Meten=Weten

Meten=Weten onderzoekt niet, maar claimt

Jaap Hanekamp en Marc Jacobs bestudeerden zes rapporten van Meten=Weten. Deze rapporten worden geregeld aangehaald in rechtszaken tegen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door boeren en tuinders. Ook beleidsmakers leunen op de rapporten van Meten = Weten. “De onderzoeken zijn ideologisch, er wordt geclaimd vanuit emotie, niet vanuit wetenschap.”

Hanekamp en Jacobs[*] zijn er zeker van. De onderzoeken van Meten=Weten zouden nooit wetenschappelijk gepubliceerd worden. Onmogelijk. Ze kunnen de toetst der kritiek niet doorstaan. Er worden conclusies getrokken, vanuit ideologie, die geen bewijs vinden in de metingen en literatuur.

“Zij noemen zich Meten=Weten. Meten=Claimen zou een betere benaming zijn”, concludeert Jacobs. In de beginjaren rekende Meten=Weten nogal wat stoffen onterecht toe aan de landbouw. Na kritiek van onder meer STAF en het RIVM, werden de lijsten opgeschoond. Het meten gaat steeds professioneler. Daar wil Jacobs dan ook niet te kritisch op zijn. Er wordt gezocht naar pesticiden in de bodem, in vegetaties en in de lucht. Deze monsters worden naar het laboratorium gestuurd, waarna uitslagen volgen. Wie zoekt zal vinden, er wordt dan ook een scala aan pesticiden aangetoond. “Tot zover best prima.” 

Propaganda

Vervolgens begint het misleiden. Waarbij een gevonden pesticide synoniem wordt gesteld aan gevaar. Op zich zijn de gevonden concentraties vaak extreem laag. Deze extreem lage concentraties hadden tien jaar geleden niet eens gemeten kunnen worden, omdat de meetapparatuur daartoe niet in staat was. Met de meest geavanceerde methoden van tegenwoordig lukt het om steeds lagere concentraties te meten. De gevonden concentraties liggen bijna altijd ver onder de risicowaarden. Desondanks presenteert Meten=Weten deze ‘vondsten’ als gevaarlijk. Tezamen met andere gevonden stoffen – eveneens in een bijna onmeetbaar lage concentratie – zouden deze gevaarlijke cocktails kunnen vormen. “Geen wetenschap, maar een ideologisch betoog zonder onderzoek”, aldus Jacobs.  “Water kan gevaarlijk zijn omdat je erin kunt verdrinken. De omgeving is gevaarlijk want er is een waterplas aanwezig. Dit is het argumentatieniveau van Meten=Weten.” 

Metingen

Eurofins staat bekend als een degelijk laboratorium. Daar zijn veel monsters onderzocht op de aanwezigheid van pesticiden. “Dit laboratorium is niet geaccrediteerd voor de stoffen en monsters die hier zijn aangeboden”, stelt Hanekamp. Dat zegt op zich niets over de betrouwbaarheid van de uitslagen. Waar Hanekamp wel kritiek op heeft is het meten van veel kleinere hoeveelheden, dan waartoe de meetmethoden in staat zijn. Dat gebeurt in de rapporten van Meten=Weten. “Als je gevoeliger meet, neemt het aantal vals-positieve uitslagen toe, dat is bekend. Deze problematiek wordt in de rapporten niet onderkend.”

Rechtbanken en chemofobie

Hanekamp en Jacobs constateren dat rechters wel heel gemakkelijk meegaan met rapporten van Meten=Weten. Dit diskwalificeert de rechterlijke macht. Rechters snappen het verschil tussen gevaar en risico niet. Dat een stof gevaarlijk kan zijn, zegt niks over het risico. Je moet weten onder welke omstandigheden (zoals in welke concentratie) een stof gevaarlijk kan zijn. Dat je met de allerbeste meetapparatuur de stof kunt vaststellen, zegt helemaal niks.

Milieuorganisaties creëren graag angstbeelden, waaronder angst voor chemische stoffen. Stoffen, water, zon en verkeer kunnen allemaal gevaarlijk zijn. Simpelweg onderzoeken of stoffen, water, zon en verkeer aanwezig zijn, om vervolgens te claimen dat er sprake is van een gevaarlijke situatie, is bizar. Tóch is dat hoe Meten=Weten tewerk gaat. Om vervolgens met angstaanjagende opinie en selectief shoppen in onderzoeken van anderen, de beeldvorming te beïnvloeden.

De kwaliteit van de rapporten van Meten=Weten houdt op na het meten. Daarna volgt een betoog, in feite propaganda. Dit is geloof zonder bewijs. Dit behoort niet bestempeld te worden als onderzoek. Dit beoordelen als ‘evidence’, zoals rechters doen, is een gebrek aan kennis bij de rechtelijke macht.

Studie Hanekamp en Jacobs

De uitgebreide studie van Hanekamp en Jacobs is hier te downloaden: Meten = Claimen.

Review Wagenings pesticidenrapport

Jaap Hanekamp en Ronald Meester reviewen momenteel het Wageningse rapport ‘Pesticiden in terrestrische Natura 2000-gebieden: Verkennende beoordeling op aanwezigheid, blootstellingsroutes en potentiële ecologische risico’s voor bodemorganismen en niet-doelwit geleedpotigen’. Dit beleidsondersteunende onderzoek werd in 2025 gepubliceerd en bekostigd door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. In dit rapport geven onderzoekers van WUR nadere invulling aan de metingen in natuurgebieden van Meten = Weten. 

[*] Dr. Jaap Hanekamp is gepromoveerd in de chemie en promoveerde in 2015 voor de tweede keer op het voorzorgsbeginsel. Dr. Marc Jacobs promoveerde in de risicocommunicatie en is tegenwoordig datawetenschapper en statistisch consultant.

Deel via:

Advocaten en juristen steunen strijd MOB tegen vergunningen ondernemers

Welke organisaties bekostigen de juridische strijd van milieuorganisatie MOB? Ook advocaten en juristen blijken daaraan mee te betalen, waarschijnlijk zonder dat zij dat weten. OSR Juridische Opleidingen, de marktleider in bijscholing van advocaten en juristen, zet een deeltje van het cursusgeld opzij voor een goed doel. Dat goede doel blijkt het aanvechten van vergunningen van ondernemers te zijn.

Stichting Allemansrecht ondersteunt Advocaat van de Aarde om te groeien en te professionaliseren. Zo wordt het naar buiten gebracht. De stichting is één-op-één gekoppeld aan OSR Juridische Opleidingen. OSR biedt cursussen en coaching aan voor juristen en noemt zich marktleider op dit gebied. Jaarlijks worden meer dan 4.500 juristen en advocaten getraind. Zouden de cursisten weten dat een deel van de cursuskosten naar de broers Vollenbroek gaat? En dat het geld wordt besteed aan het structureel aanvechten van vergunningen van vooral agrarische bedrijven? Advocaat van de Aarde (van Frans Vollenbroek) zamelt geld in voor de juridische procedures van MOB (van broer Johan Vollenbroek).

Petra Jungjohann, directeur-bestuurder van OSR: “De winst van OSR vloeit naar de Stichting Allemansrecht, waarmee zij projecten ondersteunt die de toegang tot het recht verbeteren. Tussen OSR en de stichting bestaat een bestuurlijke scheiding. OSR en Stichting Allemansrecht hebben ieder een eigen verantwoordelijkheid en besluitvorming. De stichting bepaalt zelfstandig welke projecten zij ondersteunt. OSR heeft daarin geen stem. Stichting Allemansrecht zet de ondersteunde projecten openlijk op de website. Die informatie is voor iedereen toegankelijk, dus ook voor OSR en haar cursisten.”

OSR Opleidingen gaat er dus vanuit dat cursisten zelf het nodige speurwerk verrichten om erachter te komen dat zij meebetalen aan de rechtszaken van de gebroeders Vollenbroek.

Kunnen agrariërs ook geld krijgen voor het overeind houden van hun vergunning? Voor deze vraag moeten we bij het bestuur van de Stichting Allemansrecht zijn. “Wij ondersteunen alleen organisaties, geen personen. Iedere organisatie die kan bijdragen aan een betere toegankelijkheid van het recht kan een aanvraag indienen. Het spreekt voor zich dat dit ook organisaties van agrariërs kunnen zijn.”

Uitgebreid artikel STAF-blad

Het artikel Vier financiers achter de rechtszaken van de broers Vollenbroek verscheen in het STAF-blad van september 2026. Dit artikel is hieronder te downloaden.

(Foto: Shutterstock)

Deel via:

Boomsingel als sleutel tot kleinere bufferzones rond Natura 2000 gebieden

De discussie over stikstof en Natura 2000-gebieden wordt in een aantal Europese lidstaten gevoerd, maar de manier waarop landen daarmee omgaan verschilt sterk. Terwijl Nederland vooral werkt met vaste bufferzones en modelberekeningen, kiezen landen als Duitsland en Denemarken vaker voor maatwerk en bedrijfsspecifieke maatregelen. Een steeds belangrijkere vraag daarbij is welke rol bomenrijen en houtwallen kunnen spelen bij het beperken van stikstofdepositie in Natura 2000 gebieden en daardoor kleinere bufferzones mogelijk maken.

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat bomen een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van stikstofdepositie. Bladeren nemen ammoniak (NH₃) en stikstofoxiden (NOₓ) op uit de lucht en daarnaast beïnvloeden zij de luchtstromen. Door deze combinatie van biologische opname en fysieke filtering slaan stikstofverbindingen eerder lokaal neer en bereiken zij minder snel kwetsbare Natura 2000-gebieden.

Bomen als stikstoffilters

Onderzoek van Wageningen University & Research laat zien dat een hectare bos gemiddeld ongeveer 50 kilogram stikstof per jaar uit de lucht kan opnemen. Daarnaast zorgen bomenrijen voor meer turbulentie, waardoor ammoniak sneller op bladeren en de bodem terechtkomt. Rond stallen kunnen strategisch geplaatste bomenrijen met struiken daardoor de stikstofbelasting op nabijgelegen natuurgebieden verminderen.

Al in 2005 publiceerde de WUR een meting waarin het effect van een bestaande windsingel op de verspreiding van ammoniak uit een varkenshouderij werd vastgesteld. De windsingel was 15-20 meter hoog en 10 tot 15 meter breed. Bij een windrichting vanaf de stal naar de windsingel. De hoogste ammoniakconcentraties werden gemeten tussen de stallen en de windsingel. Ook direct na de windsingel waren de concentraties verhoogd. Echter 100 tot 150 meter na de bron waren de concentraties afgenomen tot het achtergrondniveau. De afstand waarbij het achtergrondniveau werd bereikt werd met ca 30% verkort. (Zie figuur 1). In de winter is die afstand bij bladverliezende bomen en struiken waarschijnlijk groter.

Ook Engels en Amerikaans onderzoek hebben aangetoond dat boomsingels rond stallen de verspreiding van ammoniak konden verminderen. Het internationale Ammonia Reduction by Trees (ART) programma laat zien dat een goed ontworpen windsingel 15 tot 25% van de uitgestoten ammoniak kan verminderen.

Lees het volledige artikel in het Stafblad van september 2026. Dit artikel kunt u hieronder downloaden.

Deel via:

Marc Jacobs: ‘Modellen mogen niet het landsbestuur vervangen’

Wie bestuurt Nederland? De bestuurders of wiskundige modellen, zoals het stikstofmodel Aerius? Marc Jacobs trekt een heldere lijn: modellen mogen nooit gebruikt worden als beleidsregel. Modellen zijn bedoeld om het beleid te ondersteunen, niet meer dan dat. Jacobs is datawetenschapper en gespecialiseerd in onder meer het gebruik van rekenmodellen voor beleid.

In opdracht van de provincie Zuid-Holland stelde Jacobs, samen met hoogleraar Ronald Meester, een richtlijn op voor het gebruik van modellen voor beleid. Die opdracht dateert van 2024, als uitvloeisel van het toenmalige hoofdlijnenakkoord. Onder meer Pieter Omtzigt (NSC) wilde een standaard voor het modelgebruik binnen het beleid. Omtzigt had zich vastgebeten in het Toeslagenschandaal, waar het faliekant misging vanwege foutief modelgebruik. Modellen wezen uit bij welke ouders er een verhoogd risico was op fraude met de toeslagen. Daar werd hard ingegrepen. De verantwoordelijke bestuurders gaven niet thuis; zij verscholen zich achter die modellen. Het model bepaalde het beleid, niet de bestuurders. “Een model mag nooit het beleid bepalen, maar moet het beleid ondersteunen”, stelt Jacobs resoluut. Iedere modelleur weet dat een wiskundig model geen scheidsrechter kan zijn in beleid; daarvoor is een model ongeschikt.

Richtlijn

De richtlijn van Jacobs en Meester koppelt de toepassing van modellen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en is bedoeld om ambtenaren, juristen, bestuurders en modelleurs handvatten te geven voor de inzet van modellen. Voor de richtlijn interviewden beiden ambtenaren van verschillende beleidsafdelingen. “Op veel afdelingen is er realisme als het over modellen gaat”, constateert Jacobs. Bijvoorbeeld bij het verkeer weten ambtenaren goed om te gaan met de modellen. Bij het stikstofmodel is dat echter anders. Daar wordt, net als bij het Toeslagenschandaal, het model ingezet om het beleid te bepalen, ondanks dat het model daarvoor niet geschikt is. Rekenmodel Aerius is bijna de beleidsregel in plaats van een hulpmiddel. Terwijl bestuurders in het algemeen geen kaas hebben gegeten van dit model.

“Het model wordt te veel gezien als de werkelijkheid”, constateert Jacobs. “Iedere modelleur kan je uitleggen dat dit niet zo is.” Ook de dooddoener ‘dit is het beste wat we hebben’ stoort hem. “Dit wordt gemakkelijk aangehaald door bestuurders. Maar als dit model het beste is dat we hebben, en het model is aantoonbaar ongeschikt, waar baseer je als bestuurder dan je besluit op om het model toch te willen gebruiken?”

Bestuur schiet tekort

In 2024 sprak Jacobs in het Benelux-Parlement. Hier bespreken volksvertegenwoordigers van Nederland, België en Luxemburg grensoverschrijdende thema’s als economie, justitie en duurzaamheid. Jacobs legde de politici uit waarvoor modellen geschikt zijn en waarvoor niet. “Een bestuurder vroeg tijdens deze bijeenkomst wat we dán moeten doen als we de modellen loslaten. Bestuurders voelen zich verloren als zij niet kunnen leunen op modellen. Een bestuurder behoort te besturen en zich niet te verschuilen achter modellen. Het beleid moet bepaald worden door bestuurders, niet door modellen.”

Nederland modellenland

Nederland is een echt modellenland, constateert Jacobs. Nederland stuurt graag op algoritmen. Gebeurt dat in het buitenland niet? “Ik heb veel modellen gezien, en in wat ik gezien heb is Nederland uniek. In het buitenland is het model één van de instrumenten die wordt gebruikt voor beleid, niet hét instrument. Dat een model is opgenomen in de regelgeving, zoals in Nederland bij stikstof, zag ik nog nergens.”

“Bij stikstof is het model het beleid geworden. Wanneer het model wordt aangepast, verandert het beleid dus.” Dat laatste is voelbaar in de praktijk. Na een modelaanpassing moeten ondernemers soms nieuwe berekeningen laten maken omdat uitkomsten zijn gewijzigd.

(On)behoorlijk bestuur

Jacobs hekelt de wijze waarop bestuurders omgaan met modellen. “Kijk bijvoorbeeld naar het onderzoek naar de gezondheidseffecten van de geitenhouderij. Met een model is bepaald dat er tot 500 meter risico bestaat voor de volksgezondheid. Waarom 500 meter? Waarom is er bij 499 meter wel risico en bij 501 meter niet meer?”

Jacobs is een groot voorstander van een wetenschappelijke standaard voor het gebruik van modellen binnen het beleid. En is die er gekomen in de provincie Zuid-Holland? De provincie heeft de richtlijn van Jacobs en Meester weliswaar naar buiten gebracht, maar tot nu toe niet ingevoerd. De richtlijn is terechtgekomen in het politieke debat binnen de provincie. Een aantal bestuurders wil geen richtlijnen voor modeltoepassing, maar de modellen naar eigen inzicht kunnen inzetten.

Richtlijn downloaden

Het document ‘Een richtlijn voor het gebruik van modellen voor beleid voor ambtenaren, juristen, bestuurders en modelleurs’ is hieronder te downloaden:

Deel via:

Presentatie terugkijken: Expertavond Bodemgezondheid in Nederlandse natuurgebieden

Op 16 september 2026 vond de Expertavond Bodemgezondheid in Nederlandse natuurgebieden plaats. De avond werd georganiseerd naar aanleiding van bodembemonsteringen in 27 natuurgebieden. Onderzoekers van Eurofins lichtten hun bevindingen toe. De uitkomsten werden vergeleken met andere onderzoeken en verklaard vanuit de literatuur.

De presentatie van de onderzoekers van Eurofins downloaden:

In de winter van 2024/2025 werden bodemmonsters genomen in 27 natuurgebieden. In onderstaande rapporten staan de uitkomsten en de duiding daarvan:

Deel via:

Mediabedrijven steunen Extinction Rebellion wel maar boeren niet

Er is sprake van ongelijke behandeling door mediabedrijven. Extinction Rebellion-activisten krijgen openlijk steun voor de bezetting van de A12. Demonstrerende boeren krijgen die steun niet. XR ontving daarnaast geld voor haar acties. Ook dat kregen boeren niet. Dan is er een mediabedrijf dat de rechtszaken meefinanciert rond de boerenvergunningen. Niet in het voordeel van de boer, wel ten gunste van serieprocedeerder MOB. Past deze eenzijdige inzet wel bij onafhankelijke journalistiek?

Free Press Unlimited – een Nederlandse journalistenorganisatie – steunt Extention Rebellion bij haar A12-demonstratie. Dit is opvallend. Past zoiets wel bij onafhankelijke journalistiek? “Het was geen inhoudelijke steunbetuiging aan de doelen en missie van XR”, reageert de woordvoerder van Free Press Unlimited. “Wij zetten ons in voor onafhankelijke journalistiek, daar hoort de vrijheid van meningsuiting bij. Het recht om vreedzaam te demonstreren is daar nauw mee verbonden. In een democratie moeten mensen hun mening publiekelijk kunnen uiten, ook als die mening controversieel is.”

Bij de boerendemonstraties was Free Press Unlimited in geen velden of wegen te zien. Worden de boerenprotesten niet gesteund? “Free Press Unlimited staat voor het recht op vreedzaam protest. Dat geldt voor iedere groep, ongeacht de inhoudelijke standpunten van de demonstranten”, aldus de woordvoerder.

Subsidie overheid

Free Press Unlimited kent zijn oorsprong op het Mediapark in Hilversum. De organisatie betreft een fusie in 2011, van Stichting Press Now en Stichting Free Voice. Stichting Press Now werd in 1993 opgericht door journalisten, politici en bezorgde burgers. Destijds met als doel de onafhankelijke media in voormalig Joegoslavië te steunen. Stichting Free Voice was er al eerder, deze werd in 1986 opgericht. Dit was een initiatief van de Nederlandse Dagblad Pers, het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren en Radio Nederland Wereldomroep. Deze organisatie steunde journalisten in onder meer Afrika, Latijns-Amerika, Azië, het Midden-Oosten en Oost-Europa.

Free Press Unlimited wordt mede gesubsidieerd door de overheid. In 2025 ontving de organisatie bijna 20 miljoen euro, waarvan 9 miljoen van de Nederlandse overheid (Ministerie van Buitenlandse Zaken) en 5,6 miljoen van Europa. Ook de Postcodeloterij is een belangrijke sponsor.  

Brede taakopvatting

Free Press Unlimited zet zich in voor de onafhankelijke journalistiek in gebieden waar de persvrijheid onder druk staat. Dit is een nobele taak die past bij mediabedrijven. Met het verbreden van de taakopvatting naar vrijheid van meningsuiting en demonstratierecht begeeft Free Press Unlimited zich op glad ijs. Temeer daar deze taak selectief wordt ingevuld. Extinction Rebellion wordt hierin publiekelijk gesteund, boeren daarentegen niet.

Extinction Rebellion kreeg niet alleen steun van Free Press Unlimited, maar ook van Stichting Democratie en Media, mede-eigenaar van Volkskrant, Trouw, AD, RTL en NU.nl. Die maakte zelfs geld over naar Extention Rebellion (jaarverslag 2020): “Extinction Rebellion zet zich in voor een Burgerberaad Klimaat & Milieu in Nederland. Voor SDM zijn vernieuwingen als een burgerberaad in ons democratisch stelsel van groot belang, om zo te werken aan het behouden en versterken van onze democratie.” In 2023 ging er nogmaals geld naar Extinction Rebellion. Deze keer voor een trainingsprogramma voor de ‘rebellen’.

De Stichting Democratie en Media (SDM) zegt te investeren in onafhankelijke, kritische journalistiek. Dat is inderdaad een taak die past bij een mediaorganisatie. Echter, ook SDM hanteert een bredere taakopvatting. Het versterken van de democratie en rechtsstaat zijn eveneens haar doel. Daarom wordt niet alleen Extinction Rebellion financieel gesteund, maar een reeks aan organisaties. Ook ging er geld naar Advocaat van de Aarde (deze zamelt geld in voor MOB), geld dat onder meer werd gebruikt voor het aanspannen van rechtszaken tegen vergunningen van (agrarische) ondernemers. Voor boeren die in de rechtszaken verwikkeld raakten, was er geen steun of geld. De woordvoerder van SDM benadrukt dat de subsidie aan Advocaat van de Aarde éénmalig was, in 2023. “Deze steun paste toen binnen onze eenmalige oproep Versterking van de toegang tot het recht.”

(Foto: Shutterstock / pmvfoto)

—

Lees over vier bijzondere financiers achter de rechtszaken van de broers Vollenbroek in het STAF-blad van september 2026 (verschijnt medio september).

Deel via:

Longklachten vooral bij (ex)rokers, oorzaak gezocht bij geitenhouderij

Relatief veel patiënten die deelnamen aan het zogenaamde VGO-onderzoek, hadden last van onderliggend lijden dat verband houdt met roken. Dat blijkt uit de patiëntengegevens die het ministerie van VWS onlangs openbaar maakte. Daar ging een langdurige Woo-procedure aan vooraf. Het verband tussen longklachten en roken bij de patiëntengroep wordt niet benoemd door de VGO-onderzoekers. Wel wordt de oorzaak met een lampje gezocht bij de geitenhouderij.

Het ministerie van VWS heeft de patiëntengegevens in het VGO-onderzoek (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden) na anderhalf jaar openbaar gemaakt. Dit gebeurde pas nadat Staf bezwaar had gemaakt tegen het besluit om deze data niet vrij te geven. Dat besluit moest al worden afgedwongen door de rechtbank. Het bezwaar van Staf werd gegrond verklaard.

Met veel moeite waren 108 patiënten gevonden voor deelname aan het VGO-onderzoek. Bij deze patiënten werden monsters afgenomen (neus- en keelswab) voor het vaststellen van de ziekteverwekkers. Er werd vervolgens gekeken of deze verwekkers afkomstig konden zijn van een geitenhouderij in de omgeving. De VGO-onderzoekers konden hiervoor geen bewijs vinden. Uit de onlangs openbaar gemaakt geanonimiseerde patiëntengegevens (onder dit bericht te downloaden) blijkt echter wel een duidelijk verband met onderliggende longklachten en roken. De patiëntengroep die nooit rookte, scoort gemiddeld een stuk beter op longgezondheid.  

De VGO-onderzoekers constateren weliswaar dat er onder de patiënten meer signalen zijn van onderliggend respiratoir lijden (astma, COPD en/of emfyseem en gebruik van longmedicatie) en dat er in deze groep iets meer rokers zijn. Dat dit onderliggend respiratoir lijden in hogere mate voorkomt bij de (voormalige) rokers blijft onbenoemd. Er wordt verder niet gekeken naar de invloed van roken op de longklachten. In plaats daarvan wordt gezocht naar de geitenhouderij als mogelijke veroorzaker van de longklachten.

Tabel. Analyse van de openbaar gemaakte patiëntengegevens, uitgesplitst naar rokers en (ex)rokers. Van 107 patiënten werd het rookgedrag geregistreerd.   

PercentagesGeen longziekte(n)Wel longziekte(n)Gebruikt geen longmedicatieGebruikt wel longmedicatieLongmedicatie onbekend
Nooit gerookt (n=41)802083125
Rookt / heeft gerookt (n=66)55455644 

Berekende patiënten

Jarenlang onderzoek zou uitwijzen dat wonen nabij een geitenhouderij een verhoogd risico geeft op longontstekingen. Onder de circa 1,5 miljoen omwonenden van geitenbedrijven komen jaarlijks naar schatting 1.200 tot 6.600 extra longontstekingen voor. Dit zou resulteren in ongeveer 100 – 600 extra ziekenhuisopnamen en 20 – 100 extra sterfgevallen per jaar. Deze dramatische cijfers – met modellen berekend –  werden door de toenmalige ministers Fleur Agema (VWS) en Femke Wiersma (LVVN) naar buiten gebracht. Onderzoek bij echte patiënten moest deze aantallen bevestigen. 

Via huisartsenpraktijken werden 108 patiënten met longontsteking geselecteerd. Zij waren bereid mee te werken. Gekeken werd of zij ziektekiemen bij zich hadden, die afkomstig konden zijn van een geitenbedrijf. Dat verband werd bij geen enkele patiënt aangetoond. Helaas heeft het ministerie van VWS niet bekend gemaakt welke kiemen bij welke patiënt zijn aangetroffen. Omdat deze gegevens niet openbaar zijn gemaakt, kan niet worden gecheckt of bepaalde kiemen vaker voorkomen bij bijvoorbeeld (ex)rokers.

Download openbaar gemaakte patiëntengegevens:

Lees ook:

(Foto’s: Shutterstock)

Deel via:

Expertavond 16 september: Bodemgezondheid van Nederlandse Natuurgebieden

In de winter van 2024/2025 is verspreid over Nederland bodemonderzoek uitgevoerd in natuurgebieden. De resultaten laten een aantal opvallende uitkomsten zien. Experts van Eurofins gaan in op de resultaten en plaatsen deze in de context.

Datum: Woensdag 16 september

Aanvang: 19.30 uur (inloop vanaf 19.00 uur met koffie / thee).

Locatie: Postillion Hotel Arnhem (Europaweg 25)

Programma 

19.30 uur: Opening door Geesje Rotgers (redactieteam STAF)

19.40 uur: Bodemgezondheid van Nederlandse Natuurgebieden – Inzichten uit de Bodemgezondheidsindicator.

Door Arjan Reijneveld (onderzoeker en directeur wetenschap en ontwikkeling), mede-auteurs Maurits Voogt en Karst Brolsma (allen verbonden aan Eurofins).

Toelichting: Met behulp van 30 bodemindicatoren is een breed en samenhangend beeld verkregen van de fysische, chemische en biologische toestand van de bodem. Onderwerpen als bodemverzuring, calcium- en fosforbeschikbaarheid, organische stof, CO₂‑opslag, droogtegevoeligheid, bodemleven en de beschikbaarheid van sporenelementen en (zware) metalen komen daarbij aan bod. Samen bepalen deze factoren in belangrijke mate de veerkracht van natuurgebieden en de omstandigheden voor flora en fauna. De onderzoekers delen inzichten uit de Bodemgezondheidsindicator en plaatsen de bevindingen in de context van biodiversiteit, ecosysteemfuncties en toekomstbestendig natuurbeheer.

Daarna: Ruimte voor vragen en discussie met de sprekers.

21.30 uur: Afronding door Frans van de Lindeloof, directeur van STAF.  

Aanmelden        

Geïnteresseerden zijn van harte welkom! Het programma is vrij toegankelijk. Aanmelden wordt op prijs gesteld i.v.m. de catering en de zaalindeling. Dat kan via onderstaande link of een email naar: info@stichtingagrifacts.nl.

Link naar aanmeldformulier

Deel via:

Verhogen waterpeil jaagt vergrassing heide aan

Volgens het Compendium voor de Leefomgeving neemt de vergrassing in heideterreinen door het pijpenstrootje toe. Alom wordt gesuggereerd dat stikstof daarvan de oorzaak is. De gegevens van natuurmeetnet LMF-M&N laten echter zien dat pijpenstrootje vooral toeneemt in terreinen waar het waterpeil is opgezet. De gegevens laten geen verband zien met stikstofdepositie.  

Zo’n 30 jaar geleden werd de mate van vergrassing van heide vastgesteld middels berekeningen. Dit gebeurde op basis van luchtfoto’s. Pixels in de luchtfoto werden geclassificeerd als gras, heide of anderszins. In 1993 werd op deze wijze de vergrassing van de Nederlandse heide in kaart gebracht. Deze werd toen vastgesteld op 45%. Bijna de helft van de heide was vergrast, rapporteerden onderzoekers van RIVM en K&M-GIS and remote sensing Consultants toentertijd.

Het Compendium voor de Leefomgeving hield lang vast aan een vergrassingspercentage van 40-45%. In 2023 echter, werd het vergrassingsaandeel (geruisloos) teruggezet naar zo’n 30%. Berekeningen hadden plaatsgemaakt voor nauwkeuriger veldgegevens. Sinds medio jaren ’90 wordt de vergrassing van heide bepaald op basis van veldonderzoek. Van een toename van de vergrassing in de afgelopen 30 jaar blijkt geen sprake. Wel blijkt er een toename te zijn van het pijpenstrootje in heideterreinen waar de waterstand omhoog is gezet.

Het artikel ‘Verhogen waterpeil jaagt vergrassing heide aan’ is hieronder te downloaden.

Foto: Pijpenstrootje in een vochtig terrein / Shutterstock.

Deel via:

‘Ambtenaren sturen wel degelijk op halvering veehouderij’

Het is feest bij de (voormalige) topambtenaren van het directoraat-generaal Landelijk Gebied en Stikstof (DG Stikstof). De architecten van het stikstofplan – op 26 juni 2026 door minister Jaimi van Essen naar buiten gebracht – heffen het glas. DG Stikstof ging in 2019 van start, onder bewind van toenmalig minister Carola Schouten. Voor het oplossen van het stikstofprobleem. Met als inzet: halvering van de veehouderij.

Topambtenaar Vera Pieterman is blij dat het gelukt is, zo laat zij weten op platform LinkedIn. Pieterman werd per 18 november 2019 benoemd als programmadirecteur van DG Stikstof. Ook topambtenaar Hellen van Dongen kwam terug voor dit feestelijke moment. Van Dongen werd in november 2019 benoemd als directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof. In 2023 verliet zij dit directoraat. Ook Pieterman werkt hier inmiddels niet meer.

Pieterman en Van Dongen behoren tot de Algemene Bestuursdienst (ABD) van de Rijksoverheid. ABD is de organisatie van topmanagers en directeuren en beschikt over een eigen adviesgroep van topambtenaren: ABD Topconsult.

Stikstofplan Van Essen

Het stikstofplan van minister Jaimi van Essen is slecht ontvangen door veel agrariërs. De stapeling van regels zal leiden tot een groot aantal stoppers, met name in de veehouderij. “Dat is ook de opzet. Krimp van de veestapel is het doel”, aldus een bron die in contact stond met beide ambtenaren. “Alsjeblieft, noem mijn naam niet. Dat kost mij mijn carrière.”

Het viel de Staf-redactie op dat het stikstofplan van minister Van Essen vrijwel één-op-één overeenkomt met de eisen van de milieubeweging[1]. Het plan komt overeen met de voorwaarden waaronder milieuorganisaties bereid zijn te stoppen met het systematisch aanvechten van vergunningen van bedrijven. Dit artikel leidde ertoe dat meer bronnen contact zochten met de Staf-redactie. In hun verhalen worden meerdere topambtenaren genoemd, die het stikstofbeleid bepaalden, waaronder Pieterman en Van Dongen.

DG Stikstof

Het begon onder landbouwminster Carola Schouten (2017-2022), in 2019. Vanuit verschillende departementen werd een nieuwe programmadirectie gevormd, met enkele topambtenaren van de ABD aan het hoofd.

“Carola Schouten wilde onder meer geld voor innovaties om de stikstofuitstoot terug te brengen. Maar de ambtenaren gingen daar niet in mee. Als boeren zouden mogen innoveren, dan krimpt de veestapel niet, was het argument. Alleen D66 wilde krimp van de veestapel, andere politieke partijen zoals VVD en CDA wilden dat niet. Spindoctors kwamen toen met het frame ‘krimp is geen doel op zich’ om zo de politiek mee te krijgen.”

Hadden deze topambtenaren contacten met Tjeerd de Groot (D66) en Johan Vollenbroek (MOB)? Beide heren staken niet onder stoelen of banken dat de veestapel (minstens) gehalveerd moest worden. “Dat contact was er zeker. Vollenbroek zat als genodigde bij sommige stikstofoverleggen. En Tjeerd de Groot meldde zich regelmatig. De wijze waarop zij met elkaar omgingen, hun lichaamstaal, verraadde dat ze elkaar beter kenden.”

Geld voor opkoop, niet voor innovatie

Opvallend zijn de sporen die het stikstofbeleid trekt in de praktijk. De overheid blijkt minimaal in te zetten op innovaties om de stikstofuitstoot te verminderen, en maximaal op de opkoop van bedrijven. Voor twee stoppersregelingen werd inmiddels bijna 3 miljard euro aan subsidie beschikbaar gesteld.[2] Ongeveer 1.500 bedrijven namen hieraan deel. Voor innovaties om de stikstofuitstoot te verminderen kwam minimaal subsidie beschikbaar. De voorwaarden waren bovendien weinig aantrekkelijk (er moest veel geld worden bijgelegd door de boer) waardoor hiervan weinig gebruik werd gemaakt. Ook speelt mee dat het moeilijk is een vergunning te krijgen voor emissiebeperkende stalaanpassingen.

Minister Van Essen trekt in de komende jaren maar liefst 20 miljard euro uit voor het oplossen van het stikstofprobleem. Echter, als je kijkt waarvoor dat geld gereserveerd is, dan is dat wederom voor opkoop van veehouderijen en vermindering van het aantal dieren (extensiveren). Slechts 2 miljard euro is bestemd voor innovaties om de stikstofuitstoot te verminderen. Maar, wanneer de voorwaarden voor deze subsidie ongunstig blijven en de vergunningverlening niet tijdig los komt, dan blijft het geld in de pot zitten.

Dubbelrol ABD

Terug naar 2021: het nieuwe kabinet – Rutte III – is juist aangetreden. ABD Topconsult, het adviesbureau van de topambtenaren van de Rijksoverheid, komt met adviezen om het stikstofprobleem op te lossen. Het rapport ‘Normeren en beprijzen van stikstofemissies’ adviseert om de stikstofuitstoot met 40 tot 50 procent terug te dringen. Een tweede rapport, ‘Stikstofruimte voor de toekomst’ stuurt aan op substantiële krimp van de veestapel. ABD Topconsult adviseert om veehouderijen uit te kopen.

De Algemene Bestuursdienst (ABD) speelt een dubbelrol. Pieterman en Van Dongen, de topambtenaren die de leiding hebben bij DG Stikstof, zijn afkomstig van ABD. Zij laten zich adviseren door hun eigen adviesbureau ABD Topconsult.

Krimp als doel

Kabinet Rutte III wordt in 2022 opgevolgd door kabinet Rutte IV. Christianne Van der Wal wordt minister voor Natuur en Stikstof. Zij zet in op halvering van de stikstofuitstoot. Op 23 juni 2022 vond een Kamerdebat – een marathonzitting van 11 uur – plaats over het stikstofbeleid. Van der Wal: “Ik heb vanuit het coalitieakkoord hele duidelijke kaders meegekregen. De totale stikstofuitstoot moet in 2030 met 50% zijn verminderd.” Van der Wal presenteerde een kaartje waarop het land was ingekleurd met zones. In de ene regio wordt meer gevraagd, in de andere minder. Van der Wal: “Het frame dat wordt neergezet, alsof wij de hele agrarische sector van de kaart vegen, is niet waar. Er is heel veel perspectief voor heel veel boeren.” Van der Wal benadrukte dat innovatie onderdeel is van het plan. “Wij besteden die 24,4 miljard die we beschikbaar hebben, niet alleen aan het opkopen of onteigenen van boeren. In het budget zit ook heel veel geld voor innovatie.” Voor de schermen blijken dit mooie woorden. Achter de schermen wordt ervoor gezorgd dat er weinig geld gaat naar innovaties en des te meer naar opkoop. Boeren kregen vooral één optie om de uitstoot te verminderen: stoppen met het bedrijf.

“Krimp is wel degelijk het doel van de ambtenaren van DG Stikstof”, vertelt onze bron. “Ik heb enkele ambtenaren dit zelf horen zeggen: wij hebben 22 miljard voor opkoop, dus dát gaan wij doen.”

Ministerie LVVN: ‘Politiek is verantwoordelijk, niet ambtenaren’

Waarom een ‘feestpost’ op LinkedIn?

Rudi Buijs, hoofd woordvoering directie Communicatie van LVVN: “In de post op LinkedIn geeft een directeur complimenten aan het team dat de afgelopen jaren hard heeft gewerkt om zowel een oplossing te vinden alsook politieke wil om aan een oplossing te werken. Wij beschouwen LinkedIn als een medium waar ambtenaren de ontwikkelingen in hun werk met professionals delen, zoals hier ook is gedaan. Dit draagt bij aan de transparantie van de overheid.”

ABD stelt zich op als adviseur, maar levert ook de uitvoerende topambtenaren. Is dat geen belangenverstrengeling?

“Het advies van de ABD over stikstof is geschreven ter verkenning naar verschillende mogelijkheden, op verzoek van LVVN ter ondersteuning van de advisering aan de politiek. Collega’s van het ministerie proberen sinds 2019 om oplossingen te vinden voor het stikstofprobleem, waarbij allerlei mogelijkheden bekeken en nagelopen zijn.”

Ambtenaren zouden sturen op krimp van de veestapel en op de opkoopregelingen. Wat is de reactie van LVVN hierop?

“Het is niet terecht dat Staf ambtenaren aanspreekt. Ambtenaren adviseren de politiek. Het is aan de politiek om besluiten te nemen. Sterker nog, de politiek vraagt ambtenaren in dit dossier om zonder taboes maatregelen te inventariseren. De politieke top is verantwoordelijk voor de uiteindelijke keuzes.”


[1] https://stichtingagrifacts.nl/van-essen-levert-met-stikstofplan-wat-milieubeweging-eist/

[2] https://www.rvo.nl/onderwerpen/lbv-plus-actueel

Deel via: