Minister Schouten blijft stikstofbeleid ophangen aan één rekenmodel

Gebruik meer modellen naast elkaar, in plaats van één model. Het stikstofbeleid is te complex en de onzekerheden in de individuele modellen zijn te groot, om het beleid op te hangen aan één model.’ Dit is samengevat een belangrijk advies van de Adviescommissie Meten en Berekenen Stikstof (Commissie Hordijk, juni 2020). Deze Adviescommissie toetste in opdracht van minister Schouten het stikstofmodel, waarop Nederland haar stikstofbeleid baseert. Gisteren presenteerde minister Schouten de uitwerking van de stikstofmaatregelen van het kabinet, waarbij alle doorrekeningen wederom plaatsvonden met één model: Aerius (OPS).

Het Europese stikstofbeleid wordt gebaseerd op een combinatie van de modellen Lotos-Euros en Emep. Schouten kreeg van de Commissie Hordijk het advies haar beleid ook met deze modellen door te rekenen. De maatregelen tot 2030 blijken echter uitsluitend te zijn doorgerekend met Aerius/OPS, een model dat alleen in Nederland wordt gebruikt.

Ander model, andere uitkomsten

Alle stikstofmodellen kennen relatief grote onzekerheden. En ieder model heeft zijn eigen sterke, maar ook zwakke punten. Door meerdere modellen naast elkaar te gebruiken, komen de onzekerheden in beeld en kunnen de effecten van stikstofmaatregelen beter worden voorspeld. Ter vergelijking: voor het voorspellen van het weer worden meerdere modellen tegelijkertijd gebruikt. Het ene model is bijvoorbeeld goed in het voorspellen van regen, het andere model in het voorspellen van de temperatuur.

STAF heeft al meermalen aan het ministerie van Landbouw gevraagd of de beleidsmaatregelen ook doorgerekend gaan worden met het Europese beleidsmodel (Lotos-Euros / Emep), zoals de Commissie Hordijk adviseert. Een antwoord blijft tot nu toe uit.

Om te laten zien tot welke verschillen individuele modellen leiden, heeft STAF een vergelijking gemaakt tussen de uitkomsten van Aerius/OPS (Nederland) en Lotos-Euros/Emep (Europees beleidsmodel). Met dank aan TNO voor het aanreiken van gegevens. Wanneer LNV enkel het Europese model Lotos-Euros/Emep zou gebruiken, dan is de doelstelling voor 2030 voor de landbouw al behaald.

Deel via:

Zeeuws Statenlid heeft geen onderbouwing voor ‘vissterfte door landbouw’

Het Zeeuwse Statenlid Gerwi Temmink (Groen Links) stelde op 1 oktober Statenvragen over de acute vissterfte in het Veerse Meer, afgelopen zomer. Met een vingerwijzing naar de overbemesting door de landbouw. STAF vraagt Temmink om een onderbouwing voor zijn vingerwijzing. Die blijkt hij niet te kunnen geven.

Sinds medio augustus was/is een aanzienlijk deel van het Veerse Meer zuurstofloos. Er was sprake van acute sterfte van vissen, planten, …. De zuurstofloosheid zou veroorzaakt worden door o.a. overbemesting in de landbouw waardoor de bodem (over)verrijkt wordt met nitraten, fosfaten etc…..’, begint Temmink zijn vragen aan GS Zeeland. STAF vraagt Temmink eerst per mail om een onderbouwing voor zijn vingerwijzing, en belt hem een dag later op. Tot verrassing van STAF heeft het Groen Links-Statenlid de onderbouwing niet paraat. “Ik beschik niet over een onderbouwing. Een deskundige met veel kennis van zaken heeft de vragen voor mij opgesteld”,  aldus Temmink. Hij wil niet zeggen wie deze deskundige is.

Historisch ‘bewijs’

Temmink laat weten niet met STAF in discussie te willen over zijn vragen. “Vanuit de fractie zijn wij als Statenleden degenen die de vragen stellen aan GS. Van hen verwachten wij antwoorden; discussie met derden gaan we daarover niet aan voor alle helderheid.” Wel zet hij de mail van zijn deskundige door (geanonimiseerd). Er zijn drie stukken als bewijs toegevoegd. Een artikel uit 1990 over de waterkwaliteit in het Veerse Meer, een nieuwsbericht uit 2007 over een waterverbeterproject en een Deltares-rapport over de waterkwaliteit in het Veerse Meer over de periode 2000 – 2013. Geen van de historische documenten levert de gevraagde onderbouwing voor de vissterfte in 2020 door de landbouw. Het Deltares-rapport vermeldt echter wel een andere reden voor de zuurstofloosheid: waterlagen met verschillende zoutconcentraties mengen zich in sommige delen van het Veerse Meer slecht, waardoor de onderste laag zuurstofarm wordt.

Onderzoek Rijkswaterstaat

Het Veerse Meer valt onder Rijkswaterstaat. Deze dienst heeft een onderzoek ingesteld naar de vissterfte. STAF vraagt Rijkswaterstaat naar zijn bevindingen. “Wij zouden ook graag weten wat de oorzaak is, maar weten dat nog niet. Wij monitoren de waterkwaliteit over een langere periode in de hoop daarmee de oorzaak te vinden”, aldus de woordvoerder.

Foto: Veerse Meer (Zeeland). Bron: Shutterstock/Ciwoa

Deel via:

STAF-organisatie versterkt met vier nieuwe mensen

Mr. Gerard Snijders is afgelopen zomer toegetreden tot de Wetenschappelijke Raad van Advies van STAF. Snijders is oud-advocaat in Utrecht en oud-hoogleraar Agrarisch recht aan Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij vormt nu samen met dr. Aalt Dijkhuizen de Wetenschappelijke Raad van Advies van STAF.

Het bestuur van STAF werd afgelopen zomer versterkt met Wim Blijdorp, akkerbouwer in Middenmeer; Tom van der Meer, fruitteler en akkerbouwer in Kapelle en Hans Puttenstein, melkveehouder en roodbontfokker in Kamperveen. STAF streeft naar een evenredige vertegenwoordiging over sectoren en over het land. Later dit jaar zal nog een nieuw bestuurslid toetreden.

Mr. Gerard Snijders, Wetenschappelijke Raad van Advies.
Het bestuur van STAF, met v.l.n.r. Wim Blijdorp, Hans Puttenstein, Leonie Bosch-Chapel, Tom van der Meer en Jaap Haanstra.

Studies door externe onderzoekers

Dit jaar heeft STAF budget beschikbaar gesteld voor meerdere externe studies van onafhankelijke onderzoeksjournalisten en wetenschappers. Onderzoek vindt momenteel plaats op de volgende thema’s: omvang en herkomst groene geldstromen; wetenschappelijke onderbouwing van de kritische depositiewaarden onder het stikstofbeleid; herkomst vervuiling in grond- en oppervlaktewater; green deal.

Onderzoeker dr. Piet van der Aar en onderzoeksjournalist Geesje Rotgers vormen het vaste onderzoeksteam van STAF.

Deel via:

Friesland betaalt € 155.545 aan MOB voor behoud afvalverbrander

Een juridische strijd aanbieden tegen een bedrijf om dat tot sluiten te dwingen, om vervolgens betaalde adviesdiensten te verrichten voor hetzelfde bedrijf om het overeind te houden? Voor milieuorganisatie MOB is dat een normale gang van zaken. De Friese overheid betaalde 155.545 euro aan MOB voor advies, en wist daarmee zijn afvalverbrandingsoven voor sluiting te behoeden. STAF dook in de zaak.

Een tipgever stuurde STAF een factuur van milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB), gericht aan de GGD van de Friese gemeenten, voor geleverd advies. STAF neemt contact op met deze Friese overheid, die laat weten dat MOB hier voor in totaal 155.545 euro aan facturen indiende, in de periode 2015 – 2017, voor geleverde diensten. Voor verdere informatie wordt doorverwezen naar de gemeente Harlingen. Die is opdrachtgever en heeft MOB ingehuurd. In deze gemeente staat de afvalverbrandingsoven.

STAF vindt het opmerkelijk dat een actievoerder tegen overheidsbeleid zich laat betalen door de overheid. En dat de overheid een actievoerder inhuurt voor het bereiken van haar doel.

Download het artikel om het te lezen.

Deel via:

Dieetbedrijf serveert naast Bodyhappiness portie onjuistheden over veehouderij

STAF heeft dieetbedrijf Jasper Alblas verzocht een aantal onjuistheden in zijn dieetprogramma recht te zetten. In het afslankprogramma ‘September Challenge’ geeft Alblas adviezen voor het stimuleren van de vetverbranding. Een van de adviezen is om wekelijks een vegan-dag in te lassen. Naast adviezen over voeding en voedingsstoffen, voorziet Alblas zijn klanten tevens van een portie onjuistheden over de veehouderij. Alblas beweert onder meer dat ‘de bio-industrie’ groeihormonen gebruikt en preventief antibiotica. Een klant die hiervan niet was gediend, stuurde haar klacht naar STAF.

Deel via:

Gesprek LNV en STAF/SSC over voermaatregel struikelt over voorwaarden

STAF en Stikstofclaim (SSC) lazen tot hun verrassing in de stukken die minister Schouten op 11 augustus naar de Tweede Kamer zond, dat zij op 12 augustus in Den Haag werden verwacht voor een gesprek met het ministerie van LNV. Verrassend omdat LNV en STAF/Stikstofclaim niet tot overeenstemming waren gekomen over de gespreksvoorwaarden. Tijdens het kort geding dat beide stichtingen aanspanden op 30 juli, was de uitkomst dat LNV de ontbrekende berekeningen van de eiwitlimieten in de voermaatregel mondeling uiteen zou zetten. Tot een afspraak kwam het (nog) niet, omdat beide stichtingen niet instemden met de voorwaarden die LNV verbond aan dat gesprek (zie passage onderaan dit bericht).

Die voorwaarden komen er in het kort op neer dat LNV een technische toelichting geeft, zonder dat vertegenwoordigers van de stichtingen daarover het gesprek mogen aangaan. Het wordt letterlijk een hoorcollege van het ministerie van LNV. Over wat er ten gehore wordt gebracht, mag vervolgens niet worden gecommuniceerd door de stichtingen. LNV wil zaken vastleggen in een verslag en alleen dat verslag mag worden gedeeld. Beide stichtingen zien niets in een gesprek waarbij zij in feite monddood worden gemaakt. Wel hebben zij LNV laten weten bereid te zijn beperkingen in acht te nemen ten aanzien van de ambtenaren, door hen niet te citeren en niet met naam en positie te noemen.

STAF en Stikstofclaim hebben vanaf het kort geding op 30 juli tot en met 11 augustus veel moeite gedaan om het gesprek te laten slagen, waarbij communicatie over de inhoud van het gesprek (dus niet over de ambtenaren en hun posities) voor beide stichtingen een voorwaarde was. Het verzoek om ruimere communicatiemogelijkheden werd niet gehonoreerd. LNV hield voet bij stuk: alleen het verslag dat wordt gemaakt van het gesprek mag worden gebruikt in de communicatie. Staf en Stikstofclaim achten het gesprek onder deze restrictie weinig zinvol.

Betreft: Passage uit mail landsadvocaat, namens LNV op 11 augustus 2020, aan advocaat STAF/Stikstofclaim, over wijze waarop gecommuniceerd mocht worden over inhoud gesprek. Alleen hetgeen was vastgelegd in het verslag kon in de communicatie worden gebruikt.
Deel via:

Onderbouwing voermaatregel blijkt niet gedocumenteerd

De onderbouwing van de voermaatregel is niet gedocumenteerd, maar zit in het hoofd van één ambtenaar. Het ministerie van LNV kon vanochtend tijdens het kort geding dan ook niet aangeven welke gegevens de ambtenaar precies had gebruikt, en hoe deze tot de door de Minister voorgestelde voernormen was gekomen. De onderbouwing waarom de stichtingen AgriFacts (STAF) en Stikstofclaim vanochtend verzochten in een kort geding, kwam daarom niet op tafel. Wat er niet is, kun je niet opvragen. De eis kwam daarmee te vervallen.

Beide stichtingen spanden een kort geding aan tegen het ministerie van LNV omdat zij willen weten waarop de voorgestelde voernormen zijn gebaseerd.

Stikstofclaim en STAF zijn blij met de uitkomsten van het kort geding. Dat geeft tenminste duidelijkheid. Beide partijen hadden al het vermoeden dat de onderbouwing van de voermaatregel tekort schoot, maar dat het ministerie de onderbouwing niet heeft gedocumenteerd, zien beide stichtingen als een forse tekortkoming. Eén ambtenaar blijkt de nieuwe voedernormen voor melkvee te hebben berekend, maar het is onbekend of deze ambtenaar zijn berekeningen kan reproduceren. De berekeningen zitten in het hoofd van deze ambtenaar, die momenteel op vakantie is.
Vanaf 1 september gelden nieuwe normen voor veevoer, met als doel de stikstofuitstoot met 0,2 kiloton te verminderen. Hiermee moet de woning- en wegenbouw worden vlot getrokken.

Vervolgstappen

Met tussenkomst van de rechter werd vanochtend afgesproken dat Stikstofclaim, STAF en het ministerie van LNV in gesprek gaan met de betreffende ambtenaar, over de berekening en de gebruikte data.

Omdat de invoerdatum van de voermaatregel (1 september) snel dichterbij komt, willen Stikstofclaim en STAF er niet op gokken dat het de ambtenaar tijdig lukt de onderbouwing te reproduceren. De besturen van Stikstofclaim en STAF zullen de voorzieningenrechter vragen de ingangsdatum van de veevoermaatregel op te schorten, zolang de onderbouwing niet transparant en controleerbaar is.

Deel via:

STAF en Stikstofclaim willen dat LNV onderbouwing voermaatregel openbaar maakt

De stichtingen Stikstofclaim en Agrifacts (STAF) starten een kort geding, als het ministerie van LNV blijft weigeren de onderbouwing van de voermaatregel openbaar te maken. Beide organisaties hebben LNV tot vrijdag 12.00 uur de tijd gegeven om de informatie op te leveren. Het ministerie van LNV wil per 1 september limieten stellen aan de eiwitgehalten in krachtvoer voor koeien, gedifferentieerd naar grondsoort (zand, klei, veen) en bedrijfsintensiteit (<14.000, 14.000-20.000 en >20.000 kg melk/ha). LNV heeft de eiwitlimieten voor de 9 grondsoort-intensiteit-combinaties zelf ‘afgeleid’ op basis van steekproeven van melkveebedrijven in het BIN-meetnet. Maar de LNV-berekeningen stroken niet overal met praktijkcijfers.

Op 28 april vraagt het ministerie van LNV de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) om de effectiviteit en de gevolgen van de voermaatregel die de minister voornemens is in te voeren, te toetsen. Op 11 mei 2020 komt de CDM met een uitgebreid advies, dat niet ter beschikking wordt gesteld aan de Tweede Kamer. Als STAF vraagt of het CDM-advies gedeeld is met de Tweede Kamer, verwijst het ministerie van LNV naar een ‘spelonk’ op de website van Wageningen UR, waar het online staat. Het CDM-advies is haast onvindbaar. Beide stichtingen vinden het raar dat LNV gebruik maakt van een WUR-website, voor een advies dat in opdracht van LNV is opgesteld en ook aan LNV is gericht.

Steekproeven LNV onverantwoord klein

Uit het CDM-advies blijkt dat het ministerie zelf de eiwitlimieten voor krachtvoeders heeft berekend, op basis van melkveebedrijven in het Bedrijven Informatie Netwerk (BIN). STAF vraagt die gegevens op, om de LNV-berekeningen te kunnen controleren, maar LNV geeft die tot nu toe niet.

Uit het CDM-advies blijkt verder dat LNV werkte met wel hele kleine steekproeven voor haar berekeningen. De steekproefgroottes voor intensieve en extensieve bedrijven op veen en klei bedragen slechts enkele bedrijven. Gezien de grote spreiding tussen bedrijven, lijkt het vaststellen van voerlimieten op basis van dergelijke minieme steekproeven onverantwoord. Ook CDM heeft te weinig zicht op het rekenwerk van LNV en zegt: ‘het is niet bekend hoe nauwkeurig deze gegevens zijn en hoe groot de variatie is per grondsoort-intensiteit-combinatie’.

Een aantal LNV-limieten wijken af van praktijkcijfers, waarin STAF inzage had. LNV laat daarop weten dat zij niet beschikt over praktijkcijfers en derhalve niet met praktijkcijfers heeft kunnen werken.  CDM stelt het jammer te vinden dat LNV niet met praktijkcijfers heeft gewerkt, hierdoor is de onzekerheid groter dan nodig zou zijn.

Stikstofclaim en STAF hopen dat het ministerie van LNV deze week de gegevens aanlevert, die zij heeft gebruikt voor haar berekeningen van de eiwitlimieten. Zodat deze gecontroleerd kunnen worden en vergeleken met de praktijkcijfers. Als de gegevens niet worden overlegd, dan zullen beide stichtingen samen een kort geding starten.

Deel via:

Voermaatregel vanwege stikstof niet transparant

Stichting Agrifacts wil de onderbouwing van de ‘stikstofreductie voermaatregel’ toetsen, maar het lukt tot nu toe niet om de gebruikte brondata op tafel te krijgen. Zowel het ministerie van LNV als haar adviescommissie CDM willen (nog) geen inzage geven in de gebruikte data. Het ministerie van LNV stelt de maximale limieten aan ruw-eiwitgehalten in krachtvoeders te hebben gebaseerd op onder meer cijfers uit het Bedrijven Informatie Meetnet (BIN). STAF wil die cijfers hebben, maar ving tot nu toe bot.

Vanaf 1 september 2020 stelt het ministerie van LNV een limiet aan het ruw eiwitgehalte in aangekochte krachtvoeders, als functie van de grondsoort en melkproductie per hectare. Het ministerie heeft de limieten AFGELEID van cijfers uit met name het Bedrijven Informatie Meetnet (BIN) van Wageningen Universiteit. Stichting AgriFacts (STAF) wil weten welke BIN-cijfers/afgeleiden (specifiek de ruw eiwitgehalten in de krachtvoeders) zijn gebruikt, om zo de voorgestelde limieten te kunnen toetsen. STAF ontvangt namelijk signalen dat de berekende limieten niet overeenstemmen met cijfers uit de praktijk.

Het ministerie laat weten de BIN-cijfers niet te hebben gebruikt voor het bepalen van de maximale eiwitgehalten van krachtvoeders. “Wij kennen noch het krachtvoer, noch de eiwitgehalten van de BIN-bedrijven”, aldus een LNV-woordvoerder. De Commissie Deskundigen Meststoffenwet, die de limieten toetste in opdracht van LNV, stelt dat het ministerie van LNV zelf de limieten heeft afgeleid. En dat er wel gewerkt is met eiwitcijfers uit het BIN-meetnet. In een CDM-memo van 11 mei staat hierover: ‘De berekende gemiddelde eiwitgehalten van het krachtvoer dat in 2018 is gebruikt per grondsoortintensiteit-combinatie, zijn afgeleid van gegevens van het Bedrijveninformatie Netwerk (BIN), van de Kringloopwijzer voor die bedrijven, en van de Werkgroep Uniformering Mestcijfers (WUM).’ Bovendien zouden de gegevens over het krachtvoer bekend moeten zijn, die moeten melkveehouders aanleveren bij RVO via de voersector.

STAF vindt dat de onderbouwing van overheidsnormen altijd transparant en herleidbaar moet zijn. Dat is hier niet het geval.

Deel via:

‘Natuurmonumenten schuift verantwoordelijkheid voor zijn rapport over vondst bestrijdingsmiddelen af’

Wie verantwoordelijk is voor de inhoud van het rapport over de vondst van bestrijdingsmiddelen in Drentse natuurgebieden, is nog altijd niet duidelijk. Het rapport zorgt inmiddels voor commotie vanwege de eenzijdige beschuldiging aan het adres van de landbouw als veroorzaker van de problematiek. De onderzoekers verwijzen nu naar Natuurmonumenten, ‘het is hun rapport’. Natuurmonumenten verwijt in Akkerwijzer de burgeractiegroep Meten=Weten en dagblad Trouw eenzijdige berichtgeving. STAF concludeert dat het rapport van Natuurmonumenten te eenzijdig is opgesteld, en aanleiding geeft tot stigmatisering van boeren.

STAF concludeerde op 7 juni dat in het rapport over de vondst van bestrijdingsmiddelen in Drentse natuurgebieden, dat in opdracht van Natuurmonumenten is opgesteld, een deugdelijke bronnenanalyse ontbreekt. Alleen de landbouw wordt voortdurend nadrukkelijk genoemd als mogelijke bron, andere bronnen worden niet genoemd of summier genoemd. STAF bracht de hoofdonderzoeker op de hoogte van de bevinding, dat het aannemelijk is dat sommige veel gevonden stoffen verbrandingsemissies (uitlaatgassen) betreffen en geen residuen van bestrijdingsmiddelen. De hoofdonderzoeker onderschreef die bevinding van STAF.

Volgens directeur Marc van den Tweel, directeur van Natuurmonumenten, ontkent de hoofdonderzoeker het eens te zijn met de bevindingen van STAF. Dit schrijft Van den Tweel op 10 juni aan STAF. STAF heeft daarop besloten de correspondentie openbaar te maken (zie brief van 13 juni). Ook zegt Van den Tweel in zijn persbericht niet opzettelijk te hebben verwezen naar de landbouw. STAF concludeert dat het rapport van Natuurmonumenten daartoe wèl aanleiding geeft. Ook stelt Van den Tweel het in ecologische zin onjuist te vinden dat STAF uitgaat van ‘het percentage stoffen als totaal’. STAF heeft Van den Tweel erop gewezen dat niet STAF, maar Natuurmonumenten zelf deze benadering hanteert in zijn rapport.

Deel via: