In de winter van 2024 / 2025 werden bodemmonsters genomen in 27 natuurgebieden, overwegend op de zandgronden. De monsters zijn genomen door journalisten van Staf. De monsters zijn onderzocht door Eurofins op vele relevante voedingsstoffen en bodemeigenschappen. Onderzoekers van Eurofins hebben de uitkomsten verwerkt tot een publicatie in Vakblad Bodem, een semi-wetenschappelijk tijdschrift. Deze publicatie liet enige tijd op zich wachten, vanwege de vervaardiging van het artikel, alsmede de review door dit tijdschrift. Begin juni is het artikel gepubliceerd.

Lijden natuurbodems aan tekorten aan voedingsstoffen die noodzakelijk zijn voor de fauna en flora? Dit is één van de vragen die we wilden beantwoorden. De monsters zijn overwegend genomen op de zure, arme zandgronden. Daarnaast is ook een beperkt aantal andere gebieden bemonsterd: zandgronden in duingebieden, en natuur op rijkere gronden. De arme zandgronden worden van nature gekenmerkt door een lage pH en een beperkte nutriëntenvoorraad.
Dit onderzoek betreft een eerste verkenning. Hoewel 92 monsters een waardevolle dataset vormen, is de steekproef niet representatief genoeg om robuuste uitspraken te doen over alle Nederlandse bos- en natuurgebieden.

Veel voedingsstoffen zeer beperkt aanwezig

Opvallend is dat veel natuurbodems zeer lage gehalten aan plantopneembare voedingsstoffen laten zien. Het nitraatgehalte ligt op 60% van de meetlocaties onder de rapportagegrens. Dit betekent dat de concentratie te laag is om deze betrouwbaar te meten. Het is onbekend wat de reden is van het lage nitraatgehalte. Een mogelijkheid is dat de nitrificatie wordt geremd door de lage pH, of de nitraat is opgenomen door de bodem en vegetatie, en/of de nitraat is uitgespoeld.

Ook het fosfaatgehalte is in 74% van de bodems zeer laag (beneden de rapportagegrens). Borium is zelfs in veel Nederlandse bos- en natuurgronden nauwelijks beschikbaar. Borium is echter essentieel voor celwandvorming, wortelontwikkeling en voortplanting bij planten. Datzelfde geldt voor molybdeen. In 92% van de bodems was er zo weinig molybdeen aanwezig, dat dit niet kon worden aangetoond. Molybdeen is een essentiële cofactor voor de vorming van enzymen die betrokken zijn bij de stikstofcyclus; deze helpt de inbouw van stikstof als eiwit in de vegetatie.

In de onderzochte bos- en natuurgronden blijkt de actuele calcium-beschikbaarheid eveneens laag te zijn.

Betekenis resultaten

De onderzoekers constateren dat tot nu toe de groep micronutriënten en bio beschikbare (zware) metalen, vaak buiten de landbouw- en natuurmonitoring vielen. Daardoor is er geen volledig beeld van de kwaliteit van natuurbodems. De onderzoekers adviseren onderbouwde streefwaarden op te stellen voor bodemgezondheidsindicatoren op basis van regionale referenties en ecologische functies. Wanneer ook gewasanalyses worden gedaan, kunnen relaties tussen bodemgezondheid en vegetatieconditie beter worden begrepen. Met bodemgezondheidsmetingen die in lijn liggen met de EU Soil Monitoring Law kunnen trends en herstelprocessen worden gemonitord. Dergelijke bodembemonsteringen kosten 220 euro per stuk, wat een relatief goedkope methode is.

Toelichting op resultaten

De onderzoekers zijn voornemens aan het einde van het zomerreces (eind augustus) een toelichting te geven op de resultaten en vragen te beantwoorden. De datum en locatie worden binnenkort bekend gemaakt.

Rapporten downloaden

Rapport 1: Bodemgezondheid onder de loep. Inzichten in de brede bodemgezondheid van 27 bos- en natuurgebieden in Nederland.

Rapport 2: De bodemgezondheid van 27 natuurgebieden. De resultaten per bemonsterde locatie.

Deel via: