Probleemwolf is carrièrewolf met een buddy

Staatssecretaris Silvio Erkens wil probleemwolven sneller aanpakken. Zozeer zelfs dat hij niet wil wachten totdat de Tweede Kamer een keer tijd heeft om over zijn plannen te praten. Vóór het zomerreces moest er een knoop worden doorgehakt. De Kamer vond geen tijd voor een debat, dus Erkens gaat door, een goedgekeurde Algemene maatregel van Bestuur (AMvB) of niet. De wolven hebben jongen, dus zijn ze met meer en de ouderwolven zijn agressiever, omdat ze hun jongen moeten voeden en beschermen. Erkens wil geen nieuwe confrontaties met wolven.

Maar hoe ver wil Erkens precies gaan? Wat wordt versoepeld en ten opzichte van welke situatie? Het zal zeker eenvoudiger worden om lastige en gevaarlijk wolven aan te pakken dan in de huidige situatie, want het bestaande beleid gaat nog uit van de situatie dat de wolf streng beschermd was en nagenoeg onaantastbaar. Ten opzichte van wat Erkens voorganger Jean Rummenie op het oog had, zijn de voorstellen van zijn opvolger Silvio Erkens evenwel een stap terug.

Rummenie had een eenvoudige procedure op het oog, waarbij snel en effectief optreden tegen agressieve wolven mogelijk zou worden, mede dankzij een eenvoudige vergunningverlening en een beperkt aantal korte besluitprocedures.

Dat wilden volgens openbaar gemaakte stukken (WOO-documenten) zijn ambtelijke ondergeschikten niet, evenmin als de meeste natuurorganisaties en het pro-wolf netwerk op diverse Nederlandse universiteiten. Zij hebben nog steeds grote moeite met de verlaagde Europese beschermingsgraad voor de wolf. Een groot deel van Rummenies werktijd is opgegaan aan discussies met genoemde groepen.

Rummenie ondervond weerstand

Het kwam tot een botsing toen de voormalige staatssecretaris begin 2025 een Wagenings rapport over de staat van instandhouding van de wolf als wereldvreemd terzijde schoof. De Wageningse ecologen bepleitten nog meer ruimte in Nederland voor de wolf dan er toen al was en adviseerden daar het beleid op aan te passen. Vanuit puur ecologisch perspectief. De LVVN-ambtenaren gingen daar volop in mee, tot groot ongenoegen van Rummenie. “De kritiekloosheid overheerst weer eens,” snoof hij en wilde mede daarom een nieuw onderzoek, een second opinion. Niet door weer iemand uit ‘het wereldje’, maar door een expert met een volledig frisse blik, maar ook met een goede wetenschappelijke reputatie.

Zijn ambtenaren moesten daar niets van weten en gaven (zonder overleg met de staatssecretaris) opdracht aan bureau Berenschot om de impasse die volgens hen was ontstaan, weg te polderen. Dat rapport kwam er niet van, omdat Berenschot zelf inzag dat het geen ecologische expertise had èn omdat de staatssecretaris zich feitelijk uit zijn gezag gezet voelde. Ook lieten ambtenaren selectief informatie lekken over een staatssecretaris die zogenaamd niets van wetenschap moest hebben.

Rummenie koos voor de Italiaan Marco Apollonio, een internationaal erkend expert, maar blijkens de openbaar gemaakte stukken van LVVN keken de ambtenaren op hem neer. Neerbuigend mopperden ze dat de Italiaanse professor zou zijn ingehuurd om ‘het touwtje lager te leggen’. Er was ook beduchtheid, want Apollonio beoordeelt niet alleen op ecologische geschiktheid. Ook sociale geschiktheid van een gebied voor de wolf is belangrijk voor hem. Ondanks verzet, ging hij toch aan de slag, maar opvallend genoeg is er ruim een jaar na dato, nog steeds geen rapport. De laatste informatie is dat er nog gewerkt wordt aan dat rapport, iets wat Apollonia desgevraagd bevestigt. Hij moest lang wachten op een dataset, is de verklaring. Niet helder is of hij nog steeds aan de oorspronkelijke opdracht werkt, of dat hij een gewijzigde onderzoeksopdracht heeft gekregen.

Wanneer probleemwolf?

Staatssecretaris Erkens kiest er kennelijk niet voor om tegen zijn ambtenaren in te gaan. Hij wil wel iets doen aan het wolvenprobleem, snel, maar ook gedoseerd. Probleemwolven wil hij inderdaad vlotter kunnen aanpakken, maar een wolf is bij Erkens niet zomaar een probleemwolf. Een wolf bijt wel eens een dier of vertoont wel eens ongewenst gedrag. Dat zorgt voor extra aandacht. Is het erger, dan heb je eerst ‘een probleemsituatie met een wolf’. Pas in laatste instantie, zeg maar bij recidive, dan wordt een vervelende wolf ‘een probleemwolf’. Erkens is ook terughoudender met de vergunningverlening voor afschot dan Rummenie wilde. Dat is iets waar de Raad van State (afdeling advisering) de vinger ook bij legt, want die is vanuit haar specifieke blikveld nogal beducht voor juridische complicaties. Bij een te ruimhartige vergunningverlening en te weinig controlemomenten zou namelijk wel eens een vergisafschot kunnen plaatsvinden. Dan ligt de verkeerde wolf om en gaat misschien heel wolfminnend Nederland naar de rechter. Mede om die reden, en om in de aanloop naar het afschot de procedures goed te registeren, kijkt een ‘onafhankelijke’ wolvendeskundige mee. Dat is althans het plan. Er is nog discussie over de vraag een welke criteria een onafhankelijke deskundige moet voldoen, mag het iemand van bijvoorbeeld de Zoogdiervereniging zijn, of moet het echt heel iemand anders zijn?

Foto: Het publiek werd in 2025 gewaarschuwd het leefgebied van probleemwolf Bram te mijden.

Deel via:

Van Essen levert met stikstofplan wat milieubeweging eist

Landbouwminster Jaimi van Essen gaat met zijn stikstofplan in belangrijke mate leveren wat de milieubeweging eist. Zijn plan komt overeen met de voorwaarden waaronder milieuorganisaties bereid zijn te stoppen met het systematisch aanvechten van vergunningen van bedrijven. Is hier sprake van chantage? Of gebruikt de minister de voortdurende juridische procedures als hefboom voor zijn stikstofbeleid?

“Nederland blijft zonder een snelle en forse krimp van de veestapel nog tot na 2035 op slot”, garandeert Johan Vollenbroek van Mobilisation for the Environment (MOB) zijn volgers op het platform Bluesky. MOB vecht aan de lopende band vergunningen aan bij de rechter, vaak met succes. De milieuorganisatie is niet van plan daarmee te stoppen voordat aan haar eisen is voldaan. Die eisen zijn: forse krimp veehouderij, halvering stikstofuitstoot, bufferzones rond natuurgebieden en extensivering van de landbouw rond de natuur. Deze eisen komen overeen met het stikstofplan van Van Essen (zie ook tabel).

Vollenbroek is niet de enige die het heeft voorzien op de vergunningen van bedrijven die – naar het eigen oordeel – teveel vervuilen. Ook Sjoerd van der Wouw is actief op dit terrein. In het verleden deed hij dat vanuit de Wageningse Vereniging Milieuoffensief, tegenwoordig werkt hij voor Pesticide Action Network (PAN). Waar MOB zich richt op stikstof doet PAN dat op gewasbeschermingsmiddelen. “Bindende afspraken over de forse vermindering van pesticidegebruik zijn noodzakelijk. Anders zullen boeren opnieuw de rechter op hun weg vinden”, dreigt Van der Wouw in een opinie in Trouw (juni 2026). PAN eist onder meer spuitvrije zones rond natuur.

Zorgelijke opstelling LVVN-juristen

Enkele uren voordat Van Essen zijn langverwachte stikstofbrief naar de Kamer stuurt, gebeurt er wat merkwaardigs. Het Juristennetwerk Landbouw, Natuur en Ruimte van het ministerie van LVVN (de juristen van Van Essen) bekent kleur op LinkedIn. Dit juristennetwerk schaart zich achter de opinie van Sjoerd van der Wouw van PAN. Waarom delen LVVN-juristen het dreigement dat boeren de rechter tegenover zich krijgen als zij niet doen wat de milieubeweging eist? Het bericht verdwijnt meteen als Staf er vragen over stelt. De opstelling van het juristennetwerk is zorgelijk. Juristen die zouden moeten zorgen voor juridisch houdbare vergunningen voor boeren, steunen NGO’s die deze vergunningen aanvechten.

Overheid laat vergunningverlening over aan MOB

MOB bepaalt tegenwoordig welk bedrijf een vergunning krijgt en tegen welke voorwaarden. In juni 2026 ging MOB akkoord met de vergunning voor Cosun Beet Company (CBC) in het Brabantse Dinteloord. “MOB en suikerproducent CBC hebben een deal: ammoniakuitstoot terug van 76,5 ton naar < 3,5 ton/jaar: een reductie van 95%. MOB trekt in ruil alle juridische procedures in”, bericht MOB-voorman Vollenbroek op Bluesky. Eén van de eisen van MOB was dat Provincie Noord Brabant de deal zou bekrachtigen in de vergunningvoorwaarden. Provincie Noord-Brabant deed dat. Gedeputeerde Saskia Boelema (D66) wordt om een verklaring gevraagd voor deze vreemde gang van zaken bij de vergunningverlening. “MOB voerde procedures bij de bestuursrechter tegen de provincie en Cosun. MOB had via de rechter verzoeken gedaan om de vergunning aan te scherpen en zelfs in te trekken. Cosun en MOB hebben samen onderhandeld over de voorwaarden voor de vergunning. De provincie was daar niet bij.”

Enkele maanden eerder, in maart 2026, trok MOB haar beroepen tegen de natuur- en milieuvergunning van melkverwerker FrieslandCampina in Veghel (NBr) in. Volgens dezelfde werkwijze: de stikstofuitstoot moet fors omlaag of anders geen vergunning. MOB-medewerker Rob Janmaat daarover op LinkedIn: “Overheden willen dat Nederland weer van het vergunningenslot gaat. Wij kijken naar grote ammoniakuitstoters, want daar is winst te halen. Wij houden hun vergunningen tegen het licht. Wij hebben FrieslandCampina juridisch achtervolgd. Dat bedrijf heeft er toen voor gekozen om afspraken met MOB te maken. MOB doet hier dus het werk van de provincie.”

Brabants gedeputeerde Boelema (D66) laat het regelen van vergunningen over aan MOB. Krijgt MOB voor haar diensten betaald door de provincie? De woordvoerder van Boelema benadrukt dat dit niet het geval is. Andere overheden bekenden eerder wel fors in de buidel te hebben getast voor de dienstverlening van MOB en Vollenbroek. Dit kwam aan het licht na woo-procedures, waarbij de facturen werden opgevraagd. Zo betaalde Provincie Friesland[1] 155.000 euro voor adviesdiensten om de vergunning voor haar afvalverbrander in Harlingen overeind te houden. En gemeente Sliedrecht betaalde 125.000 euro voor het regelen van de vergunning voor chemiereus Chemours.[2]

Olifant in de (k)Kamer

MOB en PAN draaien er niet omheen dat zij systematisch vergunningen van bedrijven aanvechten en daarmee doorgaan zolang niet aan hun eisen wordt voldaan. Dat vergunningen aanvechtbaar zijn, komt omdat de wetgeving dat mogelijk maakt. Er zitten juridische ‘gaten’ in, die weliswaar gedicht kunnen worden, maar dat gebeurt niet. Zo was bijvoorbeeld bij de invoering van de nieuwe natuurwetgeving in 2015 al bekend dat vergunningen en toestemmingen risico’s liepen.[3] [4]  

MOB stelt hoge eisen in het stikstofbeleid. Overheden en MOB voeren dan ook geregeld overleg. Provincie Noord-Brabant stelt op haar website samen met MOB afspraken te hebben gemaakt over de vergunning van Cosun Beet Company. Ook was MOB in 2025 genodigde op de nieuwjaarsbijeenkomst van het ministerie van LVVN voor stakeholders die betrokken zijn bij (het beleid van) dit ministerie.[5] Merkwaardig is nu dat minister Van Essen ermee schermt dat hij spreekt met vele partijen en refereert aan breed maatschappelijk overleg…  echter, MOB wordt nergens genoemd. MOB en haar stroom aan juridische procedures tegen bedrijven zijn de olifant in de k(K)amer.

Van Essen volgt milieubeweging

Volgens minister Van Essen komt er met zijn stikstofpakket weer ruimte voor vergunningverlening. Het is de sleutel voor wat al zo lang op slot zit. Wat onvermeld blijft, is dat de minister van plan is te leveren wat de milieubeweging eist (zie tabel). De milieubeweging heeft er geen geheim van gemaakt te zullen stoppen met het structureel procederen tegen vergunningen van het bedrijfsleven als de overheid levert wat de milieubeweging eist. Als Van Essen daarvoor de garanties geeft, gaat het slot van de vergunningverlening.

De eisen van MOB (en PAN) en het plan van minister Van Essen tonen opvallend veel gelijkenis.

Eisen MOB[6] (en PAN)Stikstofplan minister Van Essen[7]
50% minder stikstofuitstoot in totaal.    42-46% minder stikstofuitstoot. In bufferzones rond stikstofgevoelige N2000-gebieden een hoger percentage.
Verplichte emissieplafonds voor individuele bedrijven. Wanneer plafond niet wordt gehaald: vergunning intrekken.Bedrijfsspecifieke emissienormen.
Bufferzones om Natura-2000 gebieden, tegen stikstof en pesticiden. In bufferzones reductieregimes voor stikstof en pesticiden van 65% tot 100%. Omvang zones: optellend tot minimaal 100.000 ha voor Nederland.
Extensivering landbouw (biologisch) in bufferzones
Bufferzones rond stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden van 500m of 1000m. Hier gelden strengere stikstofeisen. (Bij 500m-zones zou het in totaal gaan om ruim 100.000 ha landbouwgrond).
Extensivering landbouw in bufferzones.
Voor de aanpak van gewasbeschermingsmiddelen komt er een convenant.
Doelen zeer snel halen, in 2030 en 2035.Doelen zeer snel halen, in 2030 en 2035

Foto’s: Johan Vollenbroek (VidiPhoto) en Jaimi Van Essen (Rijksoverheid).


[1] stichtingagrifacts.nl/wp-content/uploads/2022/07/Friesland-betaalt-E155.545-aan-MOB-voor-behoud-afvalverbrander.pdf

[2] stichtingagrifacts.nl/wp-content/uploads/2022/07/Sliedrecht-hanteert-status-aparte-voor-MOB.pdf

[3] edepot.wur.nl/317267

[4] edepot.wur.nl/364020

[5] brabant.nl/actueel/nieuws/forse-reductie-ammoniakuitstoot-cosun-dinteloord-afspraken/ en telegraaf.nl/binnenland/borrel-rel-treft-ministerie-landbouwminister-wiersma-verrast-door-aanwezigheid-milieuactivist-vollenbroek/64099430.html

[6] stichtingmobilisation.nl/stikstof/2026/01/29/zo-komt-nederland-van-het-stikstofslot-af/

[7] rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/06/26/kabinet-haalt-nederland-van-het-stikstofslot-met-stevig-pakket-weer-ruimte-voor-boer-natuur-en-bouw

Deel via:

MOB vindt verdwenen pesticiden in N2000 Het Zwanenwater

Milieuorganisatie MOB heeft in N2000-gebied Het Zwanenwater talrijke pesticiden aangetroffen. Een aanzienlijk deel van de vondsten is inmiddels verdwenen uit het registratiesysteem. Waterschap Hollands Noorderkwartier schoonde haar registratiesysteem vorig jaar op, toen bleek dat het pesticide dinoterb – waar in 2024 veel ophef over ontstond – een laboratoriumfout was (vals positieve uitslag). MOB heeft voor haar alarmerende rapport een verouderd databestand gebruikt. Het is één van de onjuistheden die de redactie van Staf aantreft. Staf checkte de opgevoerde ‘vondsten’ in het MOB-rapport.

Waterschap Hollands Noorderkwartier zet zijn laboratoriumuitslagen in registratiesysteem Aquadesk. De redactie van Agrifacts draait de lijst uit voor N2000-gebied Het Zwanenwater. Dat levert een aanmerkelijk kortere lijst op dan MOB presenteert. MOB laat desgevraagd weten een uitdraai van 3e kwartaal 2025 te hebben gebruikt. Dit betreft een verouderde lijst. Het waterschap heeft de bestanden voor Het Zwanenwater opgeschoond, nadat was gebleken dat de dinoterb-affaire zijn oorsprong vond in het laboratorium (vals positieve uitslagen). Agrifacts liet toen al zien dat de vals positieve uitslagen zich niet beperkten tot dinoterb, maar dat het ging om veel meer stoffen, die veelal in één en hetzelfde monster werden aangetroffen. Niet alleen de dinoterb-metingen werden toen uit het registratiesysteem gehaald, maar veel meer metingen.

In 2023 vonden er geen metingen plaats in het Zwanenwater. Toch voert MOB een reeks pesticide-vondsten op. Desgevraagd laat MOB weten als alternatief de metingen te hebben genomen van het dichtstbijzijnde landbouwmeetpunt voor gewasbeschermingsmiddelen. Dit is een onjuiste gang van zaken. Daar komt nog bij dat het waterschap ook de registraties op dit meetpunt (op de grens tussen natuur- en landbouwgebied) heeft opgeschoond. Veel meetuitslagen staan niet meer in Aquadesk. Echter nog wel in andere registratiesystemen. Staf constateerde eerder al dat de bestanden met ‘misregistraties’ al waren afgeleverd voor beleidsdoeleinden (zie artikel).

Rapportagegrens en normoverschrijdingen

Veruit de meeste stoffen zijn niet normoverschrijdend. Een reeks stoffen wordt sinds enkele jaren ‘boven de rapportagegrens’ gevonden omdat het waterschap is overgestapt van meten in microgrammen naar meten in nanogrammen (1000 keer kleinere concentraties). De rapportagegrens geeft de laagste concentratie aan, die nog kan worden vastgesteld met het meetapparaat. Echter, ‘boven de rapportagegrens’ mag absoluut niet worden verward met ‘normoverschrijdend’. Pas bij normoverschrijding ontstaat risico op schade voor het milieu. Een klein deel van de gevonden pesticiden is wél normoverschrijdend. Deze behoren alle tot de enkele monsters waarmee wat mis is gegaan in het laboratorium. Het waterschap heeft een groot deel van de rare uitslagen inmiddels verwijderd, een klein deel van de rare uitslagen is echter blijven staan. Staf wil van Hoogheemraad Jos Beemsterboer weten of hij de juistheid van deze normoverschrijdingen heeft laten onderzoeken, of voornemens is dat alsnog te doen. Zijn woordvoerder laat weten eerst de rapporten van MOB en Staf te willen bestuderen, alvorens het waterschap met een reactie komt.

Stafrapportage downloaden

Download de Staf-factcheck ‘MOB vindt verdwenen pesticiden in Het Zwanenwater’:

Foto: Het meetpunt waar op 7 maart 2022 tientallen rare pesticiden werden gevonden, vele in een normoverschrijdende concentratie.

Deel via:

Bij natuur heel gewoon: ‘Werken voor de overheid gaat prima samen met procederen tegen de overheid’

In de natuurwereld is het de gewoonste zaak: werken voor de overheid op het natuurdossier, en actief zijn voor een NGO die (juridisch) strijdt voor veel strenger stikstofbeleid. De redactie van Staf dook dieper in het netwerk dat grote invloed heeft op het natuurbeleid. Dat laat zien hoe overheden en natuur-NGO’s zijn verweven.

Het wordt stil als de redactie van Staf de woordvoerder van milieuorganisatie MOB en Advocaat van de Aarde, Rob Janmaat, vraagt naar diens dubbele pet. Staf had vragen gesteld over een alarmerend rapport van een MOB-onderzoeker over pesticiden in een natuurgebied. De woordvoerder wordt herkend. Janmaat is directeur/oprichter van Communicatiebureau De Lynx, een bureau dat veel voor overheden werkt en gespecialiseerd is in natuur, klimaat en ruimte. Het is een bijzondere combinatie van functies: werken voor overheden en daarnaast meewerken aan rechtszaken tegen diezelfde overheden. Valt dat wel te combineren?

De vragen over het alarmerende rapport werden beantwoord, die over de dubbele pet niet. Update 22 juni 2026: Janmaat neemt na publicatie van dit artikel contact op. Hij geeft aan dat hij niet in de gelegenheid was te reageren op de vragen en wil dit alsnog doen. Hij stemt in met een interview. Update 23 juni: Janmaat trekt zijn toezegging voor het interview weer in. De Stafredactie doet niet precies wat hij wil.

Provincies verweven met NGO’s

Janmaat is niet die enige die werkt voor overheden op het natuurdossier en tegelijkertijd meewerkt aan de (juridische) strijd tegen diezelfde overheden. Op datzelfde natuurdossier. Die verwevenheid met de overheid zien we ook bij een groep ANBI-stichtingen (RAVON, SOVON, Zoogdierstichting etc), gevestigd in hetzelfde kantoor op de campus van Radboud Universiteit in Nijmegen. Deze stichtingen lobbyen enerzijds voor een strenger natuurbeleid, en doen anderzijds natuuronderzoek voor de overheid. Deze ANBI-stichtingen bepalen in hoge mate met welke natuur en soorten het wel en vooral niet goed gaat. Veel van deze stichtingen hebben zich openlijk aan de zijde van Greenpeace geschaard, in diens stikstofrechtszaak tegen de Staat. Bij een bezoek aan het kantoor in Nijmegen, blijkt dat ook de natuurafdeling van BIJ12, de uitvoeringsorganisatie van de provincies, hier is neergestreken. Overheid en natuur-NGO’s zitten dus bij elkaar in één kantoor. Volgens de website van BIJ12 zou deze natuurafdeling in Utrecht zitten.

Verder komen we hoge natuurambtenaren tegen, die zitting hebben in een bestuur of toezichtsraad van een natuurstichting. Zie artikelen in Staf, juni 2026 (onderaan dit artikel te downloaden). De betreffende overheden geven aan dat hun ambtenaar met toestemming op persoonlijke titel zitting heeft, waardoor er geen sprake is van belangenverstrengeling. Het werken voor de overheid valt prima te combineren met een zetel in een stichting die lobbyt en/of procedeert voor een strenger natuurbeleid. Tenslotte valt op dat de natuurstichtingen relatief veel politici aan boord hebben. Meestal van PRO (GroenLinks/PvdA), soms van D66.

Belangenverstrengeling

Het natuuronderzoek wordt door een groep van zo’n twintig veelal ANBI-stichtingen uitgevoerd. Hun werk vormt een belangrijke pijler onder het Nederlandse natuurbeleid. Dat de overheid hier belastinggelden voor aanwendt is verdedigbaar. Problematisch wordt het echter wanneer dezelfde organisaties tegelijkertijd lobbyen of procederen voor een strenger stikstofbeleid. Dat laat zich moeilijk rijmen met de positie van onafhankelijke en neutrale kennisleverancier ten behoeve van overheidsbeleid.
Wanneer ambtenaren dan ook nog zetels bekleden bij deze organisaties, of kantoor kiezen op hetzelfde adres als deze stichtingen, dan ontstaat op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling. Dit alles roept vragen op over de objectiviteit waarmee het natuurbeleid tot stand komt.

Stikstofcrisis door systematisch aanvechten van vergunningen bedrijven

Milieuorganisatie MOB strijdt al decennia voor strenger stikstofbeleid. Dit doet zij door vergunningen die overheden willen afgeven aan bedrijven, via de rechter te blokkeren. Overheden durven momenteel bijna geen vergunning meer af te geven, omdat deze meteen word aangevochten. Ook vergunningen of toestemmingen die overheden in het verleden hebben verstrekt aan bedrijven, worden alsnog onderuit geprocedeerd, om zo de stikstofuitstoot (en de bedrijven) stil te leggen. Deze procedures kunnen alleen succesvol worden gevoerd, als de wetgever die ruimte biedt. Toen de nieuwe wetgeving voor natuurvergunningen (daarin staat hoeveel stikstof het bedrijf maximaal mag uitstoten) in 2015 werd ingevoerd, waarschuwden juristen al voor ‘gaten’ in de wet. Deze werden door de overheid echter nooit gedicht. Daardoor heeft MOB de vergunningverlening voor bedrijven met stikstofuitstoot, succesvol stil weten te leggen via de rechter.

Beëindigen stikstofcrisis

De vergunningverlening zit op slot omdat de milieubeweging systematisch procedeert tegen vergunningen van bedrijven. De stikstofcrisis zal eindigen wanneer de milieubeweging stopt met procederen. Zij legde haar eisen bij de overheid op tafel: 50% stikstofreductie, extensiveren landbouw en meer bescherming van natuur. De stikstofcrisis eindigt ook wanneer de overheid werk maakt van het repareren van de gaten in haar wet, zodat vergunningen van bedrijven juridisch houdbaar zijn.

Download artikelen, verschenen in Staf-blad juni 2026

Natuuronderzoek of politieke lobby – Het netwerk achter het natuurbeleid:

Overijssel schakelde ‘eigen’ stichting in voor gewenste advies:

Deel via:

Onderzoek naar bodemgezondheid natuurgebieden eindelijk gepubliceerd

In de winter van 2024 / 2025 werden bodemmonsters genomen in 27 natuurgebieden, overwegend op de zandgronden. De monsters zijn genomen door journalisten van Staf. De monsters zijn onderzocht door Eurofins op vele relevante voedingsstoffen en bodemeigenschappen. Onderzoekers van Eurofins hebben de uitkomsten verwerkt tot een publicatie in Vakblad Bodem, een semi-wetenschappelijk tijdschrift. Deze publicatie liet enige tijd op zich wachten, vanwege de vervaardiging van het artikel, alsmede de review door dit tijdschrift. Begin juni is het artikel gepubliceerd.

Lijden natuurbodems aan tekorten aan voedingsstoffen die noodzakelijk zijn voor de fauna en flora? Dit is één van de vragen die we wilden beantwoorden. De monsters zijn overwegend genomen op de zure, arme zandgronden. Daarnaast is ook een beperkt aantal andere gebieden bemonsterd: zandgronden in duingebieden, en natuur op rijkere gronden. De arme zandgronden worden van nature gekenmerkt door een lage pH en een beperkte nutriëntenvoorraad.
Dit onderzoek betreft een eerste verkenning. Hoewel 92 monsters een waardevolle dataset vormen, is de steekproef niet representatief genoeg om robuuste uitspraken te doen over alle Nederlandse bos- en natuurgebieden.

Veel voedingsstoffen zeer beperkt aanwezig

Opvallend is dat veel natuurbodems zeer lage gehalten aan plantopneembare voedingsstoffen laten zien. Het nitraatgehalte ligt op 60% van de meetlocaties onder de rapportagegrens. Dit betekent dat de concentratie te laag is om deze betrouwbaar te meten. Het is onbekend wat de reden is van het lage nitraatgehalte. Een mogelijkheid is dat de nitrificatie wordt geremd door de lage pH, of de nitraat is opgenomen door de bodem en vegetatie, en/of de nitraat is uitgespoeld.

Ook het fosfaatgehalte is in 74% van de bodems zeer laag (beneden de rapportagegrens). Borium is zelfs in veel Nederlandse bos- en natuurgronden nauwelijks beschikbaar. Borium is echter essentieel voor celwandvorming, wortelontwikkeling en voortplanting bij planten. Datzelfde geldt voor molybdeen. In 92% van de bodems was er zo weinig molybdeen aanwezig, dat dit niet kon worden aangetoond. Molybdeen is een essentiële cofactor voor de vorming van enzymen die betrokken zijn bij de stikstofcyclus; deze helpt de inbouw van stikstof als eiwit in de vegetatie.

In de onderzochte bos- en natuurgronden blijkt de actuele calcium-beschikbaarheid eveneens laag te zijn.

Betekenis resultaten

De onderzoekers constateren dat tot nu toe de groep micronutriënten en bio beschikbare (zware) metalen, vaak buiten de landbouw- en natuurmonitoring vielen. Daardoor is er geen volledig beeld van de kwaliteit van natuurbodems. De onderzoekers adviseren onderbouwde streefwaarden op te stellen voor bodemgezondheidsindicatoren op basis van regionale referenties en ecologische functies. Wanneer ook gewasanalyses worden gedaan, kunnen relaties tussen bodemgezondheid en vegetatieconditie beter worden begrepen. Met bodemgezondheidsmetingen die in lijn liggen met de EU Soil Monitoring Law kunnen trends en herstelprocessen worden gemonitord. Dergelijke bodembemonsteringen kosten 220 euro per stuk, wat een relatief goedkope methode is.

Toelichting op resultaten

De onderzoekers zijn voornemens aan het einde van het zomerreces (eind augustus) een toelichting te geven op de resultaten en vragen te beantwoorden. De datum en locatie worden binnenkort bekend gemaakt.

Rapporten downloaden

Rapport 1: Bodemgezondheid onder de loep. Inzichten in de brede bodemgezondheid van 27 bos- en natuurgebieden in Nederland.

Rapport 2: De bodemgezondheid van 27 natuurgebieden. De resultaten per bemonsterde locatie.

Deel via:

Ook bij glyfosaat en kanker wordt toegewerkt naar een beeld

Onderzoeker Marc Jacobs spitte in 2025 maar liefst 885 wetenschappelijke studies door over de ziekte van Parkinson en pesticiden. Maar vond geen overtuigend verband. In de afgelopen maanden deed hij hetzelfde voor pesticiden en kanker bij mens en dier. Hij wilde alle mogelijke pesticiden meenemen in zijn onderzoek. Echter, alleen voor glyfosaat bleken deze studies beschikbaar. Net als bij Parkinson legden de studies ook bij kanker geen eenduidig verhaal bloot. Wat hij wel constateert is dat er wordt toegewerkt naar een beeld.

Jacobs is data-wetenschapper en gespecialiseerd in epidemiologische studies. Wanneer er een verband is tussen bepaalde pesticiden en een ziekte, dan moet dat blijken uit de wetenschappelijke studies. Tot nu toe vond hij geen overtuigend bewijs.

Journalisten zijn geregeld stellig in hun publicaties: de belangrijkste oorzaak van de ziekte van Parkinson zijn pesticiden uit de landbouw. Jacobs vond hiervoor geen overtuigend bewijs in de talrijke wetenschappelijke studies die hij bestudeerde. In september 2025 nam hij 885 studies over de ziekte van Parkinson onder de loep. Vervolgens keek hij nader naar de rol van glyfosaat. De link die media suggereren, vond hij niet in de studies. Hij publiceerde daarover in september 2025.

Pesticiden en Parkinson

Amper een half jaar later, in januari 2026, kreeg Jacobs bijval van onderzoekers van Universiteit Utrecht en Radboudumc. Ook Parkinsonprofessor Bas Bloem was bij deze studie betrokken. Het onderzoeksteam kwam tot dezelfde conclusie. De link tussen landbouw en de ziekte van Parkinson viel niet te leggen. Parkinson blijkt vaker voor te komen bij personen in een hogere sociaaleconomische positie. Ook komt de ziekte meer voor in de noordelijke provincies van Nederland. De luchtkwaliteit is in deze regio relatief goed.

Glyfosaat en kanker

In de afgelopen maanden heeft Jacobs gekeken naar pesticiden – vooral glyfosaat – en kanker. De aanleiding was het ‘baanbrekende nieuws’ van BNNVARA in juni 2025. Volgens de journalisten hadden onafhankelijke onderzoekers van het Ramazzini-instituut een verband gevonden tussen glyfosaat en kanker bij knaagdieren. Eindelijk zou er hard bewijs zijn dat glyfosaat kankerverwekkend is.

Jacobs bestudeerde ook de Ramazzini-studie. Deze studie blijkt niet te corrigeren voor de grote verscheidenheid aan toegepaste statistische testen. Sterker nog, er lijkt bewust te zijn ingezet op statistiek waarvoor minder informatie nodig is. Dat kan een vertekend beeld geven. Wat verder opvalt is dat het aantal kankergevallen bij de controlegroep niet per se onderdoet voor de glyfosaatgroepen. “Het is onmogelijk om op basis van deze studie een dose-response relatie op te tekenen”, constateert Jacobs. Ook het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) kwam al tot deze conclusie. BNNVARA kreeg veel kritiek vanuit de wetenschapsjournalistiek. Eén welgevallige publicatie uitlichten en honderden onwelgevallige publicaties terzijde schuiven, is geen deugdelijke journalistiek. 

“In mijn optiek laat de afwezigheid van een zuivere verslaglegging zich het best tonen in wat de media schrijven over dierproeven. Zo worden de resultaten uit dierproeven met gemak geëxtrapoleerd naar mogelijke risico’s voor mensen. Niet gehinderd door het gebrek aan kennis en kunde ontstaat zo het idee dat mens en muis hetzelfde zijn, en dat wat we bij muizen (en ratten) vinden ook wel voor mensen moet gelden”, stelt Jacobs in zijn rapport.

Toegewerkt naar een beeld

In de studie naar Parkinson en pesticiden viel het Jacobs al op dat er toegewerkt wordt naar een verhaal. Dat is in veel studies naar glyfosaat en kanker niet anders. De resultaten zijn niet eenduidig, toch zál er iets gevonden moeten worden. De keuze voor de onderzoeksmethode en statistiek worden dan bepalend voor de bevindingen. We hebben hier te maken met een thema waarbij de verbanden vaag zijn. Bij een thema als roken en longkanker is dat anders. Ongeacht welke onderzoeksmethode je gebruikt, er wordt altijd een duidelijk verband gevonden.

Onwetenschappelijk

Het is onmogelijk te bewijzen dat pesticiden te allen tijde 100% veilig zijn. Dit geldt overigens ook voor geneesmiddelen. Steeds vaker blijkt onzekerheid het uitgangspunt te zijn om bepaalde producten als schadelijk te bestempelen. Niet omdat ze bewezen schadelijk zijn, maar omdat ze onbewezen onschadelijk zijn. Dit gedachtegoed zie je het meest duidelijk bij stichtingen die graag zien dat pesticiden, waaronder glyfosaat, verdwijnen. De twee meest uitgesproken aanjagers zijn Pesticide Action Network (PAN) en Meten=Weten. Een klein bezoek aan hun websites onthult de richting van de berichtgeving: pesticiden zijn slecht, schadelijk en dienen te worden verbannen. Elk onderzoek dat ruimte biedt aan die stelling wordt op een standaard gezet. “Maar dit is niet hoe wetenschap werkt. Wetenschappers dienen te beschouwen en niet te betogen. Een betoog is namelijk eenrichtingsverkeer waarin de boodschap, en niet het bewijs, de boventoon voert. In de wetenschap mag je hier geen ruimte voor reserveren.”

Duizenden publicaties

Een zoektocht naar wetenschappelijke studies over pesticiden en kanker leverde maar liefst 9318 publicaties op. Lang niet alle waren bruikbaar voor het beantwoorden van de vraag wat de relatie is tussen pesticiden, specifiek glyfosaat, en kanker. De gevonden relaties waren niet eenduidig, klein en onzeker. Deze lijken eerder het resultaat van de keuze voor een hoog sensitieve statistische onderzoeksmethode. Daarnaast is er een serieus gebrek aan beschikbare data en gestandaardiseerde onderzoeksmethoden. Dat maakt het onmogelijk om onderzoeken te vergelijken en uitkomsten na te rekenen.

Hierop kun je geen beleid maken. Ondanks de veelheid aan studies, kan geen zinvolle dose-response relatie worden opgetekend. De invloed van glyfosaat op kanker is niet eenduidig evident.

Naar het onderzoeksrapport

Het onderzoeksrapport ‘Van Muis naar Mens: De relatie tussen glyfosaat en kanker. Onderzoeksresultaten (bij dieren) laten zich maar moeilijk vertalen (naar mensen)’ is hieronder te downloaden. Alle gegevens die Jacobs gebruikte voor deze studie zijn controleerbaar via Github.

Afbeelding: Shutterstock/AI

Deel via:

Alarm MOB overdreven: dinoterb was niet enige spookstof in Zwanenwater

Natuurmonumenten heeft op 29 mei 2026 een rapport van milieuorganisatie MOB in ontvangst genomen. Volgens MOB werden er in 2020-2024 aanzienlijke concentraties bestrijdingsmiddelen in Het Zwanenwater aangetroffen. Dat er tientallen vreemde middelen in deze natuurplas in de Noord-Hollandse duinen zijn gevonden, was in 2024 al bekend. Ook dat het waarschijnlijk in grotere mate zou gaan om laboratoriumfouten. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier beperkte zijn onderzoek naar spookstoffen in 2024 en 2025 tot dinoterb.  

In 2024 sloeg milieuorganisatie MOB alarm: het verboden bestrijdingsmiddel dinoterb was aangetroffen in de Noord-Hollandse wateren. Het zou illegaal gebruikt worden door bollenboeren. De redactie van Staf constateerde vrijwel meteen dat het moest gaan om fouten van het laboratorium van het waterschap. Het verspreidingspatroon deed denken aan vals positieve uitslagen. Het duurde nog een jaar voor het waterschap dit toegaf. (Zie artikel: Na lang ontkennen geeft waterschap fouten eindelijk toe). De dinoterb-metingen werden toen door het waterschap uit het registratiesysteem gehaald.

Echter, niet alleen bij het middel dinoterb was er wat fout gegaan in het lab, het ging om veel meer bestrijdingsmiddelen. Zo doken ook opeens de al decennia verboden middelen fenchloorfos, bromofos-ethyl, bromofos-methyl en tetrachloorfenfos op. Deze stoffen werden vrijwel steeds samen aangetroffen in hetzelfde watermonster. Dat wijst op een laboratoriumfout. Staf legde deze analyse destijds voor aan het waterschap. Deze liet weten te onderzoeken wat er aan de hand is. De vreemde meetwaarden blijken echter nog altijd in het registratiesysteem te staan.

Bij het Zwanenwater was het helemaal raak. Daar werd in maart 2022 een watermonster genomen, waarin wel tachtig bijzondere bestrijdingsmiddelen werden aangetroffen. Veelal in dezelfde concentratie. Wederom een teken dat er wat fout moet zijn gegaan in het laboratorium. In de laboratoriumuitslagen werden meer vreemde clusters van bestrijdingsmiddel-vondsten aangetroffen. (Zie artikel: Laboratorium waterschap Noord-Holland rommelt met metingen).

MOB slaat opnieuw alarm

Nu slaat MOB opnieuw alarm. De milieuorganisatie stelt dat in de periode 2020–2024 tientallen stoffen werden aangetroffen in het Zwanenwater. Ook middelen die inmiddels geen toelating meer hebben, zijn teruggevonden. Volgens MOB is de berekende toxische druk hoog. Dat er tientallen stoffen zijn gevonden, was reeds in 2024 bekend.

Een aantal bestrijdingsmiddelvondsten in de rapportage van MOB, staat al enkele jaren onterecht in het registratiesysteem van Hollands Noorderkwartier. Dit waterschap heeft verzuimd de clusters van vreemde laboratoriumuitslagen te controleren op vals positieven. Op het meest ‘vervuilde’ meetpunt in het Zwanenwater (zie foto) worden normaalgesproken 2 tot 6 middelen gevonden per meting (meestal binnen de norm). Op 7 maart 2022 ging het plotseling om ruim 80 verschillende middelen. Een deel werd geruisloos uit het registratiesysteem verwijderd, maar de helft staat er nog altijd in. Ook op 21 augustus 2024 werden opeens veel meer middelen aangetroffen dan normaal het geval is. Ook deze staan nog altijd in het systeem. Het gaat in hogere mate om middelen die ervoor niet werden aangetroffen, en na deze meetdatum ook niet meer. Wederom een aanwijzing voor vals positieve uitslagen.

Deel via:

Volop verboden pesticiden op importvoedsel

In 2024 werden op geïmporteerde agrarische producten uit het buitenland 145 verschillende pesticiden aangetroffen. Daarvan zijn er zo’n 40 niet (meer) toegestaan voor gebruik in de Nederlandse land- en tuinbouw. De meeste van die middelen zijn op Europees niveau aan banden gelegd.

De Europese Unie staat toe dat er levensmiddelen worden geïmporteerd waarop residuen van bestrijdingsmiddelen zitten die in Europa verboden zijn. Dat mag, mits de hoeveelheid residu de EU-norm niet overschrijdt. Deze gang van zaken is het gevolg van handelsafspraken met landen buiten Europa. Het is dus goed mogelijk dat er levensmiddelen ons land binnenkomen, waarop residuen zitten van middelen die hier verboden zijn. De redactie van Staf wil weten wat de omvang is van verboden middelen op geïmporteerde levensmiddelen.

Controles NVWA

De NVWA controleert via steekproeven of levensmiddelen, waaronder groente en fruit, vervuild zijn met resten van bestrijdingsmiddelen. Binnen de Europese Unie is vastgesteld hoeveel residu van een bestrijdingsmiddel er op een levensmiddel mag zitten. In 2024 nam de NVWA 4.846 monsters van producten van buiten Europa. Bij 4.543 producten werd de limiet niet overschreven. Deze producten mochten geïmporteerd worden.

De NVWA vond op deze producten residuen van in totaal 145 verschillende bestrijdingsmiddelen. Voor deze middelen werd nagegaan of deze gebruikt mogen worden in Nederland. Voor minimaal 40 van deze middelen is dat niet het geval. De verboden middelen worden vooral aangetroffen op tropisch fruit, zoals citrusvruchten. Ook op rijst, thee en specerijen worden dergelijke middelen vaak aangetroffen. In de tabel staan de middelen die het vaakst werden aangetroffen.

Verboden middelen

Residuen van imidacloprid – sinds 2018 verboden voor de land- en tuinbouw – worden volop aangetroffen op geïmporteerde rijst, bonen en tropisch fruit. Op 6 procent van de geïmporteerde levensmiddelen is dit residu aanwezig; deze voedselproducten zijn afkomstig uit een groot aantal verschillende landen. Ook het middel malathion, dat inmiddels zo’n 20 jaar geleden werd verboden, wordt relatief vaak aangetroffen op met name citrusfruit en kruiden. Ook hier zijn de levensmiddelen uit verschillende landen afkomstig. Malathion ging in de ban in Nederland en Europa vanwege de relatief hoge toxiciteit voor mensen, bijen en het milieu.

Fenylfenol-2 werd het vaakst aangetroffen. Dit residu zat op maar liefst 38% van de geïmporteerde levensmiddelen. Dit middel wordt op grote schaal toegepast tegen micro-organismen, als conserveringsmiddel. Voor de land- en tuinbouw in Nederland kwam er rond 1998 een verbod op dit middel. Fenylfenol-2 heeft in ons land al enkele decennia geen landbouwkundige toepassing meer. Dit middel heeft in ons land echter nog wel een toepassing in de industrie als biocide en het wordt gebruikt als ontsmettingsmiddel in bijvoorbeeld ziekenhuizen en bij de voedselverwerking.

Kwart betreft verboden middel

De NVWA nam 4.846 monsters van levensmiddelen uit landen buiten Europa. Daarop werden in totaal 13.866 residuen van pesticiden aangetroffen. Per levensmiddel werden dus gemiddeld bijna 3 pesticiden aangetroffen. Bij ongeveer een kwart van de aangetroffen residuen ging het om een middel dat in Nederland verboden is.  

Tabel. In Nederland verboden pesticiden die het vaakst werden aangetroffen op geïmporteerde levensmiddelen van buiten Europa.

MiddelAantal keer aangetroffen% product waarop residu is aangetroffen
fenylfenol-2187238%
imidacloprid3066%
carbendazim1874%
clothianidin1313%
chloorpyrifos-ethyl1223%
malathion1092%

Foto: Shutterstock / Hakase 420.

Deel via:

Aanstaand Natuurplan: veel meer grond nodig voor huisvesten soorten

Om kwetsbare soorten flora en fauna voldoende leefgebied te kunnen bieden, is 450.000 – 850.000 hectare extra grond nodig. Dat blijkt uit het concept-Natuurplan, dat in handen kwam van Staf. Ambtenaren leggen momenteel de laatste hand aan het Natuurplan, dat wordt opgesteld om invulling te geven aan de Europese Natuurherstelverordening. Dit Natuurplan gaat verder dan wat Europa vraagt. 

Het concept-Natuurplan dat Staf in handen kreeg, is opgesteld door ambtenaren van de ministeries LVVN (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur), VRO (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening), IenW (Infrastructuur en Waterstaat), EZK (Economische Zaken en Klimaat) en Defensie. Uit dit document blijkt dat Nederland kiest voor ambitieus natuurherstel boven het Europese minimum.

Onderbouwing niet beschikbaar

Volgens het concept-Natuurplan is de staat van de Nederlandse natuur voor het overgrote deel slecht. Bovendien is er ook nog eens sprake van een verder verslechterende trend. Verwezen wordt naar de recente natuurrapportage (een reeks databestanden), die Nederland naar Brussel zond. Staf wil weten hoe deze dramatische rapportage tot stand is gekomen. De gebruikte natuurdata blijken echter niet beschikbaar, ook de gehanteerde beoordelingsmeetlat niet. Al wordt toegezegd dat deze laatste wel online zal komen. Uit de databestanden blijkt dat Nederland inzet op de aanwezigheid van veel zeldzame soorten in de natuurgebieden. Ondanks dat Brussel dit niet vraagt. (Zie artikel: Nederland meldt forse verslechtering natuur aan Brussel; onderbouwing niet beschikbaar).

Veel meer leefruimte nodig

Wat opvalt, is dat het Natuurplan in hoge mate inzet op de werving van gronden voor het huisvesten van talrijke soorten. “Nederland moet voor alle Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten (VHR) voldoende leefgebied realiseren. Deze opgave zal een aanzienlijk oppervlak beslaan. Eerdere inschattingen van de benodigde ruimte om alle soorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen, komen uit op zo’n 450.000 – 850.000 hectare.” In de voetnoot wordt verwezen naar de NPLG Quickscan. Deze becijferde enkele jaren geleden dat er zo’n 700.000 hectare aan extra natuur nodig is om de Natura 2000-doelen te halen.

Waar moeten al die hectares vandaan komen? Enerzijds denken de opstellers van het concept-Natuurplan aan bufferzones om N2000-gebieden, anderzijds om pakketten natuurbeheer op landbouwgronden, bijvoorbeeld voor weide- en akkervogels, en vlinders en insecten.

Ook in het stedelijke groen moet worden geïnvesteerd. “Voor de invulling van artikel 8 vraagt de Europese Commissie aan lidstaten stedelijke ecosystemen aan te wijzen.” Gemeenten met minder dan 45% groene ruimte en minder dan 10% boomkroonbedekking krijgen een opgave om de groenvoorziening in / om het stedelijke gebied uit te breiden. Mogelijk wordt ook hiervoor landbouwgrond rond steden ingezet.

Zwaarder juridisch regime op NNN-natuur

Habitattypen liggen niet meer alleen in N2000-gebieden, maar voortaan ook in NNN-gebieden. “Het huidige regime op NNN-gebieden biedt onvoldoende basis voor het voorkomen van significante verslechtering van habitattypen en bescherming van gerealiseerd herstel”, aldus het concept-Natuurplan. “In de Omgevingswet wordt een grondslag opgenomen voor het stellen van regels aan activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor habitattypen en leefgebieden gelegen in de NNN.” Dit betekent dat voor NNN-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen dezelfde regels gaan gelden als voor N2000-gebieden.

In de zomer van 2024 nam de Raad van de Europese Unie de Natuurherstelverordening aan. Waar aanvankelijk werd gesproken over een verbod op de achteruitgang van natuurkwaliteit, koos Europa uiteindelijk voor een inspanningsverplichting: lidstaten moeten zich inspannen om verdere achteruitgang te voorkomen en herstel te realiseren. Opvallend is dat het Nederlandse concept-Natuurplan niet spreekt van inspanningsverplichtingen, maar uitgaat van resultaatverplichtingen. Er komen concrete doelen voor allerhande soorten: weide- en akkervogels, wilde bijen en zweefvliegen, dag- en nachtvlinders. Dit kan grote juridische gevolgen krijgen wanneer doelen niet snel genoeg worden gehaald.

Energieprojecten ontzien

Artikel 6 van het Natuurherstelplan biedt lidstaten de mogelijkheid projecten uit te zonderen van allerlei toetsingen. Het concept-Natuurplan wil projecten voor hernieuwbare energie uitsluiten van de toetsing waarbij gekeken wordt of er minder schadelijke alternatieven zijn. Volgens de opstellers van het plan hebben energieprojecten een beperkt effect op de kwetsbare soorten.

Groot beslag op landbouwgrond

Het huidige landbouwareaal, inclusief landschapselementen, bedraagt zo’n 1.845.000 hectare. Voor het halen van de natuurdoelen is daarvan minimaal een kwart nodig voor het huisvesten van soorten. Nederland is daarmee een stuk ambitieuzer dan andere lidstaten. Volgens de internationale afspraak zou 30% van de land- en binnenwateren beschermde natuur moeten worden. (Na realisatie van het NNN in 2027 zit Nederland al op zo’n 26%). Nederland torent met haar ambities in het concept-Natuurplan ver boven die 30% uit en stevent af op naar schatting 40%. Daarbij komt dat lidstaten in hun natuurherstelplannen rekening mogen houden met land- en regiospecifieke elementen, zoals bevolkingsdichtheid. Het concept-Natuurplan doet dit niet.

Het Natuurplan wordt een verplicht programma onder de Omgevingswet. Lidstaten moeten hun Natuurherstelplan uiterlijk 1 september 2027 indienen bij de Europese Commissie. De opstellers van het concept-Natuurplan willen de 20 miljard euro van het Stikstoffonds gebruiken voor de uitvoering.

Deel via:

Nederlandse natuur fors verslechterd; onderbouwing niet beschikbaar

De Nederlandse natuur is in de afgelopen zes jaar fors verslechterd. Dat blijkt uit natuurgegevens die Nederland onlangs naar Brussel heeft gestuurd. De gegevens zouden de feitelijke staat van de natuur laten zien, deze zijn dus niet gebaseerd op rekenmodellen. Hoe komt Nederland tot deze dramatische rapportage? De feiten checken blijkt (nog) niet mogelijk: zowel de gehanteerde meetlat als de onderliggende data zijn niet beschikbaar.

Iedere zes jaar moeten lidstaten aan Europa melden hoe het ervoor staat met de natuur; de werkelijke staat van de natuur. Eind vorig jaar stuurde Nederland de verplichte databestanden voor de Habitat- en Vogelrichtlijnrapportage naar Brussel. Deze laten de ontwikkelingen in de natuur zien over de periode 2019-2024. Uit de gegevens blijkt dat 28 van de 52 habitattypen in Nederland verslechteren. En juist die verslechtering is uit den boze volgens de Europese wetgeving. Tot 2019 stond de Nederlandse natuur er een stuk beter voor. Toen was van verslechtering in mindere mate sprake.

Uit de databestanden blijkt ook dat ons land veranderingen heeft doorgevoerd in de wijze waarop de staat van de natuur wordt beoordeeld. Wordt er strenger gemeten, waardoor de uitkomsten slechter uitpakken? Volgens het ministerie van LVVN is er daadwerkelijk achteruitgang opgetreden. Provincies waren verantwoordelijk voor het aanleveren van de gegevens.  

Beoordelingsmeetlat (nog) niet beschikbaar

Staf wil controleren hoe de forse natuurverslechtering in de afgelopen zes jaar tot stand is gekomen. Dat blijkt niet mogelijk. Het ministerie van LVVN geeft aan dat de beoordelingsmeetlat nog niet beschikbaar is. Die komt in de loop van 2026 online. “De rapporten zijn uitgebreider dan bij vorige rapportages, omdat nu per soort en habitattype wordt toegelicht hoe tot de beoordeling is gekomen. Daardoor duurt het wat langer voor ze gereed zijn.”

In de databestanden die Nederland aanleverde bij Brussel, is wel te zien welke natuurgegevens zijn gebruikt. De trend is bepaald vanuit het Landelijk Meetnet Flora (LMF). Als Staf deze gegevens wil inzien, blijkt dat niet mogelijk. “De LMF-gegevens zijn niet rechtstreeks publiek beschikbaar”, stelt het ministerie van LVVN. Er worden alternatieven aangedragen. “Alle verzamelde gegevens over soorten worden jaarlijks geüpload in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De uitkomsten van trendberekeningen zijn beschikbaar via het Compendium voor de Leefomgeving.” Met deze twee alternatieve bronnen blijkt het echter niet mogelijk om de natuurrapportage aan Brussel te controleren. Nederland baseert haar bevindingen voor een belangrijk deel op zeldzame soorten planten, mossen en paddenstoelen. Juist de informatie over zeldzame soorten wordt (deels) afgeschermd in de NDFF. Dit gebeurt om die soorten extra te beschermen. Ook het Compendium voor de Leefomgeving biedt geen uitkomst. Deze rapporteert niet over soorten, maar over soortenrijkdom.

Enorme uitbreiding vereiste soorten

Tot voor kort baseerde Nederland de natuurkwaliteit voor een belangrijk deel op typische soorten. Landelijk ging het om een kleine 400 stuks, voornamelijk planten, mossen en vlinders. Kwam er ergens een van deze soorten bij, dan was er sprake van verbetering. Viel er een weg, waarvoor niks terug kwam, dan werd dat gerapporteerd als verslechtering. Rond 2020 kozen Provincies ervoor om alle soorten die op papier passend kunnen zijn, ook te eisen in hun individuele N2000-gebieden. Dit betekende dat aan N2000-gebieden soortenlijsten werden gehangen van gemiddeld 100 tot 200 typische soorten. Wanneer minimaal 60% van deze soorten aanwezig is, is de natuurkwaliteit goed. Deze verzwaring is geen eis van Europa, maar van de provincies.

Onlangs gingen de provincies nog een flinke stap verder. De landelijke soortenlijst werd flink uitgebreid. Die lijst telt nu bijna 1.000 soorten. Per natuurgebied staan er thans 250 – 500 soorten op de lijst. Wat nog meer opvalt, is dat het in hoge mate gaat om (zeer) zeldzame soorten. Ook staan er soorten op de lijst die (nog) niet in Nederland voorkomen. Houden provincies vast aan hun eis dat minimaal 60% van die soorten moeten voorkomen voor een goede natuurkwaliteit? BIJ12, de uitvoeringsorganisatie van de provincies, laat weten vragen hierover niet op korte termijn te kunnen beantwoorden.

Nederland oordeelt strenger dan Duitsland

De kwaliteit van een habitattype wordt afgemeten aan de soorten die er voorkomen. Per habitattype is er een lijst met soorten samengesteld. Hoe meer van deze soorten aanwezig zijn, hoe beter de natuurkwaliteit. Nederland legt met de soortenkeuze de lat flink hoger dan Duitsland. Waar Nederland kiest voor meer en zeldzamere soorten, kiest Duitsland voor minder en algemenere soorten.

Voor habitattype droge heide staan er 26 soorten op de Nederlandse lijst: 17 zeldzame en 8 algemene. Hiervan moet 60% aanwezig zijn voor een goede kwaliteitsscore. Voor heidevelden in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen (grenst aan Nederland) staan er 25 soorten op de lijst: 9 zeldzame en 15 algemene. Wanneer 6 of meer van deze soorten aanwezig zijn, is er sprake van een goede kwaliteit.

Wanneer in Nederland de Duitse soortenlijst zou worden toegepast, wordt naar alle waarschijnlijkheid ruim aan de kwaliteitseis voor heide voldaan.

Lees ook:

Aanstaand Natuurplan: veel meer grond nodig voor huisvesten soorten.

Deel via: