Provincie Utrecht legt met het UPLG (Utrechts Programma Landelijk Gebied) een forse wateropgave neer bij de landbouw. Eind vorig jaar werd het pakket online gezet. Met alarmerende kaarten wordt getoond waar grote opgaven liggen. In dit artikel worden enkele gebieden met een grote wateropgave onder de loep genomen. Wat opvalt is dat er gebruik wordt gemaakt van verouderde cijfers, strengere normen en een wijze van beoordelen die afwijkt van de Europese.
“Voor het thema water en bodem richten we ons in het Ontwerp-UPLG allereerst op schoon water waarbij we te maken hebben met de Europese Kaderrichtlijn Water waar we in 2027 aan moeten voldoen. We verbeteren de waterkwaliteit door minder gebruik te maken van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen en door sloten en oevers meer natuurvriendelijk in te richten en te beheren”, aldus Provincie Utrecht in het UPLG. Een grote wateropgave ligt in Noordwest-Utrecht – zo toont de provincie met enkele kaartjes. Hier wordt de gewenste waterkwaliteit bij lange na niet gehaald. Dat geldt voor beide nutriënten: stikstof en nog meer voor fosfor.
Oude cijfers
De opgave in Noordwest-Utrecht ligt voor een aanzienlijk deel bij de landbouw. Dit is het gevolg van een bronnenanalyse uit 2016 (gebaseerd op gegevens van onder meer 2010-2013). De nieuwe bronnenanalyse liet bijna 10 jaar op zich wachten en kwam medio 2025 naar buiten. Daarin komt Wageningen Universiteit tot de conclusie dat er nutriënten in Noordwest-Utrecht ten onrecht aan de landbouw waren toegeschreven; deze zijn het gevolg van natuurlijke processen, zoals kwel. Inmiddels zijn de landelijke kaarten met stikstof- en fosforopgaven voor de landbouw aangepast[1]. Deze kaarten kleuren nu groen in Noordwest-Utrecht; zie afbeeldingen. Nu natuurlijke processen een groter aandeel hebben als gedacht, had Noordwest-Utrecht niet opgevoerd hoeven te worden als gebied met een grote wateropgave.
Figuur 1. Fosfor in oppervlaktewater: de opgave volgens het UPLG (links) en voor de landbouw (oud, bronnenanalyse 2016) en na herziening (nieuw, bronnenanalyse 2025).

Figuur 2. Stikstof in oppervlaktewater: de opgave volgens het UPLG (links) en voor de landbouw (oud) en na herziening (nieuw).

Provincie Utrecht houdt vast aan normen
De kwestie wordt voorgelegd aan Provincie Utrecht. Deze laat weten vast te houden aan de gestelde normen voor stikstof en fosfor, deze worden nu niet gehaald. De provincie zegt hiermee in feite geen rekening te houden met de onderschatte natuurlijke achtergrondconcentratie. Dit betekent automatisch dat de provincie een grotere wateropgave creëert dan noodzakelijk. En die grotere opgave wordt neergelegd bij het platteland, oftewel de landbouw.
Hoge achtergrondconcentraties kunnen bovendien de reden zijn dat normen onhaalbaar zijn. Normen worden zelfs niet gehaald als alle agrarische activiteiten uit het gebied worden gesaneerd. In Noordwest-Utrecht is dit risico extra aan de orde omdat waterschap en provincie hier voor een groter aantal wateren strengere normen hebben gesteld dan de maatlatwaarden (landelijke advieswaarden). Enkele voorbeelden: voor de Vecht (watertype M7b) zijn de maatlatwaarden ≤ 0.25 mg P/l en ≤ 3.8 mg N/l. Waterschap en provincie scherpten de normen fors aan: ≤ 0.09 mg P/l en ≤ 1.6 mg N/l. Voor de Amstellandboezem (watertype M6b) zijn de maatlatwaarden ≤ 0.25 mg P/l en ≤ 3.8 mg N/l. Waterschap en provincie kiezen voor een strengere norm: ≤ 0.17 mg P/l en ≤ 2.5 mg N/l.
Flevoland: zelfde problematiek, andere aanpak
In provincie Flevoland speelt momenteel hetzelfde, maar hier gaat de overheid er anders mee om. Ook in delen van Flevoland is Wageningen UR recent tot de conclusie gekomen dat er nutriënten onterecht waren toegerekend aan de landbouw. Deze blijken voort te komen uit natuurlijke processen waar de landbouw niks aan kan doen. In Flevoland wordt momenteel gewerkt aan een aanpassing van de waterdoelen; de doelen mogen worden bijgesteld als er sprake is van natuurlijke achtergrondconcentraties.
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht – dat samen met Provincie Utrecht verantwoordelijk is voor de waternormen in Noordwest-Utrecht – bevestigt dat zij een nieuwe bronnenanalyse heeft laten uitvoeren. Ook wordt bevestigd dat de landbouw daarin veel minder aandeel heeft in de belasting van het water met nutriënten dan gedacht en dat de nieuwe gegevens niet zijn gebruikt voor het UPLG. Een bestuurder van dit schap geeft aan hier werk van te willen maken, naar het voorbeeld van Flevoland.
Beken bij EU op groen, in UPLG grote opgave
Provincie Utrecht wil de uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar een reeks beken in het oosten van de provincie verminderen. Het gaat om de volgende beken: Lunterse Beek, Heiligenbergerbeek, Modderbeek, Middenloop- en Benedenloop Barneveldse Beek, Esvelderbeek, Moorsterbeek en Hoevelakense Beek.
Merkwaardig is dat de meeste van deze beken volgens de Europese Commissie al geruime tijd voldoen aan de nutriënteneisen. Dat blijkt onder meer uit het Landenrapport van februari 2025 van de Europese Commissie, over de voortgang van de Kaderrichtlijn Water in Nederland. Wel is er in enkele beken een normoverschrijding met het bestrijdingsmiddel imidacloprid[2], maar dit middel is sinds 2018 verboden in de land- en tuinbouw. Het mag wel gebruikt worden door particulieren. Waarom een forse opgave neerleggen bij de landbouw vanwege de Europese Kaderrichtlijn Water, als volgens Europa in deze beken de landbouwdoelen helemaal (of goeddeels) worden gehaald?
Volgens Provincie Utrecht zit er een verschil in de beoordelingsmethode voor de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. De Europese beoordelingen zouden volgens de provincie gaan over de Nitraatrichtlijn. Deze stelling van de provincie blijkt niet te kloppen, de Europese Commissie gaat in beide rapportages eender te werk. Provincie Utrecht zegt voor de Kaderrichtlijn Water de Nederlandse beoordelingswijze toe te passen. Dat de doelen niet worden gehaald in deze beken komt onder meer door ‘specifiek verontreinigende stoffen’. Dat laatste klopt, maar deze specifieke stoffen komen dan weer niet uit de landbouw.
Hier is sprake van een discrepantie tussen de Europese en Utrechtse beoordelingsmethode van nutriënten. (De methode die Provincie Utrecht toepast, wordt in meer provincies gehanteerd, echter niet in alle). Het UPLG verwijst veelvuldig naar de Europese Kaderrichtlijn Water. Je zou dan mogen verwachten dat de Europese beoordelingsmethode wordt gevolgd.
Conclusie
Europa hanteert het principe dat de vervuiler verantwoordelijk mag worden gesteld voor de eigen bijdrage. We zien in het UPLG dat deze benadering niet wordt gevolgd. Er wordt een hogere wateropgave neergelegd bij de landbouw, dan waarvoor deze verantwoordelijk is.
[1] Notitie implementatie 8e actieprogramma aandachtsgebieden, oktober 2025, ministerie van LVVN.
[2] Bestrijdingsmiddelenatlas 2022-2024
