‘Noodwet stikstof’ in strijd met Habitatrichtlijn EU

De ‘noodwet stikstof’ die het kabinet voornemens is in te stellen, is op belangrijke onderdelen in strijd met de Europese Habitatrichtlijn. Op de eerste plaats voorkomen de maatregelen niet dat stikstofarme natuurgebieden tóch verbossen. Op de tweede plaats houdt de Nederlandse stikstofwetgeving geen rekening met socio-economische factoren, terwijl de Habitatrichtlijn dit wel voorschrijft. Dit schrijft STAF aan de Commissie Landbouw van de Tweede Kamer. Deze verzocht STAF ter voorbereiding op de behandeling van de wetsvoorstellen een position paper op te stellen.

Nederland heeft een aantal natuurgebieden waarvoor kenmerkend is dat de grond er zeer arm is aan stikstofverbindingen. In deze gebieden komen dus planten voor die goed gedijen bij weinig stikstof in de bodem. Toename van stikstof in de bodem zorgt ervoor dat deze planten overwoekerd worden door meer stikstofminnende soorten. 

Zouden er in Nederland in het geheel geen mensen wonen dan zou Nederland een gebied van bossen en moerassen zijn. De stikstofarme zand- en heidegronden die nu in die vorm aangemerkt zijn als beschermd natuurgebied, zijn in het verleden ontstaan door menselijk handelen. Langdurige begrazing betekende dat stikstof steeds werd afgevoerd en de bodem steeds armer werd. Met het einde van de schaapherderij is die overbegrazing ten einde en de (natuurlijke) processen waarbij steeds stikstof wordt toegevoegd aan de bodem hernemen dus hun loop. Zelfs wanneer er in Nederland geen mensen zouden zijn en dus ook geen stikstofuitstoot of depositie door menselijke activiteit, dan nog vindt dit proces plaats bv doordat dieren stikstof overbrengen, binden van stikstof uit de lucht door stikstofbindende planten, zandbacteriën etc.

De enige wijze waarop grond stikstofarm gehouden kan worden is systematisch stikstof afvoeren, tenminste even snel als het wordt aangevoerd. Landelijk wordt gemiddeld 1.500 mol/ha/jaar (ca. 21 kg/ha) aangevoerd. Deze hoeveelheid moet jaarlijks uit de stikstofarme natuur worden afgevoerd. Dit kan bv door overbegrazen met dieren, afplaggen, enz. Iedere andere maatregel is gedoemd tot mislukken omdat stikstofaanvoer een (natuurlijk) proces is dat niet gestopt kan worden. Het NL-milieubeleid, zoals ook neergelegd in de wet milieubeheer en daarop verder gebaseerde maatregelen, is gestoeld op de wetenschappelijke en juridische misvatting dat het voor de instandhouding van de natuur nodig is stikstofuitstoot door menselijke activiteit tegen te gaan. Deze aanpak is op voorhand enkel als ineffectief en dus in strijd met de habitatrichtlijn te beoordelen.

Deel via:

STAF-bestuur besluit PBL te dagvaarden

Het bestuur van STAF neemt geen genoegen met de reacties van het Planbureau voor de Leefomgeving op het verzoek tot bijstellen van de communicatie over de Tussenevaluatie Gewasbescherming. Het STAF-bestuur heeft nu besloten de rechter om een uitspraak te vragen. Een collectief van juristen en advocaten bereidt namens STAF de dagvaarding voor.

Het PBL berichtte in juni dat het aantal normoverschrijdingen met gewasbeschermingsmiddelen 15 procent is gedaald, terwijl 50 procent was afgesproken. Naar oordeel van STAF heeft het PBL niet helder gecommuniceerd over de wijze waarop die 15 procent is berekend, waarom gekozen is voor een bepaalde rekenmethode terwijl er meer methoden zijn die andere uitkomsten geven, en wat dit percentage betekent. Door ‘de kunst van het weglaten’ zijn stakeholders, politici en media op het verkeerde been gezet, aldus STAF.

STAF wil dat het PBL alsnog correct communiceert over de Tussenevaluatie Gewasbeschermingsmiddelen en verzoekt de rechter de wijze van communiceren van het PBL te toetsen aan de hand van de wettelijke taakstelling van dit instituut.

Deel via:

Aalt Dijkhuizen en Sybe Schaap treden toe tot Raad van Advies STAF

Het bestuur van STAF is buitengewoon verheugd met de toetreding van Aalt Dijkhuizen en Sybe Schaap tot de recent ingestelde Raad van Advies. Beiden nemen een schat aan kennis en ervaring met zich mee en hebben een breed netwerk in wetenschap, overheid en bedrijfsleven, in binnen- en buitenland. Dijkhuizen en Schaap zullen STAF gevraagd en ongevraagd van advies dienen.  

Aalt Dijkhuizen is o.a. voorzitter van de Topsector Agri & Food en voormalig voorzitter van de Raad van Bestuur van Wageningen UR. Sybe Schaap was landbouwer en hoogleraar ‘water policy & governance’ in Wageningen. Tot juni 2019 was hij lid van de Eerste Kamer.
STAF werkt aan opschaling van haar onderzoekscapaciteit en heeft behoefte aan een Raad van Advies. De vraagstukken die STAF oppakt, zijn veelal complex. Desalniettemin is het streven om die in relatief korte tijd terug te brengen tot de kern en de harde feiten. De Raad van Advies zal STAF adviseren over de aanpak van vraagstukken, meedenken over kennisbronnen die daarbij van betekenis kunnen zijn, alsook over de communicatie van de uitkomsten en de eventuele verzoeken tot rectificatie van onjuiste informatie.

Deel via:

STAF verzoekt Planbureau nogmaals misleidende berichtgeving aan te passen

Stichting AgriFacts heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) nogmaals verzocht zijn misleidende berichtgeving over de ‘Tussenevaluatie Gewasbescherming’ aan te passen (zie: eerdere brief van 15 augustus). Het PBL houdt vol dat er feitelijk correct is gerapporteerd. STAF bestrijdt dit: het PBL heeft zoveel informatie weggelaten en/of verstopt in onderliggende stukken, dat vrijwel niemand de juiste conclusie uit het rapport heeft getrokken. Het publiek is massaal op het verkeerde been gezet. In dat geval is van een correcte rapportage geen sprake. Het PBL heeft de landbouw hiermee onnodig veel imagoschade bezorgd. STAF wil dat het PBL zaken rechtzet.

Het PBL bracht in juni zijn ‘Tussenevaluatie Gewasbescherming’ naar buiten. Met als belangrijkste conclusie dat de land- en tuinbouw zijn doelstelling niet haalt. Het aantal normoverschrijdingen met gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater had tussen 2013 en 2018 met de helft moeten afnemen. Het PBL rapporteert een afname van 15%. Het PBL verzuimt echter deze 15% te duiden, waardoor hier door media, politiek en stakeholders massaal verkeerde conclusies aan zijn verbonden.

Doelstelling wel gehaald, beeld genuanceerder

Het RIVM en de Universiteit van Leiden hadden het PBL meer dan 10 verschillende methoden aangereikt, voor het in beeld brengen van de voortgang: steekproef van de meest vervuilde meetpunten, volledige dataset, jaarlijks en driejaarlijks gemiddelde, losse metingen, vervuilende stoffen, meetpunten. Op enkele fronten haalt de landbouw ruimschoots haar doelen of liggen deze binnen handbereik. Op andere fronten worden de doelen niet gehaald. In plaats van het genuanceerde beeld te brengen, en het volledige palet aan verbetering te laten zien, beperkt het PBL zich tot het pontificaal op de voorgrond zetten van een ‘kale’ 15% verbetering, zonder context. Een percentage dat door vrijwel niemand goed is geïnterpreteerd, blijkt uit de berichtgeving over het rapport.

Met ‘de kunst van het weglaten’ onthoudt het PBL politici, beleidsmakers en media het volledige beeld. Dit zorgt voor sturing in het publieke debat en brengt onnodig schade toe aan de landbouw. Dat valt het PBL aan te rekenen.

STAF wil dat het PBL op wetenschappelijke wijze gaat rapporteren (volledig, transparant en niet op grote schaal leidend tot verkeerde interpretaties).

Deel via:

Planbureau levert ontbrekende hoofdstuk ‘rapport bestrijdingsmiddelen’ alsnog op

Stichting AgriFacts (STAF) sprak het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) aan op het op het verkeerde been zetten van media, politici en stakeholders, door essentiële informatie niet in zijn rapport te vermelden. Het PBL verzuimde in zijn ‘Tussenevaluatie Gewasbescherming’ (juni 2019) expliciet te vermelden dat gekozen is voor een steekproef, waarin alleen de meetpunten met de hoogste normoverschrijdingen zijn meegenomen. Ook was niet opgenomen hoe het PBL tot zijn conclusies was gekomen. Die informatie moest worden gehaald uit onderliggende stukken. Zie voor de brief deze link. Tot verrassing van STAF, leverde het PBL de missende informatie alsnog op.

STAF ontving vandaag reactie van het PBL op haar brief. Tot haar grote verrassing ontving STAF van het PBL ook een nagezonden hoofdstuk: ‘Berekening normoverschrijdingen gewasbeschermingsmiddelen – Achtergrond bij het rapport Geïntegreerde gewasbescherming nader beschouwd’. In dit hoofdstuk beschrijft het PBL hoe te zijn gekomen tot zijn conclusies. STAF vindt het absurd dat een dergelijk belangrijk hoofdstuk, dat beschrijft hoe de conclusies tot stand zijn gekomen, niet in het rapport is opgenomen. Maar pas werd opgesteld, nadat er vragen werden gesteld over de beoordelingssystematiek. Dit is precies het punt dat STAF richting het PBL maakte in haar brief: essentiële informatie ontbreekt in de rapporten, waardoor Jan en allemaal op het verkeerde been worden gezet.

Strengere beoordelingssystematiek dan Europa

STAF is blij dat het PBL het ontbrekende hoofdstuk alsnog heeft opgeleverd en gaat dit bestuderen. De eerste conclusie is dat dit hoofdstuk bevestigt dat het PBL op meerdere onderdelen een afwijkende en strengere beoordelingssystematiek toepast, dan de Europese KRW-systematiek.

Deel via:

Planbureau zet publiek op verkeerde been met ‘rapport bestrijdingsmiddelen’

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft wederom Jan en alleman op het verkeerde been gezet, door essentiële informatie te verstoppen in zijn rapport. Het betreft deze keer de ‘Tussenevaluatie Gewasbescherming’ (juni 2019). Media brachten massaal naar buiten dat boeren en tuinders hun doelstellingen op gebied van gewasbeschermingsmiddelen niet haalden. De normoverschrijdingen in oppervlaktewater hadden tussen 2013 en 2018 met 50% moeten afnemen, het werd 15%. Media en politici die alleen de (publieks)samenvatting hadden gelezen, meenden van doen te hebben met een landelijk beeld. Een grote misvatting, het ging namelijk over de 15% meest vervuilde meetpunten. En zeker niet om het landelijke beeld. Voor dit essentiële detail had men moeten doorlezen in rapport en onderliggende stukken. Zoveel leestijd gunde vrijwel niemand zich.

Wanneer gekeken wordt naar alle meetpunten en de Europese beoordelingssystematiek, dan hebben boeren en tuinders de doelstelling van 50% minder normoverschrijdingen wel gehaald, blijkt na toetsing van de volledige dataset.

Eerder ook al raak

Eerder was het ook al raak, toen het PBL een klimaatwinst van 25–40% broeikasgasreductie had toegeschreven aan halvering van de vleesconsumptie. Hier waren de woorden ‘van de 9% landbouwgerelateerde emissies’ weggelaten – die moesten lezers zelf opdiepen uit de onderliggende Engelstalige literatuur. STAF maakte hier afgelopen winter een punt van, waarop het PBL de ontbrekende informatie alsnog toevoegde. Die onjuiste 25-40% is echter nog altijd terug te vinden in publicaties van gerenommeerde organisaties, zoals de Consumentenbond. Wat duidelijk maakt dat zelfs vooraanstaande stakeholders de onderliggende literatuur niet lezen.

“Wij zijn inmiddels op meerdere publicaties gestuit, waarin het PBL essentiële informatie tussen de regels en/of in voetnoten heeft verstopt. En waar media, politici en stakeholders massaal de verkeerde conclusies hebben getrokken. Wie zit er dan fout? De lezer of het PBL? Het PBL is hier vaker op aangesproken. Toen werd gezegd dat ‘de literatuurlijst niet voor niks wordt vermeld’. De lezer wordt dus geacht niet alleen het lijvige rapport tot de laatste letter te lezen, maar ook de publicaties in de voetnoten”, aldus Jan Cees Vogelaar, directeur a.i. van STAF. STAF vindt een dergelijke wijze van communiceren niet passend voor een overheidsorganisatie.

PBL verzocht zaken recht te zetten

Het PBL hanteert ‘de kunst van het weglaten’, waardoor anderen in de fout gaan. STAF wil dat het PBL zijn communicatie zodanig inricht dat partijen die alleen de (publieks)samenvatting lezen, niet meteen op het verkeerde been staan. Ook wil STAF dat het PBL de communicatie over zijn Evaluatie Gewasbescherming overnieuw doet.

Deel via:

Milieu Centraal in de fout met milieu-impact dranken

Milieu Centraal zoekt in deze zomerse week de media met haar poster over de impact van drinken op het klimaat. ‘Genoeg drinken tijdens de hitte is belangrijk. Welke dorstlesser je kiest scheelt daarbij een slok op een borrel voor het klimaat’, aldus de milieuvoorlichter. Volgens Milieu Centraal is koffie verkeerd ‘de biefstuk onder de drankjes’.

STAF heeft de poster van Milieu Centraal nagewerkt en komt tot de conclusie dat er niets van klopt. Volgens STAF had er bij Milieu Centraal onmiddellijk een lichtje moeten gaan branden, toen bleek dat alle dranken op de poster samen een wekelijkse footprint hebben van nog geen 2 kilo CO2 (zie afbeelding). Eén week eten en drinken gaat namelijk gepaard met een footprint van zo’n 25 – 30 kilo CO2 per persoon, waarin drinken een aandeel heeft van zo’n 20 procent (5 tot 6 kilo CO2).

Bij Milieu Centraal is navraag gedaan naar de bronnen, waarop de organisatie zich heeft gebaseerd. Op basis van diezelfde bronnen heeft STAF de informatie op de poster nagewerkt. Daarbij is het beeld ontstaan dat Milieu Centraal de CO2 die veroorzaakt is in het buitenland (bij geïmporteerde producten, zoals koffie en wijn) buiten beschouwing heeft gelaten. Ook lijkt het erop dat Milieu Centraal is uitgegaan van een dagelijkse consumptie van 1 liter aan dranken, in plaats van 2 liter.

STAF heeft Milieu Centraal een rapportage gestuurd waarin de bevindingen en berekeningen van STAF inzichtelijk zijn gemaakt. Daarbij is de organisatie verzocht de foutieve informatie openlijk te rectificeren.

Update 25 juli 2019: Milieu Centraal bevestigt dat de vermelde footprints op de poster onjuist zijn berekend. De footprints zullen worden aangepast. Volgens de milieuorganisatie verandert de boodschap echter niet. STAF heeft Milieu Centraal laten weten dat dit onmogelijk is, gezien de databron die deze organisatie heeft gebruikt. Dan zou er sprake zijn van selectief shoppen in deze databron om een boodschap te construeren.

De poster met informatie die onmogelijk kan kloppen.

Deel via:

STAF staat pal achter data-analyse ‘bijen en neonics’

Op 4 juni overhandigde STAF een data-analyse van 380 bijensoorten aan Tweede Kamerleden. Hierin werd geconstateerd dat voor 112 soorten een toenemende trend was vastgesteld. Gezocht is naar de gezamenlijke kenmerken van de soorten met een toenemende trend. Deze kwamen opvallend vaker voor in grote delen van Nederland, het platteland en vlogen vaker op zeer algemene bloemen. Ook is op zoek gegaan naar de gezamenlijke kenmerken van de soorten met een sterk dalende trend. Die hadden opvallend vaker natuurgebieden en natuurgraslanden als biotoop. Meteen na publicatie waren er veel kritieken, waarvan enkele inhoudelijk. STAF staat voor zijn analyse.

STAF ging uit van de hypothese dat soorten met een afnemende trend vooral te vinden zouden zijn in het landelijke gebied vanwege de vermeende invloed van de neonicotinoïden. Dat bleek niet het geval te zijn. Integendeel, in deze gebieden zagen we juist meer soorten met een toenemende trend. Er is niet gekeken naar causale verbanden tussen de trend van bijensoorten en de reden van de toename respectievelijk afname. Dit pretendeert het rapport van STAF ook niet. Het betreft, zoals vermeld is, een data-analyse. Er is gekeken naar correlaties.

Toenemende irritatie op bijendossier

STAF constateert een toenemende irritatie binnen de bijenwetenschap, nu STAF in de totstandkoming van een aantal wetenschappelijke publicaties is gedoken. Die publicaties vormen het fundament waarop het huidige Europese neonicotinoïden-verbod is gebaseerd. Daar is alle aanleiding toe. STAF kreeg een verslag in handen van een oprichtingsbijeenkomst van de Taskforce Systemische Pesticiden (2010), waarin te lezen is hoe NGO’s afspraken maken met wetenschappers om de neonicotinoïden verboden te krijgen. Onder de deelnemers aan het ‘aanvalsplan’ ook twee Nederlandse wetenschappers. Eén van de twee wetenschappers heeft inmiddels een uitgebreide toelichting gegeven op de gang van zaken. Het initiatief tot samenwerking kwam van de NGO’s en de uitkomsten van het onderzoek stonden bij voorbaat vast! STAF heeft deze zaak in onderzoek en verwacht de resultaten later dit jaar te publiceren.

Deel via:

Nationale toetsing lesmateriaal basisonderwijs

Stichting Agri Facts ontvangt veel klachten over fouten in lesboeken van schoolkinderen. Deze maand zullen bijna 200 les- en werkboeken die gebruikt worden in het basisonderwijs, worden getoetst op correcte informatie over de landbouw en visserij. Geïnteresseerden kunnen meedoen aan de voorscreening op zaterdag 15 juni.

Aanmelden voorscreening op zaterdag 15 juni

Op zaterdag 15 juni zullen vrijwilligers bijna 200 schoolboeken die in omloop zijn, screenen op informatie over landbouw, tuinbouw en visserij. Deze voorscreening vindt plaats in vergader- en congrescentrum De Schakel, Oranjelaan 10 in Nijkerk, van 9.30 – 15.00 uur. Eten, drinken en reiskostenvergoeding zijn inbegrepen.

STAF zoekt nog een aantal deelnemers aan deze voorscreening. Aanmelden kan door een mail te sturen naar info@stichtingagrifacts.nl. Wij nemen dan contact met u op.

Oordeel over kwaliteit lesmateriaal op 29 juni

Op zaterdag 29 juni zal een deskundige jury onder leiding van prof. dr. Aalt Dijkhuizen, voorzitter Topteam Agri & Food, zich uitspreken over de kwaliteit van de informatie over landbouw en visserij in het lesmateriaal van het basisonderwijs. SP-Tweede Kamerlid Frank Futselaar (portefeuilles onderwijs en landbouw) maakt ook deel uit van de jury. De namen van de andere juryleden volgen. De uitkomsten van de toetsing zullen aan het einde van de dag worden gedeeld met het publiek en de media. Deelnemers aan de voorscreening worden van harte uitgenodigd hierbij te zijn.

Meer informatie over 29 juni en de samenstelling van de jury volgt spoedig op deze website.

Deel via: