassing van de cijfers door het PBL. Anderzijds ziet STAF ook de schadelijke gevolgen van deze grote onzorgvuldigheid van het PBL, door veel te hoge broeikasgascijfers voor vleesconsumptie naar buiten te brengen. John Spithoven, voorzitter van STAF: “Het maakt nogal wat uit of je politiek en samenleving voorhoudt dat halvering van de vleesconsumptie 25–40 procent òf 2–4 procent minder broeikasgassen oplevert. Aan cijfers van het PBL wordt door politiek en samenleving veel waarde gehecht, daarbij is het PBL door de Rijksoverheid aangewezen als rekenmeester voor de uitwerking van het Klimaatakkoord. Wij moeten er dan wel op kunnen vertrouwen dat óók de cijfers over de land- en tuinbouw zorgvuldig tot stand zijn gekomen en met diezelfde zorgvuldigheid zijn gerapporteerd. Dat was hier beslist niet het geval.”

Consumptie dierlijke producten in voorstellen Klimaatakkoord

Halvering van de vleesconsumptie wordt niet realistisch geacht. Het PBL adviseert het kabinet om binnen het huidige Klimaatakkoord aan te sturen op een vermindering van de consumptie van dierlijke eiwitten van 15 procent. In dat geval zal de klimaatwinst zo’n 0,5 tot 1 procent (minder broeikasgassen) zijn.

Deel via:

STAF staat pal achter data-analyse ‘bijen en neonics’

Op 4 juni overhandigde STAF een data-analyse van 380 bijensoorten aan Tweede Kamerleden. Hierin werd geconstateerd dat voor 112 soorten een toenemende trend was vastgesteld. Gezocht is naar de gezamenlijke kenmerken van de soorten met een toenemende trend. Deze kwamen opvallend vaker voor in grote delen van Nederland, het platteland en vlogen vaker op zeer algemene bloemen. Ook is op zoek gegaan naar de gezamenlijke kenmerken van de soorten met een sterk dalende trend. Die hadden opvallend vaker natuurgebieden en natuurgraslanden als biotoop. Meteen na publicatie waren er veel kritieken, waarvan enkele inhoudelijk. STAF staat voor zijn analyse.

STAF ging uit van de hypothese dat soorten met een afnemende trend vooral te vinden zouden zijn in het landelijke gebied vanwege de vermeende invloed van de neonicotinoïden. Dat bleek niet het geval te zijn. Integendeel, in deze gebieden zagen we juist meer soorten met een toenemende trend. Er is niet gekeken naar causale verbanden tussen de trend van bijensoorten en de reden van de toename respectievelijk afname. Dit pretendeert het rapport van STAF ook niet. Het betreft, zoals vermeld is, een data-analyse. Er is gekeken naar correlaties.

Toenemende irritatie op bijendossier

STAF constateert een toenemende irritatie binnen de bijenwetenschap, nu STAF in de totstandkoming van een aantal wetenschappelijke publicaties is gedoken. Die publicaties vormen het fundament waarop het huidige Europese neonicotinoïden-verbod is gebaseerd. Daar is alle aanleiding toe. STAF kreeg een verslag in handen van een oprichtingsbijeenkomst van de Taskforce Systemische Pesticiden (2010), waarin te lezen is hoe NGO’s afspraken maken met wetenschappers om de neonicotinoïden verboden te krijgen. Onder de deelnemers aan het ‘aanvalsplan’ ook twee Nederlandse wetenschappers. Eén van de twee wetenschappers heeft inmiddels een uitgebreide toelichting gegeven op de gang van zaken. Het initiatief tot samenwerking kwam van de NGO’s en de uitkomsten van het onderzoek stonden bij voorbaat vast! STAF heeft deze zaak in onderzoek en verwacht de resultaten later dit jaar te publiceren.

Deel via: