Staf krijgt geregeld de vraag of bufferstroken langs watergangen – verplicht sinds 1 maart 2023 – effectief zijn. Hebben die geleid tot een afname van de stikstof en fosfor in het oppervlaktewater? Staf checkte de metingen van waterschappen. Daaruit blijkt (tot nu toe) geen effect meetbaar. In plaats van een afname van de concentraties, is er zelfs sprake van een toename. Met bufferstroken lijkt een “probleem” te worden aangepakt, dat in werkelijkheid geen probleem is.

Sinds 1 maart 2023 zijn in Nederland bufferstroken langs watergangen verplicht. Deze maatregel is onderdeel van het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De teeltvrije stroken zijn bedoeld om de afspoeling van meststoffen naar het oppervlaktewater te verminderen. Tienduizenden hectares landbouwgrond mogen sinds genoemde datum niet meer worden beteeld en bemest. Bijkomstig is de afbouw van de derogatie, die ook in 2023 aanving. Daardoor wordt er sindsdien minder dierlijke mest uitgereden. Ook deze maatregel beoogt het uitspoelen van meststoffen naar het water te verminderen. Welk effect wordt er gemeten van deze maatregelen?  

Wageningen Environmental Research berekende in 2022 welk effect van de bufferstroken verwacht mocht worden. Naar schatting zou de stikstofbelasting naar het oppervlaktewater op landelijke schaal met zo’n 5 tot 10 procent verminderen. Voor fosfor werd een afname van zo’n 5 procent berekend.

Niet minder, maar meer N en P

Waterschappen meten sinds jaar en dag de stikstof- en fosforconcentraties in het oppervlaktewater. Dit gebeurt met grote regelmaat, meestal eens per maand. Welk effect hebben zij gemeten van de bufferstroken en de afbouw van de derogatie? Om hierachter te komen worden de stikstof- en fosformetingen van acht waterschappen met relatief veel landbouwgebied verzameld. Het gaat om: Aa & Maas (NBr), Friesland, Hollands Noorderkwartier (NH), Noorderzijlvest (Gr), Scheldestromen (Z), Vallei & Veluwe (Gld/U), Vechtstromen (Ov) en Zuiderzeeland (Fl). De metingen over de jaren 2021 en 2022 worden vergeleken met de metingen over de jaren 2023  en 2024. Hierbij de kanttekening dat meetwaarden jaarlijks kunnen fluctueren, bijvoorbeeld als gevolg van weersomstandigheden. Echter, wanneer bufferstroken en afbouw derogatie substantieel bijdragen aan de waterkwaliteit, zou dit moeten blijken uit de resultaten.

In de meetresultaten is echter geen afname van de stikstof en fosfor in het oppervlaktewater te bespeuren, er is zelfs sprake van een toename van de gemiddelde concentraties. Zie figuren 1 en 2. Deze uitkomsten liggen in lijn met de metingen van het RIVM. Ook binnen het Meetnet Effecten Mestbeleid is (nog) geen effect gemeten van de bufferstroken en de afbouw van de derogatie. In de jaren 2023 en 2024 is er sprake van een toename van de stikstofconcentraties in het slootwater.

Figuur 1. In 2023 werden bufferstroken verplicht en werd gestart met de afbouw van de derogatie. De stikstofconcentraties in het oppervlaktewater daalden niet.
Figuur 2. De fosforconcentraties in het oppervlaktewater dalen (nog) niet, ondanks ingrijpende maatregelen sinds 2023.

Reactie RIVM

Het vraagstuk wordt voorgelegd aan het RIVM. “De stikstofconcentraties in het slootwater zijn in 2023 en begin 2024 inderdaad gestegen. Het is echter niet mogelijk om hieruit te concluderen dat de bufferstroken of derogatie-afbouw geen effect of zelfs een averechts effect hebben. Deze stijging is namelijk grotendeels te verklaren door de natte periode, in combinatie met de vertragingstijd van het bodem- en watersysteem. Daarnaast verwachten we de impact van bufferstroken en de afbouw van derogatie niet meteen te meten. Door complexe processen in het water- en bodemsysteem kost het vaak 1 tot 5 jaar voordat beleidseffecten daadwerkelijk te zien zijn. Op de korte termijn is de invloed van het weer hoogstwaarschijnlijk groter dan het effect van een nieuwe maatregel zoals bufferstroken.”

Oplossen niet bestaand probleem?

Volgens het RIVM helpen bufferstroken vooral oppervlakkige afspoeling voorkomen. De uitspoeling via het grondwater of drains wordt niet tegenhouden met bufferstroken. Een maatregel tegen afspoeling dus, niet tegen uitspoeling. Maar, is er in de landbouw wel sprake van oppervlakkige afspoeling? Hoeveel bedraagt die eigenlijk?

Beleidstukken en beleidsondersteunend onderzoek spreken consequent over ‘uit- en afspoeling landbouwgronden’. De uit- en afspoeling worden bij elkaar geteld. In oudere rapporten (zoals Alterra-rapport 2638; EmissieRegistratie 2013) gebeurt dat nog niet. Daaruit blijkt dat de afspoeling slechts een fractie (2 procent) bedraagt van de ‘uit- en afspoeling’. Dit is heel weinig en bovendien een verouderd cijfer. Afspoeling – waarbij mest van de akkers afregent de sloot in – is nauwelijks een onderwerp. De voormalige teelt- en bemestingsvrije zones bleken goed te werken. Daar komt bij dat er in de Nederlandse landbouw steeds meer gebruik wordt gemaakt van verfijnde technieken voor de mestaanwending. De verplichte bredere bufferstroken voegen hier vrijwel niks aan toe. Het is dan ook niet aannemelijk dat we hiervan een effect gaan meten op de waterkwaliteit.

Deel via: