Probleemwolf is carrièrewolf met een buddy

Staatssecretaris Silvio Erkens wil probleemwolven sneller aanpakken. Zozeer zelfs dat hij niet wil wachten totdat de Tweede Kamer een keer tijd heeft om over zijn plannen te praten. Vóór het zomerreces moest er een knoop worden doorgehakt. De Kamer vond geen tijd voor een debat, dus Erkens gaat door, een goedgekeurde Algemene maatregel van Bestuur (AMvB) of niet. De wolven hebben jongen, dus zijn ze met meer en de ouderwolven zijn agressiever, omdat ze hun jongen moeten voeden en beschermen. Erkens wil geen nieuwe confrontaties met wolven.

Maar hoe ver wil Erkens precies gaan? Wat wordt versoepeld en ten opzichte van welke situatie? Het zal zeker eenvoudiger worden om lastige en gevaarlijk wolven aan te pakken dan in de huidige situatie, want het bestaande beleid gaat nog uit van de situatie dat de wolf streng beschermd was en nagenoeg onaantastbaar. Ten opzichte van wat Erkens voorganger Jean Rummenie op het oog had, zijn de voorstellen van zijn opvolger Silvio Erkens evenwel een stap terug.

Rummenie had een eenvoudige procedure op het oog, waarbij snel en effectief optreden tegen agressieve wolven mogelijk zou worden, mede dankzij een eenvoudige vergunningverlening en een beperkt aantal korte besluitprocedures.

Dat wilden volgens openbaar gemaakte stukken (WOO-documenten) zijn ambtelijke ondergeschikten niet, evenmin als de meeste natuurorganisaties en het pro-wolf netwerk op diverse Nederlandse universiteiten. Zij hebben nog steeds grote moeite met de verlaagde Europese beschermingsgraad voor de wolf. Een groot deel van Rummenies werktijd is opgegaan aan discussies met genoemde groepen.

Rummenie ondervond weerstand

Het kwam tot een botsing toen de voormalige staatssecretaris begin 2025 een Wagenings rapport over de staat van instandhouding van de wolf als wereldvreemd terzijde schoof. De Wageningse ecologen bepleitten nog meer ruimte in Nederland voor de wolf dan er toen al was en adviseerden daar het beleid op aan te passen. Vanuit puur ecologisch perspectief. De LVVN-ambtenaren gingen daar volop in mee, tot groot ongenoegen van Rummenie. “De kritiekloosheid overheerst weer eens,” snoof hij en wilde mede daarom een nieuw onderzoek, een second opinion. Niet door weer iemand uit ‘het wereldje’, maar door een expert met een volledig frisse blik, maar ook met een goede wetenschappelijke reputatie.

Zijn ambtenaren moesten daar niets van weten en gaven (zonder overleg met de staatssecretaris) opdracht aan bureau Berenschot om de impasse die volgens hen was ontstaan, weg te polderen. Dat rapport kwam er niet van, omdat Berenschot zelf inzag dat het geen ecologische expertise had èn omdat de staatssecretaris zich feitelijk uit zijn gezag gezet voelde. Ook lieten ambtenaren selectief informatie lekken over een staatssecretaris die zogenaamd niets van wetenschap moest hebben.

Rummenie koos voor de Italiaan Marco Apollonio, een internationaal erkend expert, maar blijkens de openbaar gemaakte stukken van LVVN keken de ambtenaren op hem neer. Neerbuigend mopperden ze dat de Italiaanse professor zou zijn ingehuurd om ‘het touwtje lager te leggen’. Er was ook beduchtheid, want Apollonio beoordeelt niet alleen op ecologische geschiktheid. Ook sociale geschiktheid van een gebied voor de wolf is belangrijk voor hem. Ondanks verzet, ging hij toch aan de slag, maar opvallend genoeg is er ruim een jaar na dato, nog steeds geen rapport. De laatste informatie is dat er nog gewerkt wordt aan dat rapport, iets wat Apollonia desgevraagd bevestigt. Hij moest lang wachten op een dataset, is de verklaring. Niet helder is of hij nog steeds aan de oorspronkelijke opdracht werkt, of dat hij een gewijzigde onderzoeksopdracht heeft gekregen.

Wanneer probleemwolf?

Staatssecretaris Erkens kiest er kennelijk niet voor om tegen zijn ambtenaren in te gaan. Hij wil wel iets doen aan het wolvenprobleem, snel, maar ook gedoseerd. Probleemwolven wil hij inderdaad vlotter kunnen aanpakken, maar een wolf is bij Erkens niet zomaar een probleemwolf. Een wolf bijt wel eens een dier of vertoont wel eens ongewenst gedrag. Dat zorgt voor extra aandacht. Is het erger, dan heb je eerst ‘een probleemsituatie met een wolf’. Pas in laatste instantie, zeg maar bij recidive, dan wordt een vervelende wolf ‘een probleemwolf’. Erkens is ook terughoudender met de vergunningverlening voor afschot dan Rummenie wilde. Dat is iets waar de Raad van State (afdeling advisering) de vinger ook bij legt, want die is vanuit haar specifieke blikveld nogal beducht voor juridische complicaties. Bij een te ruimhartige vergunningverlening en te weinig controlemomenten zou namelijk wel eens een vergisafschot kunnen plaatsvinden. Dan ligt de verkeerde wolf om en gaat misschien heel wolfminnend Nederland naar de rechter. Mede om die reden, en om in de aanloop naar het afschot de procedures goed te registeren, kijkt een ‘onafhankelijke’ wolvendeskundige mee. Dat is althans het plan. Er is nog discussie over de vraag een welke criteria een onafhankelijke deskundige moet voldoen, mag het iemand van bijvoorbeeld de Zoogdiervereniging zijn, of moet het echt heel iemand anders zijn?

Foto: Het publiek werd in 2025 gewaarschuwd het leefgebied van probleemwolf Bram te mijden.

Deel via:

Goochelen met gebieden en soorten en Aerius-trucs

De omvang van de stikstofgevoelige natuur en de bescherming van kwetsbare soorten is in de voorbije periode van ruim 10 jaar grotendeels vanachter de computer bepaald. Systematische waarnemingen, tellingen van soorten en ‘ecologenboots on the ground’ hebben slechts in beperkte mate bijgedragen.

Dat het zo ging met de serie van Natuurdoelanalyses, die tot stand is gekomen op initiatief van voormalig stikstofminister Christianne van der Wal, was al bekend. De gang van zaken bij een vorige ronde – de uitrol van vele tienduizenden hectares leefgebieden (LG-gebieden) in 2016-2017 – was veel minder goed in beeld. Dankzij een serie Woo-verzoeken bij een aantal provincies is er meer openbaar geworden.
Om de vele tienduizenden hectares extra leefgebied voor onder meer de zeggekorfslak, de kemphaan en de zwarte specht te kunnen claimen, moest op meerdere niveaus een min of meer samenhangend betoog in elkaar worden gezet. De rode lijn was ook toen al die van stikstof, maar de gevoeligheid daarvoor verschilt per habitat en leefgebied. 

Download het artikel hier:

Deel via:

Werkgroep Wolf gaat gesaboteerde enquête toch gebruiken

Een online-enquête van de Werkgroep Wolf Nederland is voortijdig off-line gehaald vanwege overweldigende belangstelling. Naar het zich laat aanzien kwam de belangstelling echter niet van mensen die blij waren met het onderzoek, of met de organisatie. De Werkgroep is bezig om de valse inzendingen van de juiste te scheiden, om de resultaten alsnog aan te kunnen bieden aan beleidsmakers, scholen en onderzoek.

De Werkgroep Wolf Nederland streeft naar ‘vreedzame coëxistentie met de wolf’ in Nederland. De organisatie wil ook meedenken over het wolvenbeleid, maar staat los van professionele wolvenclubs als Wolven in Nederland, de Zoogdiervereniging en Ark Rewilding.
Van de 13.000 ingestuurde enquête-formulieren zijn er volgens voorzitter Martijn Huisman mogelijk slechts 6.000 tot 9.000 ‘eerlijk ingevuld’.  De resterende inzendingen komen van mensen die naderhand hebben aangegeven dat ze niet hebben meegedaan, of zijn verzonden vanaf niet-bestaande email-adressen. Dat is digitaal te verifiëren.
Veel vragen hoefden inzenders overigens niet te beantwoorden; in totaal een stuk of twaalf (inclusief subvragen). Moeilijk waren de vragen ook niet. Een groot aantal kan met een simpel ja of nee worden beantwoord of met het geven van een cijfer.  

Juiste inzendingen opsporen

De Werkgroep Wolf Nederland was van plan geweest om de uitkomsten van de enquête, die volgens Huisman is uitgezet onder zowel voor-, als tegenstanders van de wolf, te overhandigen aan beleidsmakers en ook beschikbaar te stellen aan onderwijs-, en onderzoeksinstellingen. Door de vele valse inzendingen kost het volgens Huisman meer tijd om alles goed te schiften, maar blijven de uitkomsten van het onderzoek van belang. De beoogde rapportage komt er sowieso. Reden: “De wel goed ingevulde formulieren zijn nu des te waardevoller.”

Deel via:

Wolf negeert adviezen wolvendeskundigen totaal

Het is, samenvattend, niet overdreven om te stellen dat vrijwel alle voorspellingen van de Nederlandse wolvendeskundigen over het gedrag van de wolf consequent niet zijn uitgekomen. Of het nu gaat over prooikeuze, schuwheid voor mensen, afrasteringen, de wolf reageert niet volgens het draaiboek van de deskundigen. De deskundigen veranderen voortdurend hun adviezen, echter niet hun houding: bij wolvenaanvallen blijft het de veehouder die tekort is geschoten in de bescherming van zijn dieren.

Het is niet zonder reden dat zo weinig boeren wolfwerende rasters hebben geplaatst. Eerst zou het amper nodig zijn, volgens de wolvenexperts. Daarna werden rasters van 90 tot 105 centimeter hoog geadviseerd door dezelfde experts, want hoger zou de wolf niet springen. Eerder zou het dier er onderdoor willen. Vervolgens werd besloten om de geadviseerde rasterhoogte vast te stellen op 120 centimeter, met dan ook nog een bovenste draad onder stroom.

Wolvenexperts passen hun adviezen voortdurend aan. De partijen die hun dieren wilden beschermen tegen de wolf, hoorden steeds veranderende adviezen: over de soort rasters die ze moesten inzetten, de hoogte ervan en de subsidiemogelijkheden daarvoor. Goede rasters zijn duur. Bovendien moeten ze wel aan de wettelijke eisen voldoen.

Download het artikel ‘Wolf negeert adviezen wolvendeskundigen totaal’ hier:

(Foto: Shutterstock)

Deel via:

Drentse natuur krijgt nieuw jasje vanachter de computer

Veel actueel veldonderzoek is er niet vooraf gegaan aan het samenstellen van het uitgangsmateriaal voor de Natuurdoelanalyses in Drenthe. Deze stukken worden gebiedsverkenningen genoemd en zijn in 2021 opgeleverd. Zo hebben ambtenaren bestaande vegetatiekaarten in 2020 achter de computer omgebouwd tot habitatkaarten. Het belangrijkste wat ze daarbij nodig hadden waren nieuwe rekenregels. Voor gegevens over aanwezigheid van vogels en andere diersoorten is daarnaast gebruik gemaakt van de vaak ongedateerde tellingen van Sovon en gegevens uit de niet vrij toegankelijke Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Dit blijkt uit duizenden pagina’s interne stukken die zijn opgevraagd bij de gezamenlijke provincies. Daaruit zijn ook de hierna aangehaalde citaten afkomstig.

De data uit de verkenningen zijn ook gebruikt voor het maken van ‘quick scans’, waarmee een eerste indruk werd gevormd van de ‘staat van instandhouding’ in de tientallen habitats in de Drentse Natura2000 gebieden.

Niet conform de methode

“Het is niet conform de afgesproken methode, maar via rekenregels geautomatiseerd uitgevoerd”, verontschuldigt een van de ambtenaren zich over zijn computerverkenning. “T0 (telling 0, de nulmeting voor de aanwezigheid van planten- en diersoorten) is een te bonte verzameling. De regels waren toen nog niet zoals nu. Dit is eerder een T1 kaart (kaart met actuele meetgegevens). De vegetatiekaarten zijn de basis en in een gebied worden dezelfde regels gehanteerd, zodat een interne vergelijking goed gaat. Deze methodiek is nog niet juridisch geschikt in relatie tot de instandhoudingsdoelstellingen.”

Lat ligt niet te hoog

Zo gaat het nog even verder, maar ondertussen moeten wel stukken worden geproduceerd waarop verder gebouwd kan worden aan ambtelijk bewijs voor allerlei soorten kwetsbare natuur. De lat ligt niet te hoog, geven coördinatoren vanuit interprovinciaal overleg (IPO) aan. Aanwezigheid van bijvoorbeeld salamanders wordt regelmatig vastgesteld op basis van vage waarnemingen, en niet op basis van echte monitoring. Een berg gegevens moeten worden opgelepeld, want er bouwt zich een tijdsdruk op, vooral vanuit het ministerie van LNV (toen nog DGS: Directoraat-Generaal Stikstof), om ‘input’ te leveren voor natuurgebieden waar plant en dier zuchten onder de stikstofdruk. Het zorgt er voor dat met veel indicatoren een beetje de hand wordt gelicht. Want, wanneer zijn waarnemingen ‘voldoende objectief’? En misschien moeten bepaalde lastige indicatoren ‘iets minder zwaar meewegen’.

Voeg gebiedsexpert toe

Ambtenaren worstelen met hun opdracht. Het gaat niet alleen om het leveren van data ‘vanuit het veld’ (al bestaande rapportages), ook moeten landelijke observaties over het milieu lokaal worden doorvertaald. Hoe doe je dat? “Ga daarover in gesprek met een ‘gebiedsexpert’ en vul dat vervolgens lokaal in,” zo wordt vanuit het IPO aangereikt. 

Al wikkende en wegende stellen provincie-ambtenaren rapportages en scans op over de natuur in Natura2000 gebieden. Daarna wordt het voorgelegd aan een ‘voortouwnemer’, zoals dat heet. In het  geval van een gebiedsverkenning van het Fochteloërveen reageert die met: “Dit is mogelijk erg subjectief. Wel is het mooi dat je alle informatie die beschikbaar is, in beeld hebt. Het is wel onduidelijk hoe (je) alle informatie bij  elkaar veegt en weegt.”

Een dag per gebiedsstudie

Het ombouwen en ‘actualiseren’ van de bestaande vaak ongesorteerde data per Natura2000 gebied tot een gebiedsverkenning kostte de Drentse ambtenaren in 2020 ongeveer 1 dag per gebied. “Voor een gemiddelde provincie (voor alle gebieden) kost dit 2 à 3 weken werk,” zo wordt opgesomd. Eigenlijk best snel, maar voor het ministerie in Den Haag eigenlijk te lang. Toch zou er dan wel een acceptabele studie liggen. Commentaar van een interprovinciale ‘voortouwnemer’ bij het stuk over het Fochteloërveen: “Als het oordeel (over informatie in de verkenning) gebaseerd is op een idee, dan moet dat er maar bij staan. Aanbevelingen toevoegen: waarmee is het mogelijk om de volgende keer een beter oordeel te vellen? Hierdoor kom je bij elke ronde op een beter onderbouwd oordeel.”

Ten behoeve van de in 2023 gepubliceerde Natuurdoelanalyses zijn er uiteindelijk wel enkele veldbezoeken gedaan, maar niet bekend is hoeveel en hoe grondig.

De gebiedsverkenningen vanachter de pc blijven ondertussen belangrijk basismateriaal, mede omdat daarin ook de landelijke beoordelingscriteria worden aangereikt, voor hoe het er voor staat in de verschillende natuurgebieden, en hoe de uitkomsten daarvan weer moeten worden meegenomen in de diverse gebiedsprocessen in de provincie.

Deel via: