Politiek, natuurorganisaties en media schermen er voortdurend mee: met natuurinclusief boeren in en rond Natura 2000-gebieden kan een prima boterham worden verdiend. Kijk maar, het kan wèl! Een deel van deze boeren wordt momenteel bedolven onder de subsidies. Het gaat bij een groep extensieve veehouders om tonnen per jaar. Hoe kan dit?   

Landbouwminister Jaimi van Essen draagt het uit in interviews. Boeren rond stikstofgevoelige natuurgebieden kunnen overstappen op biologisch, een voedselbos of een andere vorm van extensieve landbouw. Daarmee valt een belegde boterham te verdienen. In de afgelopen jaren werden enkele subsidieregelingen geopend om boeren rond Natura 2000-gebieden financieel te ondersteunen bij het extensiveren. Als we kijken bij wie deze meerjarige subsidies momenteel terechtkomen, dan valt op dat een selecte groep van vooral biologische melkveehouders momenteel tonnen per jaar aan subsidie krijgt. Natuurorganisaties en overheden spelen een belangrijke rol in het bevoordelen van deze groep boeren.

Tonnen aan subsidie

Met name de subsidieregeling Extensivering in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden[1] blijkt interessant. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet met meer partijen worden samengewerkt (bijvoorbeeld boer en natuurorganisatie, of minimaal twee boeren) en er moet ten minste 200 hectare grond in beheer zijn. De jaarlijkse subsidies lopen op tot 2.430 euro per hectare voor melkveebedrijven en 3.130 euro per hectare voor akkerbouwbedrijven. We zien in het subsidieregister van RVO dat met name biologische melkveehouders met veel grond in beheer, tonnen aan subsidie per jaar ontvangen. De subsidie geldt voor vier jaar. Wanneer de boer bijvoorbeeld 100 hectare natuurgrasland pacht van een natuurorganisatie, levert dat in deze periode bijna een miljoen euro aan subsidie op. Samenwerken met een natuurorganisatie loont dus.

Gunning natuurgronden

Natuurinclusieve, biologische boeren worden door overheid en politiek neergezet als voorbeeldboeren. Deze boeren verschijnen in de media en hun samenwerking met natuurorganisaties wordt geroemd. Deze boeren laten zien dat er naast een Natura 2000-gebied uitstekend een boterham kan worden verdiend. Kijk maar, het kan wèl! Er worden geen vragen gesteld over de wel erg royale subsidies die sommige boeren ontvangen.

Rondom Natura 2000-gebieden zijn in de afgelopen decennia relatief veel landbouwgronden opgekocht voor natuur of extensief beheer. Deze gronden zijn thans eigendom van overheid of natuurorganisatie. De nieuwe grondeigenaren bepalen wie deze gronden mogen pachten en wie niet. Gronden van de overheid, inclusief Staatsbosbeheer, worden tegenwoordig verpacht aan de hoogste bieder. Maar… niet het hoogste bod in euro’s telt, maar het hoogste bod in punten. Biologische boeren en boeren met natuurervaring krijgen vaak zoveel extra punten, dat de kavels onbereikbaar zijn voor gangbare boeren.

Goudmijn

Natuurmonumenten verpacht zo’n 25.000 hectare natuurgebied, veelal aan boeren. Bij Staatsbosbeheer gaat het om ongeveer 40.000 ha natuurgrond. Staatsbosbeheer zegt een gemiddelde pachtprijs van 190 euro/hectare per jaar te hanteren. Vanuit de praktijk zijn ook pachtgelden van 1.000 euro per hectare bekend, maar ook van 0 euro.

In de praktijk zien we dat gangbare boeren die decennialang het beheer hadden over de natuurgrond, bij aflopen van het pachtcontract opzij worden gezet door een hogere bieder. Een hogere bieder in puntenaantal, doorgaans een biologische, natuurinclusieve boer. Overheden en natuurorganisaties willen hún voorbeeldboeren op hun gronden; gronden waarvoor goudgerande subsidies kunnen worden verkregen.

Extensieve boeren die verder van de natuur afzitten, hebben het nakijken. Zij komen niet voor deze subsidie in aanmerking. Ontstaat hier geen oneerlijke marktpositie? “Bij het opstellen van de regeling is bewust gekozen voor openstelling in de overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden, omdat juist daar de opgave voor extensivering het grootst is. Van boeren in de nabijheid van Natura 2000-gebieden wordt de komende jaren juist meer gevraagd dan van andere agrariërs. De regeling biedt daarom geen voordeel, maar is bedoeld om deze extra opgave te ondersteunen en de overgang naar een meer extensieve bedrijfsvoering mogelijk te maken.”, aldus de woordvoerder van landbouwminister Van Essen.

Deze redenatie van het ministerie van LVVN is bezijden de praktijk. Wageningen UR heeft de hoogte van de hectare-subsidies vastgesteld, in opdracht van LVVN. Deze is berekend op basis van een gemiddeld bedrijf met 121 melkkoeien op 60 hectare grond. De subsidie staat gelijk aan de gederfde inkomsten wanneer de veestapel min of meer wordt gehalveerd. Wageningen heeft geen berekening gemaakt voor de gederfde inkomsten van bedrijven die al extensief zijn en die een relatief groot areaal natuurgrond pachten van natuurorganisaties of een overheid. Op deze bedrijven is minimaal sprake van gederfde inkomsten. Het RVO-subsidieregister laat zien waar de euro’s van deze subsidieregeling thans terechtkomen. De grote sommen geld gaan vooral naar extensieve bedrijven met veel (natuur)gronden. Terwijl de subsidie was bedoeld voor de gemiddelde gangbare boer, om deze te verleiden tot het extensiveren van zijn/haar bedrijf.


[1] https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/samenwerking-veenweide-natura-2000/categorie-3-extensivering

Deel via: