Ikea verwijdert milieuclaims vegetarische balletjes

‘Een klein balletje, met een groot effect! Het nieuwe Zweedse balletje heeft dezelfde smaak en textuur als ons iconische gehaktballetje, maar de productie van de plantaardige variant heeft 25 keer minder impact op het milieu.’ Klopt deze bewering van Ikea? Nee, blijkt uit een factcheck van Agrifacts.

Het verschil in milieu-impact van het vegetarische en het vleesballetje is onwaarschijnlijk groot. Ikea Nederland en ook Ikea Internationaal weigeren de onderbouwing van hun claim prijs te geven. Agrifacts vraagt ten slotte de Reclame Code Commissie de kwestie te toetsen. Ikea laat het niet aankomen op een zitting en uitspraak en zegt toe de reclames spoedig te zullen verwijderen.

‘Wakker geschud’
“De zaak bij de Reclame Code Commissie heeft bij ons de boel intern flink wakker geschud. Voor ons was dit een verfrissende casus”, aldus de Ikea-woordvoerder. Ikea biedt ook excuses aan voor de wijze waarop werd omgegaan met de vragen van STAF. De gevraagde onderbouwing van de milieu-impact kon niet worden verstrekt. “Wij waren afhankelijk van onze collega’s in Zweden. Zij wilden die informatie niet prijsgeven. Dit is echter niet zoals wij ermee om willen gaan in Nederland.”
De Nederlandse Ikea-vestigingen ontvangen instructies vanuit Zweden. Van daaruit worden onder meer de communicatielijnen bepaald. “In dit verhaal staan alle seinen nu op rood. Het is onverantwoord om harde getallen te koppelen aan de milieu-impact van producten hier in Nederland. Daar willen wij als Ikea Nederland van wegblijven.”
Ikea zegt alle reclames voor 1 januari te zullen verwijderen. Er wordt begonnen met het verwijderen van het grote billboard bij de vestiging in Duiven (foto).

Meer hierover in het komende STAF-blad.

Deel via:

Lezing STAF 9 november: Brabantse Natuurdoelanalyses langs de maatlat

Op donderdagavond 9 november legt STAF de natuurdoelen van Provincie Brabant langs de maatlat. Waar heeft de provincie ‘Brabantse koppen’ op het natuurbeleid gezet? Bij welke natuurgebieden zijn er bovenwettelijke natuurdoelen bijgeplust en wie heeft daartoe beslist? Het komt allemaal aan bod.

Provincie Noord-Brabant publiceerde dit voorjaar natuurdoelanalyses voor haar N2000-gebieden. Hierin staat hoe het gesteld is met de natuur en welke extra maatregelen nodig zijn voor natuurherstel. De Ecologische Autoriteit heeft een deel van de natuuranalyses inmiddels beoordeeld.

Agrifacts heeft in de afgelopen maanden getoetst of het werk van de provincie en de Ecologische Autoriteit in lijn is met de Europese en eerder gemaakte landelijke afspraken. De avond is speciaal bedoeld voor bestuurders in de Brabantse politiek en landbouw, en iedereen die geïnteresseerd is in dit thema.

Datum: Donderdagavond 9 november 2023.

Locatie: ’t Zand Brabants Gastvrij, Bestseweg 52, 5688 NP Oirschot.

Inloop: 19.30 uur (met koffie en thee). Aanvang programma: 19.45 uur.

Programma: Opening door de avondvoorzitter, Piet van der Aar. Lezing door Geesje Rotgers. Beiden redactieteam Agrifacts.

Deelname is gratis. Wel graag aanmelden i.v.m. de catering.

Aanmelden: Stuur een mail naar info@stichtingagrifacts.nl

Deel via:

Piekbelasters bestaan niet

Veruit de meeste ‘piekbelasters’ bevinden zich aan de westkant van de Veluwe. De overheid heeft ervoor gekozen om bedrijven die jaarlijks meer dan 35 kg (2.500 mol) stikstofdepositie veroorzaken op overbelaste stikstofgevoelige natuur, aan te merken als piekbelaster. Geodata-analist Piet Steenhuizen bracht in kaart dat met name de natuur op 5 tot 20 kilometer afstand van de bedrijven in dit gebied, hard doortikt in de ‘piekbelaster calculator’. Terwijl de stikstofdepositie per hectare hier minimaal is. Van piekbelasting op de natuur is hier beslist geen sprake.

Het is opmerkelijk hoe de overheid heeft bepaald welk boerenbedrijf piekbelaster is, en welk bedrijf niet. Daarbij stond niet de natuur centraal, maar het gegeven dat de overheid 3.000 bedrijven wilde aanwijzen als piekbelaster. Het RIVM heeft de stikstofdepositie van alle veetelers en industriële bedrijven in Nederland van hoog naar laag gesorteerd. De depositie van het 3001ste bedrijf bepaalde de drempelwaarde van 2.500 mol (35 kg) stikstofdepositie per jaar.

Lees het hele artikel hier:

Deel via:

Minister Van der Wal de mist in met uitleg over stikstofonderzoek Universiteit Amsterdam

Op 29 september 2023 reageert Christianne Van der Wal, minister voor Natuur en Stikstof, op het stikstofonderzoek van Universiteit van Amsterdam. In haar brief verwart de Minister het begrip depositie voortdurend met concentratie en verspreiding. Daardoor kloppen nogal wat van haar beweringen niet. Depositie is de hoeveelheid stikstof (de kilo’s) die op de bodem en in de vegetatie terecht komt. Concentratie is de hoeveelheid stikstof die in de lucht zweeft. En verspreiding betreft het percentage dat dichtbij de bron blijft, respectievelijk verder weg waait.

Minister Van der Wal kreeg op 13 september 2023 het verzoek van de Vaste Commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om het stikstofonderzoek van Universiteit van Amsterdam te duiden. De Minister slaat in nogal wat passages in haar brief de plank mis, doordat zij begrippen door elkaar haalt. Hieronder een aantal van die passages.

Opdracht was niet ‘verspreiding’ meten maar ‘depositie’

Minister Van der Wal: ‘De Universiteit van Amsterdam (UVA) heeft, in opdracht van de Stichting Mesdag-Zuivelfonds NLTO, op basis van biomonitoring, (meet)onderzoek uitgevoerd naar de verspreiding van ammoniak nabij twee melkveestallen’.

De Minister gebruikt het woord ‘verspreiding’ terwijl de onderzoeksopdracht spreekt over ‘depositie’. De onderzoeksopdracht bestond uit onderstaande 6 vraagstellingen (zie kader).

De onderzoeksopdracht

Mesdagfonds en Universiteit van Amsterdam kwamen eind 2019 onderstaande 6 onderzoeksvragen overeen. Toegevoegd is welke onderdelen (nog) niet zijn opgeleverd.

1. Het doen van een uitgebreid literatuuronderzoek, met als doel geschikte methoden te vinden om op relatief goedkope wijze de ammoniakdepositie te meten.

2. Meten van de verdeling van ammoniakemissie en -depositie rond een veehouderijbedrijf en deze vergelijken met de gemeten atmosferische ammoniakconcentraties en de gesimuleerde fluxen. (Niet opgeleverd: meten van depositie).

3. Vergelijking van verschillende methoden voor het meten van ammoniakdepositie. (Niet opgeleverd)

4. Punt 3 is inclusief biomonitoringbenaderingen voor het meten van (droge) depositie van ammoniak. (Niet opgeleverd).

5. Het vergelijken van de meetgegevens van punt 3 en punt 4 met de gemodelleerde ammoniakdepositie. (Niet opgeleverd).

6. Validatie van het MAN-netwerk (metingen van luchtconcentraties in natuurgebieden) met ammoniakdepositiemetingen. (Niet opgeleverd).

Depositie wordt niet op gangbare manier gemeten

Minister Van der Wal: ‘Voor het onderzoek is rond twee boerderijen de ammoniakemissie, de ammoniakconcentratie en de stikstofdepositie op een gangbare manier gemeten en dit is vergeleken met de stikstofopname in het gewas (biomonitoring).’

Het klopt dat de ammoniakconcentratie op de gangbare manier is gemeten, zoals het RIVM dit ook doet (dat de resultaten vergelijkbaar zijn met die van het RIVM was dan ook te verwachten). Het klopt niet dat de ammoniakemissie is gemeten (die werd berekend), het klopt ook niet dat de stikstofdepositie is gemeten. De stikstofdepositie wordt in Nederland niet gemeten, hiervoor is geen gangbare methode. Dit onderzoek beoogde juist een methode te vinden (zie onderzoeksvragen).

UvA heeft niet vastgesteld dat depositiemodel klopt

Minister Van der Wal: ‘Dit onderzoek bevestigt met metingen dat de gehanteerde methodiek van het RIVM deugt en dat de cijfers van de modelbereking kloppen.

Dit is pertinent onjuist. Voor luchtconcentraties en verspreiding (in percentage!) komen de uitkomsten van het UvA-onderzoek en het RIVM-model overeen. Voor de stikstofdepositie – hoeveel kilo stikstof slaat daadwerkelijk neer op bodem en wordt opgenomen door de vegetatie – geldt dit nadrukkelijk niet. Het is UvA in het geheel niet gelukt om de depositieberekeningen van het RIVM te valideren. UvA heeft de hoeveelheid stikstof die planten hebben opgenomen (volgens het RIVM-rekenmodel de hoofdmoot van de stikstofdepositie) niet kunnen vaststellen. Hierbij moet worden opgemerkt dat voor het beleid de depositie allesbepalend is (en dus niet de luchtconcentraties of verspreidingspercentages).

Depositie natuurgebieden wordt niet gemeten

Minister Van der Wal: ‘Het RIVM meet en monitort de totale depositie van stikstof met ruim 300 meetpunten om Natura 2000-gebieden’

Dit is niet juist. Het RIVM meet en monitort de luchtconcentraties in een groot aantal N2000-gebieden (MAN-meetnet). De deposities worden berekend met een model.

‘Piekbelasting’ helemaal niet gemeten

Minister van der Wal: ‘Het UvA-onderzoek geeft op het gebied van piekbelasters geen nieuwe inzichten en is daarom ook geen aanleiding om de methodiek of de aanpak van piekeblasting te herzien […]. De aanpak piekbelasting is bedoeld om een forse vermindering van overbelasting op stikstofgevoelige natuur te realiseren.’

Het was de onderzoeksopdracht niet om de concentraties en verspreiding (in %) vast te stellen. De onderzoeksopdracht was de stikstofdepositie (in kilo’s) te meten, rondom de boerderij en in natuurgebieden. UvA is er niet in geslaagd die stikstofdepositie te meten. Wij weten dus helemaal niet hoeveel stikstofneerslag de boerderijen hebben veroorzaakt en hoeveel er in de natuur terechtkomt.

UvA heeft de onderzoeksfocus gedurende het traject verlegd. De focus is verlegd van depositie naar luchtconcentraties en verspreidingspercentages. De nieuwe focus gaf vergelijkbare uitkomsten als de modelberekeningen van het RIVM. Dat lijkt vrij logisch, aangezien het RIVM in haar modellen ook focust op luchtconcentraties en verspreiding (in %). Nogmaals: dit was niet de onderzoeksopdracht. Die betrof nadrukkelijk de depositie.

Dat de aanpak van piekbelasting veel verschil gaat maken voor de natuur is niet aannemelijk. Wanneer 3.000 boerderijen die aangemerkt worden als ‘piekbelaster’ worden opgekocht, gaat dit nauwelijks verschil maken. Zie artikel: Kabinet rekent zich onterecht rijk met opkoopregeling.

Conclusie

UvA kreeg de opdracht de stikstofdepositie rondom de boerderij en in natuurgebied te meten. En te checken of de gemeten depositie overeenkomt met de berekende depositie. Immers, in het stikstofbeleid draait het volledig om de depositie. Het is UvA (tot op heden) niet gelukt om de depositie-uitkomsten van het stikstofmodel te valideren met metingen. De feitelijke metingen van de UvA verschilden te sterk met de uitkomsten van het rekenmodel. Het depositieonderzoek werd daarop gestaakt. Het is op dit moment onbekend of het depositie-onderzoek afgerond gaat worden.

Deel via:

Kosten voor natuur gaan meer dan verdubbelen

Op de VN-top over biodiversiteit in december 2022 is afgesproken dat 30 procent van al het land en water op aarde beschermd gebied moet zijn in 2030. De Europese Unie heeft deze afspraak overgenomen in haar Biodiversiteitsstrategie. Als Nederland aan dit akkoord wil voldoen, gaat dat ten koste van 150.000 hectare landbouwgrond en dit vraagt tot 2030 minimaal 16,7 miljard euro.

Hoeveel areaal natuur heeft Nederland? Per 2022 is door Nederland op zee de doelstelling van 30% beschermd gebied ruim gehaald. De Natura-2000 en de Kaderrichtlijn Marien-gebieden vormen samen ruim 32% van het zeeoppervlak. Voor land en binnenwateren is dat niet het geval.
De WUR beschreef hoe de 30% norm bereikt kan worden. In 2021 was het aandeel wettelijk beschermde Natura 2000-gebieden circa 15% van het areaal land en binnenwateren (inclusief IJsselmeer). Met de Natuur Netwerk Nederlandgebieden (NNN) erbij, was dit aandeel bijna 25%. Na realisatie van het NNN in 2027 is in Nederland zo’n 26% van het oppervlak land en binnenwater beschermd natuurgebied.
Er moet dan dus nog circa 4% van het land- en binnenwateroppervlak extra tot natuur worden ontwikkeld. Dat komt overeen met 150.000 ha.

Wat gaat dat kosten?

Tot 2030 zullen de extra kosten daarvoor conservatief geschat minimaal 16,7 miljard euro bedragen. Dat is jaarlijks meer dan een verdubbeling van de kosten die in 2020 voor natuur- en landschapsbeheer werden gemaakt. Als de extra kosten voor beheer, organisatie, overname van vastgoed en overige activiteiten worden meegerekend, komt het jaarlijkse bedrag veel hoger uit.

Lees het artikel ‘Kosten voor natuurbeheer gaan meer dan verdubbelen’ (STAF-editie september 2023) hier:

Deel via:

Presentaties bekijken van de Expertmeeting Waterkwaliteit op 5 september

De waterkwaliteit is in de afgelopen decennia fors verbeterd. Nu is er sprake van een afvlakkende trend. Het beeld dat geregeld in de media wordt geschetst, dat er sprake zou zijn van verslechtering, is een gevolg van de manier van kijken en de normstelling. En ja, er is ook sprake van framing. Vier experts van waterschappen en een onderzoeker van STAF namen de aanwezigen mee in diverse aspecten van de Nederlandse waterkwaliteit. De Expertmeeting Waterkwaliteit vond plaats op 5 september 2023 in Bunnik (U).

De inleidingen zijn hieronder te downloaden.

Inleiding Michiel Oudendijk, domeinspecialist meten en monitoren en Harry Bouwhuis, senior policy advisor water quality van Waterschap Zuiderzeeland. Onderwerp: Kaderrichtlijn Water, normen en monitoring.

Inleiding Richard van Hoorn, beleidsadviseur Schoon Water en Agrarisch Waterbeheer bij Waterschap Vallei en Veluwe. Onderwerp: Waterkwaliteit begint buiten het bakje (over gedeeld inzicht).

Inleiding Ron van der Oost, toxicoloog bij Waternet. Onderwerp: SIMONI, slimme integrale monitoring.

Inleiding Geesje Rotgers, redactieteam Agrifacts. Onderwerp: Wat zegt Europa over de Nederlandse Waterkwaliteit? En de rol van onze landbouw daarin?

Deel via:

Ambtenaren en natuurbureaus zetten provinciale koppen op natuurbeleid

Hoe bepaal je de natuurkwaliteit in een natuurgebied? En hoe bepaal je of er sprake is van verbetering en verslechtering van de natuur in dat gebied? Daarvoor bestaan handleidingen, opgesteld door de Europese Commissie en vertaald naar de Nederlandse wetgeving. Die handleidingen dateren van begin deze eeuw. In de nieuwste versies van de natuurbeheerplannen en de recente natuurdoelanalyses tekent zich echter een nieuwe werkwijze af. Provincies eisen meer dan de wetgeving vraagt. Er worden onder toeziend oog van de Ecologische Autoriteit provinciale koppen op de natuurwetgeving gezet.

STAF deed een data-analyse op enkele tientallen natuurdoelanalyses van provincies. Daaruit blijkt dat provincies andere systematieken hanteren voor het beoordelen van de natuurkwaliteit, dan de handleidingen voorschrijven. Die systematieken leiden tot bovenwettelijke eisen en doelen. Zo wordt onder meer een nieuwe maatlat toegepast, die in opdracht van BIJ12 (uitvoeringsorganisatie provincies) is opgesteld. Die maatlat blijkt echter nergens online te staan, en is ook niet bestuurlijk afgetikt. Volgens BIJ12 betreft het nog een ‘voorstel’ en werd die niet ingevoerd omdat er intern discussie over is. Bijzonder is dan, dat deze concept-maatlat tóch op grotere schaal wordt toegepast in de recente natuurdoelanalyses en nieuwste generatie natuurbeheerplannen.

Politiek en bestuurders staan buiten spel

Het artikel ‘Zeven keuzes waarbij politiek en bestuurders buiten spel staan – Ambtenaren en natuurbureaus zetten provinciale koppen op natuurbeleid’ is hier te downloaden:

Foto: Kraanvogels werden zonder meer toegevoegd als typische soort van het Dwingelderveld. Volgens Provincie Drenthe hebben ambtenaren de bevoegdheid zelf typische soorten toe te voegen (Foto: Shutterstock).

Deel via:

Kabinet rekent zich onterecht rijk met opkoopregeling

Het idee dat Nederland verzuimd heeft iets te doen tegen stikstof, is een verkeerde voorstelling van zaken. Datzelfde geldt voor het idee dat met de opkoopregeling grote klappers gemaakt gaan worden. Innovaties en andere maatregelen zorgden inmiddels voor 65% minder stikstofdepositie. De uitkoopregeling draagt met 4% depositiereductie, relatief weinig bij.

Geodata-analist Piet Steenhuizen zette eerdere en toekomstige stikstofreducties in perspectief. Steenhuizen rekende tevens de te verwachten effecten van twee scenario’s door: 
1. Uitkoop van 3.000 piekbelasters voor 2030.
2. Halen van het doel van het gevallen kabinet: de kritische depositiewaarde wordt voor 74% van de stikstofgevoelige natuur gehaald in 2030.  

Kabinetsdoel niet haalbaar
De uitkoop van 3.000 piekbelasters zorgt voor 4% minder stikstofneerslag t.o.v. 1990. Niets doen zou tot ongeveer een zelfde afname leiden in dezelfde tijd. Dit komt doordat de uitstoot ook ‘vanzelf’ daalt door onder andere stikstof reducerende innovaties en stoppende bedrijven. 
Verder blijkt het niet mogelijk om het kabinetsdoel van 74% te halen. In dat geval zou er in heel Nederland geen enkele stikstof meer mogen worden uitgestoten. Zie figuur.

TNO en RIVM verschillen van inzicht
Steenhuizen gebruikte in zijn berekeningen de depositie-data van TNO. Bij gebruik van de depositie-data van RIVM resteert er nog wel enige depositieruimte voor Nederlandse bronnen.TNO en RIVM berekenen ongeveer dezelfde hoeveelheid stikstofneerslag, maar verschillen van inzicht over de herkomst. Volgens TNO is het buitenland verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de stikstofneerslag op Nederland. De andere helft komt van binnenlandse bronnen. RIVM stelt dat twee derde van de stikstofneerslag uit binnenlandse bronnen komt, en een derde uit het buitenland. 

Download het artikel ‘Kabinet rekent zich onterecht rijk met opkoopregeling’ hier:

Foto: Shutterstock/Nataly Gejdos

Deel via:

5 september: Expertmeeting Waterkwaliteit

De kwaliteit van water staat hoog op de politieke agenda. De stichting Agrifacts belegt op 5 september een studiedag voor (wetenschaps)journalisten, bestuurders met water in hun portefeuille en iedereen die geïnteresseerd is in het onderwerp.

In deze bijeenkomst zullen deskundigen van de waterschappen Zuiderzeeland en Vallei en Veluwe vertellen hoe zij omgaan met gestelde normen en gebiedspecifieke aspecten. Een toxicoloog van Waternet vertelt over aangetroffen residuen en combinaties daarvan, en over hun effect op het milieu. Een onderzoeker van Staf bespreekt de verschillende waterkwaliteitsmeetnetten, de rapportages naar Brussel en hoe je de waterkwaliteitsmetingen ‘boven water’ kunt krijgen.

Datum: Dinsdagmiddag 5 september 2023
Locatie: De Landgoederij, Camminghalaan 30, Bunnik (U). 
Inloop: 13.30 uur. Aanvang programma: 13.45 uur. Sluiting: 17.00 uur met soep en een broodje.
Aanmelden: Stuur een email naar info@stichtingagrifacts.nl. Vermeld dat het gaat om de ‘Expertmeeting Waterkwaliteit’. Deelname is gratis.

PROGRAMMA

13.45 uur: Opening door Frans van de Lindeloof (directeur Agrifacts)
13.50 uur:
Welkom door dagvoorzitter Piet van der Aar (redactieteam Agrifacts)
14.00 uur: Michiel Oudendijk
(domeinspecialist meten en monitoren) en Harry Bouwhuis (senior policy advisor water quality). Beiden werkzaam bij Waterschap Zuiderzeeland. Onderwerp: Kaderrichtlijn Water, normen en monitoring.
14.30 uur: Richard van Hoorn
(beleidsadviseur Schoon Water, DAW-coördinator, Agrarisch Waterbeheer bij Waterschap Vallei en Veluwe). Onderwerp: Waterkwaliteit begint buiten het bakje (over gedeeld inzicht).

15.00 uur: Ron van der Oost (toxicoloog bij Waternet). Onderwerp: SIMONI, slimme integrale monitoring.
15.30 uur:
Pauze
16.00 uur: Geesje Rotgers
(redactieteam Agrifacts): rapportages van en naar Brussel en verschillen in normstelling.
16.30 uur:
Vragen en discussie.
17.00 uur:
Afsluiting met soep en een broodje.

Deel via: