Verhogen waterpeil jaagt vergrassing heide aan

Volgens het Compendium voor de Leefomgeving neemt de vergrassing in heideterreinen door het pijpenstrootje toe. Alom wordt gesuggereerd dat stikstof daarvan de oorzaak is. De gegevens van natuurmeetnet LMF-M&N laten echter zien dat pijpenstrootje vooral toeneemt in terreinen waar het waterpeil is opgezet. De gegevens laten geen verband zien met stikstofdepositie.  

Zo’n 30 jaar geleden werd de mate van vergrassing van heide vastgesteld middels berekeningen. Dit gebeurde op basis van luchtfoto’s. Pixels in de luchtfoto werden geclassificeerd als gras, heide of anderszins. In 1993 werd op deze wijze de vergrassing van de Nederlandse heide in kaart gebracht. Deze werd toen vastgesteld op 45%. Bijna de helft van de heide was vergrast, rapporteerden onderzoekers van RIVM en K&M-GIS and remote sensing Consultants toentertijd.

Het Compendium voor de Leefomgeving hield lang vast aan een vergrassingspercentage van 40-45%. In 2023 echter, werd het vergrassingsaandeel (geruisloos) teruggezet naar zo’n 30%. Berekeningen hadden plaatsgemaakt voor nauwkeuriger veldgegevens. Sinds medio jaren ’90 wordt de vergrassing van heide bepaald op basis van veldonderzoek. Van een toename van de vergrassing in de afgelopen 30 jaar blijkt geen sprake. Wel blijkt er een toename te zijn van het pijpenstrootje in heideterreinen waar de waterstand omhoog is gezet.

Het artikel ‘Verhogen waterpeil jaagt vergrassing heide aan’ is hieronder te downloaden.

Foto: Pijpenstrootje in een vochtig terrein / Shutterstock.

Deel via:

‘Ambtenaren sturen wel degelijk op halvering veehouderij’

Het is feest bij de (voormalige) topambtenaren van het directoraat-generaal Landelijk Gebied en Stikstof (DG Stikstof). De architecten van het stikstofplan – op 26 juni 2026 door minister Jaimi van Essen naar buiten gebracht – heffen het glas. DG Stikstof ging in 2019 van start, onder bewind van toenmalig minister Carola Schouten. Voor het oplossen van het stikstofprobleem. Met als inzet: halvering van de veehouderij.

Topambtenaar Vera Pieterman is blij dat het gelukt is, zo laat zij weten op platform LinkedIn. Pieterman werd per 18 november 2019 benoemd als programmadirecteur van DG Stikstof. Ook topambtenaar Hellen van Dongen kwam terug voor dit feestelijke moment. Van Dongen werd in november 2019 benoemd als directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof. In 2023 verliet zij dit directoraat. Ook Pieterman werkt hier inmiddels niet meer.

Pieterman en Van Dongen behoren tot de Algemene Bestuursdienst (ABD) van de Rijksoverheid. ABD is de organisatie van topmanagers en directeuren en beschikt over een eigen adviesgroep van topambtenaren: ABD Topconsult.

Stikstofplan Van Essen

Het stikstofplan van minister Jaimi van Essen is slecht ontvangen door veel agrariërs. De stapeling van regels zal leiden tot een groot aantal stoppers, met name in de veehouderij. “Dat is ook de opzet. Krimp van de veestapel is het doel”, aldus een bron die in contact stond met beide ambtenaren. “Alsjeblieft, noem mijn naam niet. Dat kost mij mijn carrière.”

Het viel de Staf-redactie op dat het stikstofplan van minister Van Essen vrijwel één-op-één overeenkomt met de eisen van de milieubeweging[1]. Het plan komt overeen met de voorwaarden waaronder milieuorganisaties bereid zijn te stoppen met het systematisch aanvechten van vergunningen van bedrijven. Dit artikel leidde ertoe dat meer bronnen contact zochten met de Staf-redactie. In hun verhalen worden meerdere topambtenaren genoemd, die het stikstofbeleid bepaalden, waaronder Pieterman en Van Dongen.

DG Stikstof

Het begon onder landbouwminster Carola Schouten (2017-2022), in 2019. Vanuit verschillende departementen werd een nieuwe programmadirectie gevormd, met enkele topambtenaren van de ABD aan het hoofd.

“Carola Schouten wilde onder meer geld voor innovaties om de stikstofuitstoot terug te brengen. Maar de ambtenaren gingen daar niet in mee. Als boeren zouden mogen innoveren, dan krimpt de veestapel niet, was het argument. Alleen D66 wilde krimp van de veestapel, andere politieke partijen zoals VVD en CDA wilden dat niet. Spindoctors kwamen toen met het frame ‘krimp is geen doel op zich’ om zo de politiek mee te krijgen.”

Hadden deze topambtenaren contacten met Tjeerd de Groot (D66) en Johan Vollenbroek (MOB)? Beide heren staken niet onder stoelen of banken dat de veestapel (minstens) gehalveerd moest worden. “Dat contact was er zeker. Vollenbroek zat als genodigde bij sommige stikstofoverleggen. En Tjeerd de Groot meldde zich regelmatig. De wijze waarop zij met elkaar omgingen, hun lichaamstaal, verraadde dat ze elkaar beter kenden.”

Geld voor opkoop, niet voor innovatie

Opvallend zijn de sporen die het stikstofbeleid trekt in de praktijk. De overheid blijkt minimaal in te zetten op innovaties om de stikstofuitstoot te verminderen, en maximaal op de opkoop van bedrijven. Voor twee stoppersregelingen werd inmiddels bijna 3 miljard euro aan subsidie beschikbaar gesteld.[2] Ongeveer 1.500 bedrijven namen hieraan deel. Voor innovaties om de stikstofuitstoot te verminderen kwam minimaal subsidie beschikbaar. De voorwaarden waren bovendien weinig aantrekkelijk (er moest veel geld worden bijgelegd door de boer) waardoor hiervan weinig gebruik werd gemaakt. Ook speelt mee dat het moeilijk is een vergunning te krijgen voor emissiebeperkende stalaanpassingen.

Minister Van Essen trekt in de komende jaren maar liefst 20 miljard euro uit voor het oplossen van het stikstofprobleem. Echter, als je kijkt waarvoor dat geld gereserveerd is, dan is dat wederom voor opkoop van veehouderijen en vermindering van het aantal dieren (extensiveren). Slechts 2 miljard euro is bestemd voor innovaties om de stikstofuitstoot te verminderen. Maar, wanneer de voorwaarden voor deze subsidie ongunstig blijven en de vergunningverlening niet tijdig los komt, dan blijft het geld in de pot zitten.

Dubbelrol ABD

Terug naar 2021: het nieuwe kabinet – Rutte III – is juist aangetreden. ABD Topconsult, het adviesbureau van de topambtenaren van de Rijksoverheid, komt met adviezen om het stikstofprobleem op te lossen. Het rapport ‘Normeren en beprijzen van stikstofemissies’ adviseert om de stikstofuitstoot met 40 tot 50 procent terug te dringen. Een tweede rapport, ‘Stikstofruimte voor de toekomst’ stuurt aan op substantiële krimp van de veestapel. ABD Topconsult adviseert om veehouderijen uit te kopen.

De Algemene Bestuursdienst (ABD) speelt een dubbelrol. Pieterman en Van Dongen, de topambtenaren die de leiding hebben bij DG Stikstof, zijn afkomstig van ABD. Zij laten zich adviseren door hun eigen adviesbureau ABD Topconsult.

Krimp als doel

Kabinet Rutte III wordt in 2022 opgevolgd door kabinet Rutte IV. Christianne Van der Wal wordt minister voor Natuur en Stikstof. Zij zet in op halvering van de stikstofuitstoot. Op 23 juni 2022 vond een Kamerdebat – een marathonzitting van 11 uur – plaats over het stikstofbeleid. Van der Wal: “Ik heb vanuit het coalitieakkoord hele duidelijke kaders meegekregen. De totale stikstofuitstoot moet in 2030 met 50% zijn verminderd.” Van der Wal presenteerde een kaartje waarop het land was ingekleurd met zones. In de ene regio wordt meer gevraagd, in de andere minder. Van der Wal: “Het frame dat wordt neergezet, alsof wij de hele agrarische sector van de kaart vegen, is niet waar. Er is heel veel perspectief voor heel veel boeren.” Van der Wal benadrukte dat innovatie onderdeel is van het plan. “Wij besteden die 24,4 miljard die we beschikbaar hebben, niet alleen aan het opkopen of onteigenen van boeren. In het budget zit ook heel veel geld voor innovatie.” Voor de schermen blijken dit mooie woorden. Achter de schermen wordt ervoor gezorgd dat er weinig geld gaat naar innovaties en des te meer naar opkoop. Boeren kregen vooral één optie om de uitstoot te verminderen: stoppen met het bedrijf.

“Krimp is wel degelijk het doel van de ambtenaren van DG Stikstof”, vertelt onze bron. “Ik heb enkele ambtenaren dit zelf horen zeggen: wij hebben 22 miljard voor opkoop, dus dát gaan wij doen.”

Ministerie LVVN: ‘Politiek is verantwoordelijk, niet ambtenaren’

Waarom een ‘feestpost’ op LinkedIn?

Rudi Buijs, hoofd woordvoering directie Communicatie van LVVN: “In de post op LinkedIn geeft een directeur complimenten aan het team dat de afgelopen jaren hard heeft gewerkt om zowel een oplossing te vinden alsook politieke wil om aan een oplossing te werken. Wij beschouwen LinkedIn als een medium waar ambtenaren de ontwikkelingen in hun werk met professionals delen, zoals hier ook is gedaan. Dit draagt bij aan de transparantie van de overheid.”

ABD stelt zich op als adviseur, maar levert ook de uitvoerende topambtenaren. Is dat geen belangenverstrengeling?

“Het advies van de ABD over stikstof is geschreven ter verkenning naar verschillende mogelijkheden, op verzoek van LVVN ter ondersteuning van de advisering aan de politiek. Collega’s van het ministerie proberen sinds 2019 om oplossingen te vinden voor het stikstofprobleem, waarbij allerlei mogelijkheden bekeken en nagelopen zijn.”

Ambtenaren zouden sturen op krimp van de veestapel en op de opkoopregelingen. Wat is de reactie van LVVN hierop?

“Het is niet terecht dat Staf ambtenaren aanspreekt. Ambtenaren adviseren de politiek. Het is aan de politiek om besluiten te nemen. Sterker nog, de politiek vraagt ambtenaren in dit dossier om zonder taboes maatregelen te inventariseren. De politieke top is verantwoordelijk voor de uiteindelijke keuzes.”


[1] https://stichtingagrifacts.nl/van-essen-levert-met-stikstofplan-wat-milieubeweging-eist/

[2] https://www.rvo.nl/onderwerpen/lbv-plus-actueel

Deel via:

Voorbeeldboeren bedolven onder de subsidies

Politiek, natuurorganisaties en media schermen er voortdurend mee: met natuurinclusief boeren in en rond Natura 2000-gebieden kan een prima boterham worden verdiend. Kijk maar, het kan wèl! Een deel van deze boeren wordt momenteel bedolven onder de subsidies. Het gaat bij een groep extensieve veehouders om tonnen per jaar. Hoe kan dit?   

Landbouwminister Jaimi van Essen draagt het uit in interviews. Boeren rond stikstofgevoelige natuurgebieden kunnen overstappen op biologisch, een voedselbos of een andere vorm van extensieve landbouw. Daarmee valt een belegde boterham te verdienen. In de afgelopen jaren werden enkele subsidieregelingen geopend om boeren rond Natura 2000-gebieden financieel te ondersteunen bij het extensiveren. Als we kijken bij wie deze meerjarige subsidies momenteel terechtkomen, dan valt op dat een selecte groep van vooral biologische melkveehouders momenteel tonnen per jaar aan subsidie krijgt. Natuurorganisaties en overheden spelen een belangrijke rol in het bevoordelen van deze groep boeren.

Tonnen aan subsidie

Met name de subsidieregeling Extensivering in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden[1] blijkt interessant. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet met meer partijen worden samengewerkt (bijvoorbeeld boer en natuurorganisatie, of minimaal twee boeren) en er moet ten minste 200 hectare grond in beheer zijn. De jaarlijkse subsidies lopen op tot 2.430 euro per hectare voor melkveebedrijven en 3.130 euro per hectare voor akkerbouwbedrijven. We zien in het subsidieregister van RVO dat met name biologische melkveehouders met veel grond in beheer, tonnen aan subsidie per jaar ontvangen. De subsidie geldt voor vier jaar. Wanneer de boer bijvoorbeeld 100 hectare natuurgrasland pacht van een natuurorganisatie, levert dat in deze periode bijna een miljoen euro aan subsidie op. Samenwerken met een natuurorganisatie loont dus.

Gunning natuurgronden

Natuurinclusieve, biologische boeren worden door overheid en politiek neergezet als voorbeeldboeren. Deze boeren verschijnen in de media en hun samenwerking met natuurorganisaties wordt geroemd. Deze boeren laten zien dat er naast een Natura 2000-gebied uitstekend een boterham kan worden verdiend. Kijk maar, het kan wèl! Er worden geen vragen gesteld over de wel erg royale subsidies die sommige boeren ontvangen.

Rondom Natura 2000-gebieden zijn in de afgelopen decennia relatief veel landbouwgronden opgekocht voor natuur of extensief beheer. Deze gronden zijn thans eigendom van overheid of natuurorganisatie. De nieuwe grondeigenaren bepalen wie deze gronden mogen pachten en wie niet. Gronden van de overheid, inclusief Staatsbosbeheer, worden tegenwoordig verpacht aan de hoogste bieder. Maar… niet het hoogste bod in euro’s telt, maar het hoogste bod in punten. Biologische boeren en boeren met natuurervaring krijgen vaak zoveel extra punten, dat de kavels onbereikbaar zijn voor gangbare boeren.

Goudmijn

Natuurmonumenten verpacht zo’n 25.000 hectare natuurgebied, veelal aan boeren. Bij Staatsbosbeheer gaat het om ongeveer 40.000 ha natuurgrond. Staatsbosbeheer zegt een gemiddelde pachtprijs van 190 euro/hectare per jaar te hanteren. Vanuit de praktijk zijn ook pachtgelden van 1.000 euro per hectare bekend, maar ook van 0 euro.

In de praktijk zien we dat gangbare boeren die decennialang het beheer hadden over de natuurgrond, bij aflopen van het pachtcontract opzij worden gezet door een hogere bieder. Een hogere bieder in puntenaantal, doorgaans een biologische, natuurinclusieve boer. Overheden en natuurorganisaties willen hún voorbeeldboeren op hun gronden; gronden waarvoor goudgerande subsidies kunnen worden verkregen.

Extensieve boeren die verder van de natuur afzitten, hebben het nakijken. Zij komen niet voor deze subsidie in aanmerking. Ontstaat hier geen oneerlijke marktpositie? “Bij het opstellen van de regeling is bewust gekozen voor openstelling in de overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden, omdat juist daar de opgave voor extensivering het grootst is. Van boeren in de nabijheid van Natura 2000-gebieden wordt de komende jaren juist meer gevraagd dan van andere agrariërs. De regeling biedt daarom geen voordeel, maar is bedoeld om deze extra opgave te ondersteunen en de overgang naar een meer extensieve bedrijfsvoering mogelijk te maken.”, aldus de woordvoerder van landbouwminister Van Essen.

Deze redenatie van het ministerie van LVVN is bezijden de praktijk. Wageningen UR heeft de hoogte van de hectare-subsidies vastgesteld, in opdracht van LVVN. Deze is berekend op basis van een gemiddeld bedrijf met 121 melkkoeien op 60 hectare grond. De subsidie staat gelijk aan de gederfde inkomsten wanneer de veestapel min of meer wordt gehalveerd. Wageningen heeft geen berekening gemaakt voor de gederfde inkomsten van bedrijven die al extensief zijn en die een relatief groot areaal natuurgrond pachten van natuurorganisaties of een overheid. Op deze bedrijven is minimaal sprake van gederfde inkomsten. Het RVO-subsidieregister laat zien waar de euro’s van deze subsidieregeling thans terechtkomen. De grote sommen geld gaan vooral naar extensieve bedrijven met veel (natuur)gronden. Terwijl de subsidie was bedoeld voor de gemiddelde gangbare boer, om deze te verleiden tot het extensiveren van zijn/haar bedrijf.


[1] https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/samenwerking-veenweide-natura-2000/categorie-3-extensivering

Deel via:

Van Essen levert met stikstofplan wat milieubeweging eist

Landbouwminster Jaimi van Essen gaat met zijn stikstofplan in belangrijke mate leveren wat de milieubeweging eist. Zijn plan komt overeen met de voorwaarden waaronder milieuorganisaties bereid zijn te stoppen met het systematisch aanvechten van vergunningen van bedrijven. Is hier sprake van chantage? Of gebruikt de minister de voortdurende juridische procedures als hefboom voor zijn stikstofbeleid?

“Nederland blijft zonder een snelle en forse krimp van de veestapel nog tot na 2035 op slot”, garandeert Johan Vollenbroek van Mobilisation for the Environment (MOB) zijn volgers op het platform Bluesky. MOB vecht aan de lopende band vergunningen aan bij de rechter, vaak met succes. De milieuorganisatie is niet van plan daarmee te stoppen voordat aan haar eisen is voldaan. Die eisen zijn: forse krimp veehouderij, halvering stikstofuitstoot, bufferzones rond natuurgebieden en extensivering van de landbouw rond de natuur. Deze eisen komen overeen met het stikstofplan van Van Essen (zie ook tabel).

Vollenbroek is niet de enige die het heeft voorzien op de vergunningen van bedrijven die – naar het eigen oordeel – teveel vervuilen. Ook Sjoerd van der Wouw is actief op dit terrein. In het verleden deed hij dat vanuit de Wageningse Vereniging Milieuoffensief, tegenwoordig werkt hij voor Pesticide Action Network (PAN). Waar MOB zich richt op stikstof doet PAN dat op gewasbeschermingsmiddelen. “Bindende afspraken over de forse vermindering van pesticidegebruik zijn noodzakelijk. Anders zullen boeren opnieuw de rechter op hun weg vinden”, dreigt Van der Wouw in een opinie in Trouw (juni 2026). PAN eist onder meer spuitvrije zones rond natuur.

Zorgelijke opstelling LVVN-juristen

Enkele uren voordat Van Essen zijn langverwachte stikstofbrief naar de Kamer stuurt, gebeurt er wat merkwaardigs. Het Juristennetwerk Landbouw, Natuur en Ruimte van het ministerie van LVVN (de juristen van Van Essen) bekent kleur op LinkedIn. Dit juristennetwerk schaart zich achter de opinie van Sjoerd van der Wouw van PAN. Waarom delen LVVN-juristen het dreigement dat boeren de rechter tegenover zich krijgen als zij niet doen wat de milieubeweging eist? Het bericht verdwijnt meteen als Staf er vragen over stelt. De opstelling van het juristennetwerk is zorgelijk. Juristen die zouden moeten zorgen voor juridisch houdbare vergunningen voor boeren, steunen NGO’s die deze vergunningen aanvechten.

Overheid laat vergunningverlening over aan MOB

MOB bepaalt tegenwoordig welk bedrijf een vergunning krijgt en tegen welke voorwaarden. In juni 2026 ging MOB akkoord met de vergunning voor Cosun Beet Company (CBC) in het Brabantse Dinteloord. “MOB en suikerproducent CBC hebben een deal: ammoniakuitstoot terug van 76,5 ton naar < 3,5 ton/jaar: een reductie van 95%. MOB trekt in ruil alle juridische procedures in”, bericht MOB-voorman Vollenbroek op Bluesky. Eén van de eisen van MOB was dat Provincie Noord Brabant de deal zou bekrachtigen in de vergunningvoorwaarden. Provincie Noord-Brabant deed dat. Gedeputeerde Saskia Boelema (D66) wordt om een verklaring gevraagd voor deze vreemde gang van zaken bij de vergunningverlening. “MOB voerde procedures bij de bestuursrechter tegen de provincie en Cosun. MOB had via de rechter verzoeken gedaan om de vergunning aan te scherpen en zelfs in te trekken. Cosun en MOB hebben samen onderhandeld over de voorwaarden voor de vergunning. De provincie was daar niet bij.”

Enkele maanden eerder, in maart 2026, trok MOB haar beroepen tegen de natuur- en milieuvergunning van melkverwerker FrieslandCampina in Veghel (NBr) in. Volgens dezelfde werkwijze: de stikstofuitstoot moet fors omlaag of anders geen vergunning. MOB-medewerker Rob Janmaat daarover op LinkedIn: “Overheden willen dat Nederland weer van het vergunningenslot gaat. Wij kijken naar grote ammoniakuitstoters, want daar is winst te halen. Wij houden hun vergunningen tegen het licht. Wij hebben FrieslandCampina juridisch achtervolgd. Dat bedrijf heeft er toen voor gekozen om afspraken met MOB te maken. MOB doet hier dus het werk van de provincie.”

Brabants gedeputeerde Boelema (D66) laat het regelen van vergunningen over aan MOB. Krijgt MOB voor haar diensten betaald door de provincie? De woordvoerder van Boelema benadrukt dat dit niet het geval is. Andere overheden bekenden eerder wel fors in de buidel te hebben getast voor de dienstverlening van MOB en Vollenbroek. Dit kwam aan het licht na woo-procedures, waarbij de facturen werden opgevraagd. Zo betaalde Provincie Friesland[1] 155.000 euro voor adviesdiensten om de vergunning voor haar afvalverbrander in Harlingen overeind te houden. En gemeente Sliedrecht betaalde 125.000 euro voor het regelen van de vergunning voor chemiereus Chemours.[2]

Olifant in de (k)Kamer

MOB en PAN draaien er niet omheen dat zij systematisch vergunningen van bedrijven aanvechten en daarmee doorgaan zolang niet aan hun eisen wordt voldaan. Dat vergunningen aanvechtbaar zijn, komt omdat de wetgeving dat mogelijk maakt. Er zitten juridische ‘gaten’ in, die weliswaar gedicht kunnen worden, maar dat gebeurt niet. Zo was bijvoorbeeld bij de invoering van de nieuwe natuurwetgeving in 2015 al bekend dat vergunningen en toestemmingen risico’s liepen.[3] [4]  

MOB stelt hoge eisen in het stikstofbeleid. Overheden en MOB voeren dan ook geregeld overleg. Provincie Noord-Brabant stelt op haar website samen met MOB afspraken te hebben gemaakt over de vergunning van Cosun Beet Company. Ook was MOB in 2025 genodigde op de nieuwjaarsbijeenkomst van het ministerie van LVVN voor stakeholders die betrokken zijn bij (het beleid van) dit ministerie.[5] Merkwaardig is nu dat minister Van Essen ermee schermt dat hij spreekt met vele partijen en refereert aan breed maatschappelijk overleg…  echter, MOB wordt nergens genoemd. MOB en haar stroom aan juridische procedures tegen bedrijven zijn de olifant in de k(K)amer.

Van Essen volgt milieubeweging

Volgens minister Van Essen komt er met zijn stikstofpakket weer ruimte voor vergunningverlening. Het is de sleutel voor wat al zo lang op slot zit. Wat onvermeld blijft, is dat de minister van plan is te leveren wat de milieubeweging eist (zie tabel). De milieubeweging heeft er geen geheim van gemaakt te zullen stoppen met het structureel procederen tegen vergunningen van het bedrijfsleven als de overheid levert wat de milieubeweging eist. Als Van Essen daarvoor de garanties geeft, gaat het slot van de vergunningverlening.

De eisen van MOB (en PAN) en het plan van minister Van Essen tonen opvallend veel gelijkenis.

Eisen MOB[6] (en PAN)Stikstofplan minister Van Essen[7]
50% minder stikstofuitstoot in totaal.    42-46% minder stikstofuitstoot. In bufferzones rond stikstofgevoelige N2000-gebieden een hoger percentage.
Verplichte emissieplafonds voor individuele bedrijven. Wanneer plafond niet wordt gehaald: vergunning intrekken.Bedrijfsspecifieke emissienormen.
Bufferzones om Natura-2000 gebieden, tegen stikstof en pesticiden. In bufferzones reductieregimes voor stikstof en pesticiden van 65% tot 100%. Omvang zones: optellend tot minimaal 100.000 ha voor Nederland.
Extensivering landbouw (biologisch) in bufferzones
Bufferzones rond stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden van 500m of 1000m. Hier gelden strengere stikstofeisen. (Bij 500m-zones zou het in totaal gaan om ruim 100.000 ha landbouwgrond).
Extensivering landbouw in bufferzones.
Voor de aanpak van gewasbeschermingsmiddelen komt er een convenant.
Doelen zeer snel halen, in 2030 en 2035.Doelen zeer snel halen, in 2030 en 2035

Foto’s: Johan Vollenbroek (VidiPhoto) en Jaimi Van Essen (Rijksoverheid).


[1] stichtingagrifacts.nl/wp-content/uploads/2022/07/Friesland-betaalt-E155.545-aan-MOB-voor-behoud-afvalverbrander.pdf

[2] stichtingagrifacts.nl/wp-content/uploads/2022/07/Sliedrecht-hanteert-status-aparte-voor-MOB.pdf

[3] edepot.wur.nl/317267

[4] edepot.wur.nl/364020

[5] brabant.nl/actueel/nieuws/forse-reductie-ammoniakuitstoot-cosun-dinteloord-afspraken/ en telegraaf.nl/binnenland/borrel-rel-treft-ministerie-landbouwminister-wiersma-verrast-door-aanwezigheid-milieuactivist-vollenbroek/64099430.html

[6] stichtingmobilisation.nl/stikstof/2026/01/29/zo-komt-nederland-van-het-stikstofslot-af/

[7] rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/06/26/kabinet-haalt-nederland-van-het-stikstofslot-met-stevig-pakket-weer-ruimte-voor-boer-natuur-en-bouw

Deel via:

MOB vindt verdwenen pesticiden in N2000 Het Zwanenwater

Milieuorganisatie MOB heeft in N2000-gebied Het Zwanenwater talrijke pesticiden aangetroffen. Een aanzienlijk deel van de vondsten is inmiddels verdwenen uit het registratiesysteem. Waterschap Hollands Noorderkwartier schoonde haar registratiesysteem vorig jaar op, toen bleek dat het pesticide dinoterb – waar in 2024 veel ophef over ontstond – een laboratoriumfout was (vals positieve uitslag). MOB heeft voor haar alarmerende rapport een verouderd databestand gebruikt. Het is één van de onjuistheden die de redactie van Staf aantreft. Staf checkte de opgevoerde ‘vondsten’ in het MOB-rapport.

Waterschap Hollands Noorderkwartier zet zijn laboratoriumuitslagen in registratiesysteem Aquadesk. De redactie van Agrifacts draait de lijst uit voor N2000-gebied Het Zwanenwater. Dat levert een aanmerkelijk kortere lijst op dan MOB presenteert. MOB laat desgevraagd weten een uitdraai van 3e kwartaal 2025 te hebben gebruikt. Dit betreft een verouderde lijst. Het waterschap heeft de bestanden voor Het Zwanenwater opgeschoond, nadat was gebleken dat de dinoterb-affaire zijn oorsprong vond in het laboratorium (vals positieve uitslagen). Agrifacts liet toen al zien dat de vals positieve uitslagen zich niet beperkten tot dinoterb, maar dat het ging om veel meer stoffen, die veelal in één en hetzelfde monster werden aangetroffen. Niet alleen de dinoterb-metingen werden toen uit het registratiesysteem gehaald, maar veel meer metingen.

In 2023 vonden er geen metingen plaats in het Zwanenwater. Toch voert MOB een reeks pesticide-vondsten op. Desgevraagd laat MOB weten als alternatief de metingen te hebben genomen van het dichtstbijzijnde landbouwmeetpunt voor gewasbeschermingsmiddelen. Dit is een onjuiste gang van zaken. Daar komt nog bij dat het waterschap ook de registraties op dit meetpunt (op de grens tussen natuur- en landbouwgebied) heeft opgeschoond. Veel meetuitslagen staan niet meer in Aquadesk. Echter nog wel in andere registratiesystemen. Staf constateerde eerder al dat de bestanden met ‘misregistraties’ al waren afgeleverd voor beleidsdoeleinden (zie artikel).

Rapportagegrens en normoverschrijdingen

Veruit de meeste stoffen zijn niet normoverschrijdend. Een reeks stoffen wordt sinds enkele jaren ‘boven de rapportagegrens’ gevonden omdat het waterschap is overgestapt van meten in microgrammen naar meten in nanogrammen (1000 keer kleinere concentraties). De rapportagegrens geeft de laagste concentratie aan, die nog kan worden vastgesteld met het meetapparaat. Echter, ‘boven de rapportagegrens’ mag absoluut niet worden verward met ‘normoverschrijdend’. Pas bij normoverschrijding ontstaat risico op schade voor het milieu. Een klein deel van de gevonden pesticiden is wél normoverschrijdend. Deze behoren alle tot de enkele monsters waarmee wat mis is gegaan in het laboratorium. Het waterschap heeft een groot deel van de rare uitslagen inmiddels verwijderd, een klein deel van de rare uitslagen is echter blijven staan. Staf wil van Hoogheemraad Jos Beemsterboer weten of hij de juistheid van deze normoverschrijdingen heeft laten onderzoeken, of voornemens is dat alsnog te doen. Zijn woordvoerder laat weten eerst de rapporten van MOB en Staf te willen bestuderen, alvorens het waterschap met een reactie komt.

Stafrapportage downloaden

Download de Staf-factcheck ‘MOB vindt verdwenen pesticiden in Het Zwanenwater’:

Foto: Het meetpunt waar op 7 maart 2022 tientallen rare pesticiden werden gevonden, vele in een normoverschrijdende concentratie.

Deel via:

Bij natuur heel gewoon: ‘Werken voor de overheid gaat prima samen met procederen tegen de overheid’

In de natuurwereld is het de gewoonste zaak: werken voor de overheid op het natuurdossier, en actief zijn voor een NGO die (juridisch) strijdt voor veel strenger stikstofbeleid. De redactie van Staf dook dieper in het netwerk dat grote invloed heeft op het natuurbeleid. Dat laat zien hoe overheden en natuur-NGO’s zijn verweven.

Het wordt stil als de redactie van Staf de woordvoerder van milieuorganisatie MOB en Advocaat van de Aarde, Rob Janmaat, vraagt naar diens dubbele pet. Staf had vragen gesteld over een alarmerend rapport van een MOB-onderzoeker over pesticiden in een natuurgebied. De woordvoerder wordt herkend. Janmaat is directeur/oprichter van Communicatiebureau De Lynx, een bureau dat veel voor overheden werkt en gespecialiseerd is in natuur, klimaat en ruimte. Het is een bijzondere combinatie van functies: werken voor overheden en daarnaast meewerken aan rechtszaken tegen diezelfde overheden. Valt dat wel te combineren?

De vragen over het alarmerende rapport werden beantwoord, die over de dubbele pet niet. Update 22 juni 2026: Janmaat neemt na publicatie van dit artikel contact op. Hij geeft aan dat hij niet in de gelegenheid was te reageren op de vragen en wil dit alsnog doen. Hij stemt in met een interview. Update 23 juni: Janmaat trekt zijn toezegging voor het interview weer in. De Stafredactie doet niet precies wat hij wil.

Provincies verweven met NGO’s

Janmaat is niet die enige die werkt voor overheden op het natuurdossier en tegelijkertijd meewerkt aan de (juridische) strijd tegen diezelfde overheden. Op datzelfde natuurdossier. Die verwevenheid met de overheid zien we ook bij een groep ANBI-stichtingen (RAVON, SOVON, Zoogdierstichting etc), gevestigd in hetzelfde kantoor op de campus van Radboud Universiteit in Nijmegen. Deze stichtingen lobbyen enerzijds voor een strenger natuurbeleid, en doen anderzijds natuuronderzoek voor de overheid. Deze ANBI-stichtingen bepalen in hoge mate met welke natuur en soorten het wel en vooral niet goed gaat. Veel van deze stichtingen hebben zich openlijk aan de zijde van Greenpeace geschaard, in diens stikstofrechtszaak tegen de Staat. Bij een bezoek aan het kantoor in Nijmegen, blijkt dat ook de natuurafdeling van BIJ12, de uitvoeringsorganisatie van de provincies, hier is neergestreken. Overheid en natuur-NGO’s zitten dus bij elkaar in één kantoor. Volgens de website van BIJ12 zou deze natuurafdeling in Utrecht zitten.

Verder komen we hoge natuurambtenaren tegen, die zitting hebben in een bestuur of toezichtsraad van een natuurstichting. Zie artikelen in Staf, juni 2026 (onderaan dit artikel te downloaden). De betreffende overheden geven aan dat hun ambtenaar met toestemming op persoonlijke titel zitting heeft, waardoor er geen sprake is van belangenverstrengeling. Het werken voor de overheid valt prima te combineren met een zetel in een stichting die lobbyt en/of procedeert voor een strenger natuurbeleid. Tenslotte valt op dat de natuurstichtingen relatief veel politici aan boord hebben. Meestal van PRO (GroenLinks/PvdA), soms van D66.

Belangenverstrengeling

Het natuuronderzoek wordt door een groep van zo’n twintig veelal ANBI-stichtingen uitgevoerd. Hun werk vormt een belangrijke pijler onder het Nederlandse natuurbeleid. Dat de overheid hier belastinggelden voor aanwendt is verdedigbaar. Problematisch wordt het echter wanneer dezelfde organisaties tegelijkertijd lobbyen of procederen voor een strenger stikstofbeleid. Dat laat zich moeilijk rijmen met de positie van onafhankelijke en neutrale kennisleverancier ten behoeve van overheidsbeleid.
Wanneer ambtenaren dan ook nog zetels bekleden bij deze organisaties, of kantoor kiezen op hetzelfde adres als deze stichtingen, dan ontstaat op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling. Dit alles roept vragen op over de objectiviteit waarmee het natuurbeleid tot stand komt.

Stikstofcrisis door systematisch aanvechten van vergunningen bedrijven

Milieuorganisatie MOB strijdt al decennia voor strenger stikstofbeleid. Dit doet zij door vergunningen die overheden willen afgeven aan bedrijven, via de rechter te blokkeren. Overheden durven momenteel bijna geen vergunning meer af te geven, omdat deze meteen word aangevochten. Ook vergunningen of toestemmingen die overheden in het verleden hebben verstrekt aan bedrijven, worden alsnog onderuit geprocedeerd, om zo de stikstofuitstoot (en de bedrijven) stil te leggen. Deze procedures kunnen alleen succesvol worden gevoerd, als de wetgever die ruimte biedt. Toen de nieuwe wetgeving voor natuurvergunningen (daarin staat hoeveel stikstof het bedrijf maximaal mag uitstoten) in 2015 werd ingevoerd, waarschuwden juristen al voor ‘gaten’ in de wet. Deze werden door de overheid echter nooit gedicht. Daardoor heeft MOB de vergunningverlening voor bedrijven met stikstofuitstoot, succesvol stil weten te leggen via de rechter.

Beëindigen stikstofcrisis

De vergunningverlening zit op slot omdat de milieubeweging systematisch procedeert tegen vergunningen van bedrijven. De stikstofcrisis zal eindigen wanneer de milieubeweging stopt met procederen. Zij legde haar eisen bij de overheid op tafel: 50% stikstofreductie, extensiveren landbouw en meer bescherming van natuur. De stikstofcrisis eindigt ook wanneer de overheid werk maakt van het repareren van de gaten in haar wet, zodat vergunningen van bedrijven juridisch houdbaar zijn.

Download artikelen, verschenen in Staf-blad juni 2026

Natuuronderzoek of politieke lobby – Het netwerk achter het natuurbeleid:

Overijssel schakelde ‘eigen’ stichting in voor gewenste advies:

Deel via:

Alarm MOB overdreven: dinoterb was niet enige spookstof in Zwanenwater

Natuurmonumenten heeft op 29 mei 2026 een rapport van milieuorganisatie MOB in ontvangst genomen. Volgens MOB werden er in 2020-2024 aanzienlijke concentraties bestrijdingsmiddelen in Het Zwanenwater aangetroffen. Dat er tientallen vreemde middelen in deze natuurplas in de Noord-Hollandse duinen zijn gevonden, was in 2024 al bekend. Ook dat het waarschijnlijk in grotere mate zou gaan om laboratoriumfouten. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier beperkte zijn onderzoek naar spookstoffen in 2024 en 2025 tot dinoterb.  

In 2024 sloeg milieuorganisatie MOB alarm: het verboden bestrijdingsmiddel dinoterb was aangetroffen in de Noord-Hollandse wateren. Het zou illegaal gebruikt worden door bollenboeren. De redactie van Staf constateerde vrijwel meteen dat het moest gaan om fouten van het laboratorium van het waterschap. Het verspreidingspatroon deed denken aan vals positieve uitslagen. Het duurde nog een jaar voor het waterschap dit toegaf. (Zie artikel: Na lang ontkennen geeft waterschap fouten eindelijk toe). De dinoterb-metingen werden toen door het waterschap uit het registratiesysteem gehaald.

Echter, niet alleen bij het middel dinoterb was er wat fout gegaan in het lab, het ging om veel meer bestrijdingsmiddelen. Zo doken ook opeens de al decennia verboden middelen fenchloorfos, bromofos-ethyl, bromofos-methyl en tetrachloorfenfos op. Deze stoffen werden vrijwel steeds samen aangetroffen in hetzelfde watermonster. Dat wijst op een laboratoriumfout. Staf legde deze analyse destijds voor aan het waterschap. Deze liet weten te onderzoeken wat er aan de hand is. De vreemde meetwaarden blijken echter nog altijd in het registratiesysteem te staan.

Bij het Zwanenwater was het helemaal raak. Daar werd in maart 2022 een watermonster genomen, waarin wel tachtig bijzondere bestrijdingsmiddelen werden aangetroffen. Veelal in dezelfde concentratie. Wederom een teken dat er wat fout moet zijn gegaan in het laboratorium. In de laboratoriumuitslagen werden meer vreemde clusters van bestrijdingsmiddel-vondsten aangetroffen. (Zie artikel: Laboratorium waterschap Noord-Holland rommelt met metingen).

MOB slaat opnieuw alarm

Nu slaat MOB opnieuw alarm. De milieuorganisatie stelt dat in de periode 2020–2024 tientallen stoffen werden aangetroffen in het Zwanenwater. Ook middelen die inmiddels geen toelating meer hebben, zijn teruggevonden. Volgens MOB is de berekende toxische druk hoog. Dat er tientallen stoffen zijn gevonden, was reeds in 2024 bekend.

Een aantal bestrijdingsmiddelvondsten in de rapportage van MOB, staat al enkele jaren onterecht in het registratiesysteem van Hollands Noorderkwartier. Dit waterschap heeft verzuimd de clusters van vreemde laboratoriumuitslagen te controleren op vals positieven. Op het meest ‘vervuilde’ meetpunt in het Zwanenwater (zie foto) worden normaalgesproken 2 tot 6 middelen gevonden per meting (meestal binnen de norm). Op 7 maart 2022 ging het plotseling om ruim 80 verschillende middelen. Een deel werd geruisloos uit het registratiesysteem verwijderd, maar de helft staat er nog altijd in. Ook op 21 augustus 2024 werden opeens veel meer middelen aangetroffen dan normaal het geval is. Ook deze staan nog altijd in het systeem. Het gaat in hogere mate om middelen die ervoor niet werden aangetroffen, en na deze meetdatum ook niet meer. Wederom een aanwijzing voor vals positieve uitslagen.

Deel via:

Nederlandse natuur fors verslechterd; onderbouwing niet beschikbaar

De Nederlandse natuur is in de afgelopen zes jaar fors verslechterd. Dat blijkt uit natuurgegevens die Nederland onlangs naar Brussel heeft gestuurd. De gegevens zouden de feitelijke staat van de natuur laten zien, deze zijn dus niet gebaseerd op rekenmodellen. Hoe komt Nederland tot deze dramatische rapportage? De feiten checken blijkt (nog) niet mogelijk: zowel de gehanteerde meetlat als de onderliggende data zijn niet beschikbaar.

Iedere zes jaar moeten lidstaten aan Europa melden hoe het ervoor staat met de natuur; de werkelijke staat van de natuur. Eind vorig jaar stuurde Nederland de verplichte databestanden voor de Habitat- en Vogelrichtlijnrapportage naar Brussel. Deze laten de ontwikkelingen in de natuur zien over de periode 2019-2024. Uit de gegevens blijkt dat 28 van de 52 habitattypen in Nederland verslechteren. En juist die verslechtering is uit den boze volgens de Europese wetgeving. Tot 2019 stond de Nederlandse natuur er een stuk beter voor. Toen was van verslechtering in mindere mate sprake.

Uit de databestanden blijkt ook dat ons land veranderingen heeft doorgevoerd in de wijze waarop de staat van de natuur wordt beoordeeld. Wordt er strenger gemeten, waardoor de uitkomsten slechter uitpakken? Volgens het ministerie van LVVN is er daadwerkelijk achteruitgang opgetreden. Provincies waren verantwoordelijk voor het aanleveren van de gegevens.  

Beoordelingsmeetlat (nog) niet beschikbaar

Staf wil controleren hoe de forse natuurverslechtering in de afgelopen zes jaar tot stand is gekomen. Dat blijkt niet mogelijk. Het ministerie van LVVN geeft aan dat de beoordelingsmeetlat nog niet beschikbaar is. Die komt in de loop van 2026 online. “De rapporten zijn uitgebreider dan bij vorige rapportages, omdat nu per soort en habitattype wordt toegelicht hoe tot de beoordeling is gekomen. Daardoor duurt het wat langer voor ze gereed zijn.”

In de databestanden die Nederland aanleverde bij Brussel, is wel te zien welke natuurgegevens zijn gebruikt. De trend is bepaald vanuit het Landelijk Meetnet Flora (LMF). Als Staf deze gegevens wil inzien, blijkt dat niet mogelijk. “De LMF-gegevens zijn niet rechtstreeks publiek beschikbaar”, stelt het ministerie van LVVN. Er worden alternatieven aangedragen. “Alle verzamelde gegevens over soorten worden jaarlijks geüpload in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De uitkomsten van trendberekeningen zijn beschikbaar via het Compendium voor de Leefomgeving.” Met deze twee alternatieve bronnen blijkt het echter niet mogelijk om de natuurrapportage aan Brussel te controleren. Nederland baseert haar bevindingen voor een belangrijk deel op zeldzame soorten planten, mossen en paddenstoelen. Juist de informatie over zeldzame soorten wordt (deels) afgeschermd in de NDFF. Dit gebeurt om die soorten extra te beschermen. Ook het Compendium voor de Leefomgeving biedt geen uitkomst. Deze rapporteert niet over soorten, maar over soortenrijkdom.

Enorme uitbreiding vereiste soorten

Tot voor kort baseerde Nederland de natuurkwaliteit voor een belangrijk deel op typische soorten. Landelijk ging het om een kleine 400 stuks, voornamelijk planten, mossen en vlinders. Kwam er ergens een van deze soorten bij, dan was er sprake van verbetering. Viel er een weg, waarvoor niks terug kwam, dan werd dat gerapporteerd als verslechtering. Rond 2020 kozen Provincies ervoor om alle soorten die op papier passend kunnen zijn, ook te eisen in hun individuele N2000-gebieden. Dit betekende dat aan N2000-gebieden soortenlijsten werden gehangen van gemiddeld 100 tot 200 typische soorten. Wanneer minimaal 60% van deze soorten aanwezig is, is de natuurkwaliteit goed. Deze verzwaring is geen eis van Europa, maar van de provincies.

Onlangs gingen de provincies nog een flinke stap verder. De landelijke soortenlijst werd flink uitgebreid. Die lijst telt nu bijna 1.000 soorten. Per natuurgebied staan er thans 250 – 500 soorten op de lijst. Wat nog meer opvalt, is dat het in hoge mate gaat om (zeer) zeldzame soorten. Ook staan er soorten op de lijst die (nog) niet in Nederland voorkomen. Houden provincies vast aan hun eis dat minimaal 60% van die soorten moeten voorkomen voor een goede natuurkwaliteit? BIJ12, de uitvoeringsorganisatie van de provincies, laat weten vragen hierover niet op korte termijn te kunnen beantwoorden.

Nederland oordeelt strenger dan Duitsland

De kwaliteit van een habitattype wordt afgemeten aan de soorten die er voorkomen. Per habitattype is er een lijst met soorten samengesteld. Hoe meer van deze soorten aanwezig zijn, hoe beter de natuurkwaliteit. Nederland legt met de soortenkeuze de lat flink hoger dan Duitsland. Waar Nederland kiest voor meer en zeldzamere soorten, kiest Duitsland voor minder en algemenere soorten.

Voor habitattype droge heide staan er 26 soorten op de Nederlandse lijst: 17 zeldzame en 8 algemene. Hiervan moet 60% aanwezig zijn voor een goede kwaliteitsscore. Voor heidevelden in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen (grenst aan Nederland) staan er 25 soorten op de lijst: 9 zeldzame en 15 algemene. Wanneer 6 of meer van deze soorten aanwezig zijn, is er sprake van een goede kwaliteit.

Wanneer in Nederland de Duitse soortenlijst zou worden toegepast, wordt naar alle waarschijnlijkheid ruim aan de kwaliteitseis voor heide voldaan.

Lees ook:

Aanstaand Natuurplan: veel meer grond nodig voor huisvesten soorten.

Deel via:

Bufferstroken hebben geen meetbaar effect op waterkwaliteit

Staf krijgt geregeld de vraag of bufferstroken langs watergangen – verplicht sinds 1 maart 2023 – effectief zijn. Hebben die geleid tot een afname van de stikstof en fosfor in het oppervlaktewater? Staf checkte de metingen van waterschappen. Daaruit blijkt (tot nu toe) geen effect meetbaar. In plaats van een afname van de concentraties, is er zelfs sprake van een toename. Met bufferstroken lijkt een “probleem” te worden aangepakt, dat in werkelijkheid geen probleem is.

Sinds 1 maart 2023 zijn in Nederland bufferstroken langs watergangen verplicht. Deze maatregel is onderdeel van het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De teeltvrije stroken zijn bedoeld om de afspoeling van meststoffen naar het oppervlaktewater te verminderen. Tienduizenden hectares landbouwgrond mogen sinds genoemde datum niet meer worden beteeld en bemest. Bijkomstig is de afbouw van de derogatie, die ook in 2023 aanving. Daardoor wordt er sindsdien minder dierlijke mest uitgereden. Ook deze maatregel beoogt het uitspoelen van meststoffen naar het water te verminderen. Welk effect wordt er gemeten van deze maatregelen?  

Wageningen Environmental Research berekende in 2022 welk effect van de bufferstroken verwacht mocht worden. Naar schatting zou de stikstofbelasting naar het oppervlaktewater op landelijke schaal met zo’n 5 tot 10 procent verminderen. Voor fosfor werd een afname van zo’n 5 procent berekend.

Niet minder, maar meer N en P

Waterschappen meten sinds jaar en dag de stikstof- en fosforconcentraties in het oppervlaktewater. Dit gebeurt met grote regelmaat, meestal eens per maand. Welk effect hebben zij gemeten van de bufferstroken en de afbouw van de derogatie? Om hierachter te komen worden de stikstof- en fosformetingen van acht waterschappen met relatief veel landbouwgebied verzameld. Het gaat om: Aa & Maas (NBr), Friesland, Hollands Noorderkwartier (NH), Noorderzijlvest (Gr), Scheldestromen (Z), Vallei & Veluwe (Gld/U), Vechtstromen (Ov) en Zuiderzeeland (Fl). De metingen over de jaren 2021 en 2022 worden vergeleken met de metingen over de jaren 2023  en 2024. Hierbij de kanttekening dat meetwaarden jaarlijks kunnen fluctueren, bijvoorbeeld als gevolg van weersomstandigheden. Echter, wanneer bufferstroken en afbouw derogatie substantieel bijdragen aan de waterkwaliteit, zou dit moeten blijken uit de resultaten.

In de meetresultaten is echter geen afname van de stikstof en fosfor in het oppervlaktewater te bespeuren, er is zelfs sprake van een toename van de gemiddelde concentraties. Zie figuren 1 en 2. Deze uitkomsten liggen in lijn met de metingen van het RIVM. Ook binnen het Meetnet Effecten Mestbeleid is (nog) geen effect gemeten van de bufferstroken en de afbouw van de derogatie. In de jaren 2023 en 2024 is er sprake van een toename van de stikstofconcentraties in het slootwater.

Figuur 1. In 2023 werden bufferstroken verplicht en werd gestart met de afbouw van de derogatie. De stikstofconcentraties in het oppervlaktewater daalden niet.
Figuur 2. De fosforconcentraties in het oppervlaktewater dalen (nog) niet, ondanks ingrijpende maatregelen sinds 2023.

Reactie RIVM

Het vraagstuk wordt voorgelegd aan het RIVM. “De stikstofconcentraties in het slootwater zijn in 2023 en begin 2024 inderdaad gestegen. Het is echter niet mogelijk om hieruit te concluderen dat de bufferstroken of derogatie-afbouw geen effect of zelfs een averechts effect hebben. Deze stijging is namelijk grotendeels te verklaren door de natte periode, in combinatie met de vertragingstijd van het bodem- en watersysteem. Daarnaast verwachten we de impact van bufferstroken en de afbouw van derogatie niet meteen te meten. Door complexe processen in het water- en bodemsysteem kost het vaak 1 tot 5 jaar voordat beleidseffecten daadwerkelijk te zien zijn. Op de korte termijn is de invloed van het weer hoogstwaarschijnlijk groter dan het effect van een nieuwe maatregel zoals bufferstroken.”

Oplossen niet bestaand probleem?

Volgens het RIVM helpen bufferstroken vooral oppervlakkige afspoeling voorkomen. De uitspoeling via het grondwater of drains wordt niet tegenhouden met bufferstroken. Een maatregel tegen afspoeling dus, niet tegen uitspoeling. Maar, is er in de landbouw wel sprake van oppervlakkige afspoeling? Hoeveel bedraagt die eigenlijk?

Beleidstukken en beleidsondersteunend onderzoek spreken consequent over ‘uit- en afspoeling landbouwgronden’. De uit- en afspoeling worden bij elkaar geteld. In oudere rapporten (zoals Alterra-rapport 2638; EmissieRegistratie 2013) gebeurt dat nog niet. Daaruit blijkt dat de afspoeling slechts een fractie (2 procent) bedraagt van de ‘uit- en afspoeling’. Dit is heel weinig en bovendien een verouderd cijfer. Afspoeling – waarbij mest van de akkers afregent de sloot in – is nauwelijks een onderwerp. De voormalige teelt- en bemestingsvrije zones bleken goed te werken. Daar komt bij dat er in de Nederlandse landbouw steeds meer gebruik wordt gemaakt van verfijnde technieken voor de mestaanwending. De verplichte bredere bufferstroken voegen hier vrijwel niks aan toe. Het is dan ook niet aannemelijk dat we hiervan een effect gaan meten op de waterkwaliteit.

Deel via:

Ook Brussel kreeg verwarrende watercijfers over Nederlandse landbouw

De Staf-publicatie van december 2025 leidde tot veel vragen bij waterschappen, provincies en de Tweede Kamer. Het Planbureau voor de Leefomgeving had watervervuiling uit andere bronnen – de achtergrondconcentraties – toegerekend aan de landbouw. Minister Vincent Karremans, waterschappen en provincies stellen dat zij de PBL-cijfers niet gebruiken voor hun beleid. Echter, in de rapportage aan de Europese Commissie vinden we de misleidende watercijfers wel terug.

Het Staf-artikel over het toerekenen van stikstof en fosfor uit onder meer natuurlijke bronnen aan de landbouw, leverde veel vragen op. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bevestigde desgevraagd extra bronnen, zoals natuurlijke kwel, toe te rekenen aan de landbouw. Doch zonder dit te vermelden. Daardoor ontstond het beeld dat wat aan de landbouw wordt toegerekend, uit de landbouw afkomstig is.

PBL-cijfers niet gebruikt in Nederland

Inmiddels zijn veel vragen over de verwarrende PBL-watercijfers beantwoord. Zonder uitzondering stellen Nederlandse overheden dat de watercijfers van het PBL niet worden gebruikt voor het beleid. Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Vincent Karremans, zegt in zijn Kamerbrief van 12 maart 2026: “Alle waterbeheerders in Nederland (Ministerie IenW, provincies en waterschappen) houden rekening met natuurlijke achtergrondconcentraties. De achtergrondconcentraties worden zowel betrokken bij de afleiding van de doelen, als bij de beoordeling of aan de doelen is voldaan. Hierbij betrekken de waterbeheerders de gebied-specifieke omstandigheden in hun beheergebied.”

Wetterskip Fryslân stelt dat het PBL een andere indeling van bronnen hanteert dan bijvoorbeeld Wageningen UR. Het PBL neemt zowel natuurlijke bronnen (zoals kwel) als antropogene bronnen (zoals bemesting) mee bij ‘landbouw’. Volgens het Wetterskip zou er geen beleid gebaseerd zijn op de watercijfers van het PBL. Het landelijke beleid wordt gebaseerd op de bronnenanalyses van Wageningen UR. Ook het Wetterskip baseert zich op die gegevens. Een vergelijkbare uitleg zien we bij Provincie Groningen en Provincie Limburg, in antwoord op vragen.

Verwarrende watercijfers wel naar Brussel

Volgens toenmalig minister Wiersma zou de landbouw een aandeel hebben van 31 procent in de stikstof in het oppervlaktewater in het landelijke gebied. Dit antwoordde zij in december 2025 op Kamervragen. Het PBL komt echter uit op ruim 50 procent, door de achtergrondconcentratie ook toe te rekenen aan de landbouw. Deze toerekening bleef aanvankelijk onvermeld. Inmiddels heeft het PBL de website aangevuld met een toelichting.

Waterbeheerders beantwoorden de kritiek met sussende woorden: de PBL-cijfers worden niet gebruikt voor het Nederlandse mestbeleid. Echter, de PBL-cijfers zijn wel naar de Europese Commissie gestuurd middels de Nitraatrapportage. Deze rapportage is bepalend voor onder meer het verkrijgen van derogatie. Europa staat het gebruik van meer dierlijke mest alleen toe, als dat niet ten koste gaat van verbetering van de waterkwaliteit. De Europese Commissie kreeg de volgende toelichting bij de cijfers: ‘De grootste bron voor stikstof en fosfor is de uit- en afspoeling (diffuse belasting) vanuit de bodem in de landbouwgronden (50 procent)’. Dat ook de achtergrondconcentraties waren toegerekend aan de landbouwgronden, werd niet bij de grafiek vermeld. Eurocommissaris Jessica Roswell sloeg toenmalig minister Wiersma met deze toelichting om de oren. Volgens Roswell was 50 procent van de stikstof in de Nederlandse wateren afkomstig uit de landbouw. Van het verlenen van derogatie kon geen sprake zijn. Ook hier was het beeld dat wat aan de landbouw is toegerekend, uit de landbouw afkomstig is.

Figuren. De PBL-watercijfers (links) vinden we terug in de Nitraatrapportage voor de Europese Commissie (rechts). In beide grafieken zijn de achtergrondconcentraties toegerekend aan de landbouw.

Deel via: