Ook Volkskrant wijst naar landbouwjournalistiek bij bedreiging wetenschappers

Volgens columnist Jean-Pierre Geelen heeft de ‘agri-maffia’ – verwijzend naar Agrifacts – een grote rol in de bedreiging van wetenschappers. Zijn opinie ‘Gifspuit‘ staat in de Volkskrant van 16 augustus 2025. Enkele dagen ervoor linkte NRC de bedreiging van een vlinderonderzoeker aan Agrifacts. De redactie van Agrifacts spreekt Geelen aan op zijn uitspraken.

Geelen schuift Agrifacts nogal wat in de schoenen: “Afgelopen mei riep de KNAW de politiek op tot betere bescherming van wetenschappers, die steeds vaker te maken krijgen met bedreigingen, vooral op sociale media. Minstens 59 wetenschappers of stafleden van universiteiten moesten de afgelopen paar jaar beveiligd worden.
Wat de temperatuur deed stijgen, is bekend. Iedereen die je spreekt in de wereld van wetenschappers en natuurbeschermers wijst dezelfde richting op. De ‘agri-maffia’, is een van de termen. Er wordt gewezen naar de stichting Agrifacts, een ‘onderzoeksplatform’ dat tot doel lijkt te hebben twijfel te zaaien over onwelgevallige wetenschappelijke bevindingen. Zo lag ook het rapport van de Vlinderstichting al snel onder vuur van deze ’twijfelbrigade’, tevens ‘hofleverancier van de BBB’ (aldus NRC).”

KNAW weet van niks

Agrifacts heeft volgens Geelen een flinke rol in de bedreiging van wetenschappers. Geelen: “Iedereen die je spreekt in de wereld van wetenschappers wijst dezelfde richting op. […] Er wordt gewezen naar de stichting Agrifacts.” De Agrifacts-redactie schrijft weliswaar geregeld pittige artikelen, maar wil niet dat die leiden tot bedreiging van wetenschappers. De redactie neemt daarom contact op met de KNAW voor de details. De KNAW laat desgevraagd weten ook gelezen te hebben dat Agrifacts een rol zou hebben in de bedreigingen, maar wordt niet genoemd in het onderzoek naar bedreigingen. Jean-Pierre Geelen, vanwaar dan toch deze beschuldiging aan het adres van Agrifacts? Volgens Geelen is het logisch dat de KNAW bevestigt dat Agrifacts geen betrokkenheid heeft bij de bedreigingen. “Maar dat schreef ik ook niet”.

‘Je moet het anders lezen’

Volgens Geelen moet zijn opinie anders worden gelezen, en wel zo: “Agrifacts draagt wellicht bij aan het ontstaan van een klimaat waarin anderen zich vrijer voelen zich te misdragen.” Maar geldt zoiets niet in het algemeen, en dus ook voor de gifspuit-opinie van Geelen zelf? In ieder geval klinkt de uitleg een stuk milder dan wat hij opschreef in de Volkskrant over “agri-maffia” en “alle wetenschappers wijzen naar Agrifacts”.

NRC construeert eigen waarheid

Volkskrant loopt in hetzelfde straatje als NRC, die enkele dagen ervoor Agrifacts opvoerde als relevante partij bij de bedreiging van de vlinderonderzoeker. Volgens NRC trok het rapport van de Vlinderstichting de aandacht van Agrifacts waarna het dezelfde dag nog verdwijnt van de website van de Vlinderstichting. NRC construeerde een eigen tijdlijn om zo Agrifacts verdacht te maken bij haar lezers. In werkelijkheid was het andersom: de Vlinderstichting had het rapport van de website gehaald en later die dag publiceerde de Agrifacts-journalist toch nog een artikel over het rapport.

Als NRC wordt aangesproken op de niet kloppende tijdlijn, claimt de adjunct-hoofdredacteur het gelijk aan zijn zijde te hebben. Agrifacts wijst hem op zijn journalistieke verantwoordelijkheid: feiten check je, die claim je niet. NRC is verzocht alsnog de feiten te checken en op grond daarvan een rectificatie te plaatsen.

Deel via:

Hoofdredactie NRC houdt landbouwjournalist verantwoordelijk voor bedreigen onderzoeker Vlinderstichting

Volgens Lucas Brouwers, adjunct-hoofdredacteur van NRC, is landbouwjournalist Geesje Rotgers verantwoordelijk voor de bedreiging van de onderzoeker van de Vlinderstichting. Dat schrijft hij in zijn hoofdredactionele commentaar van 17 augustus: “Gelukkig zijn wetenschappers vrij om te onderzoeken wat ze willen en hun conclusies te delen. Toch? Nou nee: deze week werd bekend dat de Vlinderstichting een rapport over pesticiden offline heeft gehaald. Een agrarische lobbygroep had het rapport in het vizier. En na bedreigingen aan het thuisadres van een onderzoeker haalde de Vlinderstichting het rapport offline.” In de krant wordt gewezen naar Agrifacts en Rotgers.

Rotgers stelde een kritische vraag aan de Vlinderstichting, over een aantal wel erg hoge meetwaarden, en zette hierover een artikel online. Volgens de NRC-adjunct hoofdredacteur is dat ontoelaatbaar. NRC dikt de beschuldiging aan het adres van Rotgers aan door haar te duiden als een groep boze agrariërs die het gemunt had op de Vlinderstichting. Verder schroomt Brouwers niet om de feiten te verdraaien. NRC kreeg pas lucht van de bedreiging op 12 augustus, terwijl die een week eerder al plaatsvond. Niet na de publicatie van Rotgers zoals Brouwers meent, maar daarvoor al. “Meneer Brouwers, u construeert uw eigen verhaal, gebaseerd op verdacht maken en beeldvorming, maar bezijden de feiten. Een dergelijke opstelling is de journalistiek onwaardig”, schrijft Rotgers aan Brouwers.

Om in de woorden van Brouwers te blijven: Gelukkig zijn landbouwjournalisten vrij om de vragen te stellen die zij willen en hun conclusies te delen. Toch? Nou nee: dan word je door NRC verantwoordelijk gemaakt voor een strafbaar feit waar je part noch deel aan hebt.

(Afbeelding: Shutterstock, bewerkt)


Brief aan Lucas Brouwers, adjunct hoofdredacteur NRC

Hieronder de brief die Rotgers stuurde naar Lucas Brouwers, adjunct-hoofdredacteur van NRC. Inmiddels heeft de krant geantwoord met een standaardbericht: “We sturen uw reactie door naar de opinie-redactie. Als u na vijf werkdagen niets heeft vernomen, dan is van plaatsing afgezien.”

Beste Lucas Brouwers,

Ik meld mij maar even bij u. Ik ben Agrifacts, door u geduid als agrarische lobbygroep die het rapport van de Vlinderstichting in het vizier had en door u verantwoordelijk wordt gesteld voor de bedreiging van de onderzoeker aan zijn huisadres. Het is me nogal wat. Nu de feiten, meneer Brouwers. Die agrarische lobbygroep, dat ben ik (slechts één persoon). Ik ben landbouwjournalist en zit al 25 jaar in het vak, bepaal 100% zelf wat ik uitzoek en schrijf, heb geen ‘baas’ en laat me zeker niet betalen om iets wel of niet te schrijven. Net als de collega’s van mijn redactie, alle journalist of wetenschapper. O ja, we zijn gespecialiseerd in data-analyse, een expertise die weinig aanwezig is in de journalistiek. En onze analyses zijn transparant en kunt u opvragen om na te (laten) rekenen, zoals het goede onderzoeksjournalistiek betaamt.

Welnu meneer Brouwers, wat heeft deze ene landbouwjournalist dan precies gedaan? Deze heeft een kritische vraag gesteld aan de Vlinderstichting, over de wel erg hoge meetwaarden in haar rapport. Deze landbouwjournalist kan (en wil) de meetwaarden in het rapport wél duiden, in tegenstelling tot u en uw collega-journalisten. Een deel van de meetwaarden die gevonden is door de Vlinderstichting, is onrealistische hoog. Wanneer die zouden kloppen, zou dat betekenen dat een boer met de veldspuit in de natuur aan het werk is geweest. Ja een boer, want de gevonden middelen mogen alleen door boeren worden toegepast. Aangezien dit onaannemelijk is, lijkt het meer een vergissing in de dataverwerking (bijvoorbeeld verwisseling van milligrammen met microgrammen). En precies die vraag heb ik gesteld aan de Vlinderstichting. Als landbouwjournalist is het mijn plicht om de meetwaarden te duiden – ze worden immers toegeschreven aan de landbouw – en opvallende waarden te checken. Heeft niets met lobby of wat ook te maken.  

Nog even de tijdlijn: de onderzoeker liet me op 7 augustus (ja, toen al) weten dat hij bedreigd is en daarom mijn vraag voorlopig niet te zullen beantwoorden. Die bedreiging vond dus plaats voordat ik publiceerde over de wel erg hoge waarden. Ik heb de onderzoeker sterkte gewenst want een bedreiging is afschuwelijk.  

NRC krijgt heel veel later lucht van de bedreiging en komt pas op 12 augustus met een groot artikel. Daarin past NRC gemakshalve de tijdlijn van de gebeurtenissen aan, om te kunnen suggereren dat er een grote agrarische lobbygroep achter de bedreiging zit: “Stichting Agrifacts, een club die, gefinancierd door grote landbouwbedrijven, lobby voert tegen […].” Hoe verzint NRC het toch! De feiten samengevat: één landbouwjournalist…. één kritische vraag….  een bedreiging die ervoor al plaatsvond….  en een NRC die dagenlang lag te slapen…

Meneer Brouwers, u construeert uw eigen verhaal, gebaseerd op verdachtmakingen en beeldvorming, maar bezijden de feiten. Terwijl u geen idee heeft van de data die de Vlinderstichting naar buiten bracht en daarin kennelijk ook niet geïnteresseerd bent. Een dergelijke opstelling is de journalistiek onwaardig.

Ik wil u vragen deze brief als ingezonden stuk te plaatsen in uw krant.

Deel via:

Vlinderstichting wilde te snel scoren met pesticidestudie

De Vlinderstichting bracht op maandag 4 augustus 2025 de eerste resultaten naar buiten van een studie naar pesticiden in Natura 2000 gebieden. De onderzoeker deed die ochtend bij Omroep Flevoland verslag van de pesticiden die waren aangetroffen in de Oostvaardersplassen. Dat legde de eerste misser bloot: natuurgebied Oostvaardersplassen ontbrak in het onderzoeksrapport.

Het rapport ‘Pesticiden in Natura2000 gebieden’ was overduidelijk haastwerk. Het bleef niet bij het vergeten van de Oostvaardersplassen alleen, er waren meer slordigheden. De Vlinderstichting wees journalisten ook expliciet op de Veluwe. In het middelpunt van de Veluwe waren maar liefst 13 verschillende middelen gevonden in de vegetatie. Pesticiden op planten kunnen schadelijk zijn voor vlinders. Het was misser twee. De middelen waren niet gevonden in de vegetatie, maar in de bodem.

Afbeelding. De Vlinderstichting communiceerde dat op de Veluwe nogal wat pesticiden waren aangetroffen in de vegetatie.

De Vlinderstichting besloot zaken aan te passen zonder er ruchtbaarheid aan te geven. Geruisloos werd het rapport op de website vervangen. Waar wetenschappelijk onderzoek melding maakt van doorgevoerde correcties in inmiddels gepubliceerde rapporten, gebeurde dat hier niet.

Erg hoge meetwaarden

De volgende die aanklopte met vragen over het rapport was de Agrifacts-redactie. De metingen van de Vlinderstichting weken op enkele punten nogal af van soortgelijke studies. Het viel op dat er hoofdzakelijk middelen waren gevonden die gebruikt worden in de land- en tuinbouw. Terwijl in andere onderzoeken ook stoffen met pesticidewerking worden gevonden uit bijvoorbeeld industrie en verbrandingsprocessen. Deze waren volgens de Vlinderstichting niet aangetroffen. Maar bovenal vielen de hoge concentraties pesticide op, die in sommige gebieden waren aangetroffen. Deze lagen vele malen hoger dan in soortgelijke studies in de afgelopen jaren. Waren hier milligrammen verward met microgrammen? Op de laatste vraag kwam geen antwoord.

De Vlinderstichting zou er verstandig aan doen het onderzoeksrapport offline te halen om het nog eens goed na te lopen op fouten. Ook al omdat in de gecorrigeerde versie fouten waren blijven staan.

Rapport niet meer online

Bovenstaande speelde zich af ruim voor de bedreiging van de onderzoeker. Dat de onderzoeker is bedreigd, zoals vorige week door de Staf-redactie werd toegevoegd aan het artikel en deze week breed in de pers te lezen is, is absoluut ontoelaatbaar. Echter, geen vragen meer beantwoorden over een rapport dat breed naar buiten is gecommuniceerd, het rapport niet meer terug online gaan plaatsen (citaat Vlinderstichting in media), oftewel de kwestie in de doofpot stoppen, is dat ook.

De Staf-redactie beschikt over zowel de aanvankelijke als de bijgestelde versie van het onderzoeksrapport van de Vlinderstichting.

Deel via:

Vlinderstichting vindt meer pesticide in natuur dan gemeten in landbouwbodems

De hoeveelheid pesticide die de Vlinderstichting in Natura 2000-gebieden heeft aangetroffen[1], is indrukwekkend. Het is veel meer dan gemeten wordt in reguliere landbouwbodems. Actiegroep Meten=Weten verrichte enkele jaren geleden metingen in landbouwbodems en vond in de meest ‘vervuilde’ bodem een gehalte van 1,4 mg/kg droge stof aan pesticide. De Vlinderstichting heeft onlangs veel hogere gehalten gemeten, in natuurgebieden nog wel. Tot wel 11,5 mg/kg in Mantingerzand (Dr).

Niet alleen in bodemmonsters treft de Vlinderstichting veel meer pesticide aan, ook in vegetatiemonsters is dat het geval. Meten=Weten neemt al langer monsters van de vegetatie in natuurgebieden. In 2019 en 2020 werd natuur in Drenthe, Groningen en Gelderland bemonsterd. Daarin werd gemiddeld 0,09 mg/kg droge stof aan pesticide gevonden. In Brabantse eikenbladeren (2024) werd iets meer aangetroffen, rond de 0,1 – tot 0,2 mg/kg met een enorme uitschieter van 1,6 mg/kg. Het gaat om geringe hoeveelheden.

Ook de Vlinderstichting spreekt over lage hoeveelheden. Maar presenteert ondertussen wel schrikbarend hoge gehalten aan pesticiden in natuurgebieden. In De Wieden (Ov) werd maar liefst 8,6 mg gevonden in een kilo verse struik. In de Loonse & Drunense Duinen (NBr) was het nog wat meer: 9,9 mg/kg en Borkeld, een klein natuurgebied in Overijssel op de Sallandse Heuvelrug, spant de kroon. Daar is de onwaarschijnlijk grote hoeveelheid van 67,6 mg/kg aan pesticide gevonden.

De hoge gehalten pesticide roepen vragen op over de werkwijze van de Vlinderstichting. De Vlinderstichting heeft nog niet gereageerd op de vraag of de gerapporteerde erg hoge concentraties kloppen.

Toevoeging 7 augustus: Vlinderstichting laat in een reactie alsnog weten voorlopig niet te zullen reageren. Het onderzoeksrapport is tijdelijk offline gehaald vanwege een ernstige bedreiging, aldus de stichting.

(Foto: Shutterstock / W. Verhagen)


[1] Pesticiden in Natura2000 gebieden; augustus 2025

Deel via:

Heide en bos verliezen zuur en vooral organische stof

Heide en bos op zandgronden kampen met te weinig zuur en in hogere mate organische stof. Dat blijkt uit bodemmonsters die in de winter van ’24/’25 zijn genomen in natuurgebieden. De bodemuitslagen zijn vergeleken met de referenties voor een goede kwaliteit heide- en bosbodems op zandgronden, opgesteld door onderzoekers van RIVM, WUR en Louis Bolk Instituut in 2008.[1]

Afgelopen winter nam de redactie van Staf bodemmonsters in natuurgebieden. In dit artikel kijken we naar de monsters die zijn genomen in heide- en bosgebieden op zandgronden in Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht en Noord-Brabant. Het gaat hier om 49 bemonsterde locaties. We kijken specifiek naar de zuurgraad (pH) en het organische stofgehalte. Organische stof is cruciaal voor de flora en fauna, en het bodemleven. Het zorgt voor voedingsstoffen en houdt vocht vast. In figuur 1 zijn de zuurgraad en het organische stofgehalte van de bemonsterde heide- en bosbodems weergegeven. Uit de metingen blijkt een correlatie tussen zuurgraad en organische stofgehalte. Hoe zuurder de bodem, hoe meer organische stof.

Figuur 1: Zuurgraad (pH) en organische stof percentage in 49 heide- en bosbodems op zandgronden.

Bodems minder zuur

Het RIVM stelde in 2008 samen met diverse kennisinstituten referenties op voor een goede biologische bodemkwaliteit, zowel voor landbouw- als natuurgronden. Er werden onder meer referenties opgesteld voor heide en bos op zandgronden. Dit gebeurde op basis van 30 bodemmonster in natuur met een goede bodemkwaliteit. Er werd destijds gekeken naar het bodemleven (zoals bacteriën, schimmels, wormen) en naar bodemeigenschappen als zuurgraad en organische stof. De onderzoekers stelden op basis van deze meetgegevens streefwaarden op.

Bij zowel heide als bos op zandgronden werd in 2008 een gemiddelde pH gemeten van respectievelijk 3.1 en 3.2 (pH-KCl). Dit komt overeen met een pH-CaCl2 van ongeveer 3.4 en 3.5. Deze zuurgraad is door de onderzoekers als referentiewaarde vastgesteld. In de bodemmonsters die afgelopen winter zijn genomen in heide en bos op zandgronden, werd een gemiddelde pH-CaCl2 gemeten van 3.8. Veel bodems zijn tegenwoordig beduidend minder zuur dan de kwaliteitsbodems in 2008. Dat bodems van bossen op zandgronden significant minder zuur zijn geworden, signaleerde het RIVM al in 2012 [2]. Heidebodems zijn niet meegenomen in dat onderzoek. Het RIVM vermoedde destijds dat de dalende depositie van verzurende stoffen mogelijk de reden was van het oplopen van de pH.

Bodems verliezen organische stof

Ernstiger is het gesteld met het organische stofgehalte. In 2008 werd nog een gemiddelde organische stofgehalte gevonden van 7.3% (heide) en 5.7% (bos), waarna de referentie door het RIVM werd vastgesteld op 6.8% voor heide en 4.5% voor bos. Het gemiddelde percentage in de bodemmonsters van afgelopen winter ligt bij heide op 3.0%. Bos zit op gemiddeld 4.5%. Met name in heidebodems ligt het organische stofgehalte fors lager dan in de kwaliteitsbodems van 2008. Volgens het RIVM wordt de zandgrond onder droge heide gekenmerkt door onvruchtbaarheid en een hoge zuurgraad (lage pH). De hoge zuurgraad bepaalt deels het hoge organische stofgehalte. In zure bodems breekt de organische stof trager af.

De significante afname van organische stof in bosbodems op zandgronden werd ook al in 2012 gesignaleerd, zo blijkt uit het RIVM-rapport van 2012 (heide is toen niet meegenomen). Helaas vermeldt het rapport geen oorzaak van het verlies van organische stof.

Minder zuur, minder organische stof

Bij het verzamelen van de monsters afgelopen winter, zijn waar mogelijk meer monsters genomen in één gebied: in de heide, het naastgelegen bos, in (ver)natte en droge percelen, alsmede in voormalige landbouwgrond. In figuur 2 zijn de bemonsterde bodems uitgesplitst naar vegetatietype en historie. De bosbodems blijken gemiddeld zuurder en bevatten meer organische stof dan de heidebodems. Onder de bodems met relatief minder organische stof en een hogere pH bevinden zich de voormalige landbouwgronden. Deze zijn in alle gevallen verschraald door de toplaag te verwijderen. Ook vernatte heide- en bosbodems zitten gemiddeld lager in organische stof en hoger in pH. Tot slot vinden we ook de jonge heide- en bosontwikkeling op zandverstuivingen in deze categorie. Ook hier minder organische stof en een hogere pH.

Vraag is of de organische stofafbraak het gevolg is van de oplopende pH, of dat de oplopende pH het gevolg is van organische stofafbraak. Dit moet nader worden uitgezocht.

Figuur 2: Bemonsterde bodems, uitgesplitst naar voormalige landbouwgrond, bos en heide. De referentiewaarden van 2008 voor pH en organische stof zijn in de grafiek gezet.

De beste natuurbodems

Een aantal heide- en bosbodems scoort goed, wanneer we uitgaan van de referentiewaarden van het RIVM-onderzoek in 2008. Deze bodems combineren een hoge zuurgraad met veel organische stof. Het gaat om:

  1. Wierdense veld (Overijssel)
  2. Laude (Groningen)
  3. Korenburgerveen (Gelderland)
  4. Utrechtse Heuvelrug
  5. Besseldersbos (Gelderland)
  6. Veluwe (diverse locaties)

Natuurbodem veel te zuur? Nee, vaak is het de meetmethode!

“De bodem is zo zuur als azijn”, hoor je nogal eens in de natuurwereld. Zonder dat erbij wordt vermeld met welke meetmethode de zuurgraad is vastgesteld. Sterker nog, men weet niet dat verschillende meetmethoden, verschillende uitkomsten geven. Bij het bepalen van de zuurgraad doet de meetmethode ertoe! In (matig) zure bodems ligt de pH-KCl al gauw een punt lager dan de pH-H2O. Een pH-KCL van 3.5 komt overeen met een pH-H2O van 4.5.

Veel maatlatten voor natuurtypen werken met een pH-H2O. Er staat bijvoorbeeld in dat de ideale pH-waarde voor een natuurtype tussen de 4.0 en 5.0 ligt. Als in de praktijk lagere waarden worden gemeten (bijvoorbeeld 3.0 en 3.5) dan is vaak de pH-KCL bepaald. De bodem is dan niet “veel te zuur”, maar prima in orde.


Meer artikelen in de pijplijn

Afgelopen winter werden 93 natuurbodems (bos, heide, schraal gras) bemonsterd. De resultaten laten zien dat natuurbodems zeer divers zijn. Momenteel wordt bodemverzuring door stikstof uitvergroot. De bodem zou tegenwoordig “zo zuur zijn als azijn” (pH rond 2.5). Geen enkel monster dat we namen, had deze lage pH. Het organische stofgehalte van natuurbodems wordt daarentegen onderbelicht, evenals een aantal andere aspecten, zoals de rol van (de depositie van) zware metalen en tekorten aan essentiële nutriënten.

Dit is het 1e artikel over bodemmonsters in natuurgebieden. In de komende maanden verschijnen meer artikelen, over andere aspecten van natuurbodems.


[1] Soil ecosystem profiling in the Netherlands with ten references for biological soil quality; RIVM Report 607604009/2008.

[2] De bodemkwaliteit in Nederland in 2006 – 2010 en de verandering ten opzichte van 1993-1997; RIVM-rapport 680718003/2012.

Deel via:

Actiegroep zet vervuiling natuur listig op conto bollenteelt

De onderzoeksrapporten van de Drentse actiegroep Meten = Weten zitten gewiekst in elkaar. Aangetroffen bestrijdingsmiddelen worden op listige wijze gekoppeld aan de landbouw en specifiek de bollenteelt. Zo worden stoffen uit andere bronnen dan de landbouw ‘gewoon’ gerelateerd aan akkerbouwpercelen. En inmiddels verboden middelen worden opnieuw meegeteld. Er wordt toegewerkt naar een gewenste uitkomst. Daarvoor oogstten de onderzoekers eerder al veel kritiek. Desondanks heeft Provincie Drenthe de rapporten opgenomen in haar nieuwe Natura 2000-beheerplan Holtingerveld.

Provincie Drenthe wil het gebruik van bestrijdingsmiddelen uit de landbouw rond Natura 2000 gebieden aan banden leggen. Dat blijkt uit het Natura 2000-beheerplan Holtingerveld (werkdocument) van dit voorjaar. De Provincie baseert zich daarbij op een aantal onderzoeksrapporten van de Drentse actiegroep Meten = Weten.

Meten = Weten nam op 5 september 2019 vier vegetatiemonsters in het Uffelterveen, dat deel uitmaakt van N2000-gebied Holtingerveld. Daarin werd een scala aan bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Ook in drie andere Drentse natuurgebieden werden toentertijd monsters genomen, waarin eveneens bestrijdingsmiddelen werden gevonden. Doch, Holtingerveld spande de kroon, daar werden de hoogste concentraties gemeten. De beoordeling van de monsteranalyses werd gedaan door de onderzoekers Margriet Mantingh (Mantingh Environment and Pesticides) en Jelmer Buijs (Buijs Agro-Services). Het onderzoek vond plaats op verzoek van Natuurmonumenten.

Discutabele onderzoeksmethode

Op de analyses van Mantingh en Buijs is veel aan te merken. Zij telden de gevonden concentraties van alle bestrijdingsmiddelen bij elkaar op en relateerden deze aan de afstand tot akkerbouwpercelen. De onderzoekers kwamen tot de slotsom dat de totaal-concentraties hoger waren op meetlocaties die dichter bij akkerbouwpercelen liggen. Daarmee suggereerden zij dat een aanzienlijk deel van de bestrijdingsmiddelen in de natuur afkomstig zou zijn van aangrenzende akkerbouwpercelen.

De metingen in de Drentse natuurgebieden kregen in 2020 veel media-aandacht. En vervolgens kritiek nadat de Staf-redactie ontdekte dat de onderzoekers allerhande stoffen die niet uit de landbouw afkomstig zijn, tóch relateerden aan de landbouw. Het Staf-artikel ‘Natuurmonumenten ziet uitlaatgassen aan voor pesticiden landbouw’ leidde ertoe dat ook het RIVM zich boog over de bevindingen van het viertal (Mantingh, Buijs, Natuurmonumenten en Meten = Weten).

Het RIVM constateerde, net als Staf, dat er nogal wat stoffen waren gevonden uit andere bronnen dan de landbouw, zoals de industrie en particulier gebruik. In het Holtingerveld werden bijvoorbeeld relatief hoge concentraties DEET gevonden, een consumentenproduct tegen insecten. Volgens het RIVM is DEET mogelijk in de monsters terechtgekomen via behandelde huid van een monsternemer.

Veel komt niet uit de landbouw

Wanneer we de werkwijze van Mantingh en Buijs hanteren (gevonden concentraties bij elkaar tellen), dan blijkt dat zo’n 10% van de gemeten concentraties in het Holtingerveld toegeschreven kunnen worden aan de hedendaagse landbouw. Veruit het grootste deel is afkomstig uit andere bronnen. Ook (al langer) verboden middelen worden door Mantingh en Buijs gelinkt aan de huidige landbouw. In onderstaande figuur is de herkomst van de gevonden concentratie pesticiden uitgesplitst naar bron.

Figuur. Herkomst bestrijdingsmiddelen in het Uffelterveen (N2000 Holtingerveld) op vier meetlocaties.  

Het RIVM concludeerde in 2020, net als Staf, dat er geen trend is te zien in de gehalten aan bestrijdingsmiddelen in de natuur en de afstand tot landbouwgebied: “Dit is een aanwijzing dat de aanwezigheid van de stoffen niet het gevolg is van drift vanuit nabij gelegen velden of puntbronnen, maar dat ze in de natuurgebieden terechtgekomen zijn gekomen via depositie uit de lucht”.

Listige herpublicatie in 2022

In 2022 komt actiegroep Meten = Weten met een nieuw rapport: ‘Onderzoek verspreiding bestrijdingsmiddelen in Drenthe en omstreken’. In dat rapport wordt de beschuldigende vinger gelegd bij de bollenteelt in de omgeving van N2000-gebieden. Opvallend is dat hiervoor dezelfde metingen van 2019 zijn gebruikt. De relatief hoge concentraties in het Holtingerveld zouden deze keer verklaard kunnen worden door de nabijheid van onder meer bloembollenvelden. De onderzoekers wijden geen woord aan de eerdere kritiek van het RIVM en de werkelijke oorzaak van de hoge concentraties in het Holtingerveld: het consumentenproduct DEET waarvan de bron mogelijk bij de monsternemer moet worden gezocht. En difenyl, een stof die vrijkomt bij de verbranding van (motor)brandstoffen.

Provincie haalt rapporten Meten = Weten uit Natuurbeheerplan

Staf legt bovenstaande bevindingen voor aan Provincie Drenthe. En wil weten waarom de Provincie de rammelende rapporten van Meten = Weten opvoert in het nieuwe Natuurbeheerplan voor Holtingerveld. De Provincie geeft aan dat het beheerplan nog een werkversie betreft en de verwijzingen naar de rapporten van Meten = Weten uit de definitieve versie worden verwijderd. Daarvoor in de plaats komt er een verwijzing naar de beleidsnotitie lelieteelt 2025 – 2028. Deze is gebaseerd op de uitspraak van de Raad van State van 2 april 2025. De zaak was aangespannen door Vereniging Milieudefensie Amsterdam in samenspraak met Meten = Weten. Inzet was een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt vanwege schade aan de natuur in het Holtingerveld.

De Raad van State besliste dat op basis van wat nu bekend is, niet kan worden uitgesloten dat gebruikte middelen negatieve gevolgen hebben op Natura 2000-gebieden. Nader onderzoek is nodig. Tot die tijd moeten lelietelers een natuurvergunning aanvragen bij de Provincie.

Meten met twee maten

Het onderzoek van Meten = Weten laat zien dat er veel partijen zijn die emissies van bestrijdingsmiddelen naar natuurgebieden kunnen veroorzaken: landbouw, industrie en particulieren/consumenten. Het is nog onbekend of voor alle gebruikers dezelfde regels gaan gelden.

(Foto: Shutterstock)

Deel via:

Natura 2000 Haaksbergerveen: experiment met boer als inzet

Provincie Overijssel wil actief hoogveen ontwikkelen bij Natura 2000-gebied Haaksbergerveen. Of dat bij dit complexe gebied ook gaat lukken is hoogst onzeker, met als inzet boeren en bewoners rond het veen. Boeren vrezen voor wateroverlast en einde van hun bedrijf. De sociaal economische gevolgen zijn (nog) onduidelijk.

De Bestuurlijke Advies Groep (BAG) – met onder andere natuurorganisaties, waterschappen en LTO – kijkt naar maatregelen buiten het Natura 2000-gebied Haaksbergerveen. Doel is behoud en uitbreiding van onder andere actief hoogveen. Uitgangspunt vormt een conceptnotitie van de Bosgroepen. Het concept van maart 2024 wordt in dit artikel gebruikt; de versie van eind vorig jaar wil Gerko Hopster, uitvoerder namens provincie Overijssel, (nog) niet vrijgeven. Er wordt gewerkt aan een rapportage waarin, naast de notitie, onderzoeken en analyses worden meegenomen en het grondwatermodel verbeterd. Boeren en bewoners in het gebied voelen zich gepasseerd bij de totstandkoming en willen meer invloed in de BAG.

Het artikel verscheen in het STAF-blad van juni 2025. Het is hieronder te downloaden.

Deel via:

Kamsalamander verdwijnt door nalatig natuurbeheer

Het leefgebied van de kamsalamander in N2000-gebied de Leemkuilen (NBr) kampt met achterstallig onderhoud. Verschillende vennetjes hebben meer weg van bos, zo blijkt uit een veldcheck door de Staf redactie. Ook invasieve exoten, zoals de watercrassula, tieren er welig. Aanleiding van het veldbezoek zijn de plannen van Provincie Noord-Brabant om een vernatte zone in te richten buiten het gebied, voor onder meer de kamsalamander.

Op 8 mei 2025 brengt Staf een bezoek aan de Leemkuilen. Aanleiding is het gebiedsproces dat hier loopt, waarbij landbouwgrond moet worden vernat en ingericht voor met name de kamsalamander. Het beestje zit in de Leemkuilen te geïsoleerd en moet vanuit dit gebied kunnen migreren naar natuurgebied verderop. Met name boomtelers en tuinders moeten ervoor wijken. Het beestje wordt vertroeteld in Noord-Brabant, of toch niet?

Het artikel verscheen in het STAF-blad van juni 2025. Download het artikel hier:

Deel via:

N2000 Essenhakhoutbos verdroogt niet, maar verzuipt

Volgens de Bosgroepen verdroogt het essenhakhoutbos van Oud-Kolland (U). En die verdroging heeft weer tot gevolg dat de bosbodem verzuurt. De Bosgroepen wil dat het waterpeil in het bos omhoog gaat. Die plannen zullen leiden tot wateroverlast in aangrenzende agrarische percelen. Uit een gebiedscheck blijkt echter dat het essenhakhoutbos niet verdroogt, maar verzuipt. En uit bodemmonsters die Staf neemt in het gebied, blijkt die verzuring niet.

Begin april 2025 brengt de Staf-redactie een bezoek aan het essenhakhoutbos Oud-Kolland in de provincie Utrecht. Het is een zonnige dag en het heeft al enkele maanden nauwelijks geregend. Toch staat het water in de bosgreppel hoog (zie foto). Dat is ook te verwachten, aangezien in dit bos veel kwelwater omhoog komt. Oud-Kolland ligt namelijk direct achter de Lekdijk en niet ver van de Utrechtse Heuvelrug. Water uit de rivier de Nederrijn, die verderop overgaat in de Lek, kwelt onder de dijk door.

Verwaarloosd

Het essenhakhoutbos oogt sterk verwaarloosd. De essen zijn duidelijk al vele jaren niet meer geknot. Dat wordt bevestigd door een buurtbewoner. De laatste hakbeurt zou enkele decennia geleden hebben plaatsgevonden. Vroeger werden de essen regelmatig geknot. Het hakhout werd gebruikt voor onder meer de stelen van gereedschap. Tussen de iets hoger liggende akkers met essen liggen ondiepe laagtes, een soort greppels. Als die goed worden onderhouden voeren ze het overtollige kwelwater oppervlakkig af. Die greppels werden vroeger iedere winter schoongemaakt, vertelt de buurtbewoner. Maar ook dat gebeurt al jaren niet meer waardoor er vernatting is opgetreden in de vorm van hogere grondwaterstanden en inundatie (de grond komt blank te staan). De ooit zo overzichtelijke akkers met essenstoven zijn verworden tot een ondoordringbaar woud met manshoge braamstruiken.

Lees verder

Dit artikel verschijnt in het STAF-blad van medio juni 2025. Het artikel is hieronder te downloaden.

Deel via:

Hond kan leven met vegadieet, kat niet

In de discussie over klimaat, duurzaamheid en vleesconsumptie blijft één groep vaak buiten beeld:
huisdieren. Terwijl er veel aandacht is voor het verminderen van vlees in het menselijk dieet, staan de
eetgewoonten van honden en katten zelden ter discussie. Toch eten zij in veel gevallen juist vleesrijke
voeding, wat ook bijdraagt aan het gebruik van landbouwgrond en andere milieuproblemen. Maar
kunnen huisdieren eigenlijk wel zonder vlees? In een recente uitzending van Human werd gesteld dat
honden rustig vegetariërs kunnen worden.

Uit onderzoek van Wageningen University & Research blijkt dat honden, katten en paarden in Nederland samen verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijk landgebruik: ongeveer 840.000 hectare, bijna de helft van alle agrarische grond in Nederland. Voor een gemiddelde hond is jaarlijks zo’n 2.000 m² grond nodig, voor een kat 1.000 m², en voor een paard 3.400 m². Waar paarden grotendeels plantaardig eten, bestaat de voeding van honden en katten voor een belangrijk deel uit dierlijke producten.

Honden

In een uitzending van Human op 29 april 2025 werd gesteld dat honden prima op vegetarisch voer kunnen leven. Onderzoek ondersteunt deze claim gedeeltelijk. Honden zijn van nature alleseters (omnivoren) en kunnen, net als mensen, plantaardige voeding verteren – mits deze voldoende van bepaalde essentiële voedingsstoffen bevat. Honden hebben onder andere eiwitten, specifieke aminozuren (zoals taurine en methionine), vetzuren (zoals DHA) en vitamines A, B12 en D nodig. Deze stoffen zitten van nature vooral in dierlijke producten.
Er zijn inmiddels meerdere onderzoeken gedaan – al dan niet gefinancierd door pro-vega organisaties – waarin vegetarisch voer wordt vergeleken met traditioneel voer. Uit deze studies blijkt dat honden geen vlees nodig hebben, mits het vegetarische voer uitgebalanceerd en aangevuld is met supplementen. Toch zijn er belangrijke kanttekeningen. Honden die ‘met de pot mee-eten’ lopen risico op voedingstekorten, tenzij hun dieet wordt aangevuld met supplementen. Ook wordt aangeraden om honden die overstappen op vegetarisch voer regelmatig medisch te laten controleren – zeker in het eerste jaar. Verder moet de overgang geleidelijk verlopen, omdat plantaardige voeding moeilijker verteerbaar is dan vlees.

Katten

Voor katten ligt de situatie anders. Katten zijn obligate carnivoren: zij hebben vlees nodig om te overleven. Essentiële stoffen zoals taurine, retinol (vitamine A) en arachidonzuur komen alleen of vooral in dierlijk weefsel voor. Hoewel er veganistische kattenvoeding bestaat waarin deze stoffen synthetisch zijn toegevoegd, blijft voorzichtigheid geboden.
Een plantaardig dieet bij katten kan namelijk leiden tot een hogere pH-waarde in de urine. Hierdoor neemt het risico op urinewegproblemen, zoals blaas- en nierstenen, toe. Ondanks synthetische toevoegingen is het vooralsnog niet veilig te stellen dat katten gezond kunnen blijven op een vegetarisch dieet. De conclusie is dan ook helder: katten kunnen niet zonder vlees.

Conclusies

De voeding van huisdieren is een onderbelicht onderdeel van de bredere duurzaamheidsdiscussie. Hoewel honden onder strikte voorwaarden kunnen leven op een vegetarisch dieet, geldt dit niet voor katten. De keuze voor vegetarisch voer vereist zorgvuldigheid, kennis en medische begeleiding. Zeker bij katten is het advies duidelijk: vlees blijft essentieel.

Download het artikel

Dit artikel verschijnt ook in het STAF-blad van juni 2025. Download het artikel hieronder. (Foto: Shutterstock).

Deel via: