STAF helpt scheldende D66-politicus bij het kuisen van zijn taalgebruik

D66-politicus Tjeerd de Groot heeft een brief ontvangen van de advocaat van STAF, met het verzoek zijn woorden te kuisen. De Groot scheldt partijen uit, zonder aanleiding. Dat past niet binnen de nieuwe bestuurscultuur die D66 zegt na te streven.

De Groot begon STAF uit te schelden op Twitter. Reden was dat Tweede Kamerlid Caroline van der Plas van Boer Burger Beweging Kamervragen stelde over een kritisch stikstofartikel van journalist Klaas van der Horst van Boerenbusiness. STAF had geen enkele betrokkenheid bij het werk van de journalist, evenmin bij dat van het Kamerlid. STAF werd ook nergens genoemd. Toch weerhield dat De Groot niet om STAF uit te schelden voor twijfelbrigade en nepnieuws. De Groot meende in het werk van de journalist en het Kamerlid de hand van STAF te herkennen.

STAF heeft besloten de D66-landbouwwoordvoerder een beetje te helpen met de nieuwe bestuurscultuur van zijn D66. Uitschelden van organisaties past daar niet bij. En al helemaal niet als die organisatie geen partij is. De Groot ontving een brief van de STAF-advocaat met het verzoek zijn uitspraken te kuisen conform de verbindende normen en waarden van D66.

Foto: Shutterstock.

Deel via:

Agrifacts breidt onderzoekscapaciteit uit dankzij steun van sponsoren

Een sponsorbijdrage voor de komende drie jaar van Royal A Ware, VanDrie Group en De Heus Voeders maakt het mogelijk om de onderzoekscapaciteit van Stichting Agrifacts uit te breiden. Stichting Agrifacts zal de sponsorbijdrage gebruiken om de onderbouwing van het land- en tuinbouwbeleid in Nederland te toetsen en publicaties en informatie over de agrarische sector te voorzien van een feitencheck.

Jaap Haanstra, voorzitter van Stichting Agrifacts, is erg blij met de bijdrage van de bedrijven. “Hiermee kunnen we onze redactiecapaciteit flink uitbreiden. We krijgen veel tips vanuit de agrarische sector over onderwerpen die we zouden kunnen onderzoeken. Dankzij deze bijdrage kunnen we veel van die onderwerpen ook echt grondig uitzoeken.”

“Het is mooi om te zien dat bedrijven waarderen wat wij doen en daaraan willen bijdragen. Daarbij is het wel belangrijk dat de onafhankelijkheid van Stichting Agrifacts gegarandeerd is. Daarom hebben we daar in de sponsorovereenkomsten goede afspraken over gemaakt. Het onderzoeksteam beslist zelfstandig welke onderwerpen door de onderzoeksredactie worden opgepakt”, vult Geesje Rotgers, onderzoeksjournalist voor Stichting Agrifacts aan.

De bedrijven stellen: “We voelen ons nauw betrokken bij de agrarische sector en onderschrijven de noodzaak om de manier waarop we voedsel produceren verder te verduurzamen. Maar het beleid dat we daarvoor inzetten moet wel kloppen. Met regelmaat zien we voorbeelden van regels die op papier kloppen maar in de praktijk vervelende gevolgen hebben voor boeren en hun familiebedrijven. Vaak blijkt dan dat de onderbouwing van het beleid helemaal niet zo stevig is als wordt voorgespiegeld. Daarom is het goed dat Stichting Agrifacts de onderbouwing van beleid waar vraagtekens bij zijn grondig onderzoekt.”

Stichting Agrifacts zal op korte termijn beginnen met de werving van freelance onderzoekers uit de journalistiek en/of wetenschap. Tips voor het onderzoeksteam van Stichting Agrifacts kunnen worden gedeeld via Info@stichtingagrifacts.nl. Wilt u de vacaturetekst toegemaild krijgen zodra deze beschikbaar is? Laat het ook weten via dit mailadres.

Foto: Shutterstock

Deel via:

STAF dient klacht in bij TU Delft, over opkloppen klimaatwinst vegakantine

STAF heeft vandaag een officiële klacht ingediend bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van TU Delft. De klacht betreft het opkloppen van de klimaatwinst, die met de vegakantine gerealiseerd zou worden. In mei bracht de universiteit naar buiten dat de faculteit Bouwkunde heeft gekozen voor een volledig vegetarisch aanbod in haar kantine. Daarbij werd een onrealistisch grote klimaatwinst gepresenteerd. Dat was reden om de onderbouwing te checken.

Het staat TU Delft vrij om te kiezen voor een vegakantine. Echter, het staat een universiteit niet vrij om daarbij klimaatwinsten te presenteren die zijn ‘opgeklopt’. Het vergde doorzettingsvermogen om de onderbouwing van de gepresenteerde klimaatwinst op tafel te krijgen. Een opgevoerde literatuurbron, die de klimaatwinst zou onderbouwen, bleek niet beschikbaar.

Na doorvragen ontvangt STAF van TU Delft een exceltabel met de berekening. Hieruit blijkt dat er verschillend is omgegaan met voedingsmiddelen van dierlijke en plantaardige oorsprong. Zo worden dranken van dierlijke oorsprong (melk) wel meegeteld, maar dranken van plantaardige oorsprong niet (denk aan: koffie, bier, wijn). Meer categorieën voedingsmiddelen van plantaardige oorsprong zijn vergeten in de berekeningen, zoals koek, gebak en snoep. Hierdoor wordt het verschil in CO2-voetprint tussen een voedingspatroon met en zonder dierlijke producten groter.

Bovendien worden bij voedingsmiddelen de emissies in de hele keten meegeteld. Bij de ‘energiegebruikers’ (zoals vervoermiddelen en ICT) daarentegen alleen de brandstoffen en elektriciteit.

STAF heeft haar bevindingen voorgelegd aan TU Delft. Ondanks meerdere reminders kwam er geen reactie.

Over de klacht

STAF heeft een klacht ingediend bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van TU Delft. De klacht betreft twee zaken, die volgens STAF in strijd zijn met de gedragscode voor wetenschappers. Enerzijds het niet beschikbaar zijn van een opgevoerde literatuurbron. Anderzijds het opkloppen van de klimaatwinst van de vegakantine door meerdere CO2-bronnen buiten beschouwing te laten.

Het artikel ‘TU Delft klopt klimaatwinst vegakantine op’ is deze week te lezen in het STAF-blad.

(Foto: Shutterstock / Frank Cornelissen)

Deel via:

Stikstofnormen boerensloten veel strenger in Nederland

De stikstofnormen voor boerensloten en -afwateringen zijn in Nederland een stuk strenger dan in onze buurlanden. Dat blijkt uit een vergelijking van de stikstofnormen voor oppervlaktewater in Nederland, Vlaanderen en West-Duitsland. Van onze Vlaamse en Duitse buren mag er meer stikstof in het water zitten, dan in ons land is toegestaan. Dat zorgt voor normoverschrijdingen in Zuid- en Oost-Nederland, waar het buitenlandse water ons land binnenstroomt.  

Nederland vraagt ingrijpende maatregelen van boeren voor het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn. Demissionair minister Schouten wil dat boeren metersbrede bufferstroken langs watergangen aanhouden, die niet bemest mogen worden. Ook wil zij dat er regelmatig een rustgewas wordt opgenomen in het bouwplan. Dit alles om de Europese waterdoelen voor het grond- en oppervlaktewater dichterbij te brengen. Die Europese doelen staan in de Nitraatrichtlijn en Kaderrichtlijn Water. Gaan lidstaten op uniforme wijze om met de Europese waterdoelen? Nee, blijkt uit een doelenvergelijking van STAF. Nederland hanteert strengere stikstofdoelen voor boerenafwateringen dan Vlaanderen en West-Duitsland.

Vergelijking stikstofdoelen slootwater

Voor grondwater hanteren Europese lidstaten dezelfde norm: maximaal 50 mg nitraat per liter. Voor het oppervlaktewater heeft Europa geen normen vastgelegd, die bepalen lidstaten zelf. In Nederland bepalen waterschappen de normen. Voor Nederlandse agrarische afwateringen ligt die doorgaans tussen 1.3 en 2.8 mg N/l (zomergemiddelde), afhankelijk van de regio. In Vlaanderen geldt voor afwateringen echter een veel ruimere norm: 4.0 mg N/l (zomergemiddelde). Duitsland hanteert de norm van de Nitraatrichtlijn: 50 mg nitraat/l (jaarrond gemiddelde). Dit is omgerekend 11.3 mg N/l. Voor grensoverschrijdende rivieren is de Duitse streefwaarde lager: 3 tot 6 mg N/l.

Uit de Duitse waterkwaliteitsmetingen op de zes grensmeetpunten blijkt dat de rivieren gemiddeld zo’n 6 mg N/l aan stikstof afvoeren naar Nederland. Het Vlaamse afvoerwater bevat vergelijkbare concentraties. Het zijn concentraties die de Nederlandse normen ver overschrijden.

Het aandeel buitenlandse stikstof in de Nederlandse regionale wateren wordt geschat op 20 procent (afbeelding 1). In combinatie met strengere Nederlandse normen, zorgt dat voor een grote stikstofopgave voor boeren (afbeelding 2).

Nederland kiest voor strengere norm boerensloot

Lidstaten hebben ‘waterlichamen’ aangewezen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Volgens de KRW gaat het om wateren van aanzienlijke omvang, zoals meren, waterbekkens, rivieren, kanalen en kuststroken. Voor ieder waterlichaam zijn doelen geformuleerd, waaronder een stikstofnorm.

Volgens STOWA, het kenniscentrum van de waterschappen, zijn over de waterambities internationaal afspraken gemaakt. Er zijn echter geen afspraken gemaakt over normen voor kleinere wateren, zoals agrarische afwateringen. Opvallend is dat veel Nederlandse waterschappen de strenge KRW-stikstofnormen ook hanteren voor boerenwateringen. Vlaanderen en Duitsland doen dit niet, zij kozen voor een lichtere norm voor de niet KRW-wateren.


Afbeelding 1. De buitenlandse waterstromen voeren veel stikstof mee naar Nederland. Vooral in Oost- en Zuid-Nederland is een aanzienlijk deel van de stikstof in regionale wateren afkomstig uit het buitenland. (Afbeeldingen: WUR).

Afbeelding 2. Op dit kaartje is te zien waar de stikstofopgave voor boeren het grootste is. Hoe donkerder het gebied, hoe groter de normoverschrijding in het oppervlaktewater. In welke mate de norm wordt overschreden, hangt mede af van de normstelling. De normen voor agrarisch gebied zijn in Nederland strenger dan in Vlaanderen en Duitsland.

Foto: Shutterstock, Ruud Morijn.


Een uitgebreid artikel over dit onderwerp verschijnt in STAF (december 2021).

Bronnen:

  1. 7e Nederlandse actieprogramma betreffende de Nitraatrichtlijn (2022 – 2025) (Ministeries van LNV en IenW)
  2. Landbouw en de KRW-opgave voor nutriënten in regionale wateren (WUR, 2016)
  3. Meetnet Nutriënten Landbouw Specifiek Oppervlaktewater, Toestand en trends tot en met 2018 (Deltares)
  4. Waterkwaliteitsportaal.nl (meetdata)
  5. Basismilieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater Vlaanderen
  6. Oberflächengewässerverordnung / Nährstofftrends – Fließgewässer (Umwelt Bundesamt)
  7. Antwoorden op vragen aan Vlaamse Milieumaatschappij, STOWA, diverse waterschappen.

Deel via:

Brussel maakte wél verslag van gesprek over ‘Wierdense Veld’

Minister Schouten liet begin september weten dat er geen verslag is gemaakt van haar gesprek met de Europese Commissie over N2000-gebied Wierdense Veld (Ov). Dit antwoordde zij op Kamervragen van Derk Boswijk (CDA). In juni had zij de Europese Commissie gesproken over de proportionaliteit van het maatregelenpakket en de kosten voor behoud van het hoogveengebied. STAF vroeg middels een WOB-procedure de stukken rondom het overleg op. En kreeg tot haar verrassing een uitgebreid verslag van het gesprek.

Voor het behoud van 108 m2 actief hoogveen in Wierdense Veld, wordt 40 miljoen euro uitgetrokken. Het geld is onder meer nodig voor de opkoop van zo’n 180 hectare omringende boerengrond.

STAF startte een WOB-procedure bij de Europese Commissie en ontving binnen de Europese termijn van 15 werkdagen zowel de Europese aantekeningen van een vooroverleg, als een uitgebreid verslag. Waarom CDA-Kamerlid Boswijk niets ontving? Hij vroeg naar een gesprek in juni 2020. Het betreffende gesprek vond plaats in juni 2021 (een jaar later).

Europese Commissie genuanceerder dan Schouten

Volgens Schouten moet Nederland van Brussel verder met het natuurherstel in Wierdense Veld. Uit het verslag blijkt echter dat Nederland een andere interpretatie geeft aan Habitatrichtlijn artikel 6, dan de Europese Commissie. De Europese Commissie deelt de uitleg die Nederland eraan geeft niet. Wat exact het verschil van inzicht is, blijkt niet uit het verslag. Verder valt op dat het ‘moeten van Brussel’, waar het ministerie van LNV voortdurend mee schermt, genuanceerder ligt. De Europese Commissie schrijft nadrukkelijk in haar verslag: ‘de weg die Nederland in deze situatie wil kiezen’. Ook vraagt Nederland naar de proportionaliteit, hoeveel kosten zijn nog redelijk? De Europese Commissie zegt open te staan voor gesprek hierover.

De stukken zijn hier te downloaden:

Deel via:

Slag om het Wierdense Veld

Provincie Overijssel gaat zo’n 40 miljoen euro verspijkeren aan haar hoogveengebied Wierdense Veld. Het geld is bedoeld om het afgegraven en verdroogde hoogveen weer actief te krijgen. Ongeveer de helft van het geld is nodig om 180 hectare aangrenzende boerengrond (deels) op te kopen en te vernatten. De onderbouwing van het voorgenomen beleid wordt getoetst. Het ververven van 180 hectare boerengond lijkt hier hoofddoel, naar de realisatie van de natuurdoelen is nauwelijks gekeken.

Beleidsmakers kapittelen wetenschap

Onderzoek naar de effecten van grootschalige vernatting van het Wierdense Veld werd vlak voor afronding stopgezet. Dit gebeurde nadat tussenresultaten hadden uitwezen dat geen van de doorgerekende scenario’s zou
leiden tot het behalen van de beoogde natuurdoelen. Onderzoekers moesten hun onafgemaakte werk inleveren en konden hun rapportage niet afronden. “Zo willen wij niet werken”, zegt een van hen. STAF onderzocht de kwestie.

Links op de foto natuurgebied Wierdense Veld. Foto: Shutterstock, Wirestock Creators.

Beleid mist onderbouwing, hoogveenherstel blijft gok

Twee ervaren terreinbeheerders keken naar de onderbouwing van de maatregelen die Provincie Overijssel wil doorvoeren. Ook werd een bezoek gebracht aan de plek waar actief hoogveen is ingetekend op de natuurkaart in rekenmodel Aerius (zie afbeelding). Dat het maatregelenpakket gaat leiden tot het gewenste hoogveenherstel, blijkt onvoldoende uit de rapporten. En eveneens uit het terreinbezoek. Er werd geen 108 m2 actief hoogveen aangetroffen op de plek waar het staat ingetekend. Verder lijkt hoogveenontwikkeling in veruit het grootste deel van het gebied niet reëel.

Maatschappelijke uitgaven van deze omvang (zo’n 40 miljoen euro) zijn te rechtvaardigen als op voorhand vaststaat dat het beoogde doel (hoogveenherstel) zal worden bereikt. Dat is hier niet het geval.

In Wierdense Veld is volgens de natuurkaart een miniem puntje actief hoogveen te vinden. In het overgrote deel moet het hoogveen nog tot ontwikkeling komen (ingetekend als herstellend hoogveen), wat niet reëel is.

Download toetsing beleid: Slag om het Wierdense Veld

Deel via:

Is er veel of juist weinig ammoniak op de Veluwe?

Vorige week verscheen het rapport ‘Naar een ontspannen Nederland’, van stikstofhoogleraar Jan Willem Erisman en landschapsarchitect Berno Strootman. De uitgangspunten die beide heren kozen, zijn bepalend voor hun uitkomsten. De heren zijn bij stikstof uitgegaan van berekende deposities. Als zij hadden gekozen voor gemeten ammoniakconcentraties in de natuur zelf, dan was de uitkomst anders geweest. Voor het broeikasgas methaan zou vernatten van het Groene Hart leiden tot minder methaanuitstoot, terwijl metingen meer methaan lieten zien.

Metingen: Veluwe laag in ammoniak

Erisman en Strootman hebben ervoor gekozen te zoeken naar natuurgebieden waarop de meeste stikstofdepositie (berekend!) plaatsvindt. Veluwe is het gebied waarop de meeste stikstof neerkomt, wat logisch is omdat dit veruit het grootste natuurgebied is. De boeren in de Gelderse vallei leveren volgens de berekeningen dan een relatief grote bijdrage. Als we echter uitgaan van de gemeten ammoniakconcentraties in natuurgebieden (MAN-meetnet RIVM; 2019), dan ziet het plaatje er anders uit. De Veluwe behoort dan tot de natuurgebieden met een relatief lage ammoniakbelasting. De gemiddelde ammoniakconcentratie in Nederlandse natuurgebieden bedraagt 6,1 μg/m3. Op de Veluwe ligt die met gemiddeld 5,1 μg/m3 aanzienlijk lager (zie figuur). Alleen op de buitenrand van de bosrijke Veluwe zijn de concentraties wat hoger, maar die nemen snel af naar lagere waarden.

Bekend is dat bosranden veel ammoniak wegvangen. Uit onderzoek blijkt dat met de aanleg van een oplopende bosrand van enkele tientallen meters, de depositie in een boshabitat aanzienlijk kan dalen. (Bron: Herstelstrategieën tegen de effecten van atmosferische depositie van stikstof op Natura2000 habitat in Vlaanderen; Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, 2018). In Vlaanderen staat de aanleg van een houtkant op de lijst met herstelstrategieën tegen stikstof, in Nederland niet.

De gemeten ammoniakconcentraties op de Veluwe zijn relatief laag.

Groene Hart: meer of minder methaan door vernatten?

Erisman en Strootman schrijven: Door oxidatie van het veen komen grote hoeveelheden broeikasgassen als CO2 en methaan vrij. Vernatten van het veen in het Groene Hart leidt tot minder uitstoot. Promotieonderzoek van Agnes van den Pol-Van Dasselaar (Methane emissions from grasslands, 1998) heeft in de jaren ’90 al uitgewezen dat vernatting van veen juist zorgt voor veel meer uitstoot van methaan. Dit op basis van metingen. Natte graslanden met een lage N-input (extensief beheer) op veengrond waren belangrijke bronnen van methaan. Deze graslanden stootten 80-200 kg methaan per hectare per jaar uit. Intensief gebruikte graslanden op gedraineerde veengronden legden daarentegen 0,1 tot 0,3 kg atmosferische methaan per hectare per jaar vast.

Erisman laat in reactie weten dat zij in hun schattingen alleen zijn uitgaan van CO2, niet van methaan. Methaan is niet meegerekend.

Meten is beter weten

Het Adviescollege Stikstofproblematiek (Commissie Remkes) kwam in 2020 met het advies ‘meten is beter weten’, aangezien de modelberekeningen te grote onzekerheden kennen. Een tweede adviescollege, de Commissie Meten en Berekenen Stikstof (Commissie Hordijk, 2020) concludeerde eveneens dat de onzekerheden in de berekeningen zeer groot zijn. Desondanks blijven onderzoekers vasthouden aan de berekeningen. Het rapport van Erisman en Strootman is de zoveelste in rij dat uitgaat van modelberekeningen.

(Foto: Shutterstock)

Deel via:

LNV: ‘Onderzoek voor beleid hoeft niet altijd transparant’

Het rapport ‘Relaties tussen de hoeveelheid stikstofdepositie en de kwaliteit van habitattypen’ is de volgende in de reeks ‘niet transparante onderzoeken’. Op 11 juni werd het rapport door minister Schouten aangeboden aan de Tweede Kamer. Het ministerie van LNV bevestigt dat de onderliggende ecologische gegevens niet gedeeld kunnen worden. Reden is dat deze gegevens eigendom zijn van buitenlandse onderzoekers.

Minister Schouten heeft Wageningen Environmental Research (WUR) en Onderzoekcentrum B-Ware opdracht gegeven te onderzoeken hoe groot het schadelijke effect is van stikstof, bij een beperkte en een grote overschrijding van de kritische depositiewaarde. Het gaat om beleidsondersteunend onderzoek. WUR en B-Ware maakten voor deze opdracht gebruik van een grote hoeveelheid ecologische gegevens van onder meer Britse onderzoekers.

Onderzoekers Jaap Hanekamp en Matt Briggs willen het jongste beleidsondersteunende onderzoek voor LNV controleren. Maar stuitten erop dat dit niet mogelijk is zonder inzage in de onderliggende ecologische gegevens. Zij benaderden de Britse eigenaar van de data, tot nu toe zonder succes.

Onderliggende gegevens hoeven niet beschikbaar

STAF vroeg het ministerie van LNV of de onderbouwing van het beleid transparant moet zijn. “Daar waar mogelijk zeker”, aldus het ministerie. Maar het is volgens LNV niet gebruikelijk dat onderliggende gegevens vrijelijk en altijd ter beschikking worden gesteld.

Zowel Hanekamp en Briggs als STAF stuitten de afgelopen jaren geregeld op stikstofonderzoek waarvan de onderliggende gegevens niet beschikbaar waren. Meermalen werd een procedure aangespannen om de gegevens in de openbaarheid te krijgen.

De ecologische gegevens waarop dit rapport is gebaseerd, kunnen niet beschikbaar worden gesteld.

Deel via:

Veekrimpplan Veerman en Erisman lekt steeds verder uit

‘Mes flink in veehouderij’ kopte Telegraaf op de voorpagina van afgelopen vrijdag. Dit zou de conclusie zijn van een nog niet openbaar adviesrapport over het beteugelen van de stikstofproblematiek. Cees Veerman, voormalig minister van LNV en stikstofprofessor Jan Willem Erisman zijn drijvende krachten achter het aankomende rapport, waarvan steeds meer details uitlekken.

Telegraaf wist de hand te leggen op de hoofdlijnen van het rapport, dat volgende week wordt aangeboden aan het ministerie van LNV. STAF beschikt inmiddels over enkele notities, die meer details prijsgeven.

Aanleiding voor het nieuwe adviesrapport vormt een overleg van de minister van LNV met de trekkers van het initiatief ‘Regie op Ruimte’, in mei dit jaar. Deze trekkers zijn:  Cees Veerman, Jan Willem Erisman, Krijn Poppe en Willem Lageweg, Transitiecoalitie Voedsel en de Boerenraad. In dat overleg is de vraag gesteld hoe kortetermijnmaatregelen snel en stevig kunnen bijdragen aan de langetermijndoelen voor stikstof en klimaat. Met daarbij de voorwaarde dat de maatregelen niet mogen leiden tot grote marktverstoringen voor de landbouw en oneigenlijke vermogensvorming.

In het aankomende adviesrapport wordt uitgegaan van het gedachtengoed van ‘Regie op Ruimte’.

Maatregelen korte termijn

Op korte termijn zien de initiatiefnemers eigenlijk geen rol voor innovaties. De enige korte termijnmaatregel is krimp van de veestapel, waarbij dierrechten (intensieve veehouderij) en fosfaatrechten (rundveehouderij) uit de markt worden gehaald. Dit levert indirect een bijdrage aan vermindering van de emissies van stikstof en CO2.

De initiatiefnemers pleiten voor het opkopen van productierechten bij piekbelasters. Te beginnen in de Gelderse Vallei en rondom natuurgebieden op de zandgronden. In de Gelderse Vallei zal een kleine 70% van de emissies moeten verdwijnen. Bedrijven die niet in staat zijn de emissies fors terug te brengen, komen als eerste in aanmerking voor opkoop. Op de vrijgekomen ruimte moet vervolgens een natuur-inclusieve vinex-wijk verrijzen. De projectontwikkelaars van de vinex-wijk betalen de uitkoop van de boeren.  

Naast de zandgronden en de Gelderse Vallei, is er nog een gebied waar bij voorrang uitkoop of extensivering wordt voorgesteld: de veenweidegronden in het Groene Hart. Hier gaat het om 50 procent emissiereductie. Het Groene Hart is een minder grote piekbelastende regio, maar wel een regio waar voor bouw en industrie in de omgeving, veel stikstofruimte nodig is.

Maatregelen middellange termijn

Voorgesteld wordt om per regio een limiet te stellen aan de maximale emissies. En verder de beste gebieden aan te wijzen voor landbouw, en ook alvast gebieden aan te wijzen voor woningbouw, infrastructuur, energiewinning en natuur. Zodat gebiedsprocessen kunnen aanvangen en de agrariërs in die gebieden weten waar zij aan toe zijn.

De initiatiefnemers pleiten ten slotte voor verhandelbare CO2- en ammoniakrechten, in aanvulling op fosfaatrechten (met afroming). Dat heeft als voordeel dat de blijvende boeren meebetalen aan de uitkoop van wijkende boeren. Verder willen de initiatiefnemers voordelen inbouwen voor extensieve bedrijven.

(Foto Gelderse Vallei: Shutterstock / Sjoerd Bezemer)

Deel via: