Ook Brussel kreeg verwarrende watercijfers over Nederlandse landbouw

De Staf-publicatie van december 2025 leidde tot veel vragen bij waterschappen, provincies en de Tweede Kamer. Het Planbureau voor de Leefomgeving had watervervuiling uit andere bronnen – de achtergrondconcentraties – toegerekend aan de landbouw. Minister Vincent Karremans, waterschappen en provincies stellen dat zij de PBL-cijfers niet gebruiken voor hun beleid. Echter, in de rapportage aan de Europese Commissie vinden we de misleidende watercijfers wel terug.

Het Staf-artikel over het toerekenen van stikstof en fosfor uit onder meer natuurlijke bronnen aan de landbouw, leverde veel vragen op. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bevestigde desgevraagd extra bronnen, zoals natuurlijke kwel, toe te rekenen aan de landbouw. Doch zonder dit te vermelden. Daardoor ontstond het beeld dat wat aan de landbouw wordt toegerekend, uit de landbouw afkomstig is.

PBL-cijfers niet gebruikt in Nederland

Inmiddels zijn veel vragen over de verwarrende PBL-watercijfers beantwoord. Zonder uitzondering stellen Nederlandse overheden dat de watercijfers van het PBL niet worden gebruikt voor het beleid. Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Vincent Karremans, zegt in zijn Kamerbrief van 12 maart 2026: “Alle waterbeheerders in Nederland (Ministerie IenW, provincies en waterschappen) houden rekening met natuurlijke achtergrondconcentraties. De achtergrondconcentraties worden zowel betrokken bij de afleiding van de doelen, als bij de beoordeling of aan de doelen is voldaan. Hierbij betrekken de waterbeheerders de gebied-specifieke omstandigheden in hun beheergebied.”

Wetterskip Fryslân stelt dat het PBL een andere indeling van bronnen hanteert dan bijvoorbeeld Wageningen UR. Het PBL neemt zowel natuurlijke bronnen (zoals kwel) als antropogene bronnen (zoals bemesting) mee bij ‘landbouw’. Volgens het Wetterskip zou er geen beleid gebaseerd zijn op de watercijfers van het PBL. Het landelijke beleid wordt gebaseerd op de bronnenanalyses van Wageningen UR. Ook het Wetterskip baseert zich op die gegevens. Een vergelijkbare uitleg zien we bij Provincie Groningen en Provincie Limburg, in antwoord op vragen.

Verwarrende watercijfers wel naar Brussel

Volgens toenmalig minister Wiersma zou de landbouw een aandeel hebben van 31 procent in de stikstof in het oppervlaktewater in het landelijke gebied. Dit antwoordde zij in december 2025 op Kamervragen. Het PBL komt echter uit op ruim 50 procent, door de achtergrondconcentratie ook toe te rekenen aan de landbouw. Deze toerekening bleef aanvankelijk onvermeld. Inmiddels heeft het PBL de website aangevuld met een toelichting.

Waterbeheerders beantwoorden de kritiek met sussende woorden: de PBL-cijfers worden niet gebruikt voor het Nederlandse mestbeleid. Echter, de PBL-cijfers zijn wel naar de Europese Commissie gestuurd middels de Nitraatrapportage. Deze rapportage is bepalend voor onder meer het verkrijgen van derogatie. Europa staat het gebruik van meer dierlijke mest alleen toe, als dat niet ten koste gaat van verbetering van de waterkwaliteit. De Europese Commissie kreeg de volgende toelichting bij de cijfers: ‘De grootste bron voor stikstof en fosfor is de uit- en afspoeling (diffuse belasting) vanuit de bodem in de landbouwgronden (50 procent)’. Dat ook de achtergrondconcentraties waren toegerekend aan de landbouwgronden, werd niet bij de grafiek vermeld. Eurocommissaris Jessica Roswell sloeg toenmalig minister Wiersma met deze toelichting om de oren. Volgens Roswell was 50 procent van de stikstof in de Nederlandse wateren afkomstig uit de landbouw. Van het verlenen van derogatie kon geen sprake zijn. Ook hier was het beeld dat wat aan de landbouw is toegerekend, uit de landbouw afkomstig is.

Figuren. De PBL-watercijfers (links) vinden we terug in de Nitraatrapportage voor de Europese Commissie (rechts). In beide grafieken zijn de achtergrondconcentraties toegerekend aan de landbouw.

Deel via:

Hoe Rutte IV de derogatie uitfaseerde

2022 is een cruciaal jaar voor het landbouwbeleid. Henk Staghouwer, landbouwminister in kabinet-Rutte IV, moest de Europese Commissie overtuigen van het Nationaal Programma Landelijke gebied (NPLG). Met het NPLG zouden de EU-doelen voor water, natuur en klimaat in één keer worden gehaald. Virginijus Sinkeviĉius, Eurocommissaris voor Milieu, bleef sceptisch over het NPLG, zo blijkt uit de gespreksnotities die Agrifacts opvroeg in Brussel.

Een week na de start van kabinet Rutte IV, maakte landbouwminister Henk Staghouwer zijn opwachting bij Eurocommissaris Sinkeviĉius in Brussel. Hoewel het een kennismakingsgesprek betrof, wilde Staghouwer meteen zaken doen. Staghouwer wilde afspraken maken over stikstof en hij had haast met het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn. Er was nog maar weinig tijd om een volgende derogatie te regelen.

Kabinet Rutte IV (VVD, D66, CDA en CU) had grote ambities. Hij wilde de landbouw drastisch hervormen want Nederland liep op meer fronten tegen haar milieugrenzen aan. Er moest veel gebeuren voor het halen van de stikstofdoelen, de water-, klimaat- en biodiversiteitsdoelen. Staghouwer hield de Eurocommissaris voor dat voor het bereiken van de Europese milieudoelen, de veestapel met 30% moest krimpen. Daarbij zou de landbouw geëxtensiveerd moeten worden. De grond die daarbij vrijkwam, zou worden bestemd voor natuur. Staghouwer verzekerde Sinkeviĉius dat de hervormingen van het platteland sowieso doorgaan, ook als de boeren ertegen in opstand zouden komen. Eerst komt er een vrijwillige opkoopregeling, en als die te weinig oplevert, zal worden overgegaan tot onteigening. Bij de landbouwtransitie – het Nationaal Programma Landelijk Gebied – paste uiteindelijk geen derogatie.

De Eurocommissaris hoorde de torenhoge ambities van Nederland aan, maar twijfelde eraan of die wel aansloten bij de Europese richtlijnen. Ook over de juridische houdbaarheid uitte hij zijn zorgen. Het lukte minister Staghouwer niet om het NPLG verkocht te krijgen aan Brussel.

Het artikel ‘Hoe Rutte IV de derogatie uitfaseerde’ is hier te downloaden.

Deel via: