Ulvenhoutse bos: stikstof amper issue, hondenverbod onnodig

Staatsbosbeheer wil honden weren uit het Ulvenhoutse bos (NBr). Vanwege stikstof. Vanaf komende zomer zijn deze viervoeters niet meer toegestaan in een deel van het bos en op den duur wordt het hele bos gesloten voor honden. Merkwaardig is dat stikstof nauwelijks een rol speelt in dit bos. Dat rapporteerden de Nederlandse autoriteiten aan Brussel. Het bosbeheer is een groter punt van zorg. 

Op een zonnige dag in februari brengt de Staf-redactie een bezoek aan het Ulvenhoutse bos. Dit N2000-gebied ligt tussen Breda en Ulvenhout. De auto kan midden in het bos worden geparkeerd, in habitattype H9120 (beuken-eikenbossen met hulst). “Maar niet lang meer”, zegt een wandelaar met hond. “Honden worden hier straks geweerd, en auto’s ook.”

Volgens Staatsbosbeheer lijdt de kwetsbare natuur hier aan een teveel aan stikstof. Het gebied wordt door veehouderijen en omliggende snelwegen al zwaar belast. Daar kan geen stikstof uit hondenpoep en urine meer bij. Volgens Staatsbosbeheer, de beheerder van het bos, is de impact van hondenpoep en -plas fors. Het zou jaarlijks gaan om zo’n 14.000 kilo poep (ruim 230 kruiwagens) en 25.000 liter plas.

‘Stikstof lage drukfactor’

De grootste bedreigingen van het bos zijn volgens Staatsbosbeheer, naast stikstof, ook verdroging. Ook recreatie is een belangrijke factor. De rapportage over dit bosgebied die Nederland naar de Europese Commissie stuurde, geeft een wat ander verhaal.

De lidstaten zijn verplicht om periodiek verslag te doen aan de Europese Commissie over de stand van zaken in de individuele Natura 2000 gebieden. Daarbij moet onder meer worden aangegeven wat de grootste bedreigingen en drukfactoren. De Nederlandse rapportages zijn opgesteld door wetenschappers van Wageningen UR en enkel verkrijgbaar bij de Europese Commissie.

De rapportage over het Ulvenhoutse bos vermeldt dat stikstof een ‘lage’ drukfactor vormt. En dus geen ‘grote’, zoals Staatsbosbeheer de hondenbezitters wil laten geloven. De wijze waarop het bos wordt beheerd – ‘forest replanting’ – is een grotere zorg. Wat er precies wordt bedoeld met ‘forest replanting’ – gebrek aan aanplant of verkeerde aanplant – vermeldt de Brusselse rapportage niet.

Ook de waterwinningen zijn een ‘medium’ drukfactor. Er liggen drie drinkwaterwinningen in de buurt van het Ulvenhoutse Bos: Ginneken, Prinsenbosch en Dorst. Deze zorgen voor een daling van de waterstanden van 10 tot ruim 25 cm.

Reactie Staatsbosbeheer

Waarom is stikstof volgens Staatsbosbeheer een groot probleem, terwijl Wageningse onderzoekers aan Brussel rapporteerden dat stikstof weinig rol van betekenis speelt? En wat gaat er mis met het bosbeheer?

Volgens de woordvoerder van Staatsbosbeheer is de stikstofneerslag volgens Aerius Monitor veel hoger dan wat het bos aankan. “Daardoor hebben de planten in het bos het moeilijk. In het gebiedsproces zijn daarom alle stikstofbronnen in beeld gebracht om te onderzoeken in welke mate lokale maatregelen kunnen helpen om de belasting terug te dringen.” (Het Aerius-rekenmodel is ongeschikt voor gebruik op lokale schaal. De onzekerheden zijn te groot, red.)

De bosbeheerder is ook aan de slag gegaan met de verdroging van het bos. “We namen de afgelopen jaren al veel maatregelen om de waterhuishouding te herstellen. Die is nu grotendeels op orde. Gelukkig zien we voorzichtige vooruitgang door de beheermaatregelen die we treffen.”

Over wat er mis gaat met het beheer kan Staatsbosbeheer niks zeggen. De natuurbeheerder kent de rapportage aan de Europese Commissie niet en raadt aan contact op te nemen met de opsteller.

Extra grond voor extra bos

Staatsbosbeheer en Provincie Noord-Brabant hebben plannen met het Ulvenhoutse bos. “Onze ambitie is dat er een groot losloopgebied terugkomt, buiten het beschermde Natura2000-gebied. Een belangrijk onderdeel van het gebiedsplan is namelijk de aanleg van nieuwe groene gebieden aan de randen van het bos. Deze gebieden dienen als buffer voor de kwetsbare natuur in het bos. Daarmee ontstaat ruimte voor een nieuw hondenlosloopgebied.”

Ook in het N2000-gebied blijven honden welkom. “Je kunt straks nog steeds met je hond een mooie grote ronde wandelen. Alleen dan wel aangelijnd en de poep moet je opruimen. Tevens blijft er een klein deel van het bos beschikbaar als losloopgebied.”

Deel via:

UPLG-avond in Wilnis: focus op water en memorandum Bakker

De avond van LTO Noord over het UPLG in Wilnis op 28 januari 2026 was druk bezocht. Tijdens deze avond was er veel aandacht voor de waterkwaliteit en het zojuist verschenen memorandum van de Utrechtse gedeputeerde Bakker over dit onderwerp. Staf is gevraagd een presentatie te verzorgen. Deze is hieronder te downloaden.

Goed nieuws

Het UPLG heeft een forse wateropgave neergelegd in Noordwest-Utrecht. Vooral de fosfornormen worden niet gehaald. Omdat er gebruik is gemaakt van de gegevens in 2024, ligt hier de oude bronnenanalyse onder. In een bronnenanalyse staat welke bron welk aandeel heeft in de vervuiling. Volgens de oude analyse heeft de landbouw een flink aandeel. Medio 2025 verscheen een nieuwe bronnenanalyse, waaruit blijkt dat de achtergrondconcentratie (waar de landbouw niks aan kan doen) hoger is dan gedacht. En het aandeel nutriënten dat uit de landbouw komt, lager. Er zijn complimenten voor waterschap Amstel, Gooi en Vecht voor het laten uitvoeren van de bronnenanalyse. Een bestuurder van dit schap bevestigt dat onder het UPLG de oude gegevens liggen. Provincie Utrecht heeft inmiddels bevestigd dat het aandeel van de landbouw in dit gebied klein is.

Wanneer de achtergrondconcentratie hoger is dan verwacht, zouden de normen echter opnieuw afgeleid moeten worden. Mogelijk leidt een hoge achtergrondconcentratie ertoe dat normen onhaalbaar zijn. Het waterschap in provincie Flevoland – waar hetzelfde aan de hand is – is momenteel druk doende de normen opnieuw vast te stellen. Gebeurt dat ook bij Amstel, Gooi en Vecht? De bestuurder van dit schap antwoordt dat het ook hier op de agenda staat.

Memorandum gedeputeerde Has Bakker

De Utrechtse gedeputeerde Has Bakker kwam op 26 januari 2026 met een memorandum. Daarin gaat hij in op kritiek op het UPLG. Ook op 15 januari kwam de provincie al met een memorandum, waarin ingegaan werd op kritiek. Deze tussentijdse reacties op kritiek zijn merkwaardig aangezien er momenteel een zienswijzeprocedure loopt waarin de provincie de kritieken verzameld. Bakker stelt in zijn memorandum dat het halen van de KRW-doelen vraagt om extra inzet op meerdere terreinen. Hij gaat daarmee voorbij aan de nieuwe bronnenanalyse en de daaraan gekoppelde mogelijkheid om normen te herijken. Ook geeft hij hiermee blijk van het niet willen afwachten van de zienswijzen. De bestuurder van Amstel, Gooi en Vecht wil weinig kwijt over de inhoud van de zienswijze die het waterschap voornemens is in te dienen.

Bakker stelt in zijn memorandum vervolgens dat een oppervlaktewater volgens de Nitraatrichtlijn op ‘groen’ kan staan en volgens de Kaderrichtlijn Water op ‘rood’. Dat klopt, maar daarmee gaat Bakker voorbij aan de kritiek op het UPLG. De kritiek is dat de nutriëntenbeoordelingen (stikstof en fosfor) voor beken aan de oostzijde van Utrecht in Brussel op ‘groen’ staan terwijl deze beken ‘rood’ scoren op nutriënten in het UPLG. Het gaat enkel om de beoordeling van nutriënten; dat is relevant voor de landbouw.

Natuurkwaliteit en stikstof

Nederland levert periodiek gegevens aan in Brussel over de individuele natuurgebieden. Het gaat ook om gegevens over de mate van instandhouding. Wat opvalt is dat deze rapportages een gunstigere trend laten zien van de Utrechtse natuurgebieden, dan het veelgehoorde ‘de natuur staat op omvallen’. Aan de Europese Commissie is gevraagd of de trend (verbetering, stabiel, verslechtering) kan worden afgeleid uit deze rapportages. Volgens de woordvoerder van de Commissie kan dat. Wel moet gecheckt worden of er mogelijk andere oorzaken zijn van veranderingen, zoals: een betere telling of verandering van onderzoeksmethode.

De EU-trends in Utrechtse natuurgebieden werden eerder getoond tijdens een bijeenkomst in Vianen. Provincie Utrecht heeft daarop laten weten niet blij te zijn met de rapportages aan Brussel. “Het is kwalijk dat het Rijk verouderde gegevens heeft aangeleverd.” De provinciale natuurdoelanalyses zijn er niet in meegenomen.

Download de presentatie

Deel via:

Provincie Utrecht legt forse extra wateropgave neer bij landbouw

Provincie Utrecht legt met het UPLG (Utrechts Programma Landelijk Gebied) een forse wateropgave neer bij de landbouw. Eind vorig jaar werd het pakket online gezet. Met alarmerende kaarten wordt getoond waar grote opgaven liggen. In dit artikel worden enkele gebieden met een grote wateropgave onder de loep genomen. Wat opvalt is dat er gebruik wordt gemaakt van verouderde cijfers, strengere normen en een wijze van beoordelen die afwijkt van de Europese.

“Voor het thema water en bodem richten we ons in het Ontwerp-UPLG allereerst op schoon water waarbij we te maken hebben met de Europese Kaderrichtlijn Water waar we in 2027 aan moeten voldoen. We verbeteren de waterkwaliteit door minder gebruik te maken van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen en door sloten en oevers meer natuurvriendelijk in te richten en te beheren”, aldus Provincie Utrecht in het UPLG. Een grote wateropgave ligt in Noordwest-Utrecht – zo toont de provincie met enkele kaartjes. Hier wordt de gewenste waterkwaliteit bij lange na niet gehaald. Dat geldt voor beide nutriënten: stikstof en nog meer voor fosfor.

Oude cijfers

De opgave in Noordwest-Utrecht ligt voor een aanzienlijk deel bij de landbouw. Dit is het gevolg van een bronnenanalyse uit 2016 (gebaseerd op gegevens van onder meer 2010-2013). De nieuwe bronnenanalyse liet bijna 10 jaar op zich wachten en kwam medio 2025 naar buiten. Daarin komt Wageningen Universiteit tot de conclusie dat er nutriënten in Noordwest-Utrecht ten onrecht aan de landbouw waren toegeschreven; deze zijn het gevolg van natuurlijke processen, zoals kwel. Inmiddels zijn de landelijke kaarten met stikstof- en fosforopgaven voor de landbouw aangepast[1]. Deze kaarten kleuren nu groen in Noordwest-Utrecht; zie afbeeldingen. Nu natuurlijke processen een groter aandeel hebben als gedacht, had Noordwest-Utrecht niet opgevoerd hoeven te worden als gebied met een grote wateropgave.

Figuur 1. Fosfor in oppervlaktewater: de opgave volgens het UPLG (links) en voor de landbouw (oud, bronnenanalyse 2016) en na herziening (nieuw, bronnenanalyse 2025).

Figuur 2. Stikstof in oppervlaktewater: de opgave volgens het UPLG (links) en voor de landbouw (oud) en na herziening (nieuw).

Provincie Utrecht houdt vast aan normen

De kwestie wordt voorgelegd aan Provincie Utrecht. Deze laat weten vast te houden aan de gestelde normen voor stikstof en fosfor, deze worden nu niet gehaald. De provincie zegt hiermee in feite geen rekening te houden met de onderschatte natuurlijke achtergrondconcentratie. Dit betekent automatisch dat de provincie een grotere wateropgave creëert dan noodzakelijk. En die grotere opgave wordt neergelegd bij het platteland, oftewel de landbouw.

Hoge achtergrondconcentraties kunnen bovendien de reden zijn dat normen onhaalbaar zijn. Normen worden zelfs niet gehaald als alle agrarische activiteiten uit het gebied worden gesaneerd. In Noordwest-Utrecht is dit risico extra aan de orde omdat waterschap en provincie hier voor een groter aantal wateren strengere normen hebben gesteld dan de maatlatwaarden (landelijke advieswaarden). Enkele voorbeelden: voor de Vecht (watertype M7b) zijn de maatlatwaarden ≤ 0.25 mg P/l en ≤ 3.8 mg N/l. Waterschap en provincie scherpten de normen fors aan: ≤ 0.09 mg P/l en ≤ 1.6 mg N/l. Voor de Amstellandboezem (watertype M6b) zijn de maatlatwaarden ≤ 0.25 mg P/l en ≤ 3.8 mg N/l. Waterschap en provincie kiezen voor een strengere norm: ≤ 0.17 mg P/l en ≤ 2.5 mg N/l.

Flevoland: zelfde problematiek, andere aanpak

In provincie Flevoland speelt momenteel hetzelfde, maar hier gaat de overheid er anders mee om. Ook in delen van Flevoland is Wageningen UR recent tot de conclusie gekomen dat er nutriënten onterecht waren toegerekend aan de landbouw. Deze blijken voort te komen uit natuurlijke processen waar de landbouw niks aan kan doen. In Flevoland wordt momenteel gewerkt aan een aanpassing van de waterdoelen; de doelen mogen worden bijgesteld als er sprake is van natuurlijke achtergrondconcentraties.

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht – dat samen met Provincie Utrecht verantwoordelijk is voor de waternormen in Noordwest-Utrecht – bevestigt dat zij een nieuwe bronnenanalyse heeft laten uitvoeren. Ook wordt bevestigd dat de landbouw daarin veel minder aandeel heeft in de belasting van het water met nutriënten dan gedacht en dat de nieuwe gegevens niet zijn gebruikt voor het UPLG. Een bestuurder van dit schap geeft aan hier werk van te willen maken, naar het voorbeeld van Flevoland.

Beken bij EU op groen, in UPLG grote opgave

Provincie Utrecht wil de uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar een reeks beken in het oosten van de provincie verminderen. Het gaat om de volgende beken: Lunterse Beek, Heiligenbergerbeek, Modderbeek, Middenloop- en Benedenloop Barneveldse Beek, Esvelderbeek, Moorsterbeek en Hoevelakense Beek.

Merkwaardig is dat de meeste van deze beken volgens de Europese Commissie al geruime tijd voldoen aan de nutriënteneisen. Dat blijkt onder meer uit het Landenrapport van februari 2025 van de Europese Commissie, over de voortgang van de Kaderrichtlijn Water in Nederland.  Wel is er in enkele beken een normoverschrijding met het bestrijdingsmiddel imidacloprid[2], maar dit middel is sinds 2018 verboden in de land- en tuinbouw. Het mag wel gebruikt worden door particulieren. Waarom een forse opgave neerleggen bij de landbouw vanwege de Europese Kaderrichtlijn Water, als volgens Europa in deze beken de landbouwdoelen helemaal (of goeddeels) worden gehaald?

Volgens Provincie Utrecht zit er een verschil in de beoordelingsmethode voor de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. De Europese beoordelingen zouden volgens de provincie gaan over de Nitraatrichtlijn. Deze stelling van de provincie blijkt niet te kloppen, de Europese Commissie gaat in beide rapportages eender te werk. Provincie Utrecht zegt voor de Kaderrichtlijn Water de Nederlandse beoordelingswijze toe te passen. Dat de doelen niet worden gehaald in deze beken komt onder meer door ‘specifiek verontreinigende stoffen’.  Dat laatste klopt, maar deze specifieke stoffen komen dan weer niet uit de landbouw.

Hier is sprake van een discrepantie tussen de Europese en Utrechtse beoordelingsmethode van nutriënten. (De methode die Provincie Utrecht toepast, wordt in meer provincies gehanteerd, echter niet in alle). Het UPLG verwijst veelvuldig naar de Europese Kaderrichtlijn Water. Je zou dan mogen verwachten dat de Europese beoordelingsmethode wordt gevolgd.

Conclusie

Europa hanteert het principe dat de vervuiler verantwoordelijk mag worden gesteld voor de eigen bijdrage. We zien in het UPLG dat deze benadering niet wordt gevolgd. Er wordt een hogere wateropgave neergelegd bij de landbouw, dan waarvoor deze verantwoordelijk is.


[1] Notitie implementatie 8e actieprogramma aandachtsgebieden, oktober 2025, ministerie van LVVN.

[2] Bestrijdingsmiddelenatlas 2022-2024

Deel via:

PBL rekent watervervuiling (stikstof en fosfor) uit andere bronnen toe aan landbouw

Volgens het Compendium voor de Leefomgeving, waar het Planbureau voor de Leefomgeving deel vanuit maakt, is zo’n 60 miljoen kilo stikstof in het oppervlaktewater afkomstig uit de landbouw. Dat komt neer op ruim de helft van de totale stikstofbelasting, zo meldt het Compendium op 18 november 2025. Wat daarbij niet wordt vermeld, is dat een aantal extra bronnen, zoals natuurlijke kwel, wordt toegerekend aan de landbouw. Dit gebeurde ook al in 2017.

Op 11 mei 2017 gaf het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uitleg in de Tweede Kamer over het 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn[1]. Toenmalig SGP-landbouwwoordvoerder Elbert Dijkgraaf vroeg waarom ervoor gekozen is een aantal extra emissies (zoals natuurlijke kwel) toe te rekenen aan de landbouw, waardoor de opgave van de landbouw groter wordt. Deze keuze werd toen niet in het rapport verantwoord (zie voetnoot 1; minuut 33.05 – 34.18). De woordvoerder van Het PBL bevestigt dat er extra posten zijn toegerekend aan de landbouw en dat dit met reden is gedaan. Het PBL heeft een grotere opgave bij de landbouw neergelegd, omdat zij de waterkwaliteitsnormen niet wilde verruimen vanwege stikstof en fosfor uit natuurlijke bronnen. Het gevolg is een extra opgave voor de waterkwaliteit. Er is voor gekozen die extra opgave bij de landbouw neer te leggen, omdat deze sector meer draagkracht heeft dan bijvoorbeeld de rioolwaterzuivering (minuut  51.45 – 53.06).

De waterdoelen voor stikstof en fosfor mogen worden verruimd wanneer er sprake is van natuurlijke bronnen. Een deel van de waterschappen en provincies past een dergelijke verruiming toe. Andere waterschappen en provincies doen dit niet. Dit is een politieke keuze.

Geschiedenis herhaalt zich

Het Compendium voor de Leefomgeving heeft opnieuw een aantal extra bronnen op rekening van de landbouw gezet[2]. En opnieuw gebeurt dit zonder daarvan melding te maken. Hierdoor ontstaat het beeld bij de politiek, de media en Europese Commissie dat ruim de helft van de stikstof- en fosforlast in het oppervlaktewater toegeschreven moet worden aan de landbouw. Ook wordt het zogenaamde inlaatwater – de stikstof en fosfor die van buitenaf met het water binnenkomt – niet meegeteld.

De woordvoerder van het PBL bevestigt dat de post landbouw is opgebouwd uit een reeks bronnen: uit/afspoeling van mest vanuit de landbouw, erfafspoeling landbouw, glastuinbouw en het mee mesten van sloten. Maar onder landbouw vallen ook de bronnen: natuurlijke kwel vanuit de ondergrond en nog een aantal posten. Deze posten betreffen: uitloging van nutriënten die van nature in de bodem aanwezig zijn, uitspoeling van eerder geïnfiltreerd oppervlaktewater (vooral in de zomer) en uitspoeling van stikstofdepositie. De woordvoerder geeft aan dat deze duiding eventueel een volgende keer kan worden toegevoegd.

Het PBL bevestigt ook dat het inlaatwater niet wordt meegenomen bij het bepalen van het aandeel van de bronnen in de stikstof- en fosforbelasting van het oppervlaktewater. “Inlaatwater is geen emissiebron. De nutriënten in het inlaatwater zijn afkomstig van verschillende bronnen. Verder wordt alleen gekeken naar binnenlandse bronnen.”

Bronnen uitsplitsen

Het Compendium voor de Leefomgeving bevestigt dus extra nutriëntenbronnen toe te rekenen aan de landbouw, ondanks dat die nutriënten niet afkomstig zijn uit de landbouw. Dit heeft als gevolg dat de landbouw voor een grotere wateropgave wordt gesteld, dan waarvoor zij verantwoordelijk is.

Wageningen UR (WUR) splitste in 2025 uit welke bron welk aandeel heeft in de stikstof en fosfor in het regionale oppervlaktewater[3]. Dit onderzoek vond plaats in opdracht van het ministerie van LVVN. WUR werkte daartoe samen met de waterschappen. Dit onderzoek laat zien welk aandeel van de stikstof en fosfor afkomstig is van de landbouw en van de bemesting. En welk aandeel komt uit bodemprocessen die de landbouw niet worden aangerekend. Wageningen UR rekent ook de stikstof- en fosforaanvoer met het inlaatwater mee. Het aandeel dat WUR toerekent aan de landbouw komt daarmee fors lager uit dan het aandeel dat het PBL toerekent aan de landbouw. Zie figuur.

Conclusie

Het Compendium zegt met haar informatie bij te dragen aan de kwaliteit van de politiek/bestuurlijke afwegingen op het gebied van natuur, milieu en ruimte. De informatie is primair bedoeld voor strategische beleidsbeslissingen en de wetenschap. Echter, de ondoorzichtige en oncontroleerbare wijze waarop het Compendium stikstof en fosfor toeschrijft aan de landbouw, zorgt ervoor dat er geen politieke/bestuurlijke discussie plaatsvindt over het toerekenen van extra bronnen aan de landbouw. Die discussie had moeten gaan over de juistheid van het neerleggen van een grotere opgave bij de landbouw dan waarvoor zij verantwoordelijk is.

Herkomst stikstof volgens Compendium en WUR

De herkomst van stikstof in het oppervlaktewater volgens het Compendium voor de Leefomgeving en Wageningen UR. Let op: de grafieken laten de verschillen goed zien, maar zijn niet 100% vergelijkbaar omdat er gerekend is met iets andere uitgangspunten (perioden, indeling bronnen).



[1] https://debatdirect.tweedekamer.nl/2017-05-11/landbouw/thorbeckezaal/planbureau-voor-de-leefomgeving-pbl-over-het-zesde-actieprogramma-nitraatrichtlijn-11-03/onderwerp  Zie minuten 33.05 – 34.18 (vraag SGP) en 51.45 – 53.06 (antwoord PBL).

[2] https://www.clo.nl/indicatoren/nl019226-belasting-van-het-oppervlaktewater-met-vermestende-stoffen-1990-2023

[3] Landelijke bronnenanalyse nutriënten regionale oppervlaktewaterlichamen Kaderrichtlijn Water; Wageningen Environmental Research, juni 2025.

Deel via:

Waarom zijn overheden partner van activistisch natuurplatform?

Overheidsorganisaties en NGO’s trekken samen op in het communicatieplatform NatureToday. Dit communicatiekanaal is bedoeld voor het delen van berichten over de natuur. Echter, we zien dat dit kanaal ook politiek gekleurde boodschappen verspreidt, en soms zelfs scheldpartijen aan het adres van partijen met ‘verkeerde’ inzichten. Past zo’n communicatiekanaal wel bij een overheid die zegt integriteit, objectiviteit en onpartijdigheid hoog in het vaandel te hebben?

Dat overheidsorganisaties en NGO’s samen optrekken bij het verspreiden van natuurberichten is bijzonder. Overheden verliezen daardoor gemakkelijk hun neutrale positie. De nauwe samenwerking zou misschien te billeken zijn, wanneer het om objectieve, inhoudelijke berichtgeving gaat. Echter, het communicatiekanaal verspreidt tegenwoordig ook activistische, politieke boodschappen. Die soms ontaarden in scheldpartijen aan het adres van organisaties en onderzoekers met andere inzichten. Zo wordt bijvoorbeeld vaker stelling genomen tegen BBB-bewindvoerders. Deze worden beschuldigd van het verspreiden van halve waarheden en hele leugens; BBB-bewindslieden zouden desinformatie verspreiden. Het is merkwaardig dat overheden partner zijn van een communicatiekanaal, dat dergelijke ‘natuurberichten’ over de eigen bewindslieden uitzendt.

Ook ‘schopt’ NatureToday tegen boerenorganisatie LTO, die foute lobbyactiviteiten wordt verweten. En een wetenschapper die in opdracht van de Staatssecretaris van Landbouw en Natuur met een kritisch rapport kwam – dat niet past in het straatje van de redactie – wordt zelfs uitgescholden voor charlatan en koekenbakker. Uitingen die niet passend zijn voor overheidsorganisaties.

Reactie overheden

BIJ12 bevestigt dat zij partner is van dit communicatiekanaal. Daarvoor bepaalt deze uitvoeringsorganisatie van provincies jaarlijks 5.000 euro. De organisatie geeft aan zich onvoldoende te hebben verdiept in de activistische berichtgeving die via dit kanaal wordt verspreid en raadt aan hierover contact op te nemen met de redactie.

Provincie Gelderland is ook partner en zegt 3.950 euro per jaar te betalen voor deelname. “Onze afweging om samen te werken met NatureToday heeft een communicatieve achtergrond. Via dat medium kunnen wij een voor ons relevante doelgroep bereiken waarmee wij communiceren over ons natuurbeleid en de uitvoering en resultaten van onze projecten”, aldus de woordvoerder. Provincie Gelderland zegt zich verder niet te bemoeien met de publicaties op dit platform. “Het feit dat wij gebruik maken van een medium of meewerken aan artikelen of content betekent niet dat we deze bijdragen automatisch ondersteunen”.

Provincie Groningen levert een financiële bijdrage aan NatureToday van 3.950 euro per jaar. “Het is voor ons een manier om specifieke doelgroepen te bereiken en transparant te zijn over ons beleid.” De provincie zegt wil zich niet te mengen in de vrijheid van meningsuiting op het platform. “Iedereen is vrij een eigen opinie te hebben en deze in te sturen naar media naar keuze.”

Het lijkt erop dat de overheden nauwelijks weten wat voor berichten er op hun natuurplatform wereldkundig worden gemaakt, of het wel prima vinden. Ook de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit, Provincies Noord-Brabant en Overijssel zijn partner van dit natuurplatform.

NatureToday kuist artikel

NatureToday gaat niet in op vragen over een recent stuk, waarin partijen met andere inzichten worden uitgescholden voor charlatans, koekenbakkers en meer wat lelijk is. Maar laat wel weten de tekst van dit natuurbericht qua formulering en stijl te hebben aangepast “zodat de argumentatie en de inhoud beter tot haar recht komen”. De redactie blijkt het stuk te hebben ontdaan van de scheldpartijen. Ironisch genoeg vermeldt NatureToday bij het betreffende artikel nu dat het platform soms te maken heeft met persoonlijke aanvallen.

Deel via:

Stikstofaandeel landbouw in water fors lager na herberekening

Jarenlang werd aangenomen dat een kleine 40% van de stikstof in het oppervlaktewater in het landelijke gebied uit de landbouw (bemesting) afkomstig was. Na recente herberekening blijkt het te gaan om de helft daarvan. Water dat het gebied binnenkomt vanuit het buitenland, Rijkswateren en bovenstroomse gebieden blijkt dubbel zoveel stikstof aan te voeren dan aanvankelijk gedacht. Ook waren natuurlijke processen, zoals kwel, bij de landbouw op de rekening gezet. Dat is nu deels gecorrigeerd.

Het ministerie van Landbouw publiceerde eind 2023 een kaart met Nutriënten Vervuilde (NV-gebieden). Deze kaart oogstte veel kritiek. De kaart maakte namelijk gebruik van een bronnenanalyse uit 2016, die weer gebaseerd was op data van 2010-2013. Met een rekenmodel was toen uitgerekend welk aandeel uit welke bron komt. Zo’n 40% van de stikstof werd toegerekend aan bemesting uit de landbouw.
Landbouwminister Wiersma komt per januari 2026 met een nieuwe kaart met aandachtsgebieden. Deze vervangt de NVgebiedenkaart. Voor deze nieuwe kaart is de bronnenanalyse onlangs geactualiseerd. Opvallend is dat het landbouwaandeel in de stikstofbelasting daarin ongeveer is gehalveerd. Zie figuur.

Figuur. Aandeel landbouw (bemesting) in stikstoflast oppervlaktewater in 2016 en 2025, per waterschap. Het aandeel is bijna gehalveerd, door forse aanpassingen in de berekeningen.

Berekeningen aangepast

Tussen 2016 en 2025 is het berekende aandeel stikstof vanuit de landbouw bijna gehalveerd. Deze stikstofwinst is voor een kleiner deel het gevolg van de afname van het mestgebruik (NB. het effect van maatregelen na 2022 – afbouw derogatie, bufferstroken – is nog niet ingerekend). Het zijn vooral forse aanpassingen in de berekeningen die het verschil maken. Zo hadden nogal wat waterschappen oneigenlijke ‘extraatjes’ bij de landbouw op de rekening staan. Het gaat dan om stikstof uit kwel, uitloging van ingepolderde gronden (zeeklei), oxidatie van veengronden, uitspoeling van nutriënten in de winterperiode nadat in de zomerperiode water en nutriënten vanuit het oppervlaktewater in de bodem zijn geïnfiltreerd.

Kwel-correctie

Waterschappen Amstel, Gooi en Vecht (AVG), Rijnland (West-Nederland) en Zuiderzeeland (Flevoland) lieten recent nader onderzoek doen naar de invloed van kwel. Deze waterschappen kwamen erachter dat zij een behoorlijk aandeel stikstof en/of fosfor onterecht hadden toegerekend aan de landbouw. Inmiddels is de kwel-correctie doorgevoerd. Het resultaat is nu dat een aanzienlijk deel van de NV- gebieden kon worden geschrapt. Op de nieuwe aandachtsgebiedenkaart vinden wij die niet terug.
In zeekleigebieden in Noorderzijlvest (Gr), Hollands Noorderkwartier (NH) en de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden werd de kwel (nog) niet nader onderzocht. Waarschijnlijk zullen er ook hier gebieden tussen zitten waar nutriënten uit kwel onterecht worden toegerekend aan de landbouw. (Zie ook artikel: ‘Fosforvervuild gebied Noord-Groningen waarschijnlijk onterecht aangewezen‘).

Meer correcties

De herberekening laat meer correcties zien. Deze staan in het artikel dat u hieronder kunt downloaden. Ook laat het artikel zien wat nog niet gecorrigeerd is.

Aanvulling 3 december 2025: Per abuis stond waterschap Scheldestromen niet in de figuur vermeld. Deze is toegevoegd.

Deel via:

Hebben milieu-NGO’s een streepje voor bij de rechter?

In juridische procedures over milieukwesties speelt wetenschappelijk onderzoek vaak een grote rol. Zo ook in een Drentse rechtszaak tegen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt. Opvallend is dat de rechterlijke macht en landsadvocaat Pels Rijcken onderzoek van actiegroep Meten = Weten duiden als ‘deskundig, onafhankelijk en onpartijdig’. Beiden negeren de forse kritiek van het RIVM en de Agrifacts-redactie op dat onderzoek. Hebben milieu-NGO’s bij de rechterlijke macht een streepje voor? De landsadvocaat licht toe hoe onderzoek in juridische zin wordt beoordeeld.

Op 2 april 2025 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in een zaak over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt nabij het Drentse Natura 2000-gebied Holtingerveld. De rechter ging mee met onderzoek van milieugroep Meten = Weten en Milieudefensie en legde het gebruik van middelen nabij Natura 2000-gebieden aan banden. Provincie Drenthe heeft landsadvocaat Pels Rijcken gevraagd juridische duiding te geven aan de uitspraak. Ook Pels Rijcken vaart daarbij op het onderzoek van Meten = Weten.

Meten = Weten trof in haar onderzoek van 2020 een aantal bestrijdingsmiddelen aan in het Holtingerveld. Dit onderzoek rammelt behoorlijk. Meten = Weten relateerde namelijk alle gevonden middelen aan boeren in de omgeving. Ondanks dat veruit de grootste hoeveelheid middel niet afkomstig is uit de landbouw. Agrifacts en daarna RIVM hadden flinke kritiek op het onderzoek van Meten = Weten. RIVM: “Het onderzoek vermeldt niet hoe de monsters zijn behandeld en geanalyseerd en geeft geen prestatiekenmerken van de analysemethode (detectiegrenzen, controlemonsters, etcetera). Op basis van de informatie die aan het RIVM verstrekt is voor deze duiding, kunnen de meetresultaten niet beoordeeld worden op betrouwbaarheid.

Het RIVM stelt verder dat het onderzoek van Meten = Weten geen bewijs levert dat de gevonden residuen uit de Drentse landbouw komen. Er zijn geen aanwijzingen dat de gevonden gehalten met spuitnevels (drift) te maken hebben, en de studie onderzoekt ook niet of bufferzones inderdaad (geen) drift invangen. Desondanks maken Milieudefensie en Meten = Weten het in de rechtszaak van 2025 nog bonter. Alle gevonden middelen in 2020 worden deze keer gerelateerd aan bollentelers in de omgeving. Waarom gaan de rechterlijke macht en landsadvocaat Pels Rijcken zo gemakkelijk mee met onderzoek waarop forse kritiek is? 

Reactie landsadvocaat

Pels Rijcken gaat zeer uitgebreid in op de vragen van Agrifacts (onderaan dit artikel te downloaden) “In een juridische procedure over milieukwesties speelt wetenschappelijk onderzoek vaak een grote rol. Rechters, advocaten en overheden doen daarbij zelf geen wetenschappelijk onderzoek. Zij zijn afhankelijk van het beschikbare wetenschappelijke onderzoek van dat moment. Het is in procedures doorgaans aan procespartijen zelf om wetenschappelijke onderzoeksresultaten in te brengen. De rechter weegt het onderzoek vanuit een aantal juridische beginselen, zoals de mate van deskundigheid van de onderzoekers, de onafhankelijkheid en onpartijdigheid. De uitspraak die dan volgt, bevat daarmee geen wetenschappelijke weging door de rechter, maar een juridische weging van de onderzoeksresultaten. Dat gebeurt dan bijvoorbeeld met gebruik van termen zoals ‘aannemelijkheid’ en ‘redelijkerwijze’. In deze kwestie is dat ook gebeurd. Het betreft geen definitief oordeel over de juistheid van dat wetenschappelijk onderzoek. Het wil vooral zeggen dat de rechter het voor dat moment als de laatste stand van de wetenschap beschouwt en daar van uitgaat bij zijn beoordeling.”

Deskundig, onafhankelijk, onpartijdig

Het is opmerkelijk dat de rechterlijke macht en de landsadvocaat het onderzoek van Meten = Weten duiden als “de laatste stand van de wetenschap”. Opvallend is ook dat de rechterlijke macht de onderzoekers van Meten = Weten beoordelen als “deskundig, onafhankelijk en onpartijdig”. De Agrifacts-redactie wil weten welke objectieve standaarden rechters hanteren voor het beoordelen van de deskundigheid, onafhankelijkheid en onpartijdigheid van organisaties en onderzoekers. Hebben NGO’s hier een streepje voor?

Hoe moeten de deskundigheid, onafhankelijkheid en onpartijdigheid van onderzoekers van het CTGB (College voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) worden beoordeeld? En het redactieteam van Agrifacts? Deze nadere vragen zijn voorgelegd aan landsadvocaat Pels Rijcken. Hierop is nog geen reactie ontvangen.

Download hier de reactie van de landsadvocaat op vragen over het zonder volgen van onderzoek van Meten = Weten:

Foto: Shutterstock

Deel via:

‘Ook natuurdoelanalyses en adviezen Ecologische Autoriteit onwetenschappelijk’

Niet alleen de vergunningverlening, maar ook de natuurdoelanalyses van provincies en de adviezen van de Ecologische Autoriteit zijn “onwetenschappelijk, ondeugdelijk en dus niet verdedigbaar”. Dat concludeert Ronald Meester, hoogleraar Waarschijnlijkheidsrekening aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Daarmee valt een deel van de basis weg, van wat het nieuwe natuurbeleid had moeten worden. Op 24 oktober 2025 kwam zijn rapport online.

Het stikstofbeleid zit muurvast. Commissie Hordijk uitte in 2020 al stevige kritiek op het gebruik van stikstofmodel Aerius met daarin kritische depositiewaarden voor de vergunningverlening. Het rekenmodel is ongeschikt voor deze toepassing. Het stikstofmodel kan niet gebruikt worden voor lokaal beleid. Daarvoor zijn de uitkomsten van de berekeningen veel te onzeker. Ook het RIVM raadt sinds enkele jaren af, haar rekenmodel te gebruiken voor lokaal beleid.

Voor de Rijksoverheid en de provincies was dit echter geen belemmering om een nieuwe lokale gebruikstoepassing te introduceren. Het Aerius-model werd voorgeschreven voor de zogenaamde natuurdoelanalyses, die in 2023 moesten worden opgeleverd. Deze analyses laten de huidige natuurkwaliteit zien binnen individuele natuurgebieden. Het stikstofmodel wordt in hogere mate gebruikt voor het berekenen van de natuurkwaliteit van de verschillende habitats binnen een natuurgebied. Ook de Ecologische Autoriteit, in september 2022 opgericht, conformeerde zich aan deze nieuwe politieke wens. (Zie artikel Ecologische Autoriteit op politieke toer).

Het stikstofmodel is niet geschikt voor natuurdoelanalyses en evenmin voor adviezen van de Ecologische Autoriteit. Meester: “We zijn blind modeluitkomsten aan het volgen, zonder de mogelijkheid te hebben om te controleren waar we mee bezig zijn. Er wordt veel beweerd over stikstof, maar er is vrijwel geen enkele kwantitatieve claim die daadwerkelijk controleerbaar is.”

Wetenschap in klem politiek en rechter

Meester meende aanvankelijk dat onvoldoende kennis van de beperkingen van het stikstofmodel de oorzaak was van het onjuiste gebruik in de natuurdoelanalyses en door de Ecologische Autoriteit. Dit was niet het geval, zo bleek uit de interviews die hij had met een aantal betrokken wetenschappers. Er is bijvoorbeeld geen enkele wetenschapper die achter de schermen de unieke kritische depositiewaarden vanuit de wetenschap verdedigt. Wel zag Meester wetenschappers die deze waarden naar buiten toe propageren omdat de politiek en de rechterlijke macht dat eisen. “We hebben dus een situatie waarin geen enkele wetenschapper publiekelijk wil erkennen dat de kritische depositiewaarden niet deugen, terwijl ze in persoonlijke gesprekken wel degelijk grote twijfels uiten. Dat is een bijzondere en ook ongewenste situatie.” Meester noemt hier ook de Ecologische Autoriteit. “Ook deze autoriteit twijfelt aan de waarde van de kritische depositiewaarden, dan dient zij dit publiek te verkondigen. Dat geldt in elke omstandigheid, voor elke wetenschapper.” De wetenschap zou de druk vanuit politieke en rechterlijke macht moeten weerstaan.

Advies voor vervolg natuurbeleid

Meester adviseert beleidsmakers af te stappen van natuurbeleid waarin het stikstofmodel veel bepalend is. Dat geldt niet alleen voor de vergunningverlening, maar ook voor de natuurdoelanalyses en adviezen van de Ecologische Autoriteit. “Het beleid moeten we niet langer laten bepalen door een fictieve modellenwerkelijkheid, maar door de empirie – de waarneming dus, in de breedste zin van het woord. De staat van de natuur kan niet worden afgelezen door een model van welke aard dan ook.”

Meester adviseert vervolgens de methodiek voor vergunningverlening en natuurdoelanalyses te herzien, en deze in lijn te brengen met de Europese richtlijnen. In zijn rapport geeft hij een stappenplan om te komen tot nieuw beleid, dat wetenschappelijk wel klopt.

Foto: Shutterstock.

Deel via:

Mens grootste ‘kliederaar’ met pesticiden

Als het over pesticiden gaat, wordt al snel gedacht aan gewasbeschermingsmiddelen uit de land- en tuinbouw. De hoeveelheid pesticide die in en om huis wordt aangetroffen, blijkt echter vooral afkomstig van eigen gebruik.

In de afgelopen jaren vonden meerdere onderzoeken plaats naar pesticiden in en om huis. Er werd daarin vooral gefocust op middelen die afkomstig zijn uit de land- en tuinbouw. Wanneer we kijken welk deel van de totaal gevonden concentratie afkomstig is uit de agrarische sectoren, dan is die relatief (erg) laag.
Veruit het grootste deel van de hoeveelheid pesticide die wordt aangetroffen is afkomstig van middelen die we zelf gebruiken. Het gaat om pesticiden tegen parasieten bij huisdieren en tegen insecten en ongedierte in en om het huis.

Pesticiden in slaapkamer (2024)

In 2024 vond een burgeronderzoek plaats naar pesticiden in Nederlandse en Belgische slaapkamers. Voor dit onderzoek is stof in slaapkamers bemonsterd. Het onderzoek is uitgevoerd door Velt, een vereniging die zich inzet voor een ecologisch verantwoorde leefwijze. Aanleiding is volgens Velt de ongerustheid bij burgers over het gebruik van pesticiden in hun leefomgeving door agrariërs. In het onderzoeksrapport staan alleen de hoogst gemeten concentraties per middel, alsmede het aantal slaapkamers waarin het middel is aangetroffen.

Als we kijken welke pesticiden in de grootste hoeveelheden worden aangetroffen, dan gaat het vooral om producten die mensen zelf gebruiken. Zoals pesticiden voor het bestrijden van teken, vlooien en luizen bij huisdieren, en verdelgingsmiddelen tegen ongedierte en insecten voor in en rond het huis. Er worden weliswaar veel meer verschillende stoffen uit de land- en tuinbouw aangetroffen, maar in (heel veel) lagere concentraties.

Drie pesticiden voor huisgebruik in Top 10 grootste probleemstoffen

Het idee dat pesticiden uit de land- en tuinbouw schadelijker zijn dan pesticiden die consumenten zelf mogen toepassen, is een misvatting. In de top 10 van grootste probleemstoffen voor het milieu vinden we drie pesticiden die door particulieren wel gebruikt mogen worden, maar verboden zijn in de land- en tuinbouw: fipronil, imidacloprid en permethrin. In de top 10 van probleempesticiden staan verder drie al langer verboden bestrijdingsmiddelen.

Pesticiden in mensenharen

Pesticide Action Network deed samen met actiegroep Meten = Weten onderzoek naar pesticiden in mensenharen. Dat gebeurde in 2021. De aangetroffen concentratie pesticide bestaat vrijwel helemaal uit middelen die mensen zelf gebruiken. Maar liefst 85% van de hoeveelheid pesticide in mensenharen is afkomstig van anti-parasietenmiddelen die gebruikt worden bij huisdieren (met name fipronil en permethrin). Deze middelen worden ook gevonden in haren van mensen zonder huisdieren. Verder is 14% afkomstig van consumentenproducten tegen ongedierte (DEET, nicotine). Eén procent bestond uit middelen die gebruikt worden in de land- en tuinbouw.

Publicatie downloaden

Dit artikel verscheen in het Staf-blad van september 2025. Het artikel kunt u hieronder downloaden.

Deel via:

Waterschap HHNK onderzoekt of meer spookstoffen in water ‘afkomstig’ zijn van eigen laboratorium

Vorig jaar ontstond veel ophef over de vondsten van dinoterb, een onkruidverdelger die al 30 jaar verboden is. Niet illegaal gebruik in de bollenteelt was de oorzaak – zoals milieuorganisatie MOB meende – maar het laboratorium van het waterschap. Het gaat om vals positieve uitslagen. De stof is er niet, maar toch slaat het analyseapparaat positief uit. Staf constateert er bij meer verboden bestrijdingsmiddelen sprake lijkt van vals positieve uitslagen.

Naast dinoterb werden in de Noordhollandse wateren meer bestrijdingsmiddelen aangetroffen die al decennia verboden zijn. Deze kregen in de media minder aandacht. Het gaat om: fenchloorfos, bromofos-ethyl, bromofos-methyl en tetrachloorfinfos.

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft de dinoterb-vondsten inmiddels uit haar registratiesysteem geschrapt. Nadat was gebleken dat het om vals positieve uitslagen gaat en de stof dus niet werkelijk in het water zat. De andere verboden middelen vinden we wel terug in registratiesysteem Aquadesk. Staf constateert dat vals positieve laboratoriumuitslagen ook hier de meest aannemelijke oorzaak is. De vier oude middelen worden sporadisch aangetroffen, in zo’n 2 procent van de watermonsters. Zeer opvallend is echter dat deze vier stoffen bijna altijd samen worden aangetroffen in hetzelfde monster. Dit wijst op een laboratoriumfout. Fenchloorfos werd in de periode 2022 – 2025 in totaal 14 keer gevonden. Bijna altijd werd in hetzelfde monster ook bromofos-ethyl, bromofos-methyl en tetrachloorfinfos aangetoond.

Staf heeft haar analyse voorgelegd aan het waterschap met verzoek om een reactie. “Dit fenomeen bij deze stoffen is ons ook opgevallen en we zijn een nadere analyse gestart om te verklaren hoe dit komt”, reageert het waterschap.

Afbeelding: Vindplaatsen fenchloorfos (Bron: Bestrijdingsmiddelenatlas).

.

Deel via: