Expertavond 16 september: Bodemgezondheid van Nederlandse Natuurgebieden

In de winter van 2024/2025 is verspreid over Nederland bodemonderzoek uitgevoerd in natuurgebieden. De resultaten laten een aantal opvallende uitkomsten zien. Experts van Eurofins gaan in op de resultaten en plaatsen deze in de context.

Datum: Woensdag 16 september

Aanvang: 19.30 uur (inloop vanaf 19.00 uur met koffie / thee).

Locatie: Postillion Hotel Arnhem (Europaweg 25)

Programma 

19.30 uur: Opening door Geesje Rotgers (redactieteam STAF)

19.40 uur: Bodemgezondheid van Nederlandse NatuurgebiedenInzichten uit de Bodemgezondheidsindicator.

Door Arjan Reijneveld (onderzoeker en directeur wetenschap en ontwikkeling), mede-auteurs Maurits Voogt en Karst Brolsma (allen verbonden aan Eurofins).

Toelichting: Met behulp van 30 bodemindicatoren is een breed en samenhangend beeld verkregen van de fysische, chemische en biologische toestand van de bodem. Onderwerpen als bodemverzuring, calcium- en fosforbeschikbaarheid, organische stof, CO₂‑opslag, droogtegevoeligheid, bodemleven en de beschikbaarheid van sporenelementen en (zware) metalen komen daarbij aan bod. Samen bepalen deze factoren in belangrijke mate de veerkracht van natuurgebieden en de omstandigheden voor flora en fauna. De onderzoekers delen inzichten uit de Bodemgezondheidsindicator en plaatsen de bevindingen in de context van biodiversiteit, ecosysteemfuncties en toekomstbestendig natuurbeheer.

Daarna: Ruimte voor vragen en discussie met de sprekers.

21.30 uur: Afronding door Frans van de Lindeloof, directeur van STAF.  

Aanmelden        

Geïnteresseerden zijn van harte welkom! Het programma is vrij toegankelijk. Aanmelden wordt op prijs gesteld i.v.m. de catering en de zaalindeling. Dat kan via onderstaande link of een email naar: info@stichtingagrifacts.nl.

Link naar aanmeldformulier

Deel via:

Verhogen waterpeil jaagt vergrassing heide aan

Volgens het Compendium voor de Leefomgeving neemt de vergrassing in heideterreinen door het pijpenstrootje toe. Alom wordt gesuggereerd dat stikstof daarvan de oorzaak is. De gegevens van natuurmeetnet LMF-M&N laten echter zien dat pijpenstrootje vooral toeneemt in terreinen waar het waterpeil is opgezet. De gegevens laten geen verband zien met stikstofdepositie.  

Zo’n 30 jaar geleden werd de mate van vergrassing van heide vastgesteld middels berekeningen. Dit gebeurde op basis van luchtfoto’s. Pixels in de luchtfoto werden geclassificeerd als gras, heide of anderszins. In 1993 werd op deze wijze de vergrassing van de Nederlandse heide in kaart gebracht. Deze werd toen vastgesteld op 45%. Bijna de helft van de heide was vergrast, rapporteerden onderzoekers van RIVM en K&M-GIS and remote sensing Consultants toentertijd.

Het Compendium voor de Leefomgeving hield lang vast aan een vergrassingspercentage van 40-45%. In 2023 echter, werd het vergrassingsaandeel (geruisloos) teruggezet naar zo’n 30%. Berekeningen hadden plaatsgemaakt voor nauwkeuriger veldgegevens. Sinds medio jaren ’90 wordt de vergrassing van heide bepaald op basis van veldonderzoek. Van een toename van de vergrassing in de afgelopen 30 jaar blijkt geen sprake. Wel blijkt er een toename te zijn van het pijpenstrootje in heideterreinen waar de waterstand omhoog is gezet.

Het artikel ‘Verhogen waterpeil jaagt vergrassing heide aan’ is hieronder te downloaden.

Foto: Pijpenstrootje in een vochtig terrein / Shutterstock.

Deel via:

‘Ambtenaren sturen wel degelijk op halvering veehouderij’

Het is feest bij de (voormalige) topambtenaren van het directoraat-generaal Landelijk Gebied en Stikstof (DG Stikstof). De architecten van het stikstofplan – op 26 juni 2026 door minister Jaimi van Essen naar buiten gebracht – heffen het glas. DG Stikstof ging in 2019 van start, onder bewind van toenmalig minister Carola Schouten. Voor het oplossen van het stikstofprobleem. Met als inzet: halvering van de veehouderij.

Topambtenaar Vera Pieterman is blij dat het gelukt is, zo laat zij weten op platform LinkedIn. Pieterman werd per 18 november 2019 benoemd als programmadirecteur van DG Stikstof. Ook topambtenaar Hellen van Dongen kwam terug voor dit feestelijke moment. Van Dongen werd in november 2019 benoemd als directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof. In 2023 verliet zij dit directoraat. Ook Pieterman werkt hier inmiddels niet meer.

Pieterman en Van Dongen behoren tot de Algemene Bestuursdienst (ABD) van de Rijksoverheid. ABD is de organisatie van topmanagers en directeuren en beschikt over een eigen adviesgroep van topambtenaren: ABD Topconsult.

Stikstofplan Van Essen

Het stikstofplan van minister Jaimi van Essen is slecht ontvangen door veel agrariërs. De stapeling van regels zal leiden tot een groot aantal stoppers, met name in de veehouderij. “Dat is ook de opzet. Krimp van de veestapel is het doel”, aldus een bron die in contact stond met beide ambtenaren. “Alsjeblieft, noem mijn naam niet. Dat kost mij mijn carrière.”

Het viel de Staf-redactie op dat het stikstofplan van minister Van Essen vrijwel één-op-één overeenkomt met de eisen van de milieubeweging[1]. Het plan komt overeen met de voorwaarden waaronder milieuorganisaties bereid zijn te stoppen met het systematisch aanvechten van vergunningen van bedrijven. Dit artikel leidde ertoe dat meer bronnen contact zochten met de Staf-redactie. In hun verhalen worden meerdere topambtenaren genoemd, die het stikstofbeleid bepaalden, waaronder Pieterman en Van Dongen.

DG Stikstof

Het begon onder landbouwminster Carola Schouten (2017-2022), in 2019. Vanuit verschillende departementen werd een nieuwe programmadirectie gevormd, met enkele topambtenaren van de ABD aan het hoofd.

“Carola Schouten wilde onder meer geld voor innovaties om de stikstofuitstoot terug te brengen. Maar de ambtenaren gingen daar niet in mee. Als boeren zouden mogen innoveren, dan krimpt de veestapel niet, was het argument. Alleen D66 wilde krimp van de veestapel, andere politieke partijen zoals VVD en CDA wilden dat niet. Spindoctors kwamen toen met het frame ‘krimp is geen doel op zich’ om zo de politiek mee te krijgen.”

Hadden deze topambtenaren contacten met Tjeerd de Groot (D66) en Johan Vollenbroek (MOB)? Beide heren staken niet onder stoelen of banken dat de veestapel (minstens) gehalveerd moest worden. “Dat contact was er zeker. Vollenbroek zat als genodigde bij sommige stikstofoverleggen. En Tjeerd de Groot meldde zich regelmatig. De wijze waarop zij met elkaar omgingen, hun lichaamstaal, verraadde dat ze elkaar beter kenden.”

Geld voor opkoop, niet voor innovatie

Opvallend zijn de sporen die het stikstofbeleid trekt in de praktijk. De overheid blijkt minimaal in te zetten op innovaties om de stikstofuitstoot te verminderen, en maximaal op de opkoop van bedrijven. Voor twee stoppersregelingen werd inmiddels bijna 3 miljard euro aan subsidie beschikbaar gesteld.[2] Ongeveer 1.500 bedrijven namen hieraan deel. Voor innovaties om de stikstofuitstoot te verminderen kwam minimaal subsidie beschikbaar. De voorwaarden waren bovendien weinig aantrekkelijk (er moest veel geld worden bijgelegd door de boer) waardoor hiervan weinig gebruik werd gemaakt. Ook speelt mee dat het moeilijk is een vergunning te krijgen voor emissiebeperkende stalaanpassingen.

Minister Van Essen trekt in de komende jaren maar liefst 20 miljard euro uit voor het oplossen van het stikstofprobleem. Echter, als je kijkt waarvoor dat geld gereserveerd is, dan is dat wederom voor opkoop van veehouderijen en vermindering van het aantal dieren (extensiveren). Slechts 2 miljard euro is bestemd voor innovaties om de stikstofuitstoot te verminderen. Maar, wanneer de voorwaarden voor deze subsidie ongunstig blijven en de vergunningverlening niet tijdig los komt, dan blijft het geld in de pot zitten.

Dubbelrol ABD

Terug naar 2021: het nieuwe kabinet – Rutte III – is juist aangetreden. ABD Topconsult, het adviesbureau van de topambtenaren van de Rijksoverheid, komt met adviezen om het stikstofprobleem op te lossen. Het rapport ‘Normeren en beprijzen van stikstofemissies’ adviseert om de stikstofuitstoot met 40 tot 50 procent terug te dringen. Een tweede rapport, ‘Stikstofruimte voor de toekomst’ stuurt aan op substantiële krimp van de veestapel. ABD Topconsult adviseert om veehouderijen uit te kopen.

De Algemene Bestuursdienst (ABD) speelt een dubbelrol. Pieterman en Van Dongen, de topambtenaren die de leiding hebben bij DG Stikstof, zijn afkomstig van ABD. Zij laten zich adviseren door hun eigen adviesbureau ABD Topconsult.

Krimp als doel

Kabinet Rutte III wordt in 2022 opgevolgd door kabinet Rutte IV. Christianne Van der Wal wordt minister voor Natuur en Stikstof. Zij zet in op halvering van de stikstofuitstoot. Op 23 juni 2022 vond een Kamerdebat – een marathonzitting van 11 uur – plaats over het stikstofbeleid. Van der Wal: “Ik heb vanuit het coalitieakkoord hele duidelijke kaders meegekregen. De totale stikstofuitstoot moet in 2030 met 50% zijn verminderd.” Van der Wal presenteerde een kaartje waarop het land was ingekleurd met zones. In de ene regio wordt meer gevraagd, in de andere minder. Van der Wal: “Het frame dat wordt neergezet, alsof wij de hele agrarische sector van de kaart vegen, is niet waar. Er is heel veel perspectief voor heel veel boeren.” Van der Wal benadrukte dat innovatie onderdeel is van het plan. “Wij besteden die 24,4 miljard die we beschikbaar hebben, niet alleen aan het opkopen of onteigenen van boeren. In het budget zit ook heel veel geld voor innovatie.” Voor de schermen blijken dit mooie woorden. Achter de schermen wordt ervoor gezorgd dat er weinig geld gaat naar innovaties en des te meer naar opkoop. Boeren kregen vooral één optie om de uitstoot te verminderen: stoppen met het bedrijf.

“Krimp is wel degelijk het doel van de ambtenaren van DG Stikstof”, vertelt onze bron. “Ik heb enkele ambtenaren dit zelf horen zeggen: wij hebben 22 miljard voor opkoop, dus dát gaan wij doen.”

Ministerie LVVN: ‘Politiek is verantwoordelijk, niet ambtenaren’

Waarom een ‘feestpost’ op LinkedIn?

Rudi Buijs, hoofd woordvoering directie Communicatie van LVVN: “In de post op LinkedIn geeft een directeur complimenten aan het team dat de afgelopen jaren hard heeft gewerkt om zowel een oplossing te vinden alsook politieke wil om aan een oplossing te werken. Wij beschouwen LinkedIn als een medium waar ambtenaren de ontwikkelingen in hun werk met professionals delen, zoals hier ook is gedaan. Dit draagt bij aan de transparantie van de overheid.”

ABD stelt zich op als adviseur, maar levert ook de uitvoerende topambtenaren. Is dat geen belangenverstrengeling?

“Het advies van de ABD over stikstof is geschreven ter verkenning naar verschillende mogelijkheden, op verzoek van LVVN ter ondersteuning van de advisering aan de politiek. Collega’s van het ministerie proberen sinds 2019 om oplossingen te vinden voor het stikstofprobleem, waarbij allerlei mogelijkheden bekeken en nagelopen zijn.”

Ambtenaren zouden sturen op krimp van de veestapel en op de opkoopregelingen. Wat is de reactie van LVVN hierop?

“Het is niet terecht dat Staf ambtenaren aanspreekt. Ambtenaren adviseren de politiek. Het is aan de politiek om besluiten te nemen. Sterker nog, de politiek vraagt ambtenaren in dit dossier om zonder taboes maatregelen te inventariseren. De politieke top is verantwoordelijk voor de uiteindelijke keuzes.”


[1] https://stichtingagrifacts.nl/van-essen-levert-met-stikstofplan-wat-milieubeweging-eist/

[2] https://www.rvo.nl/onderwerpen/lbv-plus-actueel

Deel via:

Voorbeeldboeren bedolven onder de subsidies

Politiek, natuurorganisaties en media schermen er voortdurend mee: met natuurinclusief boeren in en rond Natura 2000-gebieden kan een prima boterham worden verdiend. Kijk maar, het kan wèl! Een deel van deze boeren wordt momenteel bedolven onder de subsidies. Het gaat bij een groep extensieve veehouders om tonnen per jaar. Hoe kan dit?   

Landbouwminister Jaimi van Essen draagt het uit in interviews. Boeren rond stikstofgevoelige natuurgebieden kunnen overstappen op biologisch, een voedselbos of een andere vorm van extensieve landbouw. Daarmee valt een belegde boterham te verdienen. In de afgelopen jaren werden enkele subsidieregelingen geopend om boeren rond Natura 2000-gebieden financieel te ondersteunen bij het extensiveren. Als we kijken bij wie deze meerjarige subsidies momenteel terechtkomen, dan valt op dat een selecte groep van vooral biologische melkveehouders momenteel tonnen per jaar aan subsidie krijgt. Natuurorganisaties en overheden spelen een belangrijke rol in het bevoordelen van deze groep boeren.

Tonnen aan subsidie

Met name de subsidieregeling Extensivering in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden[1] blijkt interessant. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet met meer partijen worden samengewerkt (bijvoorbeeld boer en natuurorganisatie, of minimaal twee boeren) en er moet ten minste 200 hectare grond in beheer zijn. De jaarlijkse subsidies lopen op tot 2.430 euro per hectare voor melkveebedrijven en 3.130 euro per hectare voor akkerbouwbedrijven. We zien in het subsidieregister van RVO dat met name biologische melkveehouders met veel grond in beheer, tonnen aan subsidie per jaar ontvangen. De subsidie geldt voor vier jaar. Wanneer de boer bijvoorbeeld 100 hectare natuurgrasland pacht van een natuurorganisatie, levert dat in deze periode bijna een miljoen euro aan subsidie op. Samenwerken met een natuurorganisatie loont dus.

Gunning natuurgronden

Natuurinclusieve, biologische boeren worden door overheid en politiek neergezet als voorbeeldboeren. Deze boeren verschijnen in de media en hun samenwerking met natuurorganisaties wordt geroemd. Deze boeren laten zien dat er naast een Natura 2000-gebied uitstekend een boterham kan worden verdiend. Kijk maar, het kan wèl! Er worden geen vragen gesteld over de wel erg royale subsidies die sommige boeren ontvangen.

Rondom Natura 2000-gebieden zijn in de afgelopen decennia relatief veel landbouwgronden opgekocht voor natuur of extensief beheer. Deze gronden zijn thans eigendom van overheid of natuurorganisatie. De nieuwe grondeigenaren bepalen wie deze gronden mogen pachten en wie niet. Gronden van de overheid, inclusief Staatsbosbeheer, worden tegenwoordig verpacht aan de hoogste bieder. Maar… niet het hoogste bod in euro’s telt, maar het hoogste bod in punten. Biologische boeren en boeren met natuurervaring krijgen vaak zoveel extra punten, dat de kavels onbereikbaar zijn voor gangbare boeren.

Goudmijn

Natuurmonumenten verpacht zo’n 25.000 hectare natuurgebied, veelal aan boeren. Bij Staatsbosbeheer gaat het om ongeveer 40.000 ha natuurgrond. Staatsbosbeheer zegt een gemiddelde pachtprijs van 190 euro/hectare per jaar te hanteren. Vanuit de praktijk zijn ook pachtgelden van 1.000 euro per hectare bekend, maar ook van 0 euro.

In de praktijk zien we dat gangbare boeren die decennialang het beheer hadden over de natuurgrond, bij aflopen van het pachtcontract opzij worden gezet door een hogere bieder. Een hogere bieder in puntenaantal, doorgaans een biologische, natuurinclusieve boer. Overheden en natuurorganisaties willen hún voorbeeldboeren op hun gronden; gronden waarvoor goudgerande subsidies kunnen worden verkregen.

Extensieve boeren die verder van de natuur afzitten, hebben het nakijken. Zij komen niet voor deze subsidie in aanmerking. Ontstaat hier geen oneerlijke marktpositie? “Bij het opstellen van de regeling is bewust gekozen voor openstelling in de overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden, omdat juist daar de opgave voor extensivering het grootst is. Van boeren in de nabijheid van Natura 2000-gebieden wordt de komende jaren juist meer gevraagd dan van andere agrariërs. De regeling biedt daarom geen voordeel, maar is bedoeld om deze extra opgave te ondersteunen en de overgang naar een meer extensieve bedrijfsvoering mogelijk te maken.”, aldus de woordvoerder van landbouwminister Van Essen.

Deze redenatie van het ministerie van LVVN is bezijden de praktijk. Wageningen UR heeft de hoogte van de hectare-subsidies vastgesteld, in opdracht van LVVN. Deze is berekend op basis van een gemiddeld bedrijf met 121 melkkoeien op 60 hectare grond. De subsidie staat gelijk aan de gederfde inkomsten wanneer de veestapel min of meer wordt gehalveerd. Wageningen heeft geen berekening gemaakt voor de gederfde inkomsten van bedrijven die al extensief zijn en die een relatief groot areaal natuurgrond pachten van natuurorganisaties of een overheid. Op deze bedrijven is minimaal sprake van gederfde inkomsten. Het RVO-subsidieregister laat zien waar de euro’s van deze subsidieregeling thans terechtkomen. De grote sommen geld gaan vooral naar extensieve bedrijven met veel (natuur)gronden. Terwijl de subsidie was bedoeld voor de gemiddelde gangbare boer, om deze te verleiden tot het extensiveren van zijn/haar bedrijf.


[1] https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/samenwerking-veenweide-natura-2000/categorie-3-extensivering

Deel via:

Probleemwolf is carrièrewolf met een buddy

Staatssecretaris Silvio Erkens wil probleemwolven sneller aanpakken. Zozeer zelfs dat hij niet wil wachten totdat de Tweede Kamer een keer tijd heeft om over zijn plannen te praten. Vóór het zomerreces moest er een knoop worden doorgehakt. De Kamer vond geen tijd voor een debat, dus Erkens gaat door, een goedgekeurde Algemene maatregel van Bestuur (AMvB) of niet. De wolven hebben jongen, dus zijn ze met meer en de ouderwolven zijn agressiever, omdat ze hun jongen moeten voeden en beschermen. Erkens wil geen nieuwe confrontaties met wolven.

Maar hoe ver wil Erkens precies gaan? Wat wordt versoepeld en ten opzichte van welke situatie? Het zal zeker eenvoudiger worden om lastige en gevaarlijk wolven aan te pakken dan in de huidige situatie, want het bestaande beleid gaat nog uit van de situatie dat de wolf streng beschermd was en nagenoeg onaantastbaar. Ten opzichte van wat Erkens voorganger Jean Rummenie op het oog had, zijn de voorstellen van zijn opvolger Silvio Erkens evenwel een stap terug.

Rummenie had een eenvoudige procedure op het oog, waarbij snel en effectief optreden tegen agressieve wolven mogelijk zou worden, mede dankzij een eenvoudige vergunningverlening en een beperkt aantal korte besluitprocedures.

Dat wilden volgens openbaar gemaakte stukken (WOO-documenten) zijn ambtelijke ondergeschikten niet, evenmin als de meeste natuurorganisaties en het pro-wolf netwerk op diverse Nederlandse universiteiten. Zij hebben nog steeds grote moeite met de verlaagde Europese beschermingsgraad voor de wolf. Een groot deel van Rummenies werktijd is opgegaan aan discussies met genoemde groepen.

Rummenie ondervond weerstand

Het kwam tot een botsing toen de voormalige staatssecretaris begin 2025 een Wagenings rapport over de staat van instandhouding van de wolf als wereldvreemd terzijde schoof. De Wageningse ecologen bepleitten nog meer ruimte in Nederland voor de wolf dan er toen al was en adviseerden daar het beleid op aan te passen. Vanuit puur ecologisch perspectief. De LVVN-ambtenaren gingen daar volop in mee, tot groot ongenoegen van Rummenie. “De kritiekloosheid overheerst weer eens,” snoof hij en wilde mede daarom een nieuw onderzoek, een second opinion. Niet door weer iemand uit ‘het wereldje’, maar door een expert met een volledig frisse blik, maar ook met een goede wetenschappelijke reputatie.

Zijn ambtenaren moesten daar niets van weten en gaven (zonder overleg met de staatssecretaris) opdracht aan bureau Berenschot om de impasse die volgens hen was ontstaan, weg te polderen. Dat rapport kwam er niet van, omdat Berenschot zelf inzag dat het geen ecologische expertise had èn omdat de staatssecretaris zich feitelijk uit zijn gezag gezet voelde. Ook lieten ambtenaren selectief informatie lekken over een staatssecretaris die zogenaamd niets van wetenschap moest hebben.

Rummenie koos voor de Italiaan Marco Apollonio, een internationaal erkend expert, maar blijkens de openbaar gemaakte stukken van LVVN keken de ambtenaren op hem neer. Neerbuigend mopperden ze dat de Italiaanse professor zou zijn ingehuurd om ‘het touwtje lager te leggen’. Er was ook beduchtheid, want Apollonio beoordeelt niet alleen op ecologische geschiktheid. Ook sociale geschiktheid van een gebied voor de wolf is belangrijk voor hem. Ondanks verzet, ging hij toch aan de slag, maar opvallend genoeg is er ruim een jaar na dato, nog steeds geen rapport. De laatste informatie is dat er nog gewerkt wordt aan dat rapport, iets wat Apollonia desgevraagd bevestigt. Hij moest lang wachten op een dataset, is de verklaring. Niet helder is of hij nog steeds aan de oorspronkelijke opdracht werkt, of dat hij een gewijzigde onderzoeksopdracht heeft gekregen.

Wanneer probleemwolf?

Staatssecretaris Erkens kiest er kennelijk niet voor om tegen zijn ambtenaren in te gaan. Hij wil wel iets doen aan het wolvenprobleem, snel, maar ook gedoseerd. Probleemwolven wil hij inderdaad vlotter kunnen aanpakken, maar een wolf is bij Erkens niet zomaar een probleemwolf. Een wolf bijt wel eens een dier of vertoont wel eens ongewenst gedrag. Dat zorgt voor extra aandacht. Is het erger, dan heb je eerst ‘een probleemsituatie met een wolf’. Pas in laatste instantie, zeg maar bij recidive, dan wordt een vervelende wolf ‘een probleemwolf’. Erkens is ook terughoudender met de vergunningverlening voor afschot dan Rummenie wilde. Dat is iets waar de Raad van State (afdeling advisering) de vinger ook bij legt, want die is vanuit haar specifieke blikveld nogal beducht voor juridische complicaties. Bij een te ruimhartige vergunningverlening en te weinig controlemomenten zou namelijk wel eens een vergisafschot kunnen plaatsvinden. Dan ligt de verkeerde wolf om en gaat misschien heel wolfminnend Nederland naar de rechter. Mede om die reden, en om in de aanloop naar het afschot de procedures goed te registeren, kijkt een ‘onafhankelijke’ wolvendeskundige mee. Dat is althans het plan. Er is nog discussie over de vraag een welke criteria een onafhankelijke deskundige moet voldoen, mag het iemand van bijvoorbeeld de Zoogdiervereniging zijn, of moet het echt heel iemand anders zijn?

Foto: Het publiek werd in 2025 gewaarschuwd het leefgebied van probleemwolf Bram te mijden.

Deel via:

Van Essen levert met stikstofplan wat milieubeweging eist

Landbouwminster Jaimi van Essen gaat met zijn stikstofplan in belangrijke mate leveren wat de milieubeweging eist. Zijn plan komt overeen met de voorwaarden waaronder milieuorganisaties bereid zijn te stoppen met het systematisch aanvechten van vergunningen van bedrijven. Is hier sprake van chantage? Of gebruikt de minister de voortdurende juridische procedures als hefboom voor zijn stikstofbeleid?

“Nederland blijft zonder een snelle en forse krimp van de veestapel nog tot na 2035 op slot”, garandeert Johan Vollenbroek van Mobilisation for the Environment (MOB) zijn volgers op het platform Bluesky. MOB vecht aan de lopende band vergunningen aan bij de rechter, vaak met succes. De milieuorganisatie is niet van plan daarmee te stoppen voordat aan haar eisen is voldaan. Die eisen zijn: forse krimp veehouderij, halvering stikstofuitstoot, bufferzones rond natuurgebieden en extensivering van de landbouw rond de natuur. Deze eisen komen overeen met het stikstofplan van Van Essen (zie ook tabel).

Vollenbroek is niet de enige die het heeft voorzien op de vergunningen van bedrijven die – naar het eigen oordeel – teveel vervuilen. Ook Sjoerd van der Wouw is actief op dit terrein. In het verleden deed hij dat vanuit de Wageningse Vereniging Milieuoffensief, tegenwoordig werkt hij voor Pesticide Action Network (PAN). Waar MOB zich richt op stikstof doet PAN dat op gewasbeschermingsmiddelen. “Bindende afspraken over de forse vermindering van pesticidegebruik zijn noodzakelijk. Anders zullen boeren opnieuw de rechter op hun weg vinden”, dreigt Van der Wouw in een opinie in Trouw (juni 2026). PAN eist onder meer spuitvrije zones rond natuur.

Zorgelijke opstelling LVVN-juristen

Enkele uren voordat Van Essen zijn langverwachte stikstofbrief naar de Kamer stuurt, gebeurt er wat merkwaardigs. Het Juristennetwerk Landbouw, Natuur en Ruimte van het ministerie van LVVN (de juristen van Van Essen) bekent kleur op LinkedIn. Dit juristennetwerk schaart zich achter de opinie van Sjoerd van der Wouw van PAN. Waarom delen LVVN-juristen het dreigement dat boeren de rechter tegenover zich krijgen als zij niet doen wat de milieubeweging eist? Het bericht verdwijnt meteen als Staf er vragen over stelt. De opstelling van het juristennetwerk is zorgelijk. Juristen die zouden moeten zorgen voor juridisch houdbare vergunningen voor boeren, steunen NGO’s die deze vergunningen aanvechten.

Overheid laat vergunningverlening over aan MOB

MOB bepaalt tegenwoordig welk bedrijf een vergunning krijgt en tegen welke voorwaarden. In juni 2026 ging MOB akkoord met de vergunning voor Cosun Beet Company (CBC) in het Brabantse Dinteloord. “MOB en suikerproducent CBC hebben een deal: ammoniakuitstoot terug van 76,5 ton naar < 3,5 ton/jaar: een reductie van 95%. MOB trekt in ruil alle juridische procedures in”, bericht MOB-voorman Vollenbroek op Bluesky. Eén van de eisen van MOB was dat Provincie Noord Brabant de deal zou bekrachtigen in de vergunningvoorwaarden. Provincie Noord-Brabant deed dat. Gedeputeerde Saskia Boelema (D66) wordt om een verklaring gevraagd voor deze vreemde gang van zaken bij de vergunningverlening. “MOB voerde procedures bij de bestuursrechter tegen de provincie en Cosun. MOB had via de rechter verzoeken gedaan om de vergunning aan te scherpen en zelfs in te trekken. Cosun en MOB hebben samen onderhandeld over de voorwaarden voor de vergunning. De provincie was daar niet bij.”

Enkele maanden eerder, in maart 2026, trok MOB haar beroepen tegen de natuur- en milieuvergunning van melkverwerker FrieslandCampina in Veghel (NBr) in. Volgens dezelfde werkwijze: de stikstofuitstoot moet fors omlaag of anders geen vergunning. MOB-medewerker Rob Janmaat daarover op LinkedIn: “Overheden willen dat Nederland weer van het vergunningenslot gaat. Wij kijken naar grote ammoniakuitstoters, want daar is winst te halen. Wij houden hun vergunningen tegen het licht. Wij hebben FrieslandCampina juridisch achtervolgd. Dat bedrijf heeft er toen voor gekozen om afspraken met MOB te maken. MOB doet hier dus het werk van de provincie.”

Brabants gedeputeerde Boelema (D66) laat het regelen van vergunningen over aan MOB. Krijgt MOB voor haar diensten betaald door de provincie? De woordvoerder van Boelema benadrukt dat dit niet het geval is. Andere overheden bekenden eerder wel fors in de buidel te hebben getast voor de dienstverlening van MOB en Vollenbroek. Dit kwam aan het licht na woo-procedures, waarbij de facturen werden opgevraagd. Zo betaalde Provincie Friesland[1] 155.000 euro voor adviesdiensten om de vergunning voor haar afvalverbrander in Harlingen overeind te houden. En gemeente Sliedrecht betaalde 125.000 euro voor het regelen van de vergunning voor chemiereus Chemours.[2]

Olifant in de (k)Kamer

MOB en PAN draaien er niet omheen dat zij systematisch vergunningen van bedrijven aanvechten en daarmee doorgaan zolang niet aan hun eisen wordt voldaan. Dat vergunningen aanvechtbaar zijn, komt omdat de wetgeving dat mogelijk maakt. Er zitten juridische ‘gaten’ in, die weliswaar gedicht kunnen worden, maar dat gebeurt niet. Zo was bijvoorbeeld bij de invoering van de nieuwe natuurwetgeving in 2015 al bekend dat vergunningen en toestemmingen risico’s liepen.[3] [4]  

MOB stelt hoge eisen in het stikstofbeleid. Overheden en MOB voeren dan ook geregeld overleg. Provincie Noord-Brabant stelt op haar website samen met MOB afspraken te hebben gemaakt over de vergunning van Cosun Beet Company. Ook was MOB in 2025 genodigde op de nieuwjaarsbijeenkomst van het ministerie van LVVN voor stakeholders die betrokken zijn bij (het beleid van) dit ministerie.[5] Merkwaardig is nu dat minister Van Essen ermee schermt dat hij spreekt met vele partijen en refereert aan breed maatschappelijk overleg…  echter, MOB wordt nergens genoemd. MOB en haar stroom aan juridische procedures tegen bedrijven zijn de olifant in de k(K)amer.

Van Essen volgt milieubeweging

Volgens minister Van Essen komt er met zijn stikstofpakket weer ruimte voor vergunningverlening. Het is de sleutel voor wat al zo lang op slot zit. Wat onvermeld blijft, is dat de minister van plan is te leveren wat de milieubeweging eist (zie tabel). De milieubeweging heeft er geen geheim van gemaakt te zullen stoppen met het structureel procederen tegen vergunningen van het bedrijfsleven als de overheid levert wat de milieubeweging eist. Als Van Essen daarvoor de garanties geeft, gaat het slot van de vergunningverlening.

De eisen van MOB (en PAN) en het plan van minister Van Essen tonen opvallend veel gelijkenis.

Eisen MOB[6] (en PAN)Stikstofplan minister Van Essen[7]
50% minder stikstofuitstoot in totaal.    42-46% minder stikstofuitstoot. In bufferzones rond stikstofgevoelige N2000-gebieden een hoger percentage.
Verplichte emissieplafonds voor individuele bedrijven. Wanneer plafond niet wordt gehaald: vergunning intrekken.Bedrijfsspecifieke emissienormen.
Bufferzones om Natura-2000 gebieden, tegen stikstof en pesticiden. In bufferzones reductieregimes voor stikstof en pesticiden van 65% tot 100%. Omvang zones: optellend tot minimaal 100.000 ha voor Nederland.
Extensivering landbouw (biologisch) in bufferzones
Bufferzones rond stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden van 500m of 1000m. Hier gelden strengere stikstofeisen. (Bij 500m-zones zou het in totaal gaan om ruim 100.000 ha landbouwgrond).
Extensivering landbouw in bufferzones.
Voor de aanpak van gewasbeschermingsmiddelen komt er een convenant.
Doelen zeer snel halen, in 2030 en 2035.Doelen zeer snel halen, in 2030 en 2035

Foto’s: Johan Vollenbroek (VidiPhoto) en Jaimi Van Essen (Rijksoverheid).


[1] stichtingagrifacts.nl/wp-content/uploads/2022/07/Friesland-betaalt-E155.545-aan-MOB-voor-behoud-afvalverbrander.pdf

[2] stichtingagrifacts.nl/wp-content/uploads/2022/07/Sliedrecht-hanteert-status-aparte-voor-MOB.pdf

[3] edepot.wur.nl/317267

[4] edepot.wur.nl/364020

[5] brabant.nl/actueel/nieuws/forse-reductie-ammoniakuitstoot-cosun-dinteloord-afspraken/ en telegraaf.nl/binnenland/borrel-rel-treft-ministerie-landbouwminister-wiersma-verrast-door-aanwezigheid-milieuactivist-vollenbroek/64099430.html

[6] stichtingmobilisation.nl/stikstof/2026/01/29/zo-komt-nederland-van-het-stikstofslot-af/

[7] rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/06/26/kabinet-haalt-nederland-van-het-stikstofslot-met-stevig-pakket-weer-ruimte-voor-boer-natuur-en-bouw

Deel via:

MOB vindt verdwenen pesticiden in N2000 Het Zwanenwater

Milieuorganisatie MOB heeft in N2000-gebied Het Zwanenwater talrijke pesticiden aangetroffen. Een aanzienlijk deel van de vondsten is inmiddels verdwenen uit het registratiesysteem. Waterschap Hollands Noorderkwartier schoonde haar registratiesysteem vorig jaar op, toen bleek dat het pesticide dinoterb – waar in 2024 veel ophef over ontstond – een laboratoriumfout was (vals positieve uitslag). MOB heeft voor haar alarmerende rapport een verouderd databestand gebruikt. Het is één van de onjuistheden die de redactie van Staf aantreft. Staf checkte de opgevoerde ‘vondsten’ in het MOB-rapport.

Waterschap Hollands Noorderkwartier zet zijn laboratoriumuitslagen in registratiesysteem Aquadesk. De redactie van Agrifacts draait de lijst uit voor N2000-gebied Het Zwanenwater. Dat levert een aanmerkelijk kortere lijst op dan MOB presenteert. MOB laat desgevraagd weten een uitdraai van 3e kwartaal 2025 te hebben gebruikt. Dit betreft een verouderde lijst. Het waterschap heeft de bestanden voor Het Zwanenwater opgeschoond, nadat was gebleken dat de dinoterb-affaire zijn oorsprong vond in het laboratorium (vals positieve uitslagen). Agrifacts liet toen al zien dat de vals positieve uitslagen zich niet beperkten tot dinoterb, maar dat het ging om veel meer stoffen, die veelal in één en hetzelfde monster werden aangetroffen. Niet alleen de dinoterb-metingen werden toen uit het registratiesysteem gehaald, maar veel meer metingen.

In 2023 vonden er geen metingen plaats in het Zwanenwater. Toch voert MOB een reeks pesticide-vondsten op. Desgevraagd laat MOB weten als alternatief de metingen te hebben genomen van het dichtstbijzijnde landbouwmeetpunt voor gewasbeschermingsmiddelen. Dit is een onjuiste gang van zaken. Daar komt nog bij dat het waterschap ook de registraties op dit meetpunt (op de grens tussen natuur- en landbouwgebied) heeft opgeschoond. Veel meetuitslagen staan niet meer in Aquadesk. Echter nog wel in andere registratiesystemen. Staf constateerde eerder al dat de bestanden met ‘misregistraties’ al waren afgeleverd voor beleidsdoeleinden (zie artikel).

Rapportagegrens en normoverschrijdingen

Veruit de meeste stoffen zijn niet normoverschrijdend. Een reeks stoffen wordt sinds enkele jaren ‘boven de rapportagegrens’ gevonden omdat het waterschap is overgestapt van meten in microgrammen naar meten in nanogrammen (1000 keer kleinere concentraties). De rapportagegrens geeft de laagste concentratie aan, die nog kan worden vastgesteld met het meetapparaat. Echter, ‘boven de rapportagegrens’ mag absoluut niet worden verward met ‘normoverschrijdend’. Pas bij normoverschrijding ontstaat risico op schade voor het milieu. Een klein deel van de gevonden pesticiden is wél normoverschrijdend. Deze behoren alle tot de enkele monsters waarmee wat mis is gegaan in het laboratorium. Het waterschap heeft een groot deel van de rare uitslagen inmiddels verwijderd, een klein deel van de rare uitslagen is echter blijven staan. Staf wil van Hoogheemraad Jos Beemsterboer weten of hij de juistheid van deze normoverschrijdingen heeft laten onderzoeken, of voornemens is dat alsnog te doen. Zijn woordvoerder laat weten eerst de rapporten van MOB en Staf te willen bestuderen, alvorens het waterschap met een reactie komt.

Stafrapportage downloaden

Download de Staf-factcheck ‘MOB vindt verdwenen pesticiden in Het Zwanenwater’:

Foto: Het meetpunt waar op 7 maart 2022 tientallen rare pesticiden werden gevonden, vele in een normoverschrijdende concentratie.

Deel via:

Bij natuur heel gewoon: ‘Werken voor de overheid gaat prima samen met procederen tegen de overheid’

In de natuurwereld is het de gewoonste zaak: werken voor de overheid op het natuurdossier, en actief zijn voor een NGO die (juridisch) strijdt voor veel strenger stikstofbeleid. De redactie van Staf dook dieper in het netwerk dat grote invloed heeft op het natuurbeleid. Dat laat zien hoe overheden en natuur-NGO’s zijn verweven.

Het wordt stil als de redactie van Staf de woordvoerder van milieuorganisatie MOB en Advocaat van de Aarde, Rob Janmaat, vraagt naar diens dubbele pet. Staf had vragen gesteld over een alarmerend rapport van een MOB-onderzoeker over pesticiden in een natuurgebied. De woordvoerder wordt herkend. Janmaat is directeur/oprichter van Communicatiebureau De Lynx, een bureau dat veel voor overheden werkt en gespecialiseerd is in natuur, klimaat en ruimte. Het is een bijzondere combinatie van functies: werken voor overheden en daarnaast meewerken aan rechtszaken tegen diezelfde overheden. Valt dat wel te combineren?

De vragen over het alarmerende rapport werden beantwoord, die over de dubbele pet niet. Update 22 juni 2026: Janmaat neemt na publicatie van dit artikel contact op. Hij geeft aan dat hij niet in de gelegenheid was te reageren op de vragen en wil dit alsnog doen. Hij stemt in met een interview. Update 23 juni: Janmaat trekt zijn toezegging voor het interview weer in. De Stafredactie doet niet precies wat hij wil.

Provincies verweven met NGO’s

Janmaat is niet die enige die werkt voor overheden op het natuurdossier en tegelijkertijd meewerkt aan de (juridische) strijd tegen diezelfde overheden. Op datzelfde natuurdossier. Die verwevenheid met de overheid zien we ook bij een groep ANBI-stichtingen (RAVON, SOVON, Zoogdierstichting etc), gevestigd in hetzelfde kantoor op de campus van Radboud Universiteit in Nijmegen. Deze stichtingen lobbyen enerzijds voor een strenger natuurbeleid, en doen anderzijds natuuronderzoek voor de overheid. Deze ANBI-stichtingen bepalen in hoge mate met welke natuur en soorten het wel en vooral niet goed gaat. Veel van deze stichtingen hebben zich openlijk aan de zijde van Greenpeace geschaard, in diens stikstofrechtszaak tegen de Staat. Bij een bezoek aan het kantoor in Nijmegen, blijkt dat ook de natuurafdeling van BIJ12, de uitvoeringsorganisatie van de provincies, hier is neergestreken. Overheid en natuur-NGO’s zitten dus bij elkaar in één kantoor. Volgens de website van BIJ12 zou deze natuurafdeling in Utrecht zitten.

Verder komen we hoge natuurambtenaren tegen, die zitting hebben in een bestuur of toezichtsraad van een natuurstichting. Zie artikelen in Staf, juni 2026 (onderaan dit artikel te downloaden). De betreffende overheden geven aan dat hun ambtenaar met toestemming op persoonlijke titel zitting heeft, waardoor er geen sprake is van belangenverstrengeling. Het werken voor de overheid valt prima te combineren met een zetel in een stichting die lobbyt en/of procedeert voor een strenger natuurbeleid. Tenslotte valt op dat de natuurstichtingen relatief veel politici aan boord hebben. Meestal van PRO (GroenLinks/PvdA), soms van D66.

Belangenverstrengeling

Het natuuronderzoek wordt door een groep van zo’n twintig veelal ANBI-stichtingen uitgevoerd. Hun werk vormt een belangrijke pijler onder het Nederlandse natuurbeleid. Dat de overheid hier belastinggelden voor aanwendt is verdedigbaar. Problematisch wordt het echter wanneer dezelfde organisaties tegelijkertijd lobbyen of procederen voor een strenger stikstofbeleid. Dat laat zich moeilijk rijmen met de positie van onafhankelijke en neutrale kennisleverancier ten behoeve van overheidsbeleid.
Wanneer ambtenaren dan ook nog zetels bekleden bij deze organisaties, of kantoor kiezen op hetzelfde adres als deze stichtingen, dan ontstaat op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling. Dit alles roept vragen op over de objectiviteit waarmee het natuurbeleid tot stand komt.

Stikstofcrisis door systematisch aanvechten van vergunningen bedrijven

Milieuorganisatie MOB strijdt al decennia voor strenger stikstofbeleid. Dit doet zij door vergunningen die overheden willen afgeven aan bedrijven, via de rechter te blokkeren. Overheden durven momenteel bijna geen vergunning meer af te geven, omdat deze meteen word aangevochten. Ook vergunningen of toestemmingen die overheden in het verleden hebben verstrekt aan bedrijven, worden alsnog onderuit geprocedeerd, om zo de stikstofuitstoot (en de bedrijven) stil te leggen. Deze procedures kunnen alleen succesvol worden gevoerd, als de wetgever die ruimte biedt. Toen de nieuwe wetgeving voor natuurvergunningen (daarin staat hoeveel stikstof het bedrijf maximaal mag uitstoten) in 2015 werd ingevoerd, waarschuwden juristen al voor ‘gaten’ in de wet. Deze werden door de overheid echter nooit gedicht. Daardoor heeft MOB de vergunningverlening voor bedrijven met stikstofuitstoot, succesvol stil weten te leggen via de rechter.

Beëindigen stikstofcrisis

De vergunningverlening zit op slot omdat de milieubeweging systematisch procedeert tegen vergunningen van bedrijven. De stikstofcrisis zal eindigen wanneer de milieubeweging stopt met procederen. Zij legde haar eisen bij de overheid op tafel: 50% stikstofreductie, extensiveren landbouw en meer bescherming van natuur. De stikstofcrisis eindigt ook wanneer de overheid werk maakt van het repareren van de gaten in haar wet, zodat vergunningen van bedrijven juridisch houdbaar zijn.

Download artikelen, verschenen in Staf-blad juni 2026

Natuuronderzoek of politieke lobby – Het netwerk achter het natuurbeleid:

Overijssel schakelde ‘eigen’ stichting in voor gewenste advies:

Deel via:

Onderzoek naar bodemgezondheid natuurgebieden eindelijk gepubliceerd

In de winter van 2024 / 2025 werden bodemmonsters genomen in 27 natuurgebieden, overwegend op de zandgronden. De monsters zijn genomen door journalisten van Staf. De monsters zijn onderzocht door Eurofins op vele relevante voedingsstoffen en bodemeigenschappen. Onderzoekers van Eurofins hebben de uitkomsten verwerkt tot een publicatie in Vakblad Bodem, een semi-wetenschappelijk tijdschrift. Deze publicatie liet enige tijd op zich wachten, vanwege de vervaardiging van het artikel, alsmede de review door dit tijdschrift. Begin juni is het artikel gepubliceerd.

Lijden natuurbodems aan tekorten aan voedingsstoffen die noodzakelijk zijn voor de fauna en flora? Dit is één van de vragen die we wilden beantwoorden. De monsters zijn overwegend genomen op de zure, arme zandgronden. Daarnaast is ook een beperkt aantal andere gebieden bemonsterd: zandgronden in duingebieden, en natuur op rijkere gronden. De arme zandgronden worden van nature gekenmerkt door een lage pH en een beperkte nutriëntenvoorraad.
Dit onderzoek betreft een eerste verkenning. Hoewel 92 monsters een waardevolle dataset vormen, is de steekproef niet representatief genoeg om robuuste uitspraken te doen over alle Nederlandse bos- en natuurgebieden.

Veel voedingsstoffen zeer beperkt aanwezig

Opvallend is dat veel natuurbodems zeer lage gehalten aan plantopneembare voedingsstoffen laten zien. Het nitraatgehalte ligt op 60% van de meetlocaties onder de rapportagegrens. Dit betekent dat de concentratie te laag is om deze betrouwbaar te meten. Het is onbekend wat de reden is van het lage nitraatgehalte. Een mogelijkheid is dat de nitrificatie wordt geremd door de lage pH, of de nitraat is opgenomen door de bodem en vegetatie, en/of de nitraat is uitgespoeld.

Ook het fosfaatgehalte is in 74% van de bodems zeer laag (beneden de rapportagegrens). Borium is zelfs in veel Nederlandse bos- en natuurgronden nauwelijks beschikbaar. Borium is echter essentieel voor celwandvorming, wortelontwikkeling en voortplanting bij planten. Datzelfde geldt voor molybdeen. In 92% van de bodems was er zo weinig molybdeen aanwezig, dat dit niet kon worden aangetoond. Molybdeen is een essentiële cofactor voor de vorming van enzymen die betrokken zijn bij de stikstofcyclus; deze helpt de inbouw van stikstof als eiwit in de vegetatie.

In de onderzochte bos- en natuurgronden blijkt de actuele calcium-beschikbaarheid eveneens laag te zijn.

Betekenis resultaten

De onderzoekers constateren dat tot nu toe de groep micronutriënten en bio beschikbare (zware) metalen, vaak buiten de landbouw- en natuurmonitoring vielen. Daardoor is er geen volledig beeld van de kwaliteit van natuurbodems. De onderzoekers adviseren onderbouwde streefwaarden op te stellen voor bodemgezondheidsindicatoren op basis van regionale referenties en ecologische functies. Wanneer ook gewasanalyses worden gedaan, kunnen relaties tussen bodemgezondheid en vegetatieconditie beter worden begrepen. Met bodemgezondheidsmetingen die in lijn liggen met de EU Soil Monitoring Law kunnen trends en herstelprocessen worden gemonitord. Dergelijke bodembemonsteringen kosten 220 euro per stuk, wat een relatief goedkope methode is.

Toelichting op resultaten

De onderzoekers zijn voornemens aan het einde van het zomerreces (eind augustus) een toelichting te geven op de resultaten en vragen te beantwoorden. De datum en locatie worden binnenkort bekend gemaakt.

Rapporten downloaden

Rapport 1: Bodemgezondheid onder de loep. Inzichten in de brede bodemgezondheid van 27 bos- en natuurgebieden in Nederland.

Rapport 2: De bodemgezondheid van 27 natuurgebieden. De resultaten per bemonsterde locatie.

Deel via:

Ook bij glyfosaat en kanker wordt toegewerkt naar een beeld

Onderzoeker Marc Jacobs spitte in 2025 maar liefst 885 wetenschappelijke studies door over de ziekte van Parkinson en pesticiden. Maar vond geen overtuigend verband. In de afgelopen maanden deed hij hetzelfde voor pesticiden en kanker bij mens en dier. Hij wilde alle mogelijke pesticiden meenemen in zijn onderzoek. Echter, alleen voor glyfosaat bleken deze studies beschikbaar. Net als bij Parkinson legden de studies ook bij kanker geen eenduidig verhaal bloot. Wat hij wel constateert is dat er wordt toegewerkt naar een beeld.

Jacobs is data-wetenschapper en gespecialiseerd in epidemiologische studies. Wanneer er een verband is tussen bepaalde pesticiden en een ziekte, dan moet dat blijken uit de wetenschappelijke studies. Tot nu toe vond hij geen overtuigend bewijs.

Journalisten zijn geregeld stellig in hun publicaties: de belangrijkste oorzaak van de ziekte van Parkinson zijn pesticiden uit de landbouw. Jacobs vond hiervoor geen overtuigend bewijs in de talrijke wetenschappelijke studies die hij bestudeerde. In september 2025 nam hij 885 studies over de ziekte van Parkinson onder de loep. Vervolgens keek hij nader naar de rol van glyfosaat. De link die media suggereren, vond hij niet in de studies. Hij publiceerde daarover in september 2025.

Pesticiden en Parkinson

Amper een half jaar later, in januari 2026, kreeg Jacobs bijval van onderzoekers van Universiteit Utrecht en Radboudumc. Ook Parkinsonprofessor Bas Bloem was bij deze studie betrokken. Het onderzoeksteam kwam tot dezelfde conclusie. De link tussen landbouw en de ziekte van Parkinson viel niet te leggen. Parkinson blijkt vaker voor te komen bij personen in een hogere sociaaleconomische positie. Ook komt de ziekte meer voor in de noordelijke provincies van Nederland. De luchtkwaliteit is in deze regio relatief goed.

Glyfosaat en kanker

In de afgelopen maanden heeft Jacobs gekeken naar pesticiden – vooral glyfosaat – en kanker. De aanleiding was het ‘baanbrekende nieuws’ van BNNVARA in juni 2025. Volgens de journalisten hadden onafhankelijke onderzoekers van het Ramazzini-instituut een verband gevonden tussen glyfosaat en kanker bij knaagdieren. Eindelijk zou er hard bewijs zijn dat glyfosaat kankerverwekkend is.

Jacobs bestudeerde ook de Ramazzini-studie. Deze studie blijkt niet te corrigeren voor de grote verscheidenheid aan toegepaste statistische testen. Sterker nog, er lijkt bewust te zijn ingezet op statistiek waarvoor minder informatie nodig is. Dat kan een vertekend beeld geven. Wat verder opvalt is dat het aantal kankergevallen bij de controlegroep niet per se onderdoet voor de glyfosaatgroepen. “Het is onmogelijk om op basis van deze studie een dose-response relatie op te tekenen”, constateert Jacobs. Ook het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) kwam al tot deze conclusie. BNNVARA kreeg veel kritiek vanuit de wetenschapsjournalistiek. Eén welgevallige publicatie uitlichten en honderden onwelgevallige publicaties terzijde schuiven, is geen deugdelijke journalistiek. 

“In mijn optiek laat de afwezigheid van een zuivere verslaglegging zich het best tonen in wat de media schrijven over dierproeven. Zo worden de resultaten uit dierproeven met gemak geëxtrapoleerd naar mogelijke risico’s voor mensen. Niet gehinderd door het gebrek aan kennis en kunde ontstaat zo het idee dat mens en muis hetzelfde zijn, en dat wat we bij muizen (en ratten) vinden ook wel voor mensen moet gelden”, stelt Jacobs in zijn rapport.

Toegewerkt naar een beeld

In de studie naar Parkinson en pesticiden viel het Jacobs al op dat er toegewerkt wordt naar een verhaal. Dat is in veel studies naar glyfosaat en kanker niet anders. De resultaten zijn niet eenduidig, toch zál er iets gevonden moeten worden. De keuze voor de onderzoeksmethode en statistiek worden dan bepalend voor de bevindingen. We hebben hier te maken met een thema waarbij de verbanden vaag zijn. Bij een thema als roken en longkanker is dat anders. Ongeacht welke onderzoeksmethode je gebruikt, er wordt altijd een duidelijk verband gevonden.

Onwetenschappelijk

Het is onmogelijk te bewijzen dat pesticiden te allen tijde 100% veilig zijn. Dit geldt overigens ook voor geneesmiddelen. Steeds vaker blijkt onzekerheid het uitgangspunt te zijn om bepaalde producten als schadelijk te bestempelen. Niet omdat ze bewezen schadelijk zijn, maar omdat ze onbewezen onschadelijk zijn. Dit gedachtegoed zie je het meest duidelijk bij stichtingen die graag zien dat pesticiden, waaronder glyfosaat, verdwijnen. De twee meest uitgesproken aanjagers zijn Pesticide Action Network (PAN) en Meten=Weten. Een klein bezoek aan hun websites onthult de richting van de berichtgeving: pesticiden zijn slecht, schadelijk en dienen te worden verbannen. Elk onderzoek dat ruimte biedt aan die stelling wordt op een standaard gezet. “Maar dit is niet hoe wetenschap werkt. Wetenschappers dienen te beschouwen en niet te betogen. Een betoog is namelijk eenrichtingsverkeer waarin de boodschap, en niet het bewijs, de boventoon voert. In de wetenschap mag je hier geen ruimte voor reserveren.”

Duizenden publicaties

Een zoektocht naar wetenschappelijke studies over pesticiden en kanker leverde maar liefst 9318 publicaties op. Lang niet alle waren bruikbaar voor het beantwoorden van de vraag wat de relatie is tussen pesticiden, specifiek glyfosaat, en kanker. De gevonden relaties waren niet eenduidig, klein en onzeker. Deze lijken eerder het resultaat van de keuze voor een hoog sensitieve statistische onderzoeksmethode. Daarnaast is er een serieus gebrek aan beschikbare data en gestandaardiseerde onderzoeksmethoden. Dat maakt het onmogelijk om onderzoeken te vergelijken en uitkomsten na te rekenen.

Hierop kun je geen beleid maken. Ondanks de veelheid aan studies, kan geen zinvolle dose-response relatie worden opgetekend. De invloed van glyfosaat op kanker is niet eenduidig evident.

Naar het onderzoeksrapport

Het onderzoeksrapport ‘Van Muis naar Mens: De relatie tussen glyfosaat en kanker. Onderzoeksresultaten (bij dieren) laten zich maar moeilijk vertalen (naar mensen)’ is hieronder te downloaden. Alle gegevens die Jacobs gebruikte voor deze studie zijn controleerbaar via Github.

Afbeelding: Shutterstock/AI

Deel via: