Als het gaat over pesticiden die schadelijk zijn voor het milieu, wordt al gauw naar de land- en tuinbouw gekeken. Onterecht, zo blijkt uit een rondje shoppen. Maar liefst vier pesticiden uit de Top 25 meest problematische middelen koop je gewoon bij het Kruidvat. En bij speciaalzaken en op internet blijkt nog veel meer te koop.
Hoe gemakkelijk kunnen burgers pesticiden kopen, die riskant zijn voor het milieu? De redactie van Staf neemt de proef op de som. Wij nemen de Top 25 van meest problematische middelen volgens de Bestrijdingsmiddelenatlas (download artikel met lijst onderaan de pagina). Dit zijn middelen die momenteel de meeste en hoogste normoverschrijdingen laten zien in het oppervlaktewater in Nederland. Wij gaan met dit ‘boodschappenlijstje’ naar de winkel.
Kruidvat
Eerst naar het Kruidvat. Bij het schap met bestrijdingsmiddelen voor huis, tuin en huisdier, kunnen al vier pesticiden van ons boodschappenlijstje worden geshopt. We kopen hier een busje anti-mierenpoeder met het pesticide lambda-cyhalotrin. Deze stof staat op plek 20 in de lijst met grootste probleemstoffen op dit moment. We scoren bij het Kruidvat ook een spuitbus met het pesticide permethrin, tegen kruipende insecten en wespen. Permethrin staat op plek 8 in de lijst. Bij deze drogist halen we tevens een flacon anti-insect waarin het pesticide N,N-diethyl-M-toluamide (DEET) is verwerkt. DEET staat op plek 14. Tot slot nemen we voor de hond nog een spot-on mee tegen vlooien, teken en bijtende luizen. Hier doet het pesticide fipronil het ongedierte dodende werk. Fipronil vinden we op plek 2. Fipronil is nagenoeg het meest problematische pesticide voor het watermilieu op dit ogenblik. Een minieme hoeveelheid fipronil is al voldoende om een normoverschrijding te veroorzaken. Als een dier dat met fipronil is behandeld in een sloot springt, brengt dat de fipronilconcentratie meteen boven de norm.
Het is opvallend dat je dergelijke riskante producten zonder meer bij een drogist kunt kopen. Wanneer je aspirine koopt, dan is de winkel verplicht daar een gebruiksadvies bij te leveren. Standaard krijg je de vraag of je bekend bent met het product. Bij pesticiden die grote impact kunnen hebben op het milieu, krijg je die vraag niet. Het wordt zonder meer verkocht.
Top 25 probleemstoffen
Zeven van de 25 grootste probleemstoffen in ons water blijken gewoon te koop in de winkel. Zes stoffen blijken uit de handel en niet meer te koop. De overige 12 producten zijn alleen verkrijgbaar voor professionele gebruikers.
Het artikel ‘Riskante pesticiden gewoon te koop bij Kruidvat’ verscheen in het STAF-blad van december 2025. Het is hieronder te downloaden.
De Gezondheidsraad heeft op 8 december 2025 het tweede deel van haar advies over de gezondheidsimpact van wonen nabij geitenhouderijen opgeleverd. Het betreft geen nieuw onderzoek, zoals veel media menen. De Gezondheidsraad heeft ervoor gekozen om een enkele publicatie uit 2023 uit te lichten, en de andere reeks publicaties niet mee te wegen. Waarom de Gezondheidsraad hiervoor kiest wordt nagenoeg niet onderbouwd.
Door Dr. Marc Jacobs, onderzoeker
De Gezondheidsraad heeft het tweede deel van haar advies opgeleverd[1], met de titel: “Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen 2025: deel II Gezondheidsimpact van wonen nabij geitenhouderijen en mogelijkheden voor beperking gezondheidsrisico’s”. Het eerste deel is rond de zomer verschenen[2], en beide delen zijn opgeleverd op aanvraag van demissionair minister van LVVN Femke Wiersema en voormalig minister van VWS Fleur Agema naar aanleiding van een commissiedebat[3].
Een onderzoek naar de relatie tussen veehouderij en de gezondheid van omwonenden (VGO) is een onderzoek dat meer dan een decennium aan werk beslaat[4]. Daar waar in het begin algemeen werd gekeken naar alle soorten veehouderij (koeien, kippen, varkens en geiten), werd de focus na enkele positieve bevindingen verlegd op kippen en geiten. Vooral laatstgenoemde is in het nieuws geweest met de ernstige nasleep van de Q-koorts nog in het achterhoofd.
Het VGO onderzoek kent drie delen (I, II en III), onderzocht vijf provincies en beslaat tezamen 13 publicaties. Deze publicaties heb ik uiteengezet in mijn rapport met als doel om de epidemiologische waarde van elke studie te beoordelen[5]. Uiteindelijk ben ik zelf met de data aan de slag gegaan om te bezien of de relatie tussen wonen nabij een geitenhouderij en de kans op longontsteking consistent is. Naar mijn optiek is dit niet meer het geval vanaf een afstand van 500 meter[6]. Ik citeer uit mijn rapport:
“Zoals we hebben kunnen zien verschilt de kans tussen longontsteking en de nabijheid van geitenboerderijen per studie, per analyse en per afstand. Vaak genoeg wordt er helemaal geen effect gezien én als het effect er is, dan is dat alleen constant voor een afstand van 500 meter waar steeds maar een klein deel van de onderzoekspopulatie verblijft.” (pagina 67 Rapport ‘Geiten en longontsteking’).
Nu lees ik in Kamerbrief die betrekking heeft op het tweede deel van het advies van de Gezondheidsraad het volgende:
“In het tweede deeladvies heeft de Gezondheidsraad voor zover mogelijk antwoorden gegeven op complexere en meer gedetailleerde vragen omtrent de aard en ernst van de gezondheidseffecten en de mogelijke oorzaken. De Raad komt tot de conclusie dat het risico op longontsteking is verhoogd voor omwonenden binnen 500 meter (73%) en 1 kilometer (19%) van een geitenhouderij. De Raad komt op lagere schattingen van het aantal extra longontstekingen, ziekenhuisopnamen en sterfgevallen dan op landelijke schaal is toe te schrijven aan de aanwezigheid van geitenhouderijen dan eerder gecommuniceerd”
Deze cijfers zijn uitgebreid in het nieuws gecommuniceerd, maar hebben geen betrekking op nieuw onderzoek. Sterker nog, het gaat hier om cijfers die zijn gepubliceerd in Lotterman et al., 2023[7]. Het lijkt er dus sterk op dat de Gezonheidsraad er nu voor heeft gekozen om één enkel onderzoek uit te lichten, maar doet dit niet met een gedegen onderbouwing. Hoewel het onderzoek van Lotterman deel uitmaakt van VGO-III en de provincies Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Utrecht en Overijssel beslaat, is het nog steeds maar één van de publicaties in een dossier vol publicaties. Over het gehele dossier heb ik het volgende gezegd:
“De waarde van 11 jaar aan gegevens is wisselend. Zo lijken er wel degelijk verschillen te zijn in de incidentie van longontsteking tussen gebieden met veel veehouderijen én controlegebieden, maar de manier waarop die gebieden zijn geselecteerd is niet transparant gecommuniceerd. Ook is onduidelijk waarom een huisartsenpraktijk (of patiënt) wel besloot om mee te doen en waarom niet. Verder vinden we in de meeste analyses alleen correcties voor leeftijd en geslacht. Daarbovenop worden er soms wel meer dan 100 statistische vergelijkingen gedaan in één enkele studie. Een correctiemethode voor vals-positieven ontbreekt of is ontoereikend. Dit maakt dat het gros van de bevindingen waarschijnlijk veel meer onzeker is dan men graag wil laten zien” (pagina 4 Rapport ‘Geiten en longontsteking’).
Verder is het zo dat de relaties die Lotterman beschrijft afhankelijk zijn van tijd én plaats (Tabel 1 uit de publicatie), en van de gehanteerde methode (Tabel S3). Schijnbaar maakt het de Gezondheidsraad ook niet uit dat het 95% betrouwbaarheidsinterval op 1000 meter afstand een niet-significant resultaat laat zien: 1.19 [1.00; 1.41]. Hoe men hier zomaar overheen kan stappen ontgaat mij.
Ten slotte is en blijft het problematisch dat er alleen is gekeken naar omwonenden. De relatie tussen ziekte en omgeving is een onderzoek waar heel veel context bij komt kijken en voor die context moet worden gecorrigeerd. Dat gebeurt zelden: alleen leeftijd en geslacht worden structureel meegewogen. Andere ziektebeelden die eventueel aanwezig zijn bij respondenten worden soms wel en soms niet meegewogen. Maar de echt ontbrekende factor is de geitenhouder en zijn werknemers: deze zien we niet terug in de epidemiologische onderdelen van VGO. Onder het mom dat het hier gaat om omwonenden worden diegenen waarvan hun werk als een soort interventie zou moeten gelden (zoals roken dat ook doet) buitengesloten. Waarbij er nooit of te nimmer sprake kan zijn van een volledige dose-response analyse.
Dat de Gezondheidsraad er nu voor kiest om één enkele studie te belichten om toekomstige voorgedragen maatregelen te ondersteunen is voor mij een onverklaarbare selectiviteit in een dossier waarbij onzekerheid de norm is.
Een wetenschappelijk artikel over glyfosaat is na 25 jaar ingetrokken. Terecht, volgens onderzoeker Marc Jacobs. Wat niet terecht is, is de gewekte suggestie dat daarmee het speelveld rond glyfosaat weer open zou liggen. Wetenschappelijk debat hoort in de wetenschap te worden uitgevochten. Niet in de journalistieke kamer van BNNVARA/Zembla.
Door Dr. Marc Jacobs, onderzoeker
Het artikel Safety Evaluation and Risk Assessment of the Herbicide Roundup and Its Active Ingredient, Glyphosate, for Humans is teruggetrokken door (co)Editor-in-Chief, Prof. Martin van den Berg[1]. Het artikel stamt uit het jaar 2000 en twee van de drie originele auteurs leven al niet meer. De laatst levende auteur (Prof. Williams) heeft niet gereageerd op eerdere aantijgingen van ghostwriting[2] waardoor er door het artikel nu een grote rood streep staat met de woorden RETRACTED.
Dat een artikel wordt teruggetrokken omdat het niet geschreven is door de auteurs van het artikel vind ik persoonlijk een goede zaak. Elke lezer moet ervan kunnen uitgaan dat wat geschreven staat in een artikel ook daadwerkelijk door de auteurs is geschreven. Ook moet een lezer ervan kunnen uitgaan dat de gebruikte data en analyses betrouwbaar én verdedigbaar zijn. Los van voortschrijdend inzicht moet wetenschappelijk werk voldoende robuust zijn om de wetenschappelijke gemeenschap te kunnen informeren. Beleid berust zich vaak op wetenschappelijke inzichten om een keuze te rechtvaardigen. Dit laatste kent zo haar eigen uitdagingen, maar is wel vaandeldrager voor transparantie en communicatie.
Het artikel kent volgens Prof. van den Berg echter meer problemen dan alleen de aantijgingen van ghostwriting. Zo werden alleen ongepubliceerde studies afkomstig van Mosanto gebruikt. Vijf additionele studies die toentertijd beschikbaar waren werden niet ingezet (Atkinson 1993; Sugimoto 1997, Takahashi 1999, Enemoto 1997, en Suresh 1996). Deze studies worden wel opgenomen in een review uitgevoerd door Chris Portier[3] en door Zembla aangehaald om te verklaren dat de statistiek rondom glyfosaat niet voldoende is[4]. Zou men de ‘juiste’ statistische toets hanteren dan zouden de resultaten er veel slechter uitzien voor pesticiden zoals glyfosaat.
Om te zien of deze stelling klopt heb ik de review van Portier met de gebruikte data tot mij genomen. Deze review includeert wel de vijf missende studies (en nog een aantal meer). Mijn bevindingen heb ik in dit rapport beschreven[5] waarin ik zowel de data als mijn analyses vrijgeef[6]. Ik hanteer expliciet dezelfde data als Portier en ga mee met zijn selectieprocedure. Het enige wat ik getracht heb te doen is om te vinden wat hij heeft gevonden. Ook heb ik contact met hem gezocht, maar tot op heden (elf maanden verder) heb ik niks vernomen.
Het lukt mij niet om zijn werk te repliceren. Ook zie ik niet het voordeel van de eenzijdige toets. Ik citeer (uit pagina 5 en 6) van het rapport:
“Ik heb echt moeten zoeken om die relatie te vinden. Door de bocht genomen lukt het mij niet om met behulp van de frequentistische statistiek een relatie aan te tonen tussen dosering en kanker. De bevindingen zijn vaak niet statistisch significant wanneer ik tweezijdig toets. Een uitstap naar een eenzijdige toets voegt daar weinig aan toe én maakt dat we moeten aannemen dat het schatten van de relatie tussen dosering en kans op kanker een harde grens heeft in het schatten van de relatie. Ik voeg dan een assumptie die zich maar moeilijk laat verdedigen. Een eenzijdige toets heeft namelijk niet zo veel te maken met de richting van de relatie, maar eerder met het afkappen van de onzekerheid. In een dossier als deze, waarin de onzekerheid groot is, kan dat geen juiste methodiek zijn voor het bepalen van een relatie”
Over de relatie tussen glyfosaat en kanker zeg ik het volgende, en ik citeer wederom vanuit pagina 6:
“Uiteindelijk lijkt het erop dat alleen in de Swiss Albino ratten, op basis van één studie en dan met name bij vrouwen, de relatie tussen glyfosaat en de kans op kanker duidelijk is: een toename van 8% vanuit het model. De toename op kanker, vanuit de data, bedraagt dan 4%. Beide getallen kennen een aanzienlijke onzekerheidsmarge. Daarmee kunnen ze niet doorslaggevend zijn voor het gehele dossier.”
De retractie van de studie uit 2000 lijkt nu te vermoeden dat het gehele speelveld open ligt. Dat is niet zo, want we kunnen gebruik maken van de Portier review uit 2020. Maar deze review kent haar eigen problemen zoals ik in het rapport veelvuldig laat zien. Ik eindig daarom ook als volgt:
“We kunnen denk ik met dit rapport concluderen dat onderzoek naar glyfosaat beter moet en beter kan, maar daarvoor moet de data ook op het niveau van het dier worden gemeten waarbij ook wordt gekeken naar de factor tijd. Dat ontbreekt nu. Verder hebben we het hier over dierproeven en niet over menselijke studies.”
Wetenschappelijk debat hoort in de wetenschap te worden uitgevochten. Niet in de journalistieke kamer van BNNVARA/Zembla.
Onderzoeker Marc Jacobs spitte afgelopen maanden wetenschappelijke studies door over de ziekte van Parkinson. Heel veel studies, maar liefst 885, wereldwijd en over een periode van 65 jaar. Jacobs ging op zoek naar de veroorzakers van de ziekte. Of eerder de factoren die een verhoogd risico geven op de ziekte. Wat vertellen die studies?
Jacobs is data-wetenschapper en gespecialiseerd in epidemiologische studies. Hij bestudeerde alle studies over de ziekte van Parkinson, die waren gebruikt voor meta-analyses. In een meta-analyse worden resultaten van meerdere losse studies over hetzelfde onderwerp statistisch gecombineerd tot één grote studie. Hij keek specifiek naar de risico’s, de onderzoeksopzet en de uitkomsten. In de 885 studies werden in totaal ruim 100 risicofactoren voor de ziekte van Parkinson belicht, zoals: pesticiden, diabetes, roken, cholesterol, alcohol, maag-en darmproblemen en overgewicht.
Hij schreef zijn bevindingen op in twee rapporten:
Het risico op parkinson vanuit de epidemiologie. Waarom epidemiologisch-onderzoek naar parkinson met gepaste voorzichtigheid dient te worden benaderd.
Het risico op parkinson door glyfosaat: een meta-analyse. Waarom gecombineerd epidemiologisch-onderzoek onvoldoende is om beleid te informeren.
Beide rapporten zijn onderaan dit artikel te downloaden.
Ziekte van Parkinson
“De ziekte van Parkinson is voor wetenschappers een hele lastige ziekte om te onderzoeken. Dat komt omdat het wel 20 tot 30 jaar duurt voordat de ziekte zich manifesteert”, begint Jacobs.
Pesticiden kregen tussen 2010 en tot voor kort veel aandacht in de wereldwijde studies naar de oorzaken van de ziekte van Parkinson. “De laatste tijd zien we dat de aandacht verschuift. Wereldwijd nemen de onderzoeken naar pesticiden als risicofacto relatief gezien af. Steeds vaker wordt er gekeken naar diabetes als risicofactor, of naar sporenelementen zoals ijzer.”
Pesticiden kregen in de jaren 90 de meeste aandacht. De reden is dat een groep jongeren een decennium eerder Parkinsonachtige verschijnselen kreeg nadat zij zichzelf hadden ingespoten met een drug die gelijkenis had met pesticide. Dit incident legde bloot wat er gebeurt in de hersenen bij de ziekte van Parkinson. De focus kwam zo op pesticiden te liggen als risicofactor. Pesticiden waren overigens niet de grootste risicofactor die Jacobs op het spoor kwam. Dat was constipatie. “Deze risicofactor is het grootste. Het is de wetenschappers echter niet gelukt om erachter te komen of constipatie de kans op de ziekte van Parkinson vergroot, of dat dit een eerste symptoom is van de ziekte die al in een erg vroeg stadium optreedt. Ook depressie zag hij keer op keer terugkomen als risicofactor, maar ook hier is het mogelijk dat we te maken hebben met een vroege indicatie voor parkinson. Dit laat zien hoe ingewikkeld het onderzoek naar deze ziekte is.”
Parkinsons geen ‘man made disease’
Volgens professor Bas Bloem is de ziekte van Parkinson voor een groot deel een ‘man-made disease’. Bloem is neuroloog bij het Radboud UMC en is veelvuldig te zien in de media, waar hij alarm slaat over de ziekte. In de grote hoeveelheid studies heeft Jacobs hiervoor geen hard bewijs kunnen vinden. “Veel literatuur wijst naar de epigenetica als oorzaak. Dit betekent dat er een genetische oorzaak is, in combinatie met omgevingsfactoren, die zelf weer kunnen inspelen op de genen van een persoon. Sommige mensen hebben dus meer ‘aanleg’ om door een omgeving geraakt te worden, maar wie dat zijn is hoogst onduidelijk. Deze wisselwerking tussen genen en omgeving zien we in veel ziekten terug.”
Risico’s echt klein
“Als we in wetenschappelijke studies kijken naar de risicofactoren bij longkanker, dan steekt roken er met kop en schouders bovenuit”, vertelt Jacobs. “De studies voor longkanker en roken laten odds ratio’s zien van 50 tot wel 100.” Dit betekent dat roken de kans op longkanker met een factor 50 tot wel 100 verhoogt.
Maar hoe zit dat bij de ziekte van Parkinson? “Er is bij deze ziekte geen enkele risicofactor die er met kop en schouder bovenuit steekt. Ook pesticiden niet. Voor pesticiden vinden we gecombineerde odds ratio’s van 1,0 tot 1,3. Daarbij moet worden vermeld dat de onzekerheden rondom deze odds ratio’s groot zijn. De effecten die we zien van pesticiden bij het ontstaan van de ziekte van Parkinson zijn daarmee echt klein. Als pesticiden echt een belangrijke oorzaak zijn, dan zouden deze er met kop en schouders bovenuit moeten steken bij de risicofactoren. Net als bij roken en longkanker. Maar dat is niet zo. Ironisch genoeg springt roken er wederom relatief sterk uit, maar deze keer als beschermende factor.”
Glyfosaat
Jacobs was verrast dat er zo weinig studies zijn naar het verband tussen glyfosaat en de ziekte van Parkinson. “Ik had verwacht in de literatuur een groot effect te vinden van deze stof op de ziekte. Aangezien hiervoor veel aandacht is bij media en politiek. Alle glyfosaatstudies in relatie tot parkinson zijn gedaan in de Verenigde Staten. Het aantal is beperkt. De studies laten weinig tot geen verband zien tussen glyfosaat en de ziekte van Parkinson. “De hoeveelheid aandacht die er is voor glyfosaat en parkinson staat in geen verhouding tot de uitkomsten van de studies. En in geen verhouding tot de roep om een verbod.”
Jacobs vraagt media voorzichtig te zijn met het trekken van conclusies uit één studie ’die past’. Je moet alle relevante studies in ogenschouw nemen. Als er een duidelijk verband is, dan komt zo’n risicofactor in meer studies boven. Ook moet je goed kijken naar de onderzoeksmethode. Als je pesticide in hoge dosis inspuit, kun je parkinson-symptomen krijgen. Dat wil niet zeggen dat het gebruik van het pesticide in het veld daarmee direct een risico is op de ziekte van Parkinson.
Jacobs vraagt media ook voorzichtig te zijn met het extrapoleren van dierproeven naar mensen. Mensen zijn geen ratten of muizen. Proefdierstudies leggen mechanismen voor het ontstaan van ziekten bloot, niet het risico voor mensen.
Risicofactoren
Jacob zette de risicofactoren die hij vond in de 885 wetenschappelijke studies op een rij, alsmede de grootte van die risico’s. In de tabel de belangrijkste risico’s voor de ziekte van Parkinson, alsmede beschermende factoren. Let op: de grootte van alle risico’s, alsook van de beschermende factoren is klein en niet elke risicofactor bleek uiteindelijk statistisch significant te zijn
Top 10 risico’s op ziekte van Parkinson
Top 10 beschermende factoren tegen ziekte van Parkinson
1.
Constipatie
Roken
2.
Depressie
Koffie
3.
Angststoornissen
Cafeïne
4.
Maaginfectie Heliobacter pylori
Medicijnen tegen hoge bloeddruk (calcium blockers)
5.
Trauma aan het hoofd
Zink
6.
Pesticiden
Vet
7.
Leven in landelijk gebied
Alcohol
8.
Melanoom (huidkanker)
Ontstekingremmende pijnstillers (NSAID)
9.
Chronische darmontsteking
Vitamine A
10.
Infecties
Koper
Rapporten downloaden
Het risico op parkinson vanuit de epidemiologie. Waarom epidemiologisch-onderzoek naar parkinson met gepaste voorzichtigheid dient te worden benaderd. Door Dr. Marc Jacobs, MSJ Advies B.V.
Het risico op parkinson door glyfosaat: een meta-analyse. Waarom gecombineerd epidemiologisch-onderzoek onvoldoende is om beleid te informeren. Door Dr. Marc Jacobs, MSJ Advies B.V.
Onderzoeker Jaap Hanekamp constateert dat het gebruik van het voorzorgsbeginsel door rechters maatschappij ontwrichtende vormen begint aan te nemen. Rechters lopen naadloos mee met paniekverhalen over ‘giftige’ stoffen van NGO’s en burgers. Hanekamp is gepromoveerd in de chemie en promoveerde in 2015 voor de tweede keer op het voorzorgsbeginsel.
Met verbazing slaat Jaap Hanekamp de oordelen van rechters over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gade. “Rechters snappen niks van chemie, zij snappen niks van de betekenis van data en statistiek.” Op 22 juli 2025 was er opnieuw een uitspraak. Het gerechtshof in Den Bosch deed uitspraak in een hoger beroep waarbij een verbod werd geëist op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nabij een woonwijk. Hoewel de rechter vond dat het voorzorgsbeginsel hier niet als grondslag kon dienen, werden de elementen uit dit beginsel toch toepast in het oordeel. Erger nog, de boer in kwestie werd zelfs een onrechtmatige daad verweten die alleen begrepen kan worden vanuit het voorzorgdenken.
Het voorzorgsbeginsel
Het voorzorgsbeginsel werd geïntroduceerd in het bestuursrecht. Dit beginsel geeft de overheid een handvat om te kunnen ingrijpen ook als er nog onvoldoende kennis van gevaren en risico’s van bepaalde producten en processen beschikbaar is.
Het heeft Hanekamp verrast dat het voorzorgsbeginsel nu ook toegepast mag worden in het civiele recht. Rechters hebben met hun uitspraken daarvoor de weg geopend. Burgers kunnen het voorzorgsbeginsel gaan aangrijpen tegen andere burgers. “Als je vermoedt dat je buurman iets doet wat jou schade kan berokkenen, en het lukt je niet om daarvoor bewijs op tafel te leggen, dan kan je een beroep doen op het voorzorgsbeginsel. Het is een nieuw wapen binnen onze samenleving.”
Angsten voor risico’s
“Wanneer rechters meegaan in de angsten van burgers, creëer je een samenleving die elkaar niet meer vertrouwt en elkaar te lijf gaat met het voorzorgsbeginsel. Je creëert een wildwest aan juridische procedures.” Hanekamp constateert dat de rechter steeds verder gaat op dit pad. Op 22 juli 2025 was er een uitspraak in een zaak tegen een lelieteler in Limburg. De boer wordt daarin een onrechtmatige daad verweten omdat de boer iets gedaan heeft (gebruik van gewasbeschermingsmiddelen) dat mogelijk gevaar kan opleveren voor anderen. Is er hard bewijs voor dat het gevaar oplevert? Nee! Is er angst voor dat het gevaar oplevert? Ja! Hanekamp vindt dat de rechter de boer geen ‘onrechtmatige daad’ had mogen verwijten. Immers, overheden eisen van producenten van gewasbeschermingsmiddelen dat zij de voorgeschreven onderzoeken uitvoeren naar de veiligheid van hun producten. Dat is volkomen terecht! Je kunt niet zomaar alles op de markt ‘smijten’. De boer die de middelen vervolgens gebruikt, moet erop kunnen vertrouwen dat de overheid de middelen voldoende heeft laten onderzoeken. Immers, dat kan de boer zelf niet.”
‘Alle gevaren’ onderzoeken onmogelijk
Elke chemische stof van natuurlijke of synthetische oorsprong kan op veel manieren gevaarlijk zijn. Hoe onderzoek je dat? Hoe onderzoek je het mogelijke risico op bepaalde ziekten, waarbij allerlei factoren een rol spelen? Dat kan helemaal niet. Er bestaat geen onderzoek waarmee je ieder risico uitsluit. Betekent dit dat we het gebruik van iedere stof voortaan gaan verbieden omdat niet ieder mogelijk risico in kaart is? “De rechter weet niet half welke chemische stoffen in producten, met name voedingsmiddelen, zitten. En dan heb ik het over natuurlijke inhoudsstoffen van voedsel, waar voedsel uit bestaat. Waar ligt de grens van wat onderzocht moet worden? Een rechter die dan maar oordeelt dat er onvoldoende onderzoek heeft plaatsgevonden, en daarom het voorzorgsbeginsel moet worden toegepast, oordeelt populistisch.
Het voorzorgsbeginsel aanroepen bij alles wat je niet weet, leidt tot een oneindig universum aan mogelijke gevaren. Echt oneindig. In de praktijk zien we hoe rechters daarmee omgaan: zij springen door het hoepeltje van de angstige burgers, gesteund door NGO’s.
Hoe kom je uit de angstcultuur?
Hanekamp is resoluut: “Rechters zouden een cursus toxicologie en chemie moeten volgen. Zij hebben nu geen idee van stoffen. Daarnaast zouden rechters zich moeten verdiepen in de bewijsvoering. Het is al veel langer bekend dat epidemiologie, dat zo geliefd is bij onderzoekers, geen vorm van bewijs levert. We zien dat rechters onvoldoende kennis hebben van onderzoeksmethodieken en het gebruik van statistiek.
Verder zien we dat overheden heel veel geld uittrekken voor onderzoeken naar risico’s van menselijke activiteiten. Dat zorgt voor een stevige bias in het onderzoek. Rechters denken dan gemakkelijk dat de grote berg aan publicaties over een onderwerp synoniem is aan de omvang van de problematiek. Zij kijken echter niet naar de uitkomsten van die studies, waarin het verband vaak zwak of zelfs helemaal afwezig is. “Rechters hebben de klok horen luiden, maar weten niet waar de klepel hangt. Maar zij zijn ook niet geïnteresseerd in waar de klepel hangt, want zij horen de klok toch luiden?”
De nieuwe rechtbanktroef: ‘cocktail van middelen’
Individuele gewasbeschermingsmiddelen worden op een scala aan eigenschappen onderzocht. Dat geldt echter niet voor combinaties van middelen. In theorie kan dus voor elke combinatie aan middelen een beroep worden gedaan op het voorzorgsbeginsel. En dat is wat we in de praktijk zien gebeuren. Is het terecht om meer angst te hebben voor de zogenaamde cocktails aan middelen? Hanekamp wijst die gedachte resoluut van de hand. “Kijk eens naar de grote hoeveelheid verschillende toxische stoffen die, van nature, in ons eten zitten. Het is niet de stof, maar de dosis die bepaalt of een stof toxisch is. In de voedingswereld geldt het advies: eet niet te veel en eet divers. Divers eten betekent automatisch dat je veel meer verschillende stoffen binnenkrijgt die in hogere dosis toxisch zijn. Maar mensen zijn heel goed in staat een groot aantal verschillende toxische stoffen te nuttigen, mits de concentraties per stof laag blijven.
Beoordelingskader ontbreekt
Hanekamp promoveerde in 2015 op het voorzorgsbeginsel. Hij geeft aan de huidige opstelling van rechters in civiele procedures niet te hebben zien aankomen. “Rechters gaan mee met iedere gril van de burger. Dit is een nieuwe benadering van het voorzorgsbeginsel. Hij snapt goed dat NGO’s deze route hebben gekozen. “NGO’s maken gebruik van het ontbreken van een beoordelingskader bij de rechtelijke macht. Zij krijgen hun zin van de rechter wanneer zij het over deze boeg gooien.” Hanekamp vindt het een zorgelijke ontwikkeling. “Rechters ondermijnen met hun uitspraken het vertrouwen in de medemens, het vertrouwen in ons voedsel, het vertrouwen in boeren en het vertrouwen in onderzoek in beleid. Zij jagen de angstcultuur aan.”
Hanekamp vreest dat het voorzorgsbeginsel een hele zware rol gaat spelen in de toekomst, wanneer rechters de huidige koers blijven varen. Hopelijk zien rechters in dat zij hier een grote verantwoordelijkheid hebben.
Gewasbeschermingsmiddelen en voorzorgmagie in de rechtszaal
Jaap Hanekamp schrijft een tweeluik over het voorzorgsbeginsel. In het eerste deel ligt de focus op gewasbeschermingsmiddelen en het gebruik (misbruik) van het voorzorgsbeginsel. Dit deel is hieronder te downloaden. In het tweede deel zal het voorzorgsbeginsel in het stikstofvraagstuk aan de orde komen.
NRC dichtte een landbouwjournalist van Agrifacts een rol toe in de bedreiging van de onderzoeker van de Vlinderstichting. De krant liet deze week weten over te gaan tot rectificatie. De Vlinderstichting haalde het rapport over pesticiden in N2000-gebieden offline, nadat de onderzoeker een doodsbedreiging in de bus had gekregen. NRC publiceerde een artikel en een hoofdredactioneel commentaar, waarin een verband werd gesuggereerd tussen de bedreiging en kritiek van Agrifacts.
NRC publiceerde op 12 augustus een artikel over de bedreiging van de onderzoeker van de Vlinderstichting. In dat artikel wordt een landbouwjournalist van Agrifacts opgevoerd als ‘boeman’. Volgens NRC had het rapport de aandacht getrokken van Agrifacts, deze had kritiek op het rapport, waarna het nog diezelfde dag van de website van de Vlinderstichting verdwijnt. Omdat de auteur een handgeschreven dreigbrief in zijn brievenbus vond. Adjunct hoofdredacteur Lucas Brouwers deed daar enige dagen later nog een schep bovenop, door te schrijven dat een agrarische lobbygroep het rapport in het vizier had. En na bedreigingen aan het thuisadres van de onderzoeker ging het rapport offline.
De redactie van Agrifacts wees NRC op haar journalistieke plicht om de feiten te checken. En niet zoals hier, een verhaal te construeren om Agrifacts verdacht te maken. De Ombudsman van NRC bestudeerde het dispuut en oordeelde dat NRC in de fout is gegaan. De Vlinderstichting had het rapport al offline gehaald voordat Agrifacts er kritisch over publiceerde. “In de NRC-publicatie van 12 augustus kon de suggestie worden gelezen dat de doodsbedreiging zou volgen op de kritische publicatie van Agrifacts. Er werd echter gedreigd vóórdat Agrifacts publiceerde”, aldus de NRC-Ombudsman. Dit zal worden gerectificeerd. “Dan de wekelijkse brief van de hoofdredactie. Ook daarvan vind ik dat de formulering ongelukkig en onjuist was. Hier werd ook ten onrechte de suggestie gewekt dat de doodsbedreigingen iets te maken hadden met de Agrifacts-publicatie, mede door het gebruik van de woorden ‘in het vizier’.” Ook dit zal worden rechtgezet.
Volgens Lucas Brouwers, adjunct-hoofdredacteur van NRC, is landbouwjournalist Geesje Rotgers verantwoordelijk voor de bedreiging van de onderzoeker van de Vlinderstichting. Dat schrijft hij in zijn hoofdredactionele commentaar van 17 augustus: “Gelukkig zijn wetenschappers vrij om te onderzoeken wat ze willen en hun conclusies te delen. Toch? Nou nee: deze week werd bekend dat de Vlinderstichting een rapport over pesticiden offline heeft gehaald. Een agrarische lobbygroep had het rapport in het vizier. En na bedreigingen aan het thuisadres van een onderzoeker haalde de Vlinderstichting het rapport offline.” In de krant wordt gewezen naar Agrifacts en Rotgers.
Rotgers stelde een kritische vraag aan de Vlinderstichting, over een aantal wel erg hoge meetwaarden, en zette hierover een artikel online. Volgens de NRC-adjunct hoofdredacteur is dat ontoelaatbaar. NRC dikt de beschuldiging aan het adres van Rotgers aan door haar te duiden als een groep boze agrariërs die het gemunt had op de Vlinderstichting. Verder schroomt Brouwers niet om de feiten te verdraaien. NRC kreeg pas lucht van de bedreiging op 12 augustus, terwijl die een week eerder al plaatsvond. Niet na de publicatie van Rotgers zoals Brouwers meent, maar daarvoor al. “Meneer Brouwers, u construeert uw eigen verhaal, gebaseerd op verdacht maken en beeldvorming, maar bezijden de feiten. Een dergelijke opstelling is de journalistiek onwaardig”, schrijft Rotgers aan Brouwers.
Om in de woorden van Brouwers te blijven: Gelukkig zijn landbouwjournalisten vrij om de vragen te stellen die zij willen en hun conclusies te delen. Toch? Nou nee: dan word je door NRC verantwoordelijk gemaakt voor een strafbaar feit waar je part noch deel aan hebt.
(Afbeelding: Shutterstock, bewerkt)
Brief aan Lucas Brouwers, adjunct hoofdredacteur NRC
Hieronder de brief die Rotgers stuurde naar Lucas Brouwers, adjunct-hoofdredacteur van NRC. Inmiddels heeft de krant geantwoord met een standaardbericht: “We sturen uw reactie door naar de opinie-redactie. Als u na vijf werkdagen niets heeft vernomen, dan is van plaatsing afgezien.”
Beste Lucas Brouwers,
Ik meld mij maar even bij u. Ik ben Agrifacts, door u geduid als agrarische lobbygroep die het rapport van de Vlinderstichting in het vizier had en door u verantwoordelijk wordt gesteld voor de bedreiging van de onderzoeker aan zijn huisadres. Het is me nogal wat. Nu de feiten, meneer Brouwers. Die agrarische lobbygroep, dat ben ik (slechts één persoon). Ik ben landbouwjournalist en zit al 25 jaar in het vak, bepaal 100% zelf wat ik uitzoek en schrijf, heb geen ‘baas’ en laat me zeker niet betalen om iets wel of niet te schrijven. Net als de collega’s van mijn redactie, alle journalist of wetenschapper. O ja, we zijn gespecialiseerd in data-analyse, een expertise die weinig aanwezig is in de journalistiek. En onze analyses zijn transparant en kunt u opvragen om na te (laten) rekenen, zoals het goede onderzoeksjournalistiek betaamt.
Welnu meneer Brouwers, wat heeft deze ene landbouwjournalist dan precies gedaan? Deze heeft een kritische vraag gesteld aan de Vlinderstichting, over de wel erg hoge meetwaarden in haar rapport. Deze landbouwjournalist kan (en wil) de meetwaarden in het rapport wél duiden, in tegenstelling tot u en uw collega-journalisten. Een deel van de meetwaarden die gevonden is door de Vlinderstichting, is onrealistische hoog. Wanneer die zouden kloppen, zou dat betekenen dat een boer met de veldspuit in de natuur aan het werk is geweest. Ja een boer, want de gevonden middelen mogen alleen door boeren worden toegepast. Aangezien dit onaannemelijk is, lijkt het meer een vergissing in de dataverwerking (bijvoorbeeld verwisseling van milligrammen met microgrammen). En precies die vraag heb ik gesteld aan de Vlinderstichting. Als landbouwjournalist is het mijn plicht om de meetwaarden te duiden – ze worden immers toegeschreven aan de landbouw – en opvallende waarden te checken. Heeft niets met lobby of wat ook te maken.
Nog even de tijdlijn: de onderzoeker liet me op 7 augustus (ja, toen al) weten dat hij bedreigd is en daarom mijn vraag voorlopig niet te zullen beantwoorden. Die bedreiging vond dus plaats voordat ik publiceerde over de wel erg hoge waarden. Ik heb de onderzoeker sterkte gewenst want een bedreiging is afschuwelijk.
NRC krijgt heel veel later lucht van de bedreiging en komt pas op 12 augustus met een groot artikel. Daarin past NRC gemakshalve de tijdlijn van de gebeurtenissen aan, om te kunnen suggereren dat er een grote agrarische lobbygroep achter de bedreiging zit: “Stichting Agrifacts, een club die, gefinancierd door grote landbouwbedrijven, lobby voert tegen […].” Hoe verzint NRC het toch! De feiten samengevat: één landbouwjournalist…. één kritische vraag…. een bedreiging die ervoor al plaatsvond…. en een NRC die dagenlang lag te slapen…
Meneer Brouwers, u construeert uw eigen verhaal, gebaseerd op verdachtmakingen en beeldvorming, maar bezijden de feiten. Terwijl u geen idee heeft van de data die de Vlinderstichting naar buiten bracht en daarin kennelijk ook niet geïnteresseerd bent. Een dergelijke opstelling is de journalistiek onwaardig.
Ik wil u vragen deze brief als ingezonden stuk te plaatsen in uw krant.
De hoeveelheid pesticide die de Vlinderstichting in Natura 2000-gebieden heeft aangetroffen[1], is indrukwekkend. Het is veel meer dan gemeten wordt in reguliere landbouwbodems. Actiegroep Meten=Weten verrichte enkele jaren geleden metingen in landbouwbodems en vond in de meest ‘vervuilde’ bodem een gehalte van 1,4 mg/kg droge stof aan pesticide. De Vlinderstichting heeft onlangs veel hogere gehalten gemeten, in natuurgebieden nog wel. Tot wel 11,5 mg/kg in Mantingerzand (Dr).
Niet alleen in bodemmonsters treft de Vlinderstichting veel meer pesticide aan, ook in vegetatiemonsters is dat het geval. Meten=Weten neemt al langer monsters van de vegetatie in natuurgebieden. In 2019 en 2020 werd natuur in Drenthe, Groningen en Gelderland bemonsterd. Daarin werd gemiddeld 0,09 mg/kg droge stof aan pesticide gevonden. In Brabantse eikenbladeren (2024) werd iets meer aangetroffen, rond de 0,1 – tot 0,2 mg/kg met een enorme uitschieter van 1,6 mg/kg. Het gaat om geringe hoeveelheden.
Ook de Vlinderstichting spreekt over lage hoeveelheden. Maar presenteert ondertussen wel schrikbarend hoge gehalten aan pesticiden in natuurgebieden. In De Wieden (Ov) werd maar liefst 8,6 mg gevonden in een kilo verse struik. In de Loonse & Drunense Duinen (NBr) was het nog wat meer: 9,9 mg/kg en Borkeld, een klein natuurgebied in Overijssel op de Sallandse Heuvelrug, spant de kroon. Daar is de onwaarschijnlijk grote hoeveelheid van 67,6 mg/kg aan pesticide gevonden.
De hoge gehalten pesticide roepen vragen op over de werkwijze van de Vlinderstichting. De Vlinderstichting heeft nog niet gereageerd op de vraag of de gerapporteerde erg hoge concentraties kloppen.
Toevoeging 7 augustus: Vlinderstichting laat in een reactie alsnog weten voorlopig niet te zullen reageren. Het onderzoeksrapport is tijdelijk offline gehaald vanwege een ernstige bedreiging, aldus de stichting.
(Foto: Shutterstock / W. Verhagen)
[1] Pesticiden in Natura2000 gebieden; augustus 2025
Provincie Overijssel wil actief hoogveen ontwikkelen bij Natura 2000-gebied Haaksbergerveen. Of dat bij dit complexe gebied ook gaat lukken is hoogst onzeker, met als inzet boeren en bewoners rond het veen. Boeren vrezen voor wateroverlast en einde van hun bedrijf. De sociaal economische gevolgen zijn (nog) onduidelijk.
De Bestuurlijke Advies Groep (BAG) – met onder andere natuurorganisaties, waterschappen en LTO – kijkt naar maatregelen buiten het Natura 2000-gebied Haaksbergerveen. Doel is behoud en uitbreiding van onder andere actief hoogveen. Uitgangspunt vormt een conceptnotitie van de Bosgroepen. Het concept van maart 2024 wordt in dit artikel gebruikt; de versie van eind vorig jaar wil Gerko Hopster, uitvoerder namens provincie Overijssel, (nog) niet vrijgeven. Er wordt gewerkt aan een rapportage waarin, naast de notitie, onderzoeken en analyses worden meegenomen en het grondwatermodel verbeterd. Boeren en bewoners in het gebied voelen zich gepasseerd bij de totstandkoming en willen meer invloed in de BAG.
Het artikel verscheen in het STAF-blad van juni 2025. Het is hieronder te downloaden.
STAF hield dit voorjaar vijf regionale lezingen over de staat van de natuur. In de lezing werd ingegaan op de plussen die Nederland sinds enkele jaren op de Europese natuurrichtlijnen zet. Voormalig minister Henk Staghouwer (LVVN) deed er in 2022 alles aan om de torenhoge Nederlandse ambities verkocht te krijgen aan de Europese Commissie. De Eurocommissaris bleef echter onverminderd sceptisch over de grote Nederlandse plannen, die volgens hem onvoldoende aansloten bij de Europese richtlijnen. Dit blijkt uit gespreksnotities die STAF opvroeg in Brussel.
De Nederlandse natuurrapportage, die vlak voor kerst 2024 verscheen, mist veel nuance. Deze rapportage laat de nodige verslechteringen zien in de natuur. Waarbij de suggestie wordt gewekt dat stikstof daarin een belangrijke boosdoener is. De verslechteringen blijken echter in grotere mate het gevolg te zijn van ‘artefacten’ (een verslechtering op papier door verandering van de methodiek). Verslechteringen in het veld zijn er weinig.
Het vorige kabinet (januari 2022 – juli 2024) heeft gekozen voor nieuwe methoden voor het beoordelen van de natuurkwaliteit. Deze methoden wijken in behoorlijke mate af van de Europese handleidingen. Het gevolg is dat de natuurkwaliteit sinds 2022 behoorlijk verslechtert. Terwijl de natuurkwaliteit daarvoor in hoge mate een stabiele en licht verbeterende trend liet zien.
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als je geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.