Overheid houdt grootste stikstofbron buiten stikstofbeleid

Natuur krijgt stikstof aangevoerd vanuit de lucht (afkomstig vanuit landbouw, industrie, logistiek). De omvang van deze bron wordt tot op de gram becijferd, elk jaar opnieuw. Maar natuur krijgt óók stikstof aangevoerd vanuit de eigen bodemvoorraad. Verstoring van de natuurbodem, zoals wateronttrekking en ontbossing, jaagt de vrijgave van stikstof uit de bodemvoorraad aan. De omvang van deze substantiële stikstofbron wordt niet in beeld gebracht, maar juist buiten beeld gehouden. Dit is merkwaardig, aangezien deze stikstof net zo goed van invloed is op stikstofgevoelige natuur (foto: Shutterstock).

Farmers Defence Force wist in april een grote hoeveelheid metingen in Drentse natuurgebieden in de openbaarheid te krijgen, middels een WOB-procedure. Uit deze metingen blijkt dat niet stikstofdepositie, maar de aanvoer van stikstof uit de eigen bodemvoorraad de grootste stikstofbron is.

Waar komt stikstof die natuur vermest en verzuurt vandaan?

Natuur stapelt zelf heel veel stikstof

  • De totale stikstofdepositie in de afgelopen 100 jaar bedraagt 2.400 kilo/ha.
  • Uit metingen in 286 natuurbodems in de Provincie Drenthe blijkt dat er alleen al in de bovenste 10 cm van de grond duizenden kilo’s stikstof liggen opgeslagen: 3.000 kg/ha (droog bos, droge heide), 4.000 kg/ha (vochtig bos, vochtige heide) tot 10.000 kg/ha (hoogveen, moeras). In de laag eronder zit nog veel meer stikstof, volgens literatuur. Veel meer dus dan er in 100 jaar is neergeslagen.
  • Uit literatuur van de vorige generatie stikstofonderzoekers blijkt dat natuur heel veel stikstof (N2) uit de lucht bindt. In stikstofarme grond kan het gaan om wel 60 tot 80 kg/ha/jaar. Dit doen bodemorganismen. Zolang deze stikstof wordt opgeslagen is er niks aan de hand. Dat wordt anders als die vrijkomt. Dat gebeurt bij bodemverstoringen, meestal het gevolg van beleidskeuzes van overheid en/of natuurbeheerder.

Wanneer komt de stikstof vrij uit de bodemvoorraad?

De bodemvoorraad stikstof ligt in principe veilig opgeslagen (vastgelegd in organische stof). En is bijna niet beschikbaar voor planten en kan dus geen kwaad voor stikstofgevoelige natuur. Door verstoringen van de bodem (in het verleden en heden), komt die stikstof vrij. De organische stof wordt dan versneld afgebroken. Het gaat in de provincie Drenthe jaarlijks om hoeveelheden stikstof van naar schatting 30—250 kg/ha*), die vrijkomen uit de bodemvoorraad. Dit is (veel) meer stikstof dan wordt aangevoerd vanuit de emissies van landbouw, industrie en logistiek (tezamen 22,5 kg/ha/jaar). Activiteiten die de stikstofvrijgave langjarig (of permanent?) aanjagen:

  • wijzigen waterhuishouding
  • waterwinning, wateronttrekking
  • kappen van bos
  • omvormen van natuur

Overheid houdt grootste stikstofbron buiten beeld

  • De grootste stikstofbron wordt niet gekwantificeerd en niet meegewogen in het stikstofbeleid, terwijl de omvang van deze bron relatief gemakkelijk is te meten en te monitoren.
  • Het doel van het natuurbeleid is een goede staat van instandhouding. Als naar de invloed van stikstof wordt gekeken, zouden alle stikstofbronnen die van invloed zijn, moeten worden meegeteld. Het is niet terecht een substantiële stikstofbron buiten beeld te houden.
  • Het miljarden kostende maatregelenpakket om de deposities vanuit landbouw, industrie en logistiek terug te dringen, zal nooit tot een meetbaar resultaat kunnen leiden, als winsten worden tenietgedaan door grotere verliezen. De stikstofwinst van de 100-kilometermaatregel voor het verkeer bedraagt ca. 0,3 kg/ha/jaar. Deze winst wordt tenietgedaan door verlies van stikstof uit de bodemvoorraad van 30—250 kg/ha/jaar.
  • Beleidsondersteunende instituten, NGO’s en natuurorganisaties hebben buitengewoon veel haast met maatregelen die 0,3 tot 5 kg stikstofwinst opleveren, en schreeuwen hierover moord en brand. Maar houden zich stil over de veel grotere stikstofbron (afbraak bodemvoorraad). Het verschil in aandacht correleert met het beschikbare budget. 
  • Transparantie op het stikstofdossier is ver te zoeken. Onze ervaring is dat veel gegevens achter worden gehouden. Ook Provincie Drenthe had de metingen in 286 natuurbodems, die de aanvoer van stikstof uit de bodem zelf in beeld brachten, niet openbaar gemaakt. Er moest een WOB-procedure aan te pas komen om de data beschikbaar te krijgen.

Meer informatie:

Deel via:

Creatief met stikstof en wetenschap

Toetsing van het WNF-rapport ‘Onderzoek naar een ecologisch noodzakelijke reductiedoelstelling van stikstof’

Op 9 april verscheen het rapport ‘Onderzoek naar een ecologisch noodzakelijke reductiedoelstelling van stikstof’. Dit rapport van het Wereld Natuurfonds vormt een belangrijke pijler onder het recente advies van ABDTopconsult (adviesbureau van de Rijksoverheid) aan het Kabinet: de stikstofuitstoot moet met 50-70% worden teruggedrongen. STAF toetste de bevinding dat een toename van de berekende stikstofdepositie van 1.000 mol/ha/jaar (begin jaren ’50) naar 3.000 mol (jaren ’70 en ’80) de soortendiversiteit met 40 – 50 procent heeft verminderd. Dit zou blijken uit het 60-jarige soortenonderzoek in de blauwgraslanden in het Wageningse Binnenveld. Tijdens de toetsing stuitte STAF op de creatieve wijze waarop wordt omgegaan met wetenschap.

Naar de oorzaken van het verdwijnen van plantensoorten in de blauwgraslanden bij Wageningen wordt al zestig jaar onderzoek gedaan. Belangrijkste oorzaak bleek de verdroging door ontwatering en waterwinning. Het ‘Onderzoek naar een ecologisch noodzakelijke reductiedoelstelling van stikstof’ werkt alleen nog met het stikstofrekenmodel Aerius en komt – niet verrassend –  tot de conclusie dat toename van de stikstofdepositie de belangrijkste oorzaak is. De toename van grofweg 1.000 naar 3.000 mol per hectare heeft de diversiteit aan soorten in deze blauwgraslanden met 40 – 50 procent verminderd, aldus het onderzoek.

Met creatieve wetenschap worden alle ballen op stikstof gemanoeuvreerd. Veel lijkt daarbij geoorloofd: terzijde schuiven van eerder onderzoek, achterwege laten van informatie die niet past, geen transparantie geven, creëren van beeldvorming met suggestieve grafieken.

Deel via:

Rijksoverheid komt met stikstofvisie mede op basis niet beschikbare ecologische studies

Op 19 maart 2021 bracht de Rijksoverheid breed in de media dat de stikstofemissies met 50 tot 70 procent moeten dalen, om verdere verslechtering van de natuur tot stilstand te brengen. Deze alarmerende percentages komen uit het rapport ‘Stikstofruimte voor de toekomst’ van adviesgroep ABD Topconsult, die zegt zich onder meer te baseren op enkele ecologische studies. STAF wilde deze ecologische studies checken, maar die blijken niet beschikbaar. De getrokken conclusie is derhalve niet controleerbaar. De adviesgroep bevestigt dat deze studies nog niet beschikbaar zijn.

De Rijksoverheid bracht op 19 maart een aantal verkenningen naar buiten, die het nieuwe Kabinet handvatten moeten bieden om op de langere termijn invulling te geven aan de stikstofopgave. Een forse afname van de stikstofemissies en onvermijdelijke krimp van de veestapel zijn belangrijke conclusies. Deze bevindingen werden breed opgepakt in de pers, met name die omtrent de krimp van de veestapel. De lange termijn stikstofverkenning is uitgevoerd door ABD Topconsult, een kleine adviesgroep van ervaren topambtenaren binnen de Rijksoverheid, zoals ze zichzelf omschrijven.

Onderbouwing niet beschikbaar

ABD Topconsult concludeert dat een generieke reductie van stikstofemissies van tenminste 50 procent nodig is, om ernstige overbelasting in de stikstofgevoelige gebieden zo snel mogelijk terug te brengen. Bij het ontbreken van aanvullende specifieke gebiedsmaatregelen wordt een generiek reductieniveau van de emissies oplopend tot 70 procent aanbevolen. Twee ecologische studies worden aangehaald, die deze percentages tot uitkomst hebben. Deze studies blijken niet beschikbaar. Derhalve is het niet controleerbaar.

Niemand kan het controleren

ABD Topconsult maakt gebruik van twee ecologische studies, die niet beschikbaar zijn, maar wel ecologische onderbouwing leveren voor de stikstofvisie. STAF kaart dit gebrek aan transparantie aan bij ABD Topconsult. De adviesgroep bevestigt de bevinding van STAF dat de informatie niet beschikbaar is en stuurt “informatie voor eigen gebruik” met uitleg. Personen die met de onderzoeken bezig zijn, zouden de onderbouwing hebben aangedragen. Op grond van welke informatie, is echter niet duidelijk. In tweede instantie laat de onderzoeksgroep weten de studies nagenoeg niet te hebben gebruikt voor de stikstofvisie en de conclusie over de mate van emissieafname. STAF bestrijdt dit, in het rapport staat vermeld ‘dat de duidelijkste conclusies konden worden getrokken op basis van empirische studies… ‘ (welke dus niet beschikbaar zijn). Bovendien is het niet correct studies te gebruiken die niet beschikbaar zijn.

Gezien de grote impact die het rapport van ABD Topconsult heeft gekregen in de media, binnen de landbouw en bij politici, heeft STAF besloten de “Informatie voor eigen gebruik” van de adviesgroep te publiceren (te downloaden onderaan dit artikel).

Onderzoek naar kritische depositiewaarden

Wetenschappers Matt Briggs en Jaap Hanekamp analyseren momenteel de wetenschappelijke onderbouwing van de kritische depositiewaarden. Zij kijken naar de dosis-effect-relatie van stikstof op de kwaliteit van stikstofgevoelige natuur. Hierover binnenkort meer. De overheid laat hiernaar nu ook zelf een studie uitvoeren. Deze wordt alvast opgevoerd door ABD Topconsult, dit is een van de studies die niet beschikbaar is. 

Deel via:

Gelderland creëert piekbelasters door nieuwe natuur tegen bedrijven aan te plussen

In Gelderland is een serie piekbelasters ontstaan, doordat de Provincie nieuwe natuurontwikkeling tegen bedrijven aan, heeft ingetekend. De Provincie heeft bovendien gekozen voor de ontwikkeling van stikstofgevoelige natuur en deze ook al ingetekend op de habitatkaart in Aerius, waardoor deze natuur meetelt voor het stikstofbeleid. Gevolg is dat betreffende bedrijven nu als forse piekbelaster uit de Aerius Aankoopcalculator rollen. De Rijksoverheid gebruikt de Aankoopcalculator om te bepalen welke bedrijven piekbelaster zijn en voor opkoop in aanmerking komen.

Op 13 september 2017 stellen Provinciale Staten Gelderland het actualisatieplan voor nieuw te realiseren natuur vast. Er worden zoekgebieden aangewezen van in totaal 7.300 hectare, voor de realisatie van 5.300 hectare nieuwe natuur (bron: Provincie Gelderland). De provincie heeft gekozen voor de ontwikkeling van stikstofgevoelige natuur en de locaties van de beoogde gebieden (zoekgebieden) alvast ingetekend op de habitatkaart in Aerius. Deze tellen dus al mee voor het stikstofbeleid. Opvallend is dat deze gebieden niet zijn in te zien met Aerius Monitor, de tool die de overheid beschikbaar heeft gesteld voor het publiek en waarmee per regio kan worden bekeken waar stikstofgevoelige natuur staat ingetekend.  

Met name in de Rijntakken (uiterwaarden van de grote rivieren) zijn talrijke zoekgebiedjes voor stikstofgevoelige natuur ingetekend, bij elkaar naar schatting 5000 hectare. Deze gebiedjes zijn geregeld zowat tegen bedrijven aan, ingetekend: de stikstofgevoelige natuur en een deel van het bedrijf liggen in hetzelfde hexagoon. Aerius Aankoopcalculator berekent voor deze bedrijven een enorme piekbelasting. Wanneer de Provincie voor haar natuurontwikkeling een afstand van 100 meter had aangehouden tot deze bedrijven, dan was de piekbelasting de helft minder. Bij 250 meter is dat 65 procent.

(Foto bij dit bericht: Shutterstock)

Deel via:

Veel stikstofgevoelige natuur bijgetekend in rekenmodel Aerius

In de afgelopen vijf jaar werd veel stikstofgevoelige natuur bijgetekend op de natuurkaart in rekenmodel Aerius. Tijdens de zoektocht naar antwoorden werd duidelijk dat transparantie ontbreekt, en er een werkwijze wordt gehanteerd waarbij inspraak door belanghebbenden niet mogelijk is.

Op de zogenaamde habitatkaart van stikstofmodel Aerius blijken in de afgelopen vijf jaar zo’n 80.000 hectares met stikstofgevoelige natuur te zijn bijgetekend in de Natura 2000 gebieden. Dit gebeurde buiten het zicht van belanghebbenden rondom die natuurgebieden. Het totale areaal aan stikstofgevoelige natuur in Aerius komt daarmee op zo’n 200.000 hectare. Het bijtekenen van extra hectares met stikstofgevoelige natuur vond vooral plaats in de provincie Gelderland, maar ook in Overijssel, Drenthe, Noord-Brabant en Limburg.

Lees ook de column van STAF-voorzitter Jaap Haanstra op Boerenbusiness.

Deel via:

Zeeuws Statenlid heeft geen onderbouwing voor ‘vissterfte door landbouw’

Het Zeeuwse Statenlid Gerwi Temmink (Groen Links) stelde op 1 oktober Statenvragen over de acute vissterfte in het Veerse Meer, afgelopen zomer. Met een vingerwijzing naar de overbemesting door de landbouw. STAF vraagt Temmink om een onderbouwing voor zijn vingerwijzing. Die blijkt hij niet te kunnen geven.

Sinds medio augustus was/is een aanzienlijk deel van het Veerse Meer zuurstofloos. Er was sprake van acute sterfte van vissen, planten, …. De zuurstofloosheid zou veroorzaakt worden door o.a. overbemesting in de landbouw waardoor de bodem (over)verrijkt wordt met nitraten, fosfaten etc…..’, begint Temmink zijn vragen aan GS Zeeland. STAF vraagt Temmink eerst per mail om een onderbouwing voor zijn vingerwijzing, en belt hem een dag later op. Tot verrassing van STAF heeft het Groen Links-Statenlid de onderbouwing niet paraat. “Ik beschik niet over een onderbouwing. Een deskundige met veel kennis van zaken heeft de vragen voor mij opgesteld”,  aldus Temmink. Hij wil niet zeggen wie deze deskundige is.

Historisch ‘bewijs’

Temmink laat weten niet met STAF in discussie te willen over zijn vragen. “Vanuit de fractie zijn wij als Statenleden degenen die de vragen stellen aan GS. Van hen verwachten wij antwoorden; discussie met derden gaan we daarover niet aan voor alle helderheid.” Wel zet hij de mail van zijn deskundige door (geanonimiseerd). Er zijn drie stukken als bewijs toegevoegd. Een artikel uit 1990 over de waterkwaliteit in het Veerse Meer, een nieuwsbericht uit 2007 over een waterverbeterproject en een Deltares-rapport over de waterkwaliteit in het Veerse Meer over de periode 2000 – 2013. Geen van de historische documenten levert de gevraagde onderbouwing voor de vissterfte in 2020 door de landbouw. Het Deltares-rapport vermeldt echter wel een andere reden voor de zuurstofloosheid: waterlagen met verschillende zoutconcentraties mengen zich in sommige delen van het Veerse Meer slecht, waardoor de onderste laag zuurstofarm wordt.

Onderzoek Rijkswaterstaat

Het Veerse Meer valt onder Rijkswaterstaat. Deze dienst heeft een onderzoek ingesteld naar de vissterfte. STAF vraagt Rijkswaterstaat naar zijn bevindingen. “Wij zouden ook graag weten wat de oorzaak is, maar weten dat nog niet. Wij monitoren de waterkwaliteit over een langere periode in de hoop daarmee de oorzaak te vinden”, aldus de woordvoerder.

Foto: Veerse Meer (Zeeland). Bron: Shutterstock/Ciwoa

Deel via:

John Spithoven stopt met STAF

John Spithoven heeft het bestuur en de betrokkenen bij STAF gisteren laten weten zijn functie als voorzitter neer te leggen. John gaf al langer aan dat de toenemende hoeveelheid werk voor de feitencheckorganisatie nog maar moeilijk te combineren viel met zijn gezin, het melkveebedrijf en de diverse andere functies die hij heeft. Doordat STAF won aan bekendheid, ging de organisatie steeds meer van zijn tijd en inzet vragen. Het bestuur, de adviseurs en medewerkers vinden het bijzonder jammer dat John dit besluit heeft moeten nemen, maar respecteren het uiteraard. Het STAF-team dankt hem voor zijn grote en belangrijke bijdrage aan het oprichten en vormgeven van STAF.

Deel via: