Aan de Nederlandse kant van de grens ligt de heide er bedroevend bij, aan de Duitse kant is die kerngezond. Dat blijkt uit de natuurdata die Nederland[1] en Duitsland[2] onlangs aanleverden bij de Europese Commissie. Het contrast in natuurkwaliteit kan nauwelijks groter zijn. Stikstof maakt niet het verschil, de berekende stikstofneerslag is aan weerszijden van de grens ongeveer gelijk. Wat doen de Duitsers beter?
Een jaar of vijf geleden viel het al op: op de kaart van de Europese Commissie kleurt de Nederlandse heide rood en de aangrenzende Duitse heide groen (zie afbeelding). Het gaat in beide gevallen om heide (habitattype 4030) in het Atlantische deel van Europa. Daar valt Nederland onder en ook het aangrenzende noordwesten van Duitsland. Er werden in 2021 Kamervragen over gesteld[3]. Carola Schouten, toenmalig minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, hield het erop dat de Duitse monitoring niet deugde. “Duitsland heeft de lat voor de gunstige referentiewaarden en voor de beoordeling van de kwaliteit lager gelegd dan Nederland en de aanbevelingen van de Europese Commissie.” Volgens Schouten zouden de Duitsers hun rapportage aanpassen, waarna de heidevelden er aan weerzijden van de grens even slecht bij zouden liggen.
Schouten krijgt nu ongelijk. Onlangs stuurde Duitsland haar nieuwe natuurrapportage naar Brussel. Daaruit blijkt dat de heide in het Atlantische deel van Duitsland wederom de beste natuurscore haalt. Ook Nederland leverde haar zogenaamde artikel 17-databestanden in. In ons land staat de heide er onverminderd slecht op.
Militair beheer Duitsland
Wat verklaart het Duitse succes? Deze keer heeft Duitsland de reden meegestuurd naar Brussel: “Militair gebruik en terreinbeheer hebben overwegend een positieve invloed op de specifieke structuren en functies van dit habitattype.” Duitsland heeft ruim 70 procent van haar militaire oefenterrein – hoofdzakelijk gelegen in heidelandschappen – aangewezen als Natura 2000-gebied. Dit vanwege de hoge natuurwaarden in deze terreinen. De militaire oefeningen en het bijbehorende terreinbeheer zorgen voor de bodemverstoringen die heide nodig heeft. De open en omgewoelde plekken zijn geliefd bij talrijke dieren en planten. Bedreigde vogelsoorten, zoals de graspieper, de boomleeuwerik, de hop en de nachtzwaluw, evenals insectensoorten zoals de heidesprinkhaan, de zandloopkever en loopkevers, profiteren hier van het speciale beheer. Dat geldt ook voor de zandhagedis en de gladde slang.
Volgens Duitsland zijn militaire oefenterreinen van grote waarde voor de instandhouding van droge heiden, zandheiden en droge zandgraslanden. Het verdwijnen van militairen uit heideterreinen wordt door onze oosterburen genoemd als een belangrijke risicofactor voor een goede staat van instandhouding.
Defensieterreinen Nederland
Nederland wees vooral terreinen aan van natuurorganisaties als Natura 2000. Er zijn slechts enkele (delen van) defensieterreinen aangewezen, ondanks dat hier ook in ons land hoge natuurwaarden zijn te vinden. De Rijksoverheid schrijft hierover op haar website: “Op Defensieterreinen is veel bijzondere natuur. Bijvoorbeeld kruikmos, valkruid, kleinere broedvogels en de kleine wrattenbijter (een sprinkhaan). Door de bijzondere omstandigheden op oefenterreinen komen deze soorten daar juist voor.”
Verschil in beoordeling kwaliteit
Niet alleen het beheer van de heideterreinen is verschillend, ook de wijze waarop Nederland en Duitsland de heidekwaliteit beoordelen is ongelijk. Nederland kijkt vooral naar het aantal karakteristieke soorten in de heidevelden. Het gaat dan om (bijzondere) soorten planten, insecten, vlinders en vogels. Nederland constateert dat hun aantallen gemiddeld steeds verder afnemen.
Duitsland kijkt op de eerste plaats naar de heide zelf[4]. Alle vier de ontwikkelstadia moeten als een mozaïek te zien zijn in het veld. Een goede kwaliteit toont zich als een lappendeken van de pioniersfase (0-6 jaar: schaarse begroeiing met grote diversiteit aan andere planten), vestigingsfase (7-15 jaar: heide vormt gesloten tapijt, de bloei is op zijn hoogtepunt), volwassenfase (16-25 jaar: heide bereikt maximale hoogte, de veroudering vangt aan), aftakelfase (>25 jaar: de stengels sterven vanuit het midden van de plant af, waardoor ruimte ontstaat voor mossen en korstmossen).
De heide moet volgens de Duitsers voortdurend worden verstoord om >50% van de heideplanten in de eerste drie stadia te behouden. Dat geeft de grootste biodiversiteit. Gebruik door militairen blijkt in de praktijk een goede vorm van beheer te zijn.
[1] https://www.natura2000.nl/rapportage-vogel-en-habitatrichtlijn
[2] Nationaler Bericht nach Art. 17 FFH-Richtlinie (2025), Teil Lebensraumtypen (Teil D). Lrt: 4030: Trockene Heiden, ATL: Atlantische Region.
[3] Eerste Kamer der Staten-Generaal, Vergaderjaar 2020–2021, Wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering), Nadere memorie van antwoord, ontvangen 19 februari 2021.
[4] Kriterien für die bewertung des Erhaltungszustandes LRT Trockene europäisische Heiden (4030)
